Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 18 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De procedure
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
De heer [verzoeker] is op 27 oktober 2025 opgeroepen om op 27 november 2025 ter zitting te verschijnen. Hij is toen, zonder opgaaf van reden, niet ter zitting verschenen.
De heer [verzoeker] is vervolgens op 2 december 2025 opgeroepen om op 27 januari 2026 ter zitting te verschijnen. Het verzoek is behandeld op de zitting van 27 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein, schuldhulpverlener,
- mevrouw C.L. Rosalia, beschermingsbewindvoerder.
De rechtbank heeft de heer [verzoeker] in de gelegenheid gesteld om aanvullende stukken aan te leveren. De rechtbank heeft in dat kader op 28 januari 2026 een brief gestuurd naar de heer [verzoeker] , de schuldhulpverlener en de beschermingsbewindvoerder.
Namens de heer [verzoeker] zijn op 9 februari 2026 aan de rechtbank aanvullende stukken overgelegd.
De uitspraak is bepaald op heden
2. De beoordeling
De toelating
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. Ter zitting is gebleken dat de heer [verzoeker] de Nederlandse taal niet compleet machtig is. Hij heeft na de zitting evenwel stukken overgelegd waaruit volgt dat hij cursussen heeft gevolgd teneinde de Nederlandse taal (beter) te beheersen. Uit die stukken volgt dat hij op dit moment op A2 niveau zit. Verder staat de heer [verzoeker] sinds kort onder beschermingsbewind, zodat hij vanuit daar ondersteuning krijgt. Daarmee is de verwachting ontstaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp kan voldoen.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
3. De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] -1996 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder mr. P.A. Loeff,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.