ECLI:NL:RBROT:2026:2591

ECLI:NL:RBROT:2026:2591

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer C/10/611181 / FA RK 21-169
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzing van de verzoeken van de vader van onder andere gezamenlijk gezag en omgang. Deze jarenlange procedure kent alleen maar verliezers, waarvan de minderjarigen de grootste zijn.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team jeugd

Zaaknummer: C/10/611181 / FA RK 21-169

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Beschikking van de meervoudige kamer

in de zaak van

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. A.C.M. van Lieshout uit Capelle aan den IJssel,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. M. Jonkman uit Capelle aan den IJssel,

mr. G.E. van der Pols,

hierna te noemen de bijzondere curator,

kantoorhoudende te Rotterdam,

drs. A. van Teijlingen-Pover,

hierna te noemen de bijzondere curator,

kantoorhoudende te Sassenheim,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam,

hierna te noemen de GI.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in deze procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd in Rotterdam,

hierna te noemen de Raad.

1. Het verdere verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 2 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- het bericht van de moeder met bijlagen van 23 december 2025;

het verslag met bevindingen van de bijzondere curatoren van 9 december 2026;

de beschikking van 9 januari 2026 in zaak C/10/711334 / JE RK 25-2527;

het proces-verbaal van aanhouding van 9 januari 2026.

Op 27 januari 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

de moeder met haar advocaat;

de bijzondere curator mr. van der Pols, mede namens de bijzondere curator drs. A. van Teijlingen-Pover;

- [persoon A] , een vertegenwoordiger van de Raad;

- [persoon B] en [persoon C] , vertegenwoordigers van de GI.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 januari 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 18 april 2026.

3. Het aangehouden en gewijzigde verzoek

De vader heeft bij het gewijzigde verzoekschrift van 11 december 2024 verzocht:

primair: te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de

vader;

subsidiair: dat de kinderen uit huis worden geplaatst en meer specifiek bij de

vader;

meer subsidiair:

een zorg- en contactregeling vast te stellen, waarbij de kinderen

bij de vader verblijven:

-in januari, februari, maart 2025: één dagdeel per veertien dagen, zulks enkel

onder begeleiding van de jeugdbeschermer:

-in april. mei. juni 2025: één dagdeel per veertien dagen (onbegeleid);

-in juli en augustus 2025: één weekenddag per veertien dagen (onbegeleid);

-in september en oktober: éénmaal per veertien dagen van zaterdag 09:00

uur tot zondag 19:00 uur;

-vanaf november 2025: om het weekend van vrijdagmiddag 15:00 uur dan

wel uit school tot zondag 19:00 uur;

-waarbij de vader brengt en haalt:

-tijdens de schoolvakanties loopt de omgangsregeling door;

-verdeling van de schoolvakanties bij helfte.

de vader mede te belasten met het gezag over de kinderen en de griffier te gelasten om hiervan aantekening te laten maken in het gezagsregister;

de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar zelfstandige verzoeken dan wel

de zelfstandige verzoeken van de moeder af te wijzen.

De moeder heeft zelfstandig (en aanvullend op 30 januari 2025) verzocht:

-benoeming van een bijzondere curator;

-vervanging van de GI als bedoeld in artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Bij beschikking van 7 juli 2025 is de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn subsidiaire verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader. Bij beschikkingen van 7 juli 2025 en 2 september 2025 is op de zelfstandige verzoeken van de moeder beslist. Thans resteert nog een beslissing op het primaire en het meer subsidiaire verzoek van de vader, alsmede op het verzoek van de vader om hem mede met het gezag over de kinderen te belasten.

Ter zitting is door en namens de vader het volgende naar voren gebracht. Bij beschikking van 2 september 2025 zijn de verzoeken van de vader aangehouden tot 1 juli 2026 met een duidelijke opdracht van de rechtbank. Op verzoek van de moeder is de mondelinge behandeling nu maanden naar voren gehaald. De vader is het hier niet mee eens. De opdracht aan de GI moet doorlopen worden, alvorens er een eindbeslissing op de nog openstaande verzoeken kan worden genomen. De vader verzoekt daarom de zaak aan te houden naar de oorspronkelijke pro-forma datum, dan wel aan te houden tot 18 april 2026, de einddatum van de lopende ondertoezichtstelling. Het is verontrustend dat de kinderen de vader zien als monster. Er is immers al jarenlang geen contact meer. [voornaam minderjarige 2] heeft zelf geen actieve herinnering aan haar vader. Het is van belang dat inzichtelijk wordt welke invloed de moeder en haar netwerk hebben op deze situatie. Er is nog steeds sprake van een ontwikkelingsbedreiging. De rechtbank heeft niet voor niets vorige maand de ondertoezichtstelling verlengd. Het ligt in de verwachting dat deze maatregel verder verlengd gaat worden. De afgelopen vijf jaar is het niet gelukt om stappen te zetten. De sleutel ligt bij de ouders. Met inzet van hulpverlening moet het negatieve vaderbeeld worden omgezet naar een neutraal vaderbeeld. Als er een neutraal vaderbeeld is ontstaan, kan gewerkt worden aan contactherstel, desnoods met een schriftelijke aanwijzing aan de moeder. Op het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag kan nu wel worden beslist. Dit verzoek moet worden gezien als een apart verzoek, naast het primaire en (meer) subsidiaire verzoek. De vader kan op die wijze meer betrokken worden in het hulpverleningstraject. Nu moet hij het doen met de uiterst summiere informatie die hij van de moeder ontvangt. Er moet iets doorbroken worden. De vader zou het niet kunnen verkroppen om de kinderen onbehandeld achter te laten. Er moet gelijkwaardig ouderschap komen. De rust die nu wordt geadviseerd zal schijnrust betekenen. De ommezwaai die de instanties nu maken, kan de vader niet volgen en is ook schadelijk voor de kinderen. Het bijltje wordt er nu bij neer gegooid, terwijl er nog van alles kan worden ingezet, te beginnen met systeemtherapie voor de moeder waarbij de vader op een later moment kan aansluiten. De kinderen zouden hulpverleningsmoe zijn. De vader vraagt zich af wat er dan feitelijk aan hulpverlening is ingezet. De vader mist een onderbouwing in het verslag van de bijzondere curatoren waarom er geen andere opties meer zijn. Aan hun advies dient voorbij gegaan te worden.

4. De standpunten

Namens en door de moeder is ter zitting aangegeven dat de verzoeken van de vader moeten worden afgewezen. Uit het verslag van de bijzondere curatoren komt een duidelijk beeld naar voren. Het heeft geen zin om de verzoeken van de vader nog langer aan te houden. Er moet rust komen. De moeder vreest wel dat dit niet gaat gebeuren, omdat de vader al heeft aangegeven dat hij zal blijven strijden voor de kinderen. De kinderen willen rust. Hun koppies zitten te vol op dit moment. Gezamenlijk gezag is niet in het belang van de kinderen. [voornaam minderjarige 1] geeft dat ook zelf aan. Zo wil hij niet dat zijn vader weet waar hij naar school gaat. Pas toen de ouders uit elkaar gingen, kwam er bij [voornaam minderjarige 1] van alles uit. Hij ging steeds meer vertellen. Het zit bij hem heel diep wat er is gebeurd. De vader blijft echter ontkennen wat is voorgevallen en betwist ook dat er sprake is van PTSS bij [voornaam minderjarige 1] . De moeder houdt zich aan haar informatieplicht. De moeder geeft [voornaam minderjarige 1] ook de ruimte om contact te hebben met zijn vader. Mocht hij bijvoorbeeld aangeven te willen bellen met de vader, dan zou de moeder dat faciliteren. Tussen de ouders zijn slechte dingen gebeurd, maar het is niet zo dat de moeder vindt dat de kinderen slechte dingen over hun vader moeten horen. De moeder staat open voor therapie. Gelet op de verstandhouding zou zij de voorkeur geven aan individuele therapie boven gezamenlijke therapie met de vader. De moeder vreest dat door gezamenlijk gezag de verstandhouding tussen haar en de kinderen in het gedrang zal komen en de vader zijn gezag op negatieve wijze zal inzetten. Behalve de vader zet iedereen in op rust voor de kinderen. Gelet op de slechte verstandhouding tussen de vader en de moeder zou gezamenlijk gezag alleen maar discussies en procedures opleveren. De moeder vindt het onterecht dat er een beeld wordt geschetst dat zij de kwade genius is in dit alles. De verantwoordelijkheid voor de huidige situatie kan niet bij één ouder worden neergelegd.

De bijzondere curator heeft ter zitting naar voren gebracht dat onduidelijk is waarom de hoofdjes van de kinderen zo vol zitten. [voornaam minderjarige 1] verstart en verstijft als er met hem over zijn vader wordt gepraat. Hij kan vrijwel niets positiefs benoemen over zijn vader. [voornaam minderjarige 1] is heel bang over wat er kan gaan gebeuren. Er is immers met hem in de procedure gesproken over mogelijke scenario’s, waaronder een neutrale plaatsing. [voornaam minderjarige 2] loopt achter haar broer aan. Zij zegt dat de vader [voornaam minderjarige 1] heeft pijn gedaan. Op de huidige wijze blijven doorgaan roept alleen maar meer weerstand op. De kinderen zullen de vader dan helemaal van zich af duwen. De vader is geen monster, maar zo voelen de kinderen dat op dit moment wel. Er zit geen ruimte meer bij de kinderen voor eventuele hulpverleningstrajecten, zij kunnen het niet meer opbrengen. Hopelijk ontstaat er op den duur nieuwsgierigheid naar hun vader als de kinderen rust ervaren. Hard ingrijpen zoals bijvoorbeeld de orthopedagoog van Pantser adviseert gaat niets opleveren. De enige veiligheid die zij ervaren, te weten die hun moeder hen biedt, wordt dan onder hun voeten weggeslagen. Alle scenario’s, zoals een wijziging hoofdverblijfplaats en een uithuisplaatsing, hebben de bijzondere curatoren de revue laten passeren. Drie tot vier jaar geleden waren dat wellicht nog opties geweest, inmiddels niet meer. Alle volwassenen om de kinderen heen, behoudens de vader, hebben het te lang laten liggen. Als de vader mede met het gezag zou worden belast zou dat wederom tot belasting van de kinderen leiden. Gezamenlijk gezag zal namelijk ongetwijfeld tot meer procedures leiden, waar de kinderen weer in betrokken zullen worden.

Ter zitting heeft de GI zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken van de vader moeten worden afgewezen en de kinderen rust moeten krijgen. De GI begrijpt de frustraties van de vader. Wat er allemaal in het verleden anders had gekund, daar is echter nu niets meer aan te doen. Er moet gekeken worden naar de huidige stand van zaken en de mogelijkheden die er nu zijn. De vader kan in ieder geval aantonen dat hij er alles aan gedaan heeft. Wat de GI betreft is het moment nu gekomen dat de vader [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ruimte geeft, zodat hij uiteindelijk wel een rol in hun leven kan gaan spelen. Het werkt niet op de huidige manier. Het beeld dat [voornaam minderjarige 1] van zijn vader heeft is inmiddels zo verhard, dat ingrijpen via een plaatsing in een neutraal pleeggezin of een plaatsing bij de vader geen reële optie meer is. Er zit enorm veel spanning bij [voornaam minderjarige 1] en hij heeft ook weinig vertrouwen meer in de mensen om hem heen. Zijn zusje wordt daarin meegenomen. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] kunnen ook niet uit elkaar worden getrokken, dat zou enorm schadelijk voor hen zijn. Zij doen het verder redelijk goed op sociaal gebied. Zij hebben vriendjes en vriendinnetjes. De vader is echter een onderwerp waar niet eens bij in de buurt mag worden gekomen. De kinderen moet worden geboden waar zij letterlijk om schreeuwen: rust. De GI vindt het van belang dat [voornaam minderjarige 1] traumatherapie krijgt zodra hij daar ruimte voor heeft. De ouders moeten aan zichzelf werken en aan de slag gaan met de frustraties naar elkaar. Het gedwongen kader is daar niet voor. Het wijkteam kan dat monitoren.

De Raad heeft ter zitting aangegeven dat het advies van de bijzondere curatoren wordt onderschreven, ook al heeft de Raad eerder geadviseerd dat moet worden ingezet op contactherstel. De vraag is namelijk hoe dat bereikt kan worden. Uit het verslag komt duidelijk naar voren dat de kinderen op slot zitten. Met verhoging van de druk door inzet op contactherstel wordt dat niet opgelost. De ouders zouden met elkaar de situatie moeten verbeteren. De moeder zou ook meer ruimte moeten gaan ervaren om de vader toe te laten, bijvoorbeeld door middel van systeemtherapie. Voor [voornaam minderjarige 1] zou traumatherapie gewenst zijn. Deze uitkomst is vreselijk voor de vader, maar ook voor de kinderen. Een negatief vaderbeeld is niet goed voor hen. Als de vader echter zijn doel wil bereiken, dan adviseert de Raad de vader om juist een stapje terug te doen.

5. De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de toelichting ter zitting begrijpt de rechtbank dat de vader verzoekt om de ouders met gezamenlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te belasten.

Ingevolge artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen,

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat aan de uitzonderingsgrond van het hiervoor genoemde lid 2 onder a wordt voldaan en overweegt daartoe als volgt.

Het oorspronkelijke verzoek van de vader is op 11 februari 2020 ingediend. Daaruit komt naar voren dat er op dat moment geen sprake was van enige communicatie tussen de vader en de moeder. Inmiddels zijn er bijna zes jaren verstreken en zijn er diverse juridische procedures gevoerd. De rechtbank constateert dat er thans nog steeds geen sprake is van enige constructieve communicatie tussen de vader en de moeder, dat zij nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan en geen dan wel onvoldoende besef lijken te hebben dat zij ook een gezamenlijk belang hebben, te weten het welzijn van hun kinderen.

De rechtbank constateert dat het verzoek van de vader, na aanvankelijke behandeling door de rechtbank Den Haag, op de zittingen van de enkelvoudige dan wel meervoudige kamer van 13 december 2021, 18 januari 2022, 30 augustus 2022, 29 september 2022, 7 februari 2023, 16 december 2024, 11 februari 2025, 8 april 2025, 7 juli 2025 en 2 september 2025 is behandeld. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in ieder geval de volgende interventies zijn geprobeerd: Horizon Rotterdams Omgangshuis, forensische mediation, omgangsbegeleiding via Enver, ouderbegeleiding via PKJP, ouderschap na scheiding via Timon en systeemtherapie. Deze interventies zijn of niet aangevangen of niet afgerond.

Sinds 18 januari 2022 loopt er wegens een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen een ondertoezichtstelling, die sindsdien steeds is verlengd. Alle pogingen ten spijt hebben de afgelopen jaren alleen maar geleid tot een verdere verharding in de opstelling van de vader en de moeder naar elkaar. Er is geen enkele opening gevonden om de ernstig verstoorde ouderrelatie te kunnen verbeteren.

Op grond van de ernstige communicatieproblematiek tussen de vader en de moeder en de houding ten opzichte van elkaar, waar zelfs nog geen begin van vertrouwen in elkaar te bespeuren is, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar risico dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] klem of verloren zullen raken tussen de vader en de moeder indien zij gezamenlijk het gezag zouden uitoefenen. Daarbij acht de rechtbank de kans groot dat gezamenlijk gezag de juridische strijd tussen de ouders verder zal aanwakkeren, hetgeen ook weer een belasting zal vormen voor de kinderen omdat zij - gelet op hun leeftijd - daarin betrokken zullen moeten worden. De rechtbank verwacht niet dat met verdere interventies zodanige resultaten zullen worden geboekt dat de situatie tussen de vader en de moeder zo ver zal verbeteren dat tot een andere beslissing kan worden gekomen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader tot het belasten van de ouders met het gezamenlijk gezag afwijzen.

Nu de rechtbank het verzoek van de vader tot het belasten van de ouders met het gezamenlijk gezag zal afwijzen en de moeder aldus eenhoofdig belast blijft met het gezag over de kinderen, komt de rechtbank niet toe tot de beoordeling van het primaire verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen als bedoeld in artikel 1:253a lid 2 onder b BW. De rechtbank zal de vader, omdat hij niet mede het gezag zal krijgen, niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek.

De rechtbank zal ook het meer subsidiaire verzoek van de vader, naar de rechtbank begrijpt tot vaststelling van een omgangregeling op grond van artikel 1:377a BW, afwijzen.

Onder verwijzing naar en in aanvulling op haar overwegingen onder 5.4., 5.5. en 5.6. licht de rechtbank deze beslissing als volgt nader toe.

Bij de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is geen enkel draagvlak voor contact met de vader. De rechtbank krijgt op basis van het dossier sterk de indruk dat de moeder om haar moverende redenen, die naar het oordeel van de rechtbank niet geheel objectief invoelbaar zijn, het tot stand brengen van het contact met de vader de afgelopen jaren stelselmatig heeft tegengewerkt en in negatieve zin over de vader heeft gesproken. Opmerkelijk is dat ook [voornaam minderjarige 2] absoluut geen contact wil met haar vader, terwijl deze wens niet of nauwelijks gebaseerd kan zijn op eigen negatieve ervaringen met hem. [voornaam minderjarige 2] heeft haar vader immers sinds haar tweede jaar niet meer gezien. De rechtbank acht dit een kwalijke gang van zaken en allerminst in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . De rechtbank acht het echter ook niet langer in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] om de omgang tussen hen en de vader te forceren. De harde realiteit is dat zij hun vader in 2019 voor het laatst fysiek hebben gezien en feitelijk niet (meer) kennen. Binnen de ondertoezichtstelling heeft eenmalig een belcontact tussen de vader en [voornaam minderjarige 2] plaatsgevonden, dat niet succesvol is verlopen. Beide kinderen geven nadrukkelijk en herhaaldelijk aan geen contact met de vader te willen. Zij zijn hun vader als monster gaan zien. De rechtbank ziet gelet op het verslag van de bijzondere curatoren geen realistische mogelijkheden meer om op dit moment het tij nog te keren. Alle interventies tot nu toe hebben alleen maar averechts gewerkt en het verder forceren van contactherstel zal naar het oordeel van de rechtbank alleen maar contraproductief werken, de weerstand van de kinderen verder voeden en hen in die zin verder beschadigen. Aanhouding van het verzoek, zoals door de vader verzocht, heeft ook daarom ook geen zin meer.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat omgang met de vader op dit moment ernstig nadeel zal opleveren voor de geestelijke ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en in strijd is met hun belangen. Het verzoek van de vader om een omgangregeling met [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te bepalen zal daarom worden afgewezen.

De rechtbank wil benadrukken dat, hoewel de moeder en/of de vader dit mogelijk anders zullen zien, deze procedure alleen maar verliezers kent. De grootste verliezers zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Ook al zou er jaren geleden een geweldsincident tussen de vader en [voornaam minderjarige 1] hebben plaatsgevonden en/of tussen de vader en de moeder sprake zijn geweest van huiselijk geweld, dan nog billijkt dat naar het oordeel van de rechtbank niet een dergelijk eendimensionaal uiterst negatief vaderbeeld. Illustratief is dat de moeder desgevraagd ter zitting, hoewel zij uit een jarenlange relatie met de vader deze twee kinderen heeft gekregen, nauwelijks een voorbeeld kon geven van een positief moment dat zij als gezin hebben beleefd. Het ontbreken van enig positief beeld van hun vader en hem zelfs zien als een monster zal consequenties hebben voor het zelfbeeld en de identiteitsontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Daarentegen zal verdere druk op de kinderen uitoefenen om contactherstel met hun vader aan te gaan zonder emotionele toestemming van hun moeder, met wie zijn een drie-eenheid vormen, gezien de huidige stand van zaken ook schadelijk voor hen zijn. Het is in die zin kiezen tussen twee kwaden, waar de weegschaal voor de rechtbank na een procedure van zes jaar doorslaat naar rust voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Dit zal helaas ten koste gaan van contactherstel tussen de vader en de kinderen. Hoe zeer dat ook voor de rechtbank een onbevredigende uitkomst is, blijkt ook uit het aantal keren dat de rechtbank de beslissing op de verzoeken van de vader heeft aangehouden om een doorbraak in de impasse te bewerkstelligen. De rechtbank moet constateren dat zij geen instrumenten heeft om het onderliggende diepgewortelde emotionele conflict op te lossen.

De rechtbank begrijpt dat de vader gefrustreerd zal zijn over de beslissing, maar roept de vader op om zijn emotionele uitlating ter zitting, dat hij voor de kinderen zal blijven strijden, te heroverwegen. Zoals uit het voorgaande kan worden afgeleid, hebben de afgelopen zes jaren van juridische strijd de vader, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niets positiefs opgeleverd.

De rechtbank roept de moeder op om in therapie te gaan, zodat zij met haar eigen angsten, zorgen en weerstand jegens de vader aan de slag gaat en zij zich er bewust van wordt dat zij die niet op haar kinderen moet projecteren. De moeder houdt ongetwijfeld veel van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] en wil hen beschermen, maar het bieden van emotionele veiligheid is ook een belangrijk onderdeel van een goede moeder zijn voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Zij hebben dat nodig bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen, hun zelfbeeld en bij het opbouwen van positieve relaties.

De rechtbank roept de GI op om, in ogenschouw nemend dat het bij de GI in de afgelopen jaren nog wel eens heeft ontbroken aan daadkracht, nog alles op alles te zetten om de kinderen tijdens de lopende maatregel nog zoveel mogelijk te ondersteunen, zoals door het in gang zetten van traumatherapie voor [voornaam minderjarige 1] en speltherapie voor [voornaam minderjarige 2] , als zij daar aan toe zijn.

Ten slotte kan de rechtbank alleen de hoop uitspreken, zoals ook de bijzondere curatoren, de Raad en de GI dat doen, dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , zodra zij geen druk meer ervaren vanuit de instanties en vanuit hun vader en moeder, open zullen staan voor contactherstel met hun vader, die een wezenlijk onderdeel vormt van hun bestaan.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek van de vader tot het belasten van de ouders met het gezamenlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ;

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen;

wijst de overige verzoeken van de vader, voor zover daar niet eerder op is beslist, af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.I. van der Does, voorzitter, tevens kinderrechter mr. G.M. Paling en J.S. van den Berge, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026, in aanwezigheid van mr. V.A. Versloot als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.I. van der Does

Griffier

  • mr. V.A. Versloot als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?