ECLI:NL:RBROT:2026:2603

ECLI:NL:RBROT:2026:2603

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 11979811 VZ VERZ 25-6974
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De kantonrechter stelt de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11979811 VZ VERZ 25-6974

datum uitspraak: 17 maart 2026

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[werkneemster]

woonplaats: [woonplaats] ,

verzoekster,

hierna: werkneemster,

gemachtigde: mr. Ph. Ekering,

tegen

[werkgever] , die handelt onder de naam [bedrijf J],

woonplaats: [woonplaats] ,

verweerder,

hierna: werkgever,

gemachtigde: mr. D. Uygul-van Dam.

1. De beoordeling

De kantonrechter heeft in haar tussenbeschikking van 2 maart 2026 het voornemen geuit aan de Hoge Raad deze prejudiciële vraag te stellen:

bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?

De achtergrond hiervan is, zoals staat in de tussenbeschikking, het volgende. Tussen 27 juli 2025, toen de loondoorbetalingsverplichting van werkgever na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werkneemster eindigde, en 21 augustus 2025, is sprake geweest van een slapend dienstverband. Een slapend dienstverband is de periode waarin het dienstverband nog niet is geëindigd, maar waarin de arbeidsongeschikte werknemer geen recht op loon en geen re-integratieverplichtingen meer heeft. Werkneemster vraagt om uitbetaling van vakantiedagen die zij tijdens dit slapend dienstverband opgebouwd heeft.

Een antwoord op de prejudiciële vraag is nodig om op het verzoek van werkneemster in deze zaak te beslissen. Daarnaast is een antwoord op deze vraag rechtstreeks van belang voor een veelheid nog te verwachten zaken, die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en oorzaken. Er ontstaat namelijk in veel gevallen aan het einde van de periode van twee jaar ziekte een slapend dienstverband, omdat de werkgever toestemming voor ontslag moet vragen aan het UWV en deze procedure enige tijd duurt, waarna de werkgever ook nog een opzegtermijn in acht moet nemen. Deze problematiek speelt ook bij arbeidsrelaties waarin een slapend dienstverband langere tijd doorloopt omdat de werkgever niet tot beëindiging van het dienstverband overgaat (en de werknemer pas op een later moment een Xella-verzoek doet).

Het is de kantonrechter bekend dat over de vraag of vakantiedagen worden opgebouwd tijdens een slapend dienstverband inmiddels meerdere procedure zijn gevoerd. Een aantal van deze zaken is geëindigd in een schikking. In zes beschikkingen van kantonrechters is het tot (deels tegenstrijdige) uitspraken gekomen:

Kantonrechter Nijmegen 5 juni 2024:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:3780

Kantonrechter Arnhem 12 augustus 2025:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:7054

Kantonrechter Groningen 19 december 2025:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5517

Kantonrechter Dordrecht 5 februari 2026:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1215

Kantonrechter Utrecht 18 februari 2026:

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:688

Kantonrechter Rotterdam 24 februari 2026

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1852

Ook de literatuur is verdeeld. Naar verwachting zal over dit onderwerp nog veel vaker worden geprocedeerd, tot de Hoge Raad uitsluitsel geeft over de vraag of vakantiedagen worden opgebouwd tijdens een slapend dienstverband. Navraag bij de hoven leert, dat over dit onderwerp op dit moment nog geen zaken aanhangig zijn.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voornemen een prejudiciële vraag te stellen en over de inhoud van de te stellen vraag. Beide partijen hebben laten weten in te stemmen met het stellen van een prejudiciële vraag en met de formulering daarvan. Werkgever schrijft dat hij het belang van de vragen aan de Hoge Raad onderschrijft, voor de uitkomst van deze procedure en ook het belang van de vraag in het algemeen voor de rechtsontwikkeling/rechtspraktijk. Werkneemster heeft het voorbehoud gemaakt dat de zaak voor wat betreft de ook in de tussenbeschikking gegeven bewijsopdracht niet stil moet komen te liggen tijdens de procedure bij de Hoge Raad. Zou de zaak wel ‘geparkeerd’ worden tijdens de procedure bij de Hoge Raad, dan trekt werkneemster haar verzoek tot uitbetaling van de vakantiedagen in. Dit scenario is wat de kantonrechter betreft niet aan de orde. Zoals in de tussenbeschikking al is beslist, gaat de procedure bij de rechtbank wat de bewijsopdracht betreft door. De bewijslevering over de lengte/aanvangsdatum van het dienstverband van werkneemster, staat los van de vraag over de vakantiedagen tijdens het slapende dienstverband.

De kantonrechter stelt vast dat partijen geen bezwaar hebben tegen het stellen van een prejudiciële vraag en/of tegen de formulering van die vraag De kantonrechter vraagt de Hoge Raad die prejudiciële vraag te beantwoorden.

2. De beslissing

De kantonrechter:

vraagt de Hoge Raad om de volgende prejudiciële vraag te beantwoorden:

bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?

vraagt de griffier een kopie van deze beschikking en van de tussenbeschikking van 2 maart 2026 naar de Hoge Raad te sturen;

vraagt de griffier kopieën van de andere stukken in deze zaak naar de Hoge Raad te sturen, als de griffier van de Hoge Raad daar om vraagt;

houdt de beslissing over de vakantiedagen aan tot de prejudiciële vraag is beantwoord en partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten;

verwijst wat de verdere voortgang van deze procedure betreft naar de tussenbeschikking van 2 maart 2026;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

686

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?