ECLI:NL:RBROT:2026:2631

ECLI:NL:RBROT:2026:2631

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 10-287401-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens met munitie, mishandeling van een politieagent en het overtreden van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW). Vrijspraak voor poging zware mishandeling van een politieagent. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.287401.25

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Datum zitting: 25 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode 1] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. L.E. Versluis

Officier van justitie: mr. H.H. Balk

Benadeelde partij: [benadeelde]

Gemachtigde van de benadeelde partij: T.J.M. Vervoorn

Kern van het vonnis

Veroordeling voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens met munitie, mishandeling van een politieagent en het overtreden van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW). Vrijspraak voor poging zware mishandeling van een politieagent. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 15 oktober 2025 in Rotterdam twee vuurwapens met munitie voorhanden heeft gehad, geprobeerd heeft zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan een politieagent door weg te rijden terwijl de politieagent zijn auto vasthield en dat hij in ernstige mate de verkeersregels heeft geschonden.

De volledige tenlastelegging staat in bijlage 1.

2. Bewijs / Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle (primaire) feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 2 en het primair ten laste gelegde onder feit 3. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 en het subsidiair ten laste gelegd onder feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak poging zware mishandeling

De poging zware mishandeling waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen, omdat de rechtbank onvoldoende kan vaststellen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan bij de politieagent. Dat de politieagent ongeveer twee meter werd meegesleurd doet hier niet aan af. Hierbij weegt de rechtbank mee dat niet kan worden vastgesteld wat de concrete snelheid van de verdachte bij het wegrijden is geweest. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte op 15 oktober 2025 te Rotterdam zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens met bijbehorende munitie, het mishandelen van een politieagent en het vertonen van zeer gevaarlijk rijgedrag.

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

De bewezenverklaring van feit 2 (subsidiair) en 3 (primair) is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

6. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat ik op 15 oktober 2025 te Rotterdam gas heb gegeven met mijn auto, een Volkswagen met het kenteken [kentekennummer] , terwijl er politieagenten naast mijn auto stonden. Een politieagent op de fiets vroeg aan de bestuurderszijde via mijn raam om mijn rijbewijs en ik ben toen opgetrokken en weggereden. U houdt mij voor dat ik vervolgens via de Mathenesserlaan, Nieuwe Binnenweg, Batavierenstraat en de Diergaardesingel ben opgereden. Dat klopt en het klopt ook dat ik in tegengestelde richting een straat inreed en voetgangers bij een voetgangersoversteekplaats achteruit liepen. Ik ben ook half over het trottoir gereden om een auto te passeren.

7. Proces-verbaal van de politie, verklaring verbalisant [getuige 1]Op woensdag 15 oktober 2025 bevond ik, [getuige 1] , mij op de Mathenesserlaan met de kruising van ’s-Gravendijkwal op een fiets in politie-uniform. Ik fietste naar het voertuig en hield het portier van het voertuig vast. Dit deed ik door mijn hand in het open raam van de bestuurdersportier te leggen. Op dat moment voelde, hoorde en zag ik dat de betrokkene met hoge snelheid wegreed terwijl ik het voertuig nog vast had. Ik hoorde namelijk dat de verdachte hard gas gaf waardoor de toeren hoog opliepen. Hierdoor werd ik enkele meters meegesleurd. Ik voelde dat ik hard met mijn fiets ten val kwam en op het wegdek terecht kwam. Tijdens de val heb ik enkele verwondingen opgelopen waaronder enkele schaafwonden en een pijnlijke knie.

Dit proces-verbaal is opgemaakt door [getuige 1] , werkzaam als Buitengewoon

opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid Rotterdam.

8. Proces-verbaal van de politie, verklaring verbalisant [getuige 2]Op 15 oktober 2025 spraken wij te Rotterdam een bestuurder aan in een Volkswagen Polo. Ik zag dat verbalisant [getuige 1] van zijn fiets af wilde stappen en tegelijkertijd de deur van de bestuurder vasthield. Ik hoorde dat de toeren van de personenauto omhoog

gingen, ik zag dat de personenauto naar voren reed. Ik zag dat verbalisant [getuige 1]

met zijn hand in het voertuig zat en de deur van de personenauto vasthield waardoor

hij ongeveer 2 meter werd meegesleurd door de personenauto. Ik zag dat verbalisant

[getuige 1] daardoor ten val kwam samen met zijn fiets. Ik zag dat de verdachte spookrijdend reed richting de Mathenesserlaan kruising Nieuwe Binnenweg.

9. Proces-verbaal van de politie, verklaring verbalisant [getuige 3]Op 15 oktober 2025 controleerden wij te Rotterdam een Volkswagen met het kenteken [kentekennummer] . Verbalisant [getuige 1] stelde vragen aan de bestuurder. Ik zag dat de verdachte met hoge snelheid naar voren reedt en rechts de Mathenesserlaan op reedt. Ik zag dat verbalisant [getuige 1] op de grond terecht kwam. Ik zag dat de verdachte op de andere kant van de weg spookrijdend met hoge snelheid de voertuigen links inhaalde. Ik zag dat er onderweg burgers die aan het oversteken waren op een voetganger oversteek plaats op de Mathenesserlaan moesten op een rustige manier moesten wegstappen voor het voertuig dat daar met hoge snelheid over heen reedt.

Bewijsmotivering

Op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde op zitting staat vast dat de verdachte op 15 oktober 2025 in het centrum van Rotterdam in zijn auto werd gecontroleerd door drie politieagenten op de fiets. De verdachte heeft op zitting verklaard dat de politieagent zijn rijbewijs vroeg en dat hij toen gas heeft gegeven en is weggereden. Hij reed weg van de politie omdat hij een wapen in zijn auto had liggen. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte niet door heeft gehad dat de politieagent zijn voertuig vasthad. Hierdoor heeft de verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de politieagent daardoor ten val zou komen en letsel zou oplopen. De rechtbank stelt echter vast dat de verdachte zich wel bewust is geweest van het feit dat drie politieagenten naast zijn auto stonden, hij door één van hen werd aangesproken en met deze politieagent in gesprek was. De politieagent stond met zijn fiets vlak naast de auto van de verdachte. De verdachte heeft toen bewust de keuzegemaakt om met zijn auto hard op te trekken en met een hoge snelheid weg te rijden. De rechtbank oordeelt dat de verdachte hierdoor bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de politieagent lichamelijk letsel zou oplopen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het mishandelen van de politieagent.

Onder feit 3 primair wordt de verdachte zeer gevaarlijk rijgedrag in de zin van artikel 5a WVW verweten. Voor een bewezenverklaring van dit feit moet worden beoordeeld of de verdachte met het in de bewijsmiddelen vastgestelde verkeersgedrag: (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan, en (d) dat daardoor gevaar te duchten was voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

(a) schending verkeersregels

De verdachte heeft op klaarlichte dag in het centrum van Rotterdam in één rit verschillende verkeersregels als bedoeld in artikel 5a, lid 1, sub b, f, j en m WVW overtreden. Hij heeft met snelheid binnen de bebouwde kom tegen het verkeer in gereden, geen voorrang verleend aan voetgangers op een zebrapad en gevaarlijk ingehaald.

(b) in ernstige mate

De verdachte heeft de verkeersregels in ernstige mate geschonden. De verdachte was door de politieagenten op de fiets niet bij te houden en reed op klaarlichte dag in het drukke stadscentrum van Rotterdam gevaarlijk. Andere verkeersdeelnemers, met name fietsers en voetgangers, kunnen daarop niet goed anticiperen. Daarnaast heeft hij spookgereden en moesten voetgangers uitwijken voor de verdachte. Dit levert een combinatie op van meerdere ernstige gedragingen.

(c) opzettelijk

De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij aan de politie wilde ontkomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte de verkeersregels opzettelijk heeft geschonden en dat zijn opzet ook gericht was op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.

(d) gevaar te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen

In het algemeen is het voorzienbaar dat een gevaarlijke situatie ontstaat als een auto op klaarlichte dag met snelheid binnen de bebouwde kom in het centrum van een drukke stad rijdt, spookrijdt, gevaarlijk inhaalt en een zebrapad negeert, waardoor voetgangers moesten wegstappen. Dat de voetgangers – voor wat betreft dit laatste – op een rustige wijze de auto van de verdachte hebben kunnen ontwijken doet aan het gevaarzettend karakter van het gedrag van de verdachte niet af. Daarmee staat vast dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel van anderen te duchten viel.

Uit het voorgaande onder (a) t/m (d) volgt dat verdachte zich met zijn verkeersgedrag schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 primair ten laste gelegde overtreding van artikel 5a WVW.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1:

hij op 15 oktober 2025 te Rotterdam meerdere, wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een revolver, van het merk Glock, model 43x, kaliber 9x19mm en voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 9x19mm en

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een revolver, van het merk Taurus, model .357 Magnum, kaliber 0.357 Magnum en voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 6 kogelpatronen, kaliber 0.357 magnum, voorhanden heeft gehad;

Feit 2 subsidiair:

hij op 15 oktober 2025 te Rotterdam een politieagent van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [getuige 1] , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft mishandeld, door hard op te trekken en weg te rijden met zijn, verdachtes, personenauto terwijl die [getuige 1] de deur van zijn, verdachtes, personenauto had vastgepakt en vervolgens die [getuige 1] een paar meter mee te sleuren met zijn, verdachtes, personenauto waardoor die [getuige 1] ten val is gekomen;

Feit 3 primair:

hij op 15 oktober 2025 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de weg, Mathenesserlaan en 's-Gravendijkwal en Nieuwe Binnenweg en Sint-Mariastraat en Batavierenstraat en Diergaardesingel, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- gevaarlijk in te halen en

- in tegengestelde richting/spook te rijden en

- een voetgangersoversteekplaats, waar op dat moment voetgangers overstaken, te negeren en

- met een hoge snelheid te rijden,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

Feit 2 subsidiair:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

Feit 3 primair:

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaren. Hierbij moeten de bijzondere voorwaarden worden opgelegd die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast moet een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de verdachte enkel een straf op te leggen voor het verboden vuurwapenbezit, en daarvan een deel voorwaardelijk op te leggen. De verdachte staat open voor hulp en heeft in een vroeg stadium openheid van zaken gegeven.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal ernstige feiten. Hij heeft twee vuurwapens met bijbehorende munitie voorhanden gehad. De verdachte heeft het tweede vuurwapen aangeschaft omdat hij het eerste vuurwapen kwijt was. Dit vindt de rechtbank zeer zorgelijk. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt daarnaast ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich. De verdachte werd gecontroleerd door drie politieagenten op de fiets en is weggereden terwijl een politieagent zijn auto nog vasthield. De politieagent is hierdoor ten val gekomen en heeft meerdere schaafwonden opgelopen. Tijdens het wegrijden heeft de verdachte gevaarlijk gereden en in korte tijd een reeks aan verkeersovertredingen gepleegd. Dat er geen verdere verkeersongevallen hebben plaatsgevonden, is meer geluk dan dat dit aan het gedrag van de verdachte te danken is.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 11 februari 2026 staat het volgende. Een oploop aan problemen op verschillende leefgebieden lijkt te hebben geleid tot het tenlastegelegde. De situatie van de verdachte is verergerd door zijn middelenproblematiek. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld. De verdachte erkent de instabiliteit op meerdere leefgebieden en is bereid daaraan te werken. Hij is gestopt met het drinken van alcohol, kan bij zijn moeder terecht na detentie (mits hij geen alcohol drinkt) en gaat werk zoeken. De relatie met zijn moeder wordt door de reclassering gezien als beschermende factor. De reclassering vindt ambulante behandeling, een alcoholverbod en de verplichte inspanning tot het vinden van dagbesteding nodig om de kans op recidive te verminderen.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft in 2018 een bedrijfsongeval gehad waarbij zijn linkerbeen is verbrijzeld. Dit is voor de verdachte het moment geweest dat zijn leven bergafwaarts ging en hij verslaafd raakte aan alcohol. Momenteel heeft hij nog steeds last van zijn been, kan hij niet meer sporten en kan hij geen fysiek werk uitoefenen. De verdachte geeft aan dat hij in detentie is afgekickt van alcohol en dat hij dit kan volhouden. Hij weet dat dit de laatste kans is die hij van zijn moeder zal krijgen.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden drie maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. Het voorwaardelijke strafdeel fungeert op deze manier als stok achter de deur om met de hulp en begeleiding aan de slag te gaan en te stoppen met alcohol. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht, ambulante behandeling, alcoholverbod en dagbesteding.

Daarnaast zal de rechtbank, voor het zeer gevaarlijke rijgedrag en de mate van gevaarzetting die de verdachte daarmee heeft veroorzaakt, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden opleggen. Dit dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie om deze straf onvoorwaardelijk op de leggen omdat de verdachte zijn rijbewijs, gelet op zijn fysieke toestand, nodig zal hebben om een baan te vinden en te behouden.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij voor feit 2 een bedrag van € 750,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen tot een bedrag van

€ 750,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat vrijspraak is bepleit. Subsidiair wordt verzocht het bedrag te matigen tot € 500,-.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 2 subsidiair rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit). De rechtbank stelt vast dat het gaat om lichte schaafwonden. Ook is gekeken naar de Rotterdamse Schaal en is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 15 oktober 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal vijf (5) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 5a en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 subsidiair en 3 primair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf (12) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat drie (3) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen vijf werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaats] ;

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek en cognitieve vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3. de verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

4. de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden die hierboven zijn genoemd en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte voor feit 3 primair de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes (6) maanden;

bepaalt dat de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaar;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde] (feit 2 subsidiair), te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit een vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 2); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 2 subsidiair de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal vijf (5) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. J.A. Terstegge en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.

Mr. J.A. Terstegge is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Rotterdam meerdere, althans één, wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een revolver, van het merk Glock, model 43x, kaliber 9x19mm en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 9x19mm en/of

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een revolver, van het merk Taurus, model .357 Magnum, kaliber 0.357 Magnum en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 6 kogelpatronen, kaliber 0.357 magnum, voorhanden heeft gehad;

2 primair

hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een politieagent van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [getuige 1] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met zijn, verdachtes, personenauto hard heeft opgetrokken en/of is weggereden terwijl die [getuige 1] de deur van zijn, verdachtes, personenauto had vastgepakt en vervolgens die [getuige 1] een paar meter heeft meegesleurd met zijn, verdachtes, personenauto waardoor die [getuige 1] ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair

hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Rotterdam een politieagent van de politie Eenheid Rotterdam, te weten [getuige 1] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft mishandeld, door hard op te trekken en/of weg te rijden met zijn, verdachtes, personenauto terwijl die [getuige 1] de deur van zijn, verdachtes, personenauto had vastgepakt en vervolgens die [getuige 1] een paar meter mee te sleuren met zijn, verdachtes, personenauto waardoor die [getuige 1] ten val is gekomen;

3 primair

hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de weg, Mathenesserlaan en/of 's-Gravendijkwal en/of Nieuwe Binnenweg en/of Sint-Mariastraat en/of Batavierenstraat en/of Diergaardesingel, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- gevaarlijk in te halen en/of

- in tegengestelde richting/spook te rijden en/of

- een voetgangersoversteekplaats, waar op dat moment voetganger(s) overstaken, te negeren en/of

- met een (veel) te hoge snelheid te rijden,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

3 subsidiair

hij op of omstreeks 15 oktober 2025 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Polo met kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de weg, Mathenesserlaan en/of 's-Gravendijkwal en/of Nieuwe Binnenweg en/of Sint-Mariastraat en/of Batavierenstraat en/of Diergaardesingel,

- gevaarlijk heeft ingehaald en/of

- tegen de rijrichting in heeft gereden (spookrijden) en/of

- een voetgangersoversteekplaats, waar op dat moment voetgangers overstaken, heeft genegeerd en/of

- met een (veel) te hoge snelheid heeft gereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?