ECLI:NL:RBROT:2026:2635

ECLI:NL:RBROT:2026:2635

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer ROT 25/1847
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om extra kosten thuis. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit Papendrecht, eiser

VGZ Zorgkantoor B.V., VGZ

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/1847

(gemachtigde: S. Yürekli),

en

(gemachtigde: mr. A. Muradov).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor extra kosten thuis (EKT). VGZ heeft deze aanvraag met het besluit van 3 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 januari 2025 op het bezwaar van eiser is VGZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

VGZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.

Eiser heeft nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van VGZ.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor EKT. Op dit formulier heeft de gewaarborgde hulp verklaard dat eisers zorgbehoefte is toegenomen, omdat eiser niet meer woonachtig is bij zijn partner. Eiser heeft verklaard dat hij zorgverlener De Welzijnsdienst wil inzetten voor begeleiding individueel voor 10,45 uur per week. Op 7 augustus 2024 heeft VGZ om meer informatie gevraagd, namelijk een budgetplan en een uitgebreidere motivatie ten aanzien van de toename in de benodigde zorg. Op 22 augustus 2024 heeft eiser een budgetplan ingediend. Vervolgens heeft VGZ het primaire besluit genomen, welk besluit vervolgens wordt gehandhaafd met het bestreden besluit. VGZ heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de gevraagde onderbouwing en toelichting van de aanvraag niet is ontvangen, dat onvoldoende is aangetoond dat door een eventueel tekort aan budget een onverantwoorde situatie thuis ontstaat of zal ontstaan en dat niet is gebleken of is onderzocht of de huidige zorgverleners anders kunnen worden ingezet met minder uren of tegen een lagere prijs zodat er regulier pgb vrijkomt van waaruit de zorg kan worden ingezet. Verder heeft VGZ een belangenafweging gemaakt.

Te laat ingediende stukken en overige verzoeken

3. Eiser heeft op 19 januari 2026 een aanvullend beroepschrift met bijlagen ingediend. Dit is binnen de termijn van 10 dagen voor de zitting en daarmee te laat ingediend. De rechtbank voegt deze stukken desondanks toe aan het dossier, gelet op de door de gemachtigde van eiser genoemde redenen voor deze late indiening en omdat geen sprake is van strijd met de goede procesorde. Deze stukken zijn tijdens de zitting immers uitgebreid besproken en VGZ is ook in staat gebleken hier adequaat op te reageren.

Eiser heeft gevraagd om overlegging van het volledige dossier. De rechtbank constateert dat alle stukken die relevant zijn voor de beoordeling van het bestreden besluit aanwezig zijn. Eiser vraagt onder meer om stukken die verband houden met de afhandeling van door hem ingediende AVG-verzoeken, interne beleids- en afwegingskaders en stukken met betrekking tot meerzorg. Deze stukken zijn echter niet noodzakelijk voor de vaststelling van de relevante feiten met betrekking tot het bestreden besluit. Ook eisers stelling dat zijn AVG-verzoeken worden gefrustreerd doet niet ter zake, omdat dit los staat van het bestreden besluit en dus buiten de omvang van het geding valt. De rechtbank wijst ook het verzoek tot het oproepen en horen van getuigen af. Eiser heeft dit verzoek niet nader geconcretiseerd en niet onderbouwd. Daar komt bij dat niet is gebleken dat het horen van medewerkers van VGZ noodzakelijk zou zijn voor de vaststelling van de relevante en in geschil zijnde feiten.

De afwijzing van EKT

4. De beroepsgrond van eiser dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, slaagt niet. VGZ heeft afdoende gemotiveerd waarom eiser niet in aanmerking komt voor EKT. De gewijzigde woonsituatie en de stelling van eiser dat sprake is van een toegenomen zorgbehoefte zijn weergegeven in het bestreden besluit onder het kopje feiten en in de samenvatting van de bezwaargronden. Niet gebleken is dat dit buiten beschouwing is gelaten of dat de feitelijke situatie niet is beoordeeld. Ook is niet gebleken dat VGZ onvoldoende heeft onderzocht of de zorgbehoefte van eiser passend en toereikend kon worden opgevangen binnen het toegekende budget. VGZ is uitgegaan van wat eiser heeft verklaard op het aanvraagformulier, in het budgetplan en tijdens het (digitale) huisbezoek. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd niet kunnen toelichten waaruit de verhoogde zorgbehoefte van eiser nu precies bestond en is enkel gewezen op de informatie hierover die bij VGZ al bekend was.

Eiser doet een beroep op het vertrouwensbeginsel. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en, zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen. De stelling van eiser dat VGZ de mogelijkheid van EKT heeft besproken tijdens een huisbezoek maakt niet dat in dat gesprek toezeggingen zijn gedaan of gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat EKT zou worden toegekend na het indienen van een aanvraag. Daar komt bij dat eiser zelf ook in zijn beroepschrift meldt dat die mogelijkheid zou zijn besproken ‘op voorwaarde van aanvullende onderbouwing’.

VGZ heeft in het bestreden besluit een belangenafweging gemaakt. Volgens eiser heeft VGZ daarin onvoldoende meegewogen dat het voortzetten van noodzakelijke zorg in gevaar komt door het bestreden besluit. Eiser heeft dit standpunt echter niet onderbouwd. Het is niet gebleken dat de nadelige gevolgen van het bestreden besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Volgens eiser is ook sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat VGZ tegenstrijdige signalen heeft afgegeven, de afwijzing niet heeft gebaseerd op eerder benoemde vereisten en de overgelegde stukken niet zorgvuldig heeft beoordeeld. Eiser heeft dit standpunt echter niet verder onderbouwd.

Tot slot heeft eiser nog gewezen op besluiten die zijn genomen in 2025. Deze besluiten zien echter niet op de datum in geding en kunnen daarmee niet leiden tot een ander oordeel. Ook kan de beroepsgrond dat VGZ eiser niet heeft gewezen op meerzorg niet slagen. Er is immers geen rechtsregel die VGZ ertoe verplicht om eiser daar op te wijzen. Het is ook niet duidelijk geworden wat VGZ meer of anders had moeten onderzoeken.

5. Gelet op het voorgaande heeft VGZ de afwijzing van de aanvraag om EKT afdoende gemotiveerd en terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van J.G. Mierop, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?