ECLI:NL:RBROT:2026:2697

ECLI:NL:RBROT:2026:2697

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 10-148485-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

Cybercrime. De verdachte heeft zich samen met anderen op grote schaal schuldig gemaakt aan phishing fraude en daarbij ook deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had om misdrijven te plegen die verband houden met phishing fraude. Voorts is de verdachte binnengedrongen in een geautomatiseerd werk van twee personen ten gevolge waarvan cryptocurrency is weggenomen. Ook heeft de verdachte voorwerpen ter waarde van in totaal ongeveer € 750.000,- witgewassen en daarvan een gewoonte gemaakt. De verdachte heeft ook een digitale afbeelding van een vals/vervalst paspoort voorhanden gehad en tot slot heeft de verdachte een taser voorhanden gehad. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-148485-24

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 08-101643-23

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Datum zitting: 9 februari 2026 en 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode] te [plaatsnaam] ,

gedetineerd in de [detentieadres] .

Advocaat van de verdachte: mr. M. Berndsen

Officieren van justitie (hierna: officier van justitie): mrs. M.A.A. Smetsers en

A.K. Tiggelaar

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met anderen op grote schaal schuldig gemaakt aan phishing fraude en daarbij ook deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had om misdrijven te plegen die verband houden met phishing fraude. Voorts is de verdachte binnengedrongen in een geautomatiseerd werk van twee personen ten gevolge waarvan cryptocurrency is weggenomen.

Ook heeft de verdachte voorwerpen ter waarde van in totaal ongeveer € 750.000,- witgewassen en daarvan een gewoonte gemaakt.

De verdachte heeft ook een digitale afbeelding van een vals/vervalst paspoort voorhanden gehad en tot slot heeft de verdachte een taser voorhanden gehad.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - betrokken is geweest bij bank phishing op grote schaal, (gewoonte)witwassen, computervredebreuk, valsheid in geschrift met betrekking tot een vals/vervalst reisdocument en het voorhanden hebben van een taser. De volledige tenlastelegging staat in bijlage 1.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 4, van feit 5 voor zover dit ziet op

[naam 1] en van feit 6. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 5 voor zover dit ziet op [naam 2] en 7 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1, 2, 3 en 7 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

1. Proces-verbaal van de politie

2. Verklaring van de verdachte

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

6. Proces-verbaal van de politie

7. Proces-verbaal van de politie

8. Proces-verbaal van de politie

9. Proces-verbaal van de politie

10. Proces-verbaal van de politie

11. Proces-verbaal van de politie

12. Proces-verbaal van de politie

13. Proces-verbaal van de politie

14. Proces-verbaal van de politie

15. Proces-verbaal van de politie

16. Proces-verbaal van de politie

17. Proces-verbaal van de politie

18. Proces-verbaal van de politie

19. Proces-verbaal van de politie

20. Proces-verbaal van de politie

21. Proces-verbaal van de politie

22. Proces-verbaal van de politie

23. Proces-verbaal van de politie

24. Proces-verbaal van de politie

25. Proces-verbaal van de politie

26. Proces-verbaal van de politie

27. Proces-verbaal van de politie

28. Proces-verbaal van de politie

29. Proces-verbaal van de politie

30. Proces-verbaal van de politie

31. Proces-verbaal van de politie

32. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]

33. Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]

34. Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]

Ten aanzien van feit 7

35. Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]

36. Proces-verbaal van de politie

37. Proces-verbaal van de politie

De bewezenverklaring van de feiten 4, 5 en 6 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

Feit 4

38. Proces-verbaal van de politie

Uit de eerder in het onderzoek verstrekte iCOV rapportage kan worden afgeleid dat [verdachte] de volgende omzet heeft opgegeven bij de Belastingdienst:

Jaar Omzet

2021 9.847

2022 6.652

2023 38.170

39. Proces-verbaal van de politie

Dit proces-verbaal bevat een analyse van de transacties van [naam 3] over de periode

01-01-2021 tot en met 17-07-2024.

Het reguliere inkomen van [naam 3] bestaat uit uitkeringen, pensioen en loon, te weten €118.062,20. Daarnaast wordt er € 58.955,00 aan contanten op haar bankrekening gestort. [naam 3] maakt met name geld over aan haar zoon, [verdachte] . In de gevorderde periode maakt ze in totaal € 109.083,50 naar hem over. Regelmatig vonden contante stortingen plaats in de week dat [naam 3] geld overmaakte naar [verdachte] .

40. Proces-verbaal van de politie

In dit proces-verbaal analyseer ik de cryptocurrency transacties op het Binance account van [verdachte] .

Op het account van [verdachte] werden 245 cryptocurrency stortingen ontvangen. De stortingen vonden plaats in de periode 10 oktober 2019 tot en met 24 mei 2023.

Op basis van omrekening heeft [verdachte] in de periode 1 januari 2021 tot en met

24 mei 2023 een totale waarde van € 314.690,27 aan cryptocurrency ontvangen op zijn Binance account.

41. Proces-verbaal van de politie

Op naam van [verdachte] zijn er vier transacties gedaan bij Goudonline.nl. Deze transacties zijn verlopen via een zogenaamd taxatiepakket. Hierbij stuurt de klant de items naar Goudonline.nl, waarna per mail een aanbod aan de klant gedaan wordt. Als de klant dit bod accepteert, wordt het geld overgemaakt naar de rekening. [verdachte] heeft in vier transacties (op 23 juli 2024, 21 augustus 2024, 17 september 2024 en 2 december 2024) acht stukken goud verkocht aan het bedrijf. In totaal heeft [verdachte] dus € 22.973,75 ontvangen van Goudonline.nl voor het verkochte goud.

42. Proces-verbaal van de politie

[verdachte] heeft op 3 oktober 2024 één keer 100 gram goudbaar verkocht aan Goudzaken B.V. Goudzaken B.V. heeft hier € 7.506,80 voor betaald aan [verdachte] . Het geld is overgemaakt naar het rekeningnummer: [rekeningnummer 1] t.n.v. [verdachte] .

43. Proces-verbaal van de politie

Uit de politiesystemen is gebleken dat [verdachte] in 2021 aangifte heeft gedaan van diefstal van cryptocurrency. Ik deed onderzoek naar het bijbehorende cryptocurrency adres van [verdachte] . Uit de aangifte kan worden afgeleid dat het adres [bitcoin-adres 1] toebehoorde aan [verdachte] . Op dit adres is ruim 4,2 Bitcoin ontvangen in de periode 23 april 2021 tot en met

17 juli 2021 ter waarde van € 119.923.

44. Proces-verbaal van de politie

Op 3 december 2024 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woning aan de [adres 2] . Tijdens deze doorzoeking is een Crypto ledger met kabel in beslag genomen (goedcode B.02.01.004). In dit geval betrof het een Ledger Nano X hardware wallet.

Tijdens het verhoor heeft [verdachte] verklaard dat de hardware wallet van hem is.

Ik heb het transactiebestand bekeken en ik zag het volgende. Op basis van de toegepaste omrekening bedroeg de totale waarde van alle inkomende transacties € 180.665,20.

Feit 5

45. Verklaring van de verdachte

U bespreekt met mij feit 5. Ik heb iets gedaan dat niet goed is. Het klopt dat ik heb ingelogd op het account van [naam 2] . Mij is gevraagd om het tijdslot van dat account af te halen. Ik kreeg daar geld voor. Ik begrijp dat het ten laste is gelegd als binnendringen in een geautomatiseerd werk.

46. Proces-verbaal van de politie

Op 9 december 2024 deed ik onderzoek, naar de digitaal uitgelezen mobiele telefoon die

in beslag is genomen onder goedcode B.06.03.001 en SIN-nummer AART7744NL. Het toestel werd op 3 december 2024 in beslag genomen tijdens de doorzoeking aan de [adres 2] , de feitelijke verblijfplaats van [verdachte] , hierna [verdachte] genoemd. Deze doorzoeking vond plaats nadat de verdachte [verdachte] werd aangehouden aan de [adres 2] . Dit toestel werd aangetroffen op de tafel op zolder.

In het eerste zaak gerichte verhoor van [verdachte] heeft hij het volgende verklaard:

"Alle telefoons in de woning zijn van mij en voordat de politie binnenviel heb ik alle telefoons uit mijn lade onder haar bed verstopt".

De verklaring van [verdachte] maakt het aannemelijk dat het toestel bij [verdachte] in gebruik is.

47. Proces-verbaal van de politie

In het toestel met goedcode B.06.03.001 trof ik afbeelding 1 aan. Afbeelding 1 is een afbeelding van een snapchat bericht afkomstig van een account met weergavenaam " [weergavenaam] " en gebruikersnaam [gebruikersnaam] . De afbeelding bevatte Nederlandse persoonsgegevens waaronder het email adres [e-mailadres 1] . Ik zag dat de afbeelding als created datum/tijd 17 april 2024 11:26 (UTC+0) heeft.

Kort samengevat bleek uit de aangiftes dat [naam 2] slachtoffer is geworden van cybercrime. Zij is op 17 april 2024 tussen 13:00 en 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordeed als werknemer van [naam bedrijf] , een crypto aanbieder. Deze persoon wist het wachtwoord dat [naam 2] gebruikte voor haar account en zodoende heeft hij haar 1250 euro afgenomen. [naam 2] heeft contact opgenomen met het echte bedrijf [naam bedrijf] en [naam bedrijf] heeft een onderzoek ingesteld naar de transacties. Onderstaand zijn de bevindingen van [naam bedrijf] weergeven. Deze bevindingen zijn door [naam 2] verstrekt aan de politie.

Bevindingen onderzoek van [naam bedrijf]

"Wij zien dat er 3 opnames van uw account zijn verricht op 17-04-2024. De opname is verricht naar het volgende adres: [bitcoin-adres 2] .

Het IP-adres dat is gebruikt bij deze opname door de kwaadwillende is: [IP-adres] ."

Ik heb vervolgens onderzoek ingesteld naar het IP-adres [IP-adres] . Ik zag dat binnen onderzoek Hageheld dit IP-adres gekoppeld staat aan het adres [adres 3] . Dit is gebaseerd op een CIOT vordering. Uit onderzoek Hageheld is verder gebleken dat verdachte [verdachte] verbleef op de [adres 3] en van

13 november 2023 tot 1 december 2024 ingeschreven stond op dit adres.

Ik zag verder dat de waarde van de transacties ook overeen kwam met de gegevens aangeleverd door [naam bedrijf] . Dit betrof een bedrag van 1102,84 euro.

Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.

Resumé

Op het telefoontoestel met goedcode B.06.03.001 in gebruik van [verdachte] is een

afbeelding aangetroffen met de gegevens van [naam 2] . [naam 2] heeft

aangifte gedaan dat zij op 17 april 2024 is opgelicht voor 1250 euro. Uit onderzoek van

[naam bedrijf] is gebleken dat de transacties waarbij het geld van [naam 2] is weggenomen

zijn verricht van een IP adres van de [adres 3] , waar [verdachte] verbleef.

Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon

met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor

het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.

48. Proces-verbaal van de politie

In de nu aangeleverde gegevens van [naam bedrijf] van het account van [naam 2] zag ik in de account logging dat op 17 april 2024 omstreeks 13:30 uur een nieuw device wordt toegevoegd aan het [criptoaccount] van [naam 2] vanaf IP adres [IP-adres] . Ik zag in de logging verder dat er meerdere keren "Login Succesvol" wordt geregistreerd vanaf

IP-adres [IP-adres] . Ik zag op 17 april 2024 de volgende withdrawels (opnames) naar een ander cryptoadres.

Ik ontving van [naam bedrijf] de account en transacties gegevens van [naam 1] . Ik zag in de logging op 16 april 2024 omstreeks 17:20 uur "add device" staan afkomstig vanaf IP adres [IP-adres] . Om 17:21 uur zag ik "loging success" als logging van hetzelfde IP adres en dit zag ik nogmaals om 17:22 uur. Ik zag geen andere logging vanaf dit IP-adres. In de politiesystemen maakte ik een zoekslag op [naam 1] en zag ik dat hij op 18 april 2024 onder BVH nummer [BHV nummer] aangifte heeft gedaan van cybercrime. Samengevat verklaarde [naam 1] dat hij op 15 april 2024 omstreeks 19:50 uur een email ontving zogenaamd afkomstig van [naam bedrijf] op zijn email adres [e-mailadres 2] om de two factor te verifiëren van zijn [criptoaccount] . Nadat hij op deze link had geklikt werd hij

20 minuten later gebeld door een medewerker van [naam bedrijf] . Er waren inlog pogingen gedaan en de medewerker zij dat het account van [naam 1] 24 uur geblokkeerd zou worden. Op 16 april 2024 omstreeks 14:00 ontving [naam 1] een overzicht waarop stond dat er meerdere crypto valuta waren verkocht en het geld was overgeschreven naar bankrekening [rekeningnummer 2] . Het ging om drie transacties van 180, 1082 en 2872 euro. Deze Bunq rekening was voor [naam 1] onbekend. Nadat [naam 1] een mail had gestuurd naar [e-mailadres 3] werd hij gebeld door een man die zich voorstelde als [naam 4] van [naam bedrijf] . In dit gesprek werd besproken hoe de transacties konden worden teruggedraaid. Om de transacties terug te draaien moest [naam 1] van [naam 4] twee transacties overmaken te van 4724,92 euro en 1 euro naar [rekeningnummer 3] en

1. transactie van 270 naar [rekeningnummer 4] . Vermoedelijk betrof [naam 4] geen echte medewerker van [naam bedrijf] .

Feit 6

49. Verklaring van de verdachte

Deze documenten kun je makkelijk op Telegram vinden. Het zou goed kunnen dat ik er een screen shot van heb gemaakt.

50. Proces-verbaal van de politie

Op 3 december 2024 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [adres 2] .

Tijdens de doorzoeking werd in beslag genomen:

B.06.03.001 – iPhone.

51. Proces-verbaal van de politie

Op 9 december 2024 deed ik onderzoek, naar de digitaal uitgelezen mobiele telefoon die

in beslag is genomen onder goedcode B.06.03.001 en SIN-nummer AART7744NL. Het toestel werd op 3 december 2024 in beslag genomen tijdens de doorzoeking aan de [adres 2] , de feitelijke verblijfplaats van [verdachte] , hierna [verdachte] genoemd. Deze doorzoeking vond plaats nadat de verdachte [verdachte] werd aangehouden aan de [adres 2] . Dit toestel werd aangetroffen op de tafel op zolder.

In het eerste zaak gerichte verhoor van [verdachte] heeft hij het volgende verklaard:

"Alle telefoons in de woning zijn van mij en voordat de politie binnenviel heb ik alle telefoons uit mijn lade onder haar bed verstopt".

De verklaring van [verdachte] maakt het aannemelijk dat het toestel bij [verdachte] in gebruik is.

52. Proces-verbaal van de politie

Op het telefoontoestel met goedcode B.06.03.001 in gebruik van [verdachte] is een

afbeelding aangetroffen met de gegevens van [naam 2] . [naam 2] heeft

aangifte gedaan dat zij op 17 april 2024 is opgelicht voor 1250 euro. Uit onderzoek van

[naam bedrijf] is gebleken dat de transacties waarbij het geld van [naam 2] is weggenomen

zijn verricht van een IP adres van de [adres 3] , waar [verdachte] verbleef.

Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon

met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor

het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.

53. Proces-verbaal van de politie

Op 23 december 2024 werd door mij onderzoek ingesteld in de veiliggestelde data van de onderstaande gegevensdrager: iPhone 12 met beslagcode B.06.03.001.

In de veiliggestelde data van de gegevensdrager met beslagcode B.06.03.001 zag ik in

bestandslocatie 'DCIM/102APPLE' een bestand met de naam ‘ [afbeelding] ’

Ambtshalve kwam deze afbeelding mij voor als een schermafdruk van een iPhone. Ik zag boven in de schermafdruk het woord 'Telegram' staan. Ik zag een opengeslagen Nederlands paspoort. Ik zag dat de onderstaande informatie stond vermeld in het paspoort:

Naam: [achternaam]

Voornamen: [voornaam 1] [voornaam 2]

Documentnummer: [documentnummer]

Ik zocht op de combinatie van achternaam en geboortedatum in BRP en ik zag dat er geen resultaat naar voren kwam. Ik controleerde de metadata van dit bestand en ik zag de aanmaakdatum 13 maart 2024 met de tijd 13:29 uur. Ik zag een handtekening op dit paspoort staan.

54. Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee

Onderzocht document:

Document: nationaal paspoort

Land: Nederland

Nummer: [documentnummer]

Naam: [achternaam]

Voornamen: [voornaam 1] [voornaam 2]

De tenaamgestelde van het onderzochte paspoort komt niet voor in de Basisregistratie Personen (BRP), derhalve kan er nooit een Nederlandse paspoort zijn afgegeven.

Uit onderzoek aan het onderzochte afgebeelde paspoort blijkt dat deze vals of vervalst is, dan wel een gemanipuleerde kopie betreft.

Bewijsmotivering feit 4 ((gewoonte)witwassen)

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe is het volgende aangevoerd.

Van de cryptocurrency kan niet kan worden vastgesteld dat deze van misdrijf afkomstig zijn. A priori moet worden uitgegaan van een legitieme herkomst, tenzij er voldoende bewijs is voor het tegendeel. Voor zover een vermoeden van witwassen al gerechtvaardigd zou zijn, geldt dat de verdachte een verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de legitieme herkomst van de geldbedragen en bitcoins. De verklaring omtrent het traden voor derden is niet verder onderzocht.

Voorts ontbreekt de voor een bewezenverklaring vereiste (voorwaardelijk) opzet. Het feit dat de verdachte geen anonieme wallet heeft gebruikt is een sterke contra-indicatie voor de aanwezigheid van (voorwaardelijk) opzet.

Beoordeling rechtbank

Geen bewijs voor een gronddelict

De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen bewijs bevat voor een concreet gronddelict dat de criminele bron vormt voor de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en andere vermogensbestanddelen.

Juridisch kader witwassen zonder gronddelict

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte een dergelijke verklaring geeft en hiermee tegenwicht heeft gegeven aan het vermoeden van een criminele herkomst, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo een verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.

Vermoeden van criminele herkomst

Uit het dossier volgt dat de verdachte in de periode 2021 tot en met 2023 bij de Belastingdienst in totaal bijna € 55.000,- heeft opgegeven aan omzet van zijn onderneming. De rechtbank constateert dat dit niet in verhouding staat met de bij de verdachte aangetroffen vermogensbestanddelen ter waarde van in totaal een aantal honderdduizenden euro’s. Derhalve is er naar het oordeel van de rechtbank een gerechtvaardigd vermoeden van een criminele herkomst van de in de tenlastelegging vermelde voorwerpen.

Verklaring verdachte

a. a) € 106.308,50 (ontvangen van [naam 3] )

De verdachte heeft ten aanzien van het ten laste gelegde geldbedrag dat hij van zijn moeder [naam 3] heeft ontvangen, verklaard dat dit schenkingen aan de verdachte betroffen. [naam 3] zou volgens de verdachte legaal spaargeld contant bewaren, onder andere afkomstig uit de overwaarde van een woning. De rechtbank constateert dat het totaalbedrag dat in de periode 1 januari 2021 tot en met 17 juli 2024 is overgemaakt naar de verdachte, min of meer het gehele inkomen van [naam 3] van de betreffende die periode betreft. Naar het oordeel van de rechtbank staat de hoogte van het totaalbedrag aan zogenaamde schenkingen niet in verhouding tot dat inkomen. Bovendien is deze stelling niet onderbouwd door bijvoorbeeld belastingaangiften waaruit blijkt dat die schenkingen zouden zijn gedaan. Dit is immers verplicht voor dergelijke aanzienlijke bedragen. Bovendien acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat iemand de overwaarde van een woning contant maakt en vervolgens stort op de bankrekening van de verdachte. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte hoogst onwaarschijnlijk en daarnaast zijn de geldstromen niet inzichtelijk gemaakt. De verdachte is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag van in totaal € 106.308,50 uit enig misdrijf afkomstig is.

b), e) en f ) € 314.690,27 (ontvangen op cryptocurrency exchange Binance) bitcoins (adres [bitcoin-adres 1] ) en bitcoins (Ledger hardware wallet)

De verdachte heeft verklaard dat hij voor derden cryptocurrency heeft omgezet waar hij telkens ongeveer 5% à 8% aan zou overhouden. Hierbij is echter geen inzicht gegeven in zijn inleg in cryptocurrency waardoor het niet mogelijk is om in te schatten of het ten laste gelegde bedrag en de ten laste gelegde bitcoins als gevolg van een beleggingsstrategie aan winst behaald hadden kunnen worden. De verdachte heeft niet concreet verklaard en is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag van in totaal € 314.690,27 uit enig misdrijf afkomstig is.

c) en d) € 22.973,75 (ontvangen van Goudonline.nl) en € 7.506,80 (ontvangen van Goudzaken B.V.)

De verdachte heeft verklaard dat hij eerder ingekocht goud tegen een hogere prijs heeft verkocht. Deze verklaring is echter te weinig concreet. Zo is niet aangegeven op welke momenten het goud is aangekocht en verkocht waardoor er geen schatting gemaakt kan worden of de ten laste gelegde bedragen aan winst behaald kan kunnen worden. De verdachte is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat de geldbedragen van € 22.973,75 en € 7.506,80 uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Conclusie

Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft de verdachte onvoldoende tegenwicht gegeven jegens het vermoeden van een criminele herkomst (en behoefde het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek te doen). De conclusie is op grond daarvan en op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen dat het niet anders kan zijn dan dat de bewezen verklaarde geldbedragen en overige vermogensbestanddelen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn, dat het ook niet anders zijn kan dan dat de verdachte dit wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden en dat hij deze vermogensbestanddelen/goederen heeft voorhanden gehad.

Het verweer wordt verworpen.

Gelet op de periode en de intensiteit van de witwashandelingen heeft de verdachte van het witwassen een gewoonte gemaakt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van gewoontewitwassen.

De rechtbank is het met de officier van justitie en de verdediging eens dat de verdachte van de gedachtestreepjes die zien op de luxegoederen (riem en twee jassen) dient te worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering feit 5 (computervredebreuk)

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het binnendringen in het account van [benadeelde partij 2] wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. In het samenvattende proces-verbaal wordt gesteld dat door [naam bedrijf] informatie is aangeleverd waaruit blijkt dat een device aan de [criptorekening] van [naam 1] is gekoppeld via het IP-adres van het toenmalige woonadres van de verdachte. De onderliggende informatie ontbreekt. Voorts is in het proces-verbaal vermeld dat er geen verder onderzoek is gedaan. De uitzondering op het beginsel van dubbele bevestiging - die is vastgelegd in artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht - is bedoeld als uitzondering en die uitzondering is hier niet aan de orde. Een bewezenverklaring van een ernstig misdrijf als computervredebreuk kan niet worden gebaseerd op enkel voornoemd proces-verbaal.

Beoordeling rechtbank

De verdachte heeft bekend dat hij desgevraagd en tegen betaling op 17 april 2024 heeft ingelogd op het account van het slachtoffer [naam 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost teneinde het tijdslot eraf te halen. Uit een aanvullend proces-verbaal blijkt dat een verbalisant van [naam bedrijf] de account- en transactiegegevens van [naam 1] heeft ontvangen waaruit blijkt dat op 16 april 2024 een nieuw device werd toegevoegd afkomstig vanaf het IP-adres behorend bij het woonadres van de verdachte. Hierbij ontbreekt - anders dan in het geval van [naam 2] - de onderliggende data afkomstig van [naam bedrijf] .

Volgens de Hoge Raad mag er onder omstandigheden gebruik gemaakt worden van bewijsmiddelen waaruit volgt dat de verdachte bij soortgelijke feiten betrokken is geweest, zogenaamd schakelbewijs. Dit mag als dat bewijsmiddel op essentiële punten overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont en er sprake is van een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van een verdachte. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende redengevende omstandigheden aan de orde zijn op grond waarvan via de constructie van schakelbewijs ook bewezen kan worden dat de verdachte betrokken is geweest bij het binnendringen in het account van [naam 1] op 16 april 2024. Het betreft immers een account dat werd gehost op dezelfde server, de modus operandi komt overeen (het toevoegen van een nieuw device afkomstig van het IP-adres van de verdachte, het vervolgens inloggen op het account en het naderhand bellen naar het slachtoffer door [naam 4] , zogenaamd een medewerker van [naam bedrijf] ) en het binnendringen in de accounts van de twee slachtoffers heeft in twee opeenvolgende dagen plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis hiervan wettig en overtuigend worden bewezen dat het de verdachte is geweest die ook is binnengedrongen in het account van [naam 1] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost.

Bewijsmotivering feit 6 (valsheid in geschrift)

De raadsman heeft aangevoerd dat het aanvankelijk primair (artikel 231 lid 2 Sr) en het subsidiair (artikel 225 lid 2 Sr) ten laste gelegde zich tot elkaar verhouden als specialis en generalis waarbij het primair ten laste gelegde een logische specialis is van het subsidiair ten laste gelegde waardoor niet kan worden toegekomen aan de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft hierop gevorderd dat de tenlastelegging wordt gewijzigd in die zin dat het primair ten laste gelegde komt te vervallen en derhalve slechts het subsidiair ten laste gelegde resteert. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. Nu de verdenking betrekking heeft op het voorhanden hebben van een digitale afbeelding van een paspoort, en derhalve een geschrift, valt dit onder het bereik van het artikel 225 lid 2 Sr. Het verweer wordt verworpen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam, en/of te Zoetermeer, en/of te Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

meermalen,

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,

een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten

phishing sites

heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of te Zoetermeer, en/of Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

meermalen,

gegevens, te weten

- phishing sites,

- leadslijsten,

- phishing records en/of

- SMS gateways

heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hadden op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

3.

hij in de periode 3 maart 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en te Zoetermeer en Harderwijk en te Zaltbommel, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

[medeverdachte 2] ,

[medeverdachte 1] en/of

[naam 5]

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;

4.

hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of Zoetermeer en/of Harderwijk en/of Zaltbommel, althans in Nederland,

voorwerpen, te weten

- een geldbedrag van 106.308,50 euro (ontvangen van [naam 3] ),

- een geldbedrag van 314.690,27 euro (ontvangen op cryptocurrency exchange Binance),

- een geldbedrag van 22.973,75 euro (ontvangen van Goudonline.nl),

- een geldbedrag van 7.506,80 euro (ontvangen van Goudzaken B.V.),

- een of meer bitcoins (BTC) (adres [bitcoin-adres 1] );

- een of meer bitcoins (BTC) (Ledger hardware wallet);

voorhanden heeft gehad

terwijl verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf

en verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

5.

hij in de periode van 16 april 2024 tot en met 17 april 2024 te Harderwijk,

meermalen,

opzettelijk en wederrechtelijk

is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten

- de account van [naam 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost

- de account van [benadeelde partij 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost

met behulp van valse signalen of een valse sleutel;

6.

hij op 3 december 2024 te Zaltbommel,

opzettelijk

een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een digitale afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [naam 6]

voorhanden heeft gehad,

terwijl hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst;

7.

hij op 3 december 2024 te Zaltbommel,

een wapen van categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een taser, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht,

voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, ontvangen, zich verschaffen, verwerven of anderszins ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben, meermalen gepleegd;

feit 2

medeplegen van gegevens ontvangen, zich verschaffen en voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, meermalen gepleegd;

feit 3

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 4

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 5

computervredebreuk, meermalen gepleegd;

feit 6

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

feit 7

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om te volstaan met oplegging van een gevangenisstraf van

21 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, dan wel om de strafeis fors te matigen. De deelname aan de criminele organisatie was immers wegens de ziekte van de verdachte minder intensief en van kortere duur dan de officier van justitie heeft gevorderd. Bovendien genereerde de verdachte in de zes maanden voor zijn aanhouding aantoonbaar legale inkomsten.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen op grote schaal schuldig gemaakt aan phishing fraude en heeft daarbij ook deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had om misdrijven te plegen die verband houden met phishing fraude. Voorts is de verdachte binnengedrongen in een geautomatiseerd werk van twee personen ten gevolge waarvan cryptocurrency is weggenomen.

De verdachte en de medeverdachten zijn bij het plegen van de bewezenverklaarde feiten professioneel en planmatig te werk gegaan. Er werd gebruik gemaakt van lijsten met persoonsgegevens (leadslijsten) en SMS gateways aan de hand waarvan de potentiële slachtoffers werden benaderd. Vervolgens konden door middel van opgezette phishing websites niet openbare (persoons)gegevens (phishing records) worden afgevangen waarmee daadwerkelijk geld of cryptovaluta afhandig kon worden gemaakt van het slachtoffer door diegene via telefonisch contact - waarin de beller zich voordeed als medewerker van een bonafide organisatie - over te halen handelingen te verrichten. Hoewel er geen concrete slachtoffers zijn geïdentificeerd, moeten die er in grote getalen zijn geweest. De bijdrage van verdachte aan de op grote schaal en in georganiseerd verband gepleegde misdrijven heeft het economisch systeem en het vertrouwen van burgers in zowel de digitale wereld, zoals het digitale betalingsverkeer, financiële instellingen als ook in de medemens in het algemeen ernstig ondermijnd. Verdachte en zijn mededaders hebben zich door die gevolgen niet laten weerhouden en zijn louter uit geweest op snel, eigen geldelijk gewin.

Ook heeft de verdachte zich gedurende een periode van bijna vier jaar schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van voorwerpen ter waarde van ongeveer € 750.000,-. Door zijn handelen heeft de verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie en de fiscus onttrokken. Dit vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het reguliere handels- en betalingsverkeer wordt hierdoor ondermijnd. Verder wordt door witwassen het plegen van criminele activiteiten vergemakkelijkt, bevorderd en in stand gehouden.

De verdachte heeft ook een digitale afbeelding van een vals/vervalst paspoort voorhanden gehad. Hiermee heeft hij afbreuk gedaan aan het vertrouwen dat burgers en overheidsinstanties in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van dergelijke geschriften moeten kunnen stellen.

Tot slot heeft de verdachte een taser voorhanden gehad. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Hoewel de verdachte - in tegenstelling tot zijn [medeverdachte 2] - niet wordt verweten dat hij als leidinggevende heeft deelgenomen aan de criminele organisatie, acht de rechtbank op basis van het beeld dat uit het dossier naar voren komt de rollen van beide verdachten inwisselbaar. De verdachte heeft in organisatieverband jarenlang vanuit luxe appartementen tientallen bellers aangestuurd om phishing activiteiten te verrichten. De rechtbank stelt op basis van de aangetroffen vermogensbestanddelen bezien tegen de achtergrond van de opgegeven legale inkomsten vast dat hier ten koste van anderen grote winsten mee moeten zijn behaald. Daarom wordt een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd. Dit is overeenkomstig de eis van de officier van justitie.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5. In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen (de rechtbank gaat daarbij uit van de beslaglijst zoals de officier van justitie bij requisitoir heeft overgelegd).

1.

een gouden sieraad (voorwerpnummer 836350, goedcode B.02.01.005);

2.

een Cartier bril (voorwerpnummer 836351, goedcode B.02.01.006);

3.

een Louis Vuitton riem (voorwerpnummer 836353, goedcode B.02.02.002);

4.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836359, goedcode B.04.01.001);

5.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836360, goedcode B.04.01.002);

6.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836361, goedcode B.04.01.003);

7.

een Apple computer (voorwerpnummer 836363, goedcode B.06.01.001);

8.

een Apple telefoon (voorwerpnummer 836365, goedcode B.06.03.001);

9.

een simkaart van zaktelefoon (voorwerpnummer 836368, goedcode B.06.03.004);

10.

een simkaart van zaktelefoon (voorwerpnummer 836369, goedcode B.06.03.005);

11.

vier simkaarten van zaktelefoon (voorwerpnummer 836371, goedcode B.06.03.007);

12.

een Moncler jas (voorwerpnummer 836374, goedcode B.07.01.001);

13.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836763, goedcode B.02.01.001);

14.

een Prada jas (voorwerpnummer 847858, goedcode B.07.01.002);

15.

twee Moncler jassen (voorwerpnummer 836374, goedcode B.07.01.001);

16.

een Cartier bril (voorwerpnummer 848078, goedcode B.02.01.007);

17.

een Cartier bril (voorwerpnummer 848083, goedcode B.02.01.008);

18.

een Cartier bril (voorwerpnummer 8488084, goedcode B.02.01.009);

19.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836337, goedcode B.01.03.001);

20.

een Samsung telefoon (voorwerpnummer 836338, goedcode B.01.04.001).

De verdachte heeft afstand gedaan van de onder 4 tot en met 11, 13, 19 en 20 vermelde voorwerpen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen waarvan de verdachte geen afstand heeft gedaan aan de verdachte worden teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De in beslag genomen luxe goederen houden geen rechtstreeks verband met enig strafbaar feit zodat deze dienen te worden teruggegeven.

Oordeel van de rechtbank

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van het de onder 1 tot en met 3, 12 en 14 tot en met 18 in beslag genomen voorwerp aan de verdachte.

6. Vordering van de benadeelde partijen

Vorderingen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben als benadeelde partijen voor feit 5 vergoeding voor materiële schade gevorderd. [benadeelde partij 1] vordert een bedrag van € 550,- en [benadeelde partij 2] een bedrag van in totaal € 7.543,63, in beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de [benadeelde partij 1] is voldoende onderbouwd en kan geheel worden toegewezen.

De vordering van de [benadeelde partij 2] kan in ieder geval tot het schadebedrag, te weten € 6.543,63, worden toegewezen. De gevorderde advieskosten dienen te worden beschouwd als proceskosten. De officier van justitie refereert zich ten aanzien van de hoogte van te vergoeden advieskosten aan het oordeel van de rechtbank.

De toe te wijzen bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de [benadeelde partij 1] is voor toewijzing vatbaar.

Primair moet de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair moet de vordering van de benadeelde partij worden afgewezen, dan wel dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. In de onderliggende stukken wordt namelijk niet het IP-adres vermeld dat aan de verdachte wordt toegeschreven.

Meer subsidiair dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat er geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen het strafbare feit en de gevorderde schade.

Oordeel van de rechtbank

Vordering [benadeelde partij 1]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 550,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Vordering [benadeelde partij 2]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 gepleegde strafbare feit. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen, omdat deze voor dat deel voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken. De rechtbank stelt op basis van de aan de vordering gehechte stukken vast dat er op 16 april 2024 bedragen van € 180,-, € 1.082,- en € 2.872,- zijn afgeschreven van de [criptorekening] van de benadeelde partij. Dit betreft de pleegdatum waarop de verdachte is binnengedrongen in het account van de benadeelde partij en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost. De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van de verdachte schade heeft geleden tot een bedrag van € 4.134,-. De vordering wordt tot voornoemd bedrag toegewezen.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering voor het deel dat ziet op het resterende deel van de gevorderde materiële schade. De rechtbank heeft getracht om op basis van de vordering en onderliggende stukken de som van het gevorderde bedrag te destilleren, maar daarvoor bieden deze stukken onvoldoende aanknopingspunten. De beoordeling van dit deel van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling van dit deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Dit deel van de vordering kan alleen nog bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 17 april 2024 ten aanzien van de [benadeelde partij 1] en vanaf 16 april 2024 ten aanzien van de [benadeelde partij 2] .

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partij (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.

Ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 1] kan als dwangmiddel gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 5 (vijf) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 2] kan als dwangmiddel gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 41 (éénenveertig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte – bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 20 september 2023 – voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

Toewijzing van de vordering is niet opportuun, gelet op de hoogte van de straf die de rechtbank in de onderhavige strafzaak zal opleggen. De raadsman heeft verzocht om de vordering af te wijzen, dan wel om de proeftijd te verlengen.

Oordeel van de rechtbank

De in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de voorwaardelijke straf.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 47, 57, 139d, 138ab, 140, 225, 234 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 7, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) jaar;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

- beveelt de teruggave aan de verdachte van:

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 08-101643-23)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf van twintig (20) uur, zoals opgelegd in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 20 september 2023;

Vorderingen benadeelde partijen

[benadeelde partij 1]

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] (feit 5), te betalen een bedrag van € 550,- (vijfhonderdvijftig euro), bestaande uit materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 april 2024 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;

legt aan de verdachte voor feit 5 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij

[benadeelde partij 1] aan de staat € 550,- (vijfhonderdvijftig euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal vijf (5) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde partij 2]

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 2] (feit 5), te betalen een bedrag van € 4.134,-, (vierduizend honderdvierendertig euro) bestaande uit materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 april 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 5); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;

legt aan de verdachte voor feit 5 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 4.134,- (vierduizend honderdvierendertig euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal eenenveertig (41) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,

en mrs. S. Zuidwijk en J.A. Terstegge, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 maart 2026.

Mrs. S. Zuidwijk en J.A. Terstegge zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1 – volledige tenlastelegging

1.

Hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam, en/of te Zoetermeer, en/of te Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,

een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten

phishing sites

heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft overgedragen heeft verkocht, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad;

2.

Hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of te Zoetermeer, en/of Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer gegevens, te weten

- phishing sites,

- leadslijsten,

- phishing records en/of

- SMS gateways

heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn

mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en/of 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hadden op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

3.

Hij in of omstreeks de periode 3 maart 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of te Zoetermeer, en/of Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

[medeverdachte 2] ,

[medeverdachte 1] en/of

[naam 5]

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of Zoetermeer en/of Harderwijk en/of Zaltbommel, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(van) een of meer voorwerpen, te weten

- een geldbedrag van 106.308,50 euro (ontvangen van [naam 3] ),

- een geldbedrag van 314.690,27 euro (ontvangen op cryptocurrency exchange Binance),

- een geldbedrag van 22.973,75 euro (ontvangen van Goudonline.nl),

- een geldbedrag van 7.506,80 euro (ontvangen van Goudzaken B.V.),

- een of meer bitcoins (BTC) (adres [bitcoin-adres 1] );

- een of meer bitcoins (BTC) (Ledger hardware wallet);

- een Louis Vuitton riem

- een Moncler jas

- een Prada jas

de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verborgen en/of heeft verhuld dan wel

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad

terwijl verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf of uit enig eigen misdrijf,

en verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

5.

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2024 tot en met 17 april 2024 te Harderwijk, althans in Nederland

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk

is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten

- de account van [naam 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost

- de account van [naam 1] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost

met behulp van valse signalen of een valse sleutel;

6.

hij op of omstreeks 3 december 2024 te Zaltbommel, althans in Nederland

opzettelijk

een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een (digitale) afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [naam 6]

voorhanden heeft gehad,

terwijl hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst;

7.

hij op 3 december 2024 te Zaltbommel,

een wapen van categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een taser, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht,

voorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?