ECLI:NL:RBROT:2026:2712

ECLI:NL:RBROT:2026:2712

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer C/10/714969 / JE RK 26-307 en C/10/715044 / JE RK 26-316
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vanwege onduidelijkheden in het spoed-verzoekschrift en in de onderbouwing ervan, heeft de piket-kinderrechter besloten om niet zonder het vooraf horen van de belanghebbenden een beslissing te nemen, maar om de verzoeken naar een mondelinge behandeling te verwijzen opdat de belanghebbenden hun visie op de verzoeken zouden kunnen geven. Verlenging machtiging uithuisplaatsing bij de moeder met gezag. Ouders met gezag zijn het niet met elkaar eens over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/714969 / JE RK 26-307 en C/10/715044 / JE RK 26-316

Datum uitspraak: 26 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. A.J.M. Vélu, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen, kantoorhoudende in Sittard.

De kinderrechter merkt als informant aan in de zaak met zaaknummer C/10/714969 / JE RK 26-307 en als belanghebbende in de zaak met zaaknummer C/10/715044 / JE RK 26-316

aan:

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

ten aanzien van C/10/714969 / JE RK 26-307

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 13 februari 2026;

de mondelinge telefonische toelichting van de Raad van 13 februari 2026;

het wijzigingsverzoek met bijlagen van de Raad van 16 februari 2026;

de brief met bijlagen van de advocaat van de vader van 23 februari 2026;

ten aanzien van C/10/715044 / JE RK 26-316

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder en haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] .

De advocaat van de vader heeft in voormelde brief van 23 februari 2026 aangegeven dat zij niet ter zitting zal verschijnen.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft bij de moeder.

Bij beschikking van 13 februari 2026 (met zaaknummer 715044) is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 13 februari 2026 tot 13 mei 2026. Bij die beschikking is ook een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend met ingang van 13 februari 2026 tot 20 februari 2026, met aansluitend een plaatsing bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 27 februari 2026 en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.

3. De (aangehouden) verzoeken

ten aanzien van C/10/714969 / JE RK 26-307

De Raad heeft op 13 februari 2026 schriftelijk verzocht om [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Daarnaast heeft de Raad bij dat verzoek een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] te plaatsen in een netwerkpleeggezin. De Raad heeft verder verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Dit verzoek is integraal aangehouden tot de zitting van vandaag.

ten aanzien van C/10/715044 / JE RK 26-316

De Raad heeft in de avond van 13 februari 2026 opnieuw verzocht – dit keer mondeling – om [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en een traject(spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk (mw. Houtkoop) te verlenen, met aansluitend een plaatsing bij de gezaghebbende moeder voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft verzocht hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Op deze verzoeken is beslist, zoals hiervoor onder punt 2.3. vermeld. Op 17 februari 2026 heeft de Raad dit mondelinge verzoek schriftelijk bevestigd.

4. De standpunten

De Raad heeft ter zitting de verzoeken die betrekking hebben op de plaatsing van [voornaam minderjarige] in het netwerkpleeggezin voor de periode ná 19 februari 2026 ingetrokken, het verzoek ten aanzien van de machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De moeder kon de zorg voor [voornaam minderjarige] niet meer aan en heeft [voornaam minderjarige] in het vrijwillige kader in het netwerk ondergebracht. Tussen de ouders is sprake van scheidingsproblematiek. Het netwerk lijkt onderdeel te zijn geworden van de strijd. De hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] is nog niet bepaald door de rechter. De vader heeft moeite met de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder. Er is veel wantrouwen tussen de ouders en er zijn spanningen tussen hen. De ouders zijn echter samen de ouders van [voornaam minderjarige] en hebben beiden het gezag over hem. Er moet dan ook een vorm van samenwerking tussen de ouders ontstaan. Mevis heeft de regie op zich genomen in de omgang met [voornaam minderjarige] terwijl door de rechtbank (op 8 januari 2026) een zorgregeling is vastgesteld. Daardoor is er ruis ontstaan. Het is dan ook van belang dat de GI de regie gaat voeren. Het is de verwachting dat hulpverlening in het vrijwillig kader niet toereikend is. Volgens informanten heeft [voornaam minderjarige] bepaald gedrag laten zien en ervaarde hij spanningen als hij de moeder zag. De oorzaak daarvan is niet bekend. Daarom zijn met de moeder veiligheidsafspraken gemaakt. Vanuit de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder zullen de gemelde zorgen – ook die gemeld zijn bij de politie – worden onderzocht.

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en het volgende meegedeeld. De ouders houden veel van [voornaam minderjarige] . Zij staan echter tegenover elkaar en noemen elkaar de wederpartij. Daarmee zetten de ouders [voornaam minderjarige] klem. Hij moet opgroeien bij de ene ouder en omgang hebben met de andere ouder. De ouders hebben zich onvoldoende ingespannen voor het door de rechtbank bij uitspraak van 8 januari 2026 vastgestelde belmoment tussen [voornaam minderjarige] en de vader. Daardoor is een belmoment tussen [voornaam minderjarige] en de vader niet doorgegaan. [voornaam minderjarige] moet geen last hebben van spanningen tussen de ouders tijdens het videobellen. De tijd voor de videobelmomenten is door de rechtbank niet vastgesteld. Dit is ingewikkeld voor [voornaam minderjarige] . In de beschikking van de rechtbank is geen (fysieke) omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader vastgesteld. De GI zal bezien of dat versneld mogelijk is. Ook zal de GI zich actief gaan bemoeien met een school voor [voornaam minderjarige] . Naar aanleiding van de gemelde zorgen over kindermishandeling heeft de GI contact met de politie opgenomen. Hierover bestaat echter nog geen duidelijkheid. Vanuit iHub is ambulante begeleiding bij de moeder ingezet.

Namens de moeder heeft haar advocaat zich ter zitting niet verzet tegen de uitgesproken voorlopige ondertoezichtstelling en het volgende aangevoerd. De ouders hebben nooit samen gewoond en hebben geen samenlevingscontract. De hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] is altijd bij de moeder geweest. Dit is echter juridisch niet vastgelegd en moet mogelijk alsnog gebeuren. De ouders staan nog niet op één lijn. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij naar school gaat en dat hij zo spoedig mogelijk omgang heeft met andere kinderen.

In aanvulling op het betoog van haar advocaat heeft de moeder verklaard dat zij het eens is met het verzoek van de Raad. De moeder bestrijdt dat sprake is geweest van (kinder)mishandeling van [voornaam minderjarige] . Zo heeft [voornaam minderjarige] zelf op de grond uit een (honden)bakje zijn cornflakes gegeten en heeft [voornaam minderjarige] tijdens een moment in de speeltuin gegild en geslagen en is hij in de brandnetels gaan liggen, waarna de moeder hem aan een lijntje heeft meegenomen. De moeder betreurt het dat Mevis en de netwerkpleegouder [persoon C] buiten haar als gezaghebbende moeder om, afspraken in het ziekenhuis en bij de tandarts voor [voornaam minderjarige] hebben gemaakt en dat zij door hen geen contact meer met [voornaam minderjarige] had. Deze gebeurtenissen hebben stress bij de moeder veroorzaakt. Nu de ouders samen het gezag over [voornaam minderjarige] hebben, kan de moeder hem niet op een school inschrijven zonder toestemming van de vader. De vader kan met [voornaam minderjarige] videobellen via het telefoonnummer van de moeder. Op Whatsapp heeft zij de vader geblokkeerd.

De vader heeft ter zitting het volgende verklaard. De vader wil [voornaam minderjarige] ook bij zich houden en omgang met hem hebben. De videobelmomenten worden door de moeder niet altijd nagekomen. Zij heeft de vader nog steeds geblokkeerd. Het is belangrijk dat voor iedereen duidelijk wordt welke afspraken moeten worden nagekomen. Op 7 april 2026 heeft de vader bij iHub een eerste afspraak voor de omgangsbegeleiding. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat hij zo spoedig mogelijk naar school gaat. Omdat de moeder problemen heeft met het vinden van een school voor [voornaam minderjarige] , heeft de vader een school in zijn woonplaats Susteren gevraagd naar de mogelijkheden. De vader betreurt de wijze waarop de gastouder [persoon C] is behandeld. [persoon C] en de vader zijn sinds de geboorte van [voornaam minderjarige] betrokken. [persoon C] is een stabiele basis en heeft alles voor [voornaam minderjarige] gedaan.

5. De beoordeling

Ten aanzien van C/10/715044 / JE RK 26-316

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder met gezag op dit moment het meest passend lijkt in het belang van zijn verzorging en opvoeding.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] al langere tijd in een zorgelijke opvoedsituatie verkeert. De ouders hebben hun relatie beëindigd. Zij wonen ver bij elkaar vandaan, wat een regelmatig contact tussen [voornaam minderjarige] en beide ouders bemoeilijkt. Er is sprake van langdurige spanningen tussen de ouders. Daar komt bij dat de moeder met psychische problematiek kampt, waardoor zij emotioneel instabiel is (geweest). Op 24 oktober 2025 heeft de moeder een suïcidepoging gedaan. Vervolgens heeft zij aangegeven dat de zorg voor [voornaam minderjarige] voor haar te zwaar was. Het Crisis Interventie Team heeft in samenwerking met de moeder en in het vrijwillig kader [voornaam minderjarige] begin november 2025 geplaatst in het netwerk, te weten bij een vriendin van de moeder genaamd [persoon C] . De samenwerking tussen de moeder en de netwerkpleegmoeder is echter moeizaam verlopen. Uiteindelijk stemde de moeder niet meer in met het verblijf van [voornaam minderjarige] bij [persoon C] . Met de inzet van hulpverlening van het wijkteam, begeleiding van Ambulante Spoedhulp en iHub familiezorg zijn met de moeder randvoorwaarden besproken. De moeder staat volgens de Raad open voor deze hulpverlening. Daarom is [voornaam minderjarige] op grond van de spoedbeslissing van 13 februari 2026 op 20 februari 2026 bij de moeder teruggeplaatst. Ook al zijn er nog de nodige zorgen over de situatie van de moeder, de kinderrechter acht het niet in het belang van [voornaam minderjarige] om het verzoek van de Raad af te wijzen. Immers, nu de ouders het niet met elkaar eens zijn over de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] , zou dit kunnen leiden tot getouwtrek tussen de ouders over de verblijfplaats van [voornaam minderjarige] . Dergelijke onrust is niet in zijn belang, zeker niet na wat er de afgelopen maanden in zijn leventje is gebeurd.

Bij beschikking van 8 januari 2026, die door de Raad niet bij de stukken is gevoegd, heeft de rechtbank Rotterdam bepaald dat beide ouders het gezag over [voornaam minderjarige] uitoefenen en dat de vader en [voornaam minderjarige] in het kader van de zorgregeling voorlopig elke zaterdag zullen videobellen. Zoals hiervoor aangegeven, is de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] in die beschikking echter niet vastgesteld. De ouders hebben geen overeenstemming over de vraag waar [voornaam minderjarige] het beste kan verblijven. Daar komt bij dat de vader grote zorgen heeft over de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder.

Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling in stand laten. Hiertegen is ook geen verweer gevoerd. Ook zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 13 mei 2026.

Gezien de grote zorgen over de situatie van [voornaam minderjarige] , zoals deze uit de onderbouwing van de spoedverzoeken blijkt, gaat de kinderrechter ervan uit dat de Raad snel en intensief onderzoek zal doen en dat de GI [voornaam minderjarige] nauwlettend in de gaten zal houden. De grote zorgen bestaan met name uit het feit dat [voornaam minderjarige] langere tijd niet door de moeder is verzorgd, dat de moeder ook al langere tijd kampt met forse psychische problematiek en dat de politie zou hebben aangegeven dat er sprake zou zijn geweest van strafbare kindermishandeling.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Ten aanzien van C/10/714969 / JE RK 26-307

In het schriftelijke verzoek van 13 februari 2026 heeft de Raad zowel de voorlopige ondertoezichtstelling als een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in het netwerk verzocht. Echter, in de onderbouwing bij dit verzoek vermeldt de Raad: “De RvdK ziet op dit moment (nog) geen aanleiding tot een machtiging uithuisplaatsing voor [voornaam minderjarige] .” Gezien deze tegenstrijdigheid heeft de piket-kinderrechter de Raad op 13 februari 2026 telefonisch gevraagd welk verzoek nu precies werd ingediend. Hierop liet de Raad uiteindelijk weten dat een traject-machtiging werd verzocht. Omdat dit noch in het verzoekschrift, noch in de onderbouwing stond, heeft de piket-kinderrechter besloten om niet zonder het vooraf horen van de belanghebbenden een beslissing te nemen, maar om de verzoeken naar een mondelinge behandeling te verwijzen opdat de belanghebbenden hun visie op de verzoeken zouden kunnen geven.

Nu in de avond van 13 februari 2026 naar aanleiding van een nieuw, ditmaal mondeling, spoedverzoek de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] is uitgesproken, heeft de Raad geen belang meer bij het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling dat onder zaaknummer 714969 is gedaan. Daarnaast heeft de Raad het verzoek tot uithuisplaatsing binnen het netwerk ter zitting ingetrokken, waardoor hiervan de gronden niet meer kunnen worden onderzocht.

Op grond van vorenstaande zal de kinderrechter de verzoeken onder zaaknummer 714969 afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

ten aanzien van C/10/715044 / JE RK 26-316

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de moeder, tot 13 mei 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

ten aanzien van C/10/714969 / JE RK 26-307

wijst de verzoeken van de Raad af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 18 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand