ECLI:NL:RBROT:2026:2870

ECLI:NL:RBROT:2026:2870

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 11711231 CV EXPL 25-2152
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verhuurder eist revindicatie woning (artikel 5:2 BW). Huurster slaagt niet in bewijsopdracht. dus geen recht om in de woning te blijven. Toch afwijzing van de eis op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid gelet op alle omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 11711231 CV EXPL 25-2152

datum uitspraak: 19 maart 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Trivire,

vestigingsplaats: Dordrecht,

eiseres,

gemachtigde: mr. N. Vermeulen,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- het tussenvonnis van 20 november 2025 met de daarin genoemde stukken.

[gedaagde] en de getuige zijn niet verschenen tijdens het getuigenverhoor op 12 februari 2026. Namens Trivire waren verschenen de heer [naam 1] en mr. N. Vermeulen. De kantonrechter en genoemde vertegenwoordigers van Trivire hebben [gedaagde] telefonisch (op de speaker) gesproken.

2. De verdere beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[gedaagde] woont in een woning van Trivire in [plaats] . Trivire vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te verlaten. [gedaagde] wil in de woning blijven wonen. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat zij recht heeft om daar te wonen. Dat is haar niet gelukt, maar de rechter wijst desondanks de eis van Trivire af. Daarom mag [gedaagde] (voorlopig) in de woning blijven. Hierna wordt dit uitgelegd.

Geen afspraak tussen Trivire en [gedaagde]

In het tussenvonnis van 20 november 2025 is bepaald dat [gedaagde] de heer [naam 2] als getuige mag laten horen om te bewijzen dat de brief van [naam 3] van 28 december 2009 echt is. In deze brief wordt namens [naam 3] , de rechtsvoorgangster van Trivire, toegezegd dat [gedaagde] in de woning mag (blijven) wonen, ook nadat haar moeder zou zijn overleden. De moeder van [gedaagde] is in 2021 overleden.

De getuige is niet gekomen tijdens het getuigenverhoor en heeft ook niet op andere wijze verklaard over de brief. Daarom kan, gezien de begrijpelijke twijfels van Trivire over deze brief, niet worden vastgesteld dat die echt is. Dat betekent dat in deze procedure niet uitgegaan kan worden van een afspraak tussen Trivire en [gedaagde] , die inhoudt dat [gedaagde] recht heeft om na het overlijden van haar moeder in de woning te blijven wonen. Ook de vierde reden die [gedaagde] heeft aangevoerd (in het tussenvonnis van 25 september 2026 in alinea 2.3 benoemd als reden d) geeft [gedaagde] dus geen recht om in de woning te mogen blijven wonen.

[gedaagde] mag voorlopig toch in de woning blijven

Ook al heeft [gedaagde] in deze procedure niet aangetoond dat zij recht heeft om in de woning te blijven wonen, toch mag zij daar voorlopig wel blijven wonen. De kantonrechter vindt het namelijk in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als [gedaagde] de woning nu zou moeten verlaten. Het beroep van [gedaagde] op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid – zoals in het tussenvonnis van 25 september 2025 in alinea 2.3 weergegeven onder punt e – slaagt.

Bij dit oordeel betrekt de kantonrechter de volgende omstandigheden. Het is, gezien al wat daarover blijkt uit de stukken, aannemelijk dat [gedaagde] al vele jaren in de woning woont, terwijl zij zich niet voor Trivire heeft verstopt. Trivire heeft tijdens deze procedure meerdere keren verklaard dat als [gedaagde] destijds had gevraagd om naast haar moeder medehuurder te worden of, binnen de daarvoor geldende termijn, om de huur na het overlijden van haar moeder voort te zetten, ‘het allemaal wel goed zou zijn gekomen.’ Het zou volgens Trivire zelfs nog goed hebben kunnen komen als [gedaagde] zich na het verstrijken van de wettelijke termijn om de huur voort te kunnen zetten voortvarend en constructief jegens Trivire had opgesteld. Weliswaar komt er op basis van deze verklaringen niet alsnog een huurovereenkomst tussen partijen tot stand en de rechter kan ook niet zelf zonder meer een huurovereenkomst tussen partijen tot stand brengen, maar het kleurt de situatie wel en het roept vragen op.

Zoals hiervoor overwogen, was [gedaagde] dus waarschijnlijk rechtmatig huurder van de woning geworden als zij destijds de juiste (formele) stappen had genomen. De vraag rijst waarom zij dat niet heeft gedaan. [gedaagde] lijkt de weg in de te volgen formele procedures niet te hebben gevonden. In plaats daarvan heeft zij steunbetuigingen, medische verklaringen, verhalen en meer verzameld. Zij lijkt niet te begrijpen dat slechts de juiste formele stappen resultaat opleveren en is naarmate zij zich meer in het nauw gedreven voelde, ook in deze procedure, onbegrijpelijk gaan verklaren en heeft het zich daardoor steeds moeilijker gemaakt. [gedaagde] deed zich zelfredzaam, accuraat, sociaal geborgen en actief voor, terwijl het op de kantonrechter overkomt alsof zij hulpbehoevend is maar dat niet heeft willen of kunnen erkennen. Deze schijn van controle lijkt de werkelijke situatie van [gedaagde] te hebben verbloemd, waardoor wellicht ook Trivire, ofschoon bekend met en doorgaans coulant jegens minder zelfredzame huurders, op het verkeerde been is gezet. Dat is spijtig, want als dit probleem eerder was onderkend, had [gedaagde] nu naar alle waarschijnlijkheid gewoon een huurovereenkomst met Trivire gehad.

Helaas zijn partijen pas na het verlopen van de fatale termijn over de ontstane situatie ‘in gesprek’ gekomen. De kantonrechter is het met Trivire eens dat het contact aan de kant van [gedaagde] toen moeizaam en soms frustrerend of onbegrijpelijk is verlopen. Dit is de reden dat Trivire, naar zij op 12 februari 2026 verklaarde, nu niet meer bereid is alsnog een huurovereenkomst met [gedaagde] te sluiten. Anders dan Trivire ziet de kantonrechter in de houding van [gedaagde] echter geen onwil, nonchalance of bedrog, maar slechts onvermogen en wanhoop. Hoewel geen medische verklaringen of andere documentatie aanwezig is, komt [gedaagde] op de kantonrechter depressief (naar zij ook zelf stelt te zijn) en in ieder geval hulpbehoevend over. Gelet op al deze omstandigheden in samenhang bezien vindt de kantonrechter het onaanvaardbaar indien [gedaagde] op dit moment de woning moet verlaten. Daarom wijst zij vordering af.

De kantonrechter hoopt dat dit vonnis voor [gedaagde] aanleiding is om hulp te zoeken en voor Trivire om te kijken of zij mogelijkheden ziet om [gedaagde] daarin te begeleiden of adviseren. In het meest gunstige geval kunnen partijen alsnog een huurovereenkomst sluiten, desnoods voor een andere woning.

Ieder draagt eigen proceskosten

De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de eis af;

bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.

703

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand