ECLI:NL:RBROT:2026:2910

ECLI:NL:RBROT:2026:2910

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer 10-278874-25, 10-197444-25, 10-219258-25, 10-221026-25 en 10-254755-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan 13 strafbare feiten, waaronder diefstallen met valse sleutel of met braak, het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, het rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en gevaarlijk verkeersgedrag en het spugen in een politieauto. De verdachte wordt vrijgesproken van heling. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Aan benadeelde partijen wordt schadevergoeding, rente en vergoeding van proceskosten toegekend en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers:

10-278874-25, 10-197444-25, 10-219258-25, 10-221026-25 en 10-254755-25

Datum uitspraak: 20 maart 2026

Datum zitting: 6 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaatsnaam] ,

gedetineerd in [detentieadres] .

Advocaat van de verdachte: mr. E.J. Teeuwen

Officier van justitie: mr. H.H. Balk

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , Nationale politie eenheid Rotterdam, [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] .

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van heling van een auto. Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan 13 strafbare feiten, namelijk tweemaal het rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, rijgedrag met ernstige gevaarzetting bij een achtervolging door de politie, het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, driemaal diefstal (van goederen uit een auto, uit een kantoor en van een kentekenplaat), tweemaal diefstal met valse sleutel door met andermans bankpassen te pinnen, tweemaal diefstal met valse sleutel door met andermans autosleutel een auto weg te nemen, het onbruikbaar maken van een politieauto door daarin te spugen en een woninginbraak. Daarvoor wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Aan vier benadeelde partijen worden (deels) schadevergoedingen toegekend, met wettelijke rente, proceskostenveroordeling en schadevergoedingsmaatregelen. Voor het overige worden de vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.

1. Tenlastelegging

De tenlasteleggingen (hierna beschuldigingen) houden in dat:

10-278874-25

1.

hij op of omstreeks 16 april 2025 te Rotterdam, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Blaak, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

2.

hij op of omstreeks 16 april 2025 te Rotterdam, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie, gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, te weten een nabootsing

van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Glock en model 17, voorhanden heeft gehad.

10-197444-25

hij op of omstreeks 29 juni 2025 te Rotterdam, een zonnebril, een zaklamp en/of een jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

10-219258-25

1.

hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ of die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas op naam van die [slachtoffer 2] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was;

2.

hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een auto (met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de bijbehorende autosleutel, in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was;

subsidiair:

hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een auto (met kenteken [kenteken 1] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een dienstvoertuig, in elk geval enig goed, dat/ die geheel aan de Politie Eenheid Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt.

10-221026-25

l.

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2025 tot en met 23 juli 2025 te

Capelle aan den IJssel, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een autosleutel en /of

- een sleutelhanger van een witgouden duif en/of

- meerdere spanbanden en/of

- een of meer acculaders,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2025 tot en met 23 juli 2025 te

Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, een personenauto (merk Mercedes Bensz ML350 met kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/ die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de onrechtmatig verkregen autosleutel van dat voertuig, weggenomen bij de inbraak in de woning gelegen aan de [adres 2] , tot welk gebruik, verdachte, niet gerechtigd was;

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2025 tot en met 22 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een kentekenplaat( met kenteken [kenteken 3] ). in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij op of omstreeks 22 juli 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, in een woning en/ of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een voetenbankje en/of

- lamineerapparaat en/of

- een kopje en/of

- een (oud)papierbak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/ of een valse sleutel;

5.

hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2025 tot en met 05 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

- een personenauto (merk Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 4] ) en/of

- gereedschapskoffer en/of

- een massagetafel en/of

- een bouwstofzuiger en/of

- een elektrische vouwfiets en/of

- een telefoon, althans een goed en/of goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij op of omstreeks 5 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken 4] ), daarmee rijdende op de weg, onder andere de Brantingweg en/of de Damesweg en/of de Albert Schweitzerpad en/of het Cordell Hullpad en/of de Robert Kochplaats en/of de President Rooseveltweg en/of de Marshallweg en/of de Briantplaats en/of het Briantpad en/of de Betrand Russelpaats, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door:

- het stopteken (via het stoptransparant en optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) te negeren en/of

- terwijl het wegdek vochtig en/of nat en/of glad was en/of

- terwijl het donker was zonder verlichting te rijden en/of

- terwijl het rijbewijs van verdachte ongeldig was verklaard en/of

- te rijden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- zijn motorrijtuig onvoldoende onder controle te houden en/of (daarbij) meermalen met dat motorrijtuig (in bochten) in een slip te raken en/of

- op fietspaden te rijden en/of

- op trottoirs te rijden en/of

- een of meerdere voetgangers en/of fietsers op (zeer) korte afstand te passeren,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

7.

hij op of omstreeks 5 augustus 2025 te Rotterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten 8 , ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Brantingweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

10-254755-25

hij op of omstreeks 4 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, meerdere geldbedragen, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ of die weg te nemen geldbedrag en/of geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel, door een of meer bankpas(sen) op naam van [slachtoffer 5] te gebruiken, in elk geval (een) sleutel(s) tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was;

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2025 tot en met 05 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, meerdere bankpas(sen) op naam van [slachtoffer 5] , althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle 14 ten laste gelegde feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten in de zaak met parketnummer

10-278874-25. De verdachte was niet op de hoogte van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. De betekening van de brief van het CBR is onvoldoende. De verdachte had geen wetenschap van het nepwapen in zijn auto noch had hij daarover beschikkingsmacht. Een contra-indicatie voor die wetenschap is onder meer dat een andere persoon op het wapen zat toen het werd gevonden.

In de zaak met parketnummer 10-219258-25 bepleit de verdediging vrijspraak voor feit 2 primair en feit 3. De verdachte heeft de auto niet gestolen, maar geleend van een vriend. Verder valt uit het bewijs niet af te leiden dat de verdachte opzet heeft gehad op het spugen in de politieauto. De verdachte heeft hooikoorts en heeft mogelijk geniest.

Ook in de zaak met parketnummer 10-254755-25 is vrijspraak bepleit van diefstal en heling, nu de verdachte op de camerabeelden niet is herkend op basis van specifieke persoonskenmerken. Dat de auto later is aangetroffen bij de verdachte doet hier niet aan af, omdat de auto al eerder van hand kan zijn gewisseld.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 10-197444-25, 10-219258-25 feit 1,

10-221026-25, feiten 5, 6 en 7 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

In de zaak 10-221026-25, feiten 1, 2, 3 en 4, heeft de verdediging de rechtbank verzocht om behoedzaam om te gaan met de herkenningen.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10-278874-25

1.

hij op 16 april 2025 te Rotterdam, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Blaak, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd;

2.

hij op 16 april 2025 te Rotterdam, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie, gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, te weten een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Glock en model 17, voorhanden heeft gehad.

10-197444-25

hij op 29 juni 2025 te Rotterdam, een zonnebril, een zaklamp en een jas, die geheel

aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

10-219258-25

1.

hij op 17 juli 2025 te Rotterdam, geldbedragen die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas van die [slachtoffer 2] , tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was;

2 primair.

hij op 17 juli 2025 te Rotterdam, een auto met kenteken [kenteken 1] , die geheel aan

[slachtoffer 2] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de bijbehorende autosleutel, tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was;

3.

hij op of omstreeks 17 juli 2025 te Rotterdam, een dienstvoertuig, dat geheel aan de Politie Eenheid Rotterdam, in elk geval aan een ander toebehoorde onbruikbaar heeft gemaakt.

10-221026-25

l.

hij in de periode van 21 juli 2025 tot en met 23 juli 2025 te Capelle aan den IJssel,

in een woning te [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een autosleutel en

- een sleutelhanger van een witgouden duif en

- meerdere spanbanden en

- meer acculaders,

die geheel aan [slachtoffer 3] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2.

hij in de periode van 21 juli 2025 tot en met 23 juli 2025 te Capelle aan den IJssel, een personenauto (merk Mercedes Benz ML350 met kenteken [kenteken 2] ), die geheel aan

[slachtoffer 6] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de onrechtmatig verkregen autosleutel van dat voertuig, weggenomen bij de inbraak in de woning gelegen aan de [adres 2] , tot welk gebruik, verdachte, niet gerechtigd was;

3.

hij in de periode van 21 juli 2025 tot en met 22 juli 2025 te Rotterdam, een kentekenplaat met kenteken [kenteken 3] die geheel aan [slachtoffer 4] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij op 22 juli 2025 te [adres 3] ,

- een voetenbankje en

- lamineerapparaat en

- een kopje en

- een (oud)papierbak,

geheel aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij op 5 augustus 2025 te Rotterdam, als bestuurder van een voertuig personenauto met kenteken [kenteken 4] , daarmee rijdende op de weg, onder andere de Brantingweg en de Dawesweg en het Albert Schweitzerpad en het Cordell Hullpad en de Robert Kochplaats en

de President Rooseveltweg en de Marshallweg en de Briandplaats en het Briandpad en de Bertrand Russellplaats, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door:

- het stopteken via het stoptransparant en optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig te negeren en

- terwijl het wegdek vochtig en nat en glad was en

- terwijl het donker was zonder verlichting te rijden en

- terwijl het rijbewijs van verdachte ongeldig was verklaard en

- te rijden met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en

- zijn motorrijtuig onvoldoende onder controle te houden en daarbij meermalen met dat motorrijtuig in bochten in een slip te raken en

- op fietspaden te rijden en

- op trottoirs te rijden en

- voetgangers en fietsers op zeer korte afstand te passeren,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;

7.

hij op 5 augustus 2025 te Rotterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Brantingweg, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto van die categorie heeft bestuurd;

10-254755-25

hij op 4 augustus 2025 te Rotterdam, meerdere geldbedragen, die geheel aan [slachtoffer 5] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van een valse sleutel, door bankpassen op naam van [slachtoffer 5] te gebruiken, tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen.

10-278874-25

1. Proces-verbaal van de politie

Op 16 april 2025 om 19:57 uur reed [verdachte] als bestuurder van een motorrijtuig, een personenauto, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg Blaak in Rotterdam. Voor het besturen van dit motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de categorie B. Het op naam van [verdachte] gestelde rijbewijs van deze categorie is ongeldig verklaard.

2. Schriftelijk stuk van het CBR

Kenmerk [kenmerk 1] . Datum 26 maart 2025. [verdachte] , Wij verklaren uw rijbewijs ongeldig vanaf 2 april 2025. U mag niet meer rijden. Wij laten dit besluit persoonlijk aan u uitreiken.

2a. Schriftelijk stuk

3. Schriftelijk stuk; akte van betekening

Akte van uitreiking aan [verdachte] , op 16 april 2025 om 13:10 uur, ondertekend door [verdachte] . Briefsoort CBR nummer [nummer 1] .

4. Proces-verbaal van de politie

Op 16 april 2026 in Rotterdam bestuurde [verdachte] een auto. In die auto troffen wij onder de achterbank aan de bestuurderszijde een vuurwapen gelijkend voorwerp aan.

5. Proces-verbaal van de politie

Het voorwerp dat in beslag is genomen bij [verdachte] is een nabootsing van een pistool. Dit voorwerp vertoont voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis met een vuurwapen namelijk een pistool van het merk Glock en model 17. Dit voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I , sub 7 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 3, onder a van de Regeling Wapens en Munitie.

6. Proces-verbaal van verhoor van de verdachte

V: Volgens een verklaring zat u als bestuurder in een personenauto. In wat voor auto zat u?

A: Mijn eigen auto.

V: In het voertuig lag een nep vuurwapen. Kunt u mij vertellen waarom u dit in het voertuig had liggen?

A: Nepvuurwapen is speelgoed.

10-197444-25

7. Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1]

Op 29 juni 2025 te [adres 4] , zag ik dat mijn Wax jas uit mijn auto weg was. Ik zag ook dat mijn zonnebril en zaklamp weg waren. Niemand had het recht of had toestemming om goederen uit mijn voertuig weg te nemen.

8. Proces-verbaal van de politie

Op 29 juni 2025 aan [adres 4] hoorde ik [naam] verklaren:

Ik zag via mijn deurbel camera dat een man bij de auto van de overburen in de auto ging. Daarna liep de man weg en zag ik dat hij een donker groene jas in zijn handen had.

Tijdens de getuigenverklaring kwam een persoon aanlopen. Ik hoorde dat [naam] zei: Daar komt hij. Dat is de man die ik eerder zag. De man betrof: [verdachte] .

9. Proces-verbaal van de politie

Ik zag op de Ring deurbel beelden van 29 juni 2025 00:17 uur te de [adres 4] een man met een jas aan. Onder volgnummer [nummer 2] heb ik ook een proces-verbaal van camerabeelden gemaakt die verstrekt zijn door [huisnummer 1]. Daarop is mogelijk dezelfde persoon te zien maar dan zonder jas. Het tijdstip op die beelden is 00:12 uur.

10. Proces-verbaal van de politie

Ik zag op de Nest deurbel beelden van 29 juni 2025 00:12 uur te de [adres 4] een man zonder jas aan.

Onder volgnummer [nummer 3] heb ik ook een proces-verbaal van camerabeelden

gemaakt die verstrekt zijn door [huisnummer 2]. Daarop is mogelijk dezelfde persoon te zien

maar dan met jas. Het tijdstip op deze beelden is 00:17 uur.

Op basis van de camerabeelden, het signalement, de kleding van de verdachte en het feit dat ik [verdachte] heb verhoord, herken ik [verdachte] voor 100% als zijnde de persoon op de

camerabeelden van de volgnummers [nummer 3] en - [nummer 2] , van 29 juni 2025 te Rotterdam.

10-219258-25

11. Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster]

Op 17 juli 2025 te [adres 5] , zag ik dat mijn auto Nissan Micra met kenteken [kenteken 1] , was weggenomen. Ik heb per ongeluk de autosleutel in het contactslot laten zitten. Goederen in de auto: ING bankpas.

12. Proces-verbaal van aanvullend verhoor [aangeefster]

Recent zijn twee ongeautoriseerde pintransacties verricht met mijn betaalpas, waarbij is gepind op locaties waar ik zelf niet aanwezig ben geweest, noch toestemming heb gegeven voor deze transacties. Het betreft een bedrag dat is gepind bij een Primera-filiaal in Rotterdam en een Total tankstation in Rotterdam.

13. Proces-verbaal van de politie

Ik hoorde dat de aangeefster vertelde dat haar bankpas van de ING Bank, met bankpasnummer [bankpasnummer] en bankrekeningnummer is [rekeningnummer] in de personenauto aanwezig was. Deze bankpas is na de diefstal van de personenauto twee keer gebruikt.

Op 17 juli 2025 in de Soesterbergstraat in Rotterdam troffen wij de personenauto met kenteken [kenteken 1] aan met als bestuurder [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] . Wij zagen dat er zich in het vakje in de bestuurdersdeur een stapeltje pasjes bevond. Wij zagen dat er zich in dit stapeltje ook een bankpas van de ING Bank bevond, met nummer [bankpasnummer] en bankrekeningnummer [rekeningnummer] .

Wij plaatste [verdachte] in ons dienst voertuig ten behoeve van vervoer. Wij zagen dat het interieur ons dienstvoertuig op dit moment schoon was. Toen wij vervolgens instapte zagen wij dat er diverse slierten speeksel aanwezig waren op de hemelbekleding van ons voertuig. Tevens waren en slierten speeksel aanwezig op het raam naast [verdachte] . Voor ons was duidelijk dat [verdachte] had gepoogd op de bestuurdersstoel speeksel te spugen. Ons dienstvoertuig was hierdoor tijdelijk niet bruikbaar, omdat wij de slierten speeksel moesten verwijderen/schoonmaken. Wij hadden [verdachte] geen toestemming te geven om aan de binnenzijde van ons voertuig te spugen. Tevens waren de slierten dusdanig ver naar voren dat deze niet "per ongeluk" daar waren gekomen.

14. Proces-verbaal van de politie

Ik hoorde [aangeefster] zeggen dat er met haar bankpas was gepind bij:

- Total Energy [nummer 6] Rotterdam, om 09:30 uur, voor een bedrag van 45,80 euro.

- Primera Rotterdam NLD, om 09:15 uur, voor een bedrag van 49,30 euro.

15. Proces-verbaal van de politie

Op de camerabeelden van Total Energy [nummer 6] Rotterdam van 17 juli 2025 om 09:29 uur zie ik dat er een witte Nissan Micra komt aanrijden met kenteken [kenteken 1] . Er stapt als bestuurder een man uit die ik herken als [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] . Hij had kort donker haar, een donkere baard, een beige t-shirt, blauwe driekwartbroek, witte sokken en witte schoenen. Ik zie dat dezelfde man de shop binnenloopt om 09.30. Ik zie dat hij met een oranje pinpas contactloos afrekent. Het is algemeen bekend dat ING gebruik maakt oranje pinpassen. Ik heb met [verdachte] op de dag van zijn aanhouding een identiteitsverificatie gedaan en heb gepoogd een verhoor af te nemen. Ik ben hierdoor dicht in de buurt van [verdachte] geweest en kan met zekerheid zeggen dat hij de man is op de beelden van het Total tankstation.

16. Proces-verbaal van de politie

Op de camerabeelden van de Primera aan het [adres 6] zag ik dat om 09:00 uur een man die ik herkende als de verdachte de Primera binnen kwam lopen. Ik herkende de verdachte aangezien ik hem eerder die dag verhoord had en zag dat hij overeen kwam met de man op de camerabeelden. Ik zag dat hij hetzelfde t.-shirt droeg als dat hij in de verhoorkamer droeg. Ik zag dat de verdachte een rode Dirk tas vast hield.

Ik zag dat de verdachte om 9.02 uur aan de kassa stond. Ik zag dat de verdachte een oranje pas in zijn hand vasthad en deze ergens op legde en na korte tijd weer oppakte.

10-221026-25

17. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1]

Op 21 juli 2025 ging ik weg van mijn huis aan de [adres 2] .

Op 23 juli 2025 kwam ik thuis. Ik zag dat er braakschade aan de voordeur was en de voordeur stond op een kier. Die kon niet meer dicht. Ik zag dat mijn auto Mercedes Benz ML350, met kenteken [kenteken 2] , weg was. De auto stond eerst nog geparkeerd op het parkeerterrein aan de zijkant van mijn woning. Andere goederen die weggenomen zijn:

- autosleutel en huissleutel;

- sleutelhanger van een witgouden duif;

- spanbanden van mijn motorfietsen;

- 2 acculaders.

Niemand had hiervoor toestemming. Niemand had hiertoe het recht.

18. Proces-verbaal van de politie

Op woensdag 23 juli 2025 werden in het kader van een buurtonderzoek met betrekking tot diefstal uit de woning op de [adres 2] camerabeelden bekeken aan de gevel van de [adres 2] . Ik zag dat er op

22 juli 2025 een persoon zichtbaar was op de beelden. Ik zag dat dezelfde persoon kort hierna op het volgende camerabeeld verscheen van de camera die gericht stond op het parkeerterrein naast de incident locatie. Ik zag dat de eerder benoemde persoon een krat wegzette en vervolgens naar de auto van het slachtoffer liep. Ik zag dat de lampen van het voertuig aangingen en dat het voertuig van het slachtoffer wegreed.

19. Proces-verbaal van de politie

Ik keek de camerabeelden van de diefstal uit woning en diefstal van een voertuig op de Kanaalweg. Op de beelden is te zien dat er een man vanaf de straat richting het achter terrein van het pand loopt.

Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- man,

- ( licht)getinte huidskleur,

- donker, kort haar,

- volle, donkerkleurige baard,

- lichtkleurig T-shirt met lange mouwen,

- korte broek,

- slippers,

- krat met goederen.

Ik herken deze man als zijnde: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1985. Ik herken

hem door mijn werkzaamheden als rechercheur binnen de afdeling veelvoorkomende criminaliteit IJsselland.

Op de beelden is vervolgens te zien dat de man het parkeerterrein achter het gebouw op loopt. Vervolgens is te zien dat de man naar een donkerkleurige Mercedes toe loopt die op de parkeerplaats staat. Daarna is te zien dat de man in de auto stapt. De man rijdt met het voertuig weg.

De man op de beelden uit [proces-verbaalnummer 1] is dezelfde man als in deze camerabeelden. Ik zag dit aan zijn gelaat, postuur, dezelfde kleding en het krat wat de man vast houdt. Deze man betreft: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1985.

20. Proces-verbaal van de politie

Verstrekt beeldmateriaal is een aandachtvestiging met videofilmpje [bestand 1] .

Hiervan zijn 2 stills gemaakt.

De persoon op videofilmpje [bestand 1] , de persoon op still 1 en de persoon

op still 2 herken ik als: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1985.

Ik heb deze persoon meerdere malen op camerabeelden gezien, welke ik recentelijk heb uitgewerkt. Ik heb meerdere malen videofragmenten uitgewerkt met daarin deze persoon. Ik heb hier meerdere uren aan besteed. Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken. Ik herken hem aan zijn haarlijn, haardracht, gezichtsbeharing, ogen en neus.

21. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2]

Ik doe aangifte van diefstal van de kentekenplaten [kenteken 3] van mijn auto te [adres 7] tussen 21 juli 2025 en 22 juli 2025.

22. Proces-verbaal van de politie

Ik zag op de camerabeelden van de diefstal van kentekenplaten op 22 juli 2025 een man.

Ik kan hem als volgt omschrijven:

- man,

- licht getinte huidskleur,

- volle, donkerkleurige baard,

- Donkere pet,

- lichtkleurig shirt met lange mouwen,

- lichtkleurige broek,

- zwarte slippers.

Ik herken die man als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985. Ik herken hem vanwege mijn werkzaamheden als rechercheur bij de afdeling veelvoorkomende criminaliteit IJsselland. Op 5 augustus 2025 heb ik ongeveer een half uur met hem in verhoor gezeten. Ik herken hem aan zijn gelaat, baard, neus en ogen en zijn postuur.

Ik herken ook het voertuig waarin de man en de vrouw rijden als zijnde de Mercedes ML

met kenteken: [kenteken 2] die is weggenomen op 22 juli 2025 omstreeks 05.30 uur aan de

[adres 2] , met registratienummer [proces-verbaalnummer 2] .

Vervolgens is te zien dat de Mercedes ter hoogte van de sloperij geparkeerd wordt. Daarna is te zien dat de man achter de auto loopt en richting het hek van de sloperij wandelt.

Vervolgens is te zien dat de man om 06.05 uur over het hek heen klimt. De man loopt tot 06.17 uur op het terrein rond en kijkt bij diverse auto's. Om 06.17 uur is te zien dat de man over het hek terug naar de openbare weg klimt. De man houdt een Nederlandse kentekenplaat vast in de hand bij de achterkant van de Mercedes. Om 06.23 uur rijdt de Mercedes weg met andere kentekenplaten dan bij aankomst.

23. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3]

Ik doe aangifte van diefstal. Op 22 juli 2025 kwam ik in mijn kantoor te [adres 3] . Ik merkte dat het voetenbankje weg was. De directeur zag op de camerabeelden dat er om 05.15 uur een man het pand betrad. Ik zag op de beelden dat de man een oud papierbak meenam waar hij vervolgens gestolen goederen in deed. Deze bak met gestolen goederen heeft hij vervolgens meegenomen naar buiten. De volgende goederen zijn door de verdachte meegenomen: Oud papierbak, lamineerapparaat, voetenbankje, kopje.

24. Proces-verbaal van de politie

Op 22 juli 2025 had er een diefstal plaatsgevonden in een kantoorpand op de [adres 3] . De gedupeerde had de beelden overhandigd aan de politie.

Op camerabeelden [bestand 4]" zag ik dat om 05:14 uur, er een man in beeld verscheen die er als volgt uitzag:

- man,

- tussen de 20 en 30 jaar oud,

- tussen de 170 en 180 centimeter lang,

- lichte bruine huidskleur,

- zwart kort haar,

- zwarte baard,

- witte trui met lange mouwen en zwarte tekst op bovenkant rug,

- witte driekwart broek,

- zwarte slippers.

Om 05.35 uur, zag ik, dat de verdachte een zwart voorwerp, dat leek op een zwarte doos, achter het bureau vandaan haalde en vervolgens met die zwarte doos beneden uit beeld liep. Ik zag dat de verdachte in zijn rechterhand nog een beker vast had. Ik zag dat er meerdere voorwerpen in de doos aanwezig waren.

25. Proces-verbaal van de politie

Op 5 augustus 2025 omstreeks 00.20 uur in Rotterdam zagen wij een wit voertuig Nissan Qashqai voorzien van kenteken [kenteken 4] . Het voertuig reed zonder verlichting.

Wij zagen dat de Nissan en het andere voertuig links afsloeg de Brantingweg op. Wij zagen dat de Nissan bij het afslaan zijn voorligger links inhaalden en hierbij de verplichte rijrichting negeerde en dus tegen het verkeer in reed. Op dit moment hadden wij goed zicht op de bestuurder van de Nissan:

- Man,

- ongeveer 40 jaar oud,

- licht getinte huiskleur,

- vermoedelijk Arabische afkomst,

- kort geschoren donker haar,

- kort geschoren donkere baard,

- donker kleurig t-shirt.

Wij gaven een stopteken doormiddel van het rood politietransparant aan de voorzijde van

ons voertuig. Wij zagen dat de Nissan bleef rijden en niet minderden in zijn snelheid. Om onszelf nog beter zichtbaar te maken voor de bestuurder voerden wij ook de blauwe optische signalen. Wij zagen dat de Nissan de kruising naderde van de Brantingweg met de Dawesweg. Wij zagen dat de Nissan rechtdoor over stak een parkeerplaats op. De parkeerplaats betreft een doodlopende weg. Wij zagen dat de Nissan bij het einde van de parkeerplaats links af sloeg en over de groenstrook reed. Wij zagen dat de Nissan een u-bocht maakte en weer reed in de richting van de Brantingweg. Wij zagen dat de Nissan van de groenstrook het fietspad op reed. Wij zagen dat de Nissan half over het fietspad reed en half over het trottoir. De Nissan reed weer in de Richting van de Dawesweg. Wij zagen dat er een voetganger op het trottoir liep. Wij zagen dat de Nissan recht op de voetganger af reed. Wij zagen dat de voetganger net voordat de Nissan bij de voetganger was weg sprong. Wij zagen dat de Nissan niet afremde en alleen maar sneller reed. Wij zagen dat de Nissan hierna rechtsaf sloeg de Dawesweg op. Dit betrof het fietspad. De Nissan sloeg vervolgens rechtsaf het Albert Schweitzerpad op en reed in de richting van het Cordell Hullpad. Wij zagen dat de Nissan ter hoogte van het Cordell Hullpad links af sloeg en vervolgens reed over het Cordell Hullpad in de richting van de President Rooseveltweg. Wij zagen dat de Nissan rechtsaf sloeg de President Rooseveltweg op. Dit betrof echter wel het fietspad dat parallel loopt aan de President Rooseveltweg loopt. Hier reed het voertuig over een afstand van 100 meter een geijkte snelheid uitlopend van 66 kilometer per uur. Wij zagen dat de Nissan reed in de richting van Marshallweg. Wij zagen dat Nissan rechtsaf sloeg de Marshallweg op en reed in de richting van Briandplaats en stopte. Wij haalde de Nissan in en plaatsten ons voertuig schuin voor de Nissan. Wij zagen dat de Nissan achteruit reed in de richting van het Briandpad. Ter hoogte van de badmintonclub sloeg de Nissan linksaf het voetpad op maakte vervolgens een u-bocht naar rechts het fietspad op. Wij zagen dat de Nissan over het fietspad reed.

Wij zagen dat om 00.27 uur de Nissan vervolgens abrupt stopte en zagen dat de bestuurder uit het voertuig stapte. Wij zagen dat de verdachte rende in de richting van de Kamerlingh Onnesweg. Toen wij verbalisanten zicht hadden op de Kamerlingh Onnesweg hadden we geen zicht meer op de verdachte. Getuigen verklaarden dat de verdachte in de richting van flat De Bonnefooi was gerend en zich in één van de tuinen verstopt had.

Wij hoorden dat de politiefunctionaris van [politieteam] een man staande had in de tuin van de [adres 8] . Wij zagen dat de man volledig overeen kwam met de verdachte. Wij zagen dat de man schrammen op zijn benen had en zagen en hoorden dat de man buiten adem was. Wij zagen dat de borstkas van de man snel op en neer ging. Ook zagen wij dat de man gras en modder op zijn benen en voeten had.

Signalement:

- ongeveer 40 jaar oud,

- licht getinte huiskleur,

- vermoedelijk Arabische afkomst,

- kort geschoren donker haar,

- kort geschoren donkere baard,

- donker kleurig t-shirt,

- donker kleurige korte broek,

- droeg geen schoenen.

De verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1985 te Rotterdam.

Gevaarzetting tijdens de achtervolging:

- De verdachte reed bijna een voetganger aan. De voetganger was genoodzaakt om weg te springen om niet geraakt te worden.

- De verdachte verloor meerdere keren bijna de controle over het stuur en slipten in de bochten.

- De verdachte reed met snelheden tot 70 kilometer per uur over de fietspaden.

- De verdachte reed met snelheden tot 50 kilometer per uur over de voetpaden.

- De verdachte reed in het donker, op onverlichte fietspaden en onverlichte voetpaden.

- Wij zagen dat er meerdere mensen op de fietspaden liepen waar wij ook reden.

- Wij zagen dat er een man zijn honden aan het uitlaten was op de groenstrook waarover de verdachte reed.

- het wegdek was vochtig/nat.

Door de gedragingen was er daadwerkelijk gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, dan

wel de dood, te duchten.

26. Proces-verbaal van de politie

Op 5 augustus 2025 in Rotterdam hadden collega’s een achtervolging. De laatst genoemde locatie was de Robert Kochplaats in Rotterdam. Wij hoorden dat de verdachte uit de auto was gesprongen en te voet verder ging.

Ter plaatse verklaarde een persoon in een oranje hesje: "Ik zag net een persoon rennen, hij ligt daar ergens in één van die tuinen". Ik zag dat deze persoon in de richting wees van " [naam woongroep] ". Ik liep in de richting van deze tuinen. Ter hoogte van [adres 8] zag ik een persoon liggen onder een balkon, met een korte broek en een blouse aan, ook had hij geen schoenen en sokken aan. Zijn blouse was natgeregend en zijn voeten waren erg nat, met modder en gras en ook zaten er allerlei schrammen op.

Zijn signalement:

- Man

- Arabische afkomst

- tussen de 40 en 50 jaar oud

- ongeveer 1,70 lang

- Smal postuur

- Blauwe blouse

- Blauwe korte broek

Het viel mij op dat deze persoon enorm hoog in zijn ademhaling zat tijdens het praten. Samen met zijn natte kleding en vieze voeten ondanks dat hij onder een afdak lag, kreeg ik het gevoel dat dit mogelijk de verdachte was die er eerder vandoor gegaan was.

De verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] .

27. Proces-verbaal van de politie

Op 5 augustus 2025 zagen zij dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , reed op de openbare weg Brantingweg te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs B is vereist van de categorie B. Het op zijn naam gesteld rijbewijs van deze bestuurder voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur is ongeldig verklaard. Rijbewijs is door het CBR vanwege geschiktheid gedeeltelijk ongeldig verklaard vanaf 02-04-2025.

10-254755-25

28. Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5]

Ik doe aangifte van diefstal door middel van een valse sleutel. Iemand heeft zich opzettelijk en wederrechtelijk twee creditcards van mij toegeëigend wetende dat deze twee creditcards hem of haar niet toebehoorde. Met deze twee creditcards zijn opzettelijk en wederrechtelijk cash geldopnames uitgevoerd. Ik ben houder van deze twee creditcards:

1. van ICS eindigend op pasnummer [nummer 4] op naam van [slachtoffer 5] en

1. van ABN AMRO eindigend op pasnummer [nummer 5] op naam van Duiker Combustion Engineers [slachtoffer 5] .

Ik zag in mijn bankierenapp dat er geld van mijn creditcards was afgeschreven. Ik wist dat ik deze transacties niet zelf had uitgevoerd.

Transacties van de creditcard ICS eindigend op nummer [nummer 4] :

Bij de Texaco aan de Jacques Dutilhweg in Rotterdam:

4 augustus 2025 om 04:25 uur 50,00 euro cash opname;

4 augustus 2025 om 04:27 uur 50,00 euro cash opname.

Bij de Shell aan de Abraham van Rijkevorselweg [huisnummer 2] of aan de overzijde:

4 augustus 2025 om 05:01 uur 50,00 euro cash opname.

Transactie van de creditcard ABN AMRO eindigend op nummer [nummer 5]

Bij de Texaco aan de Jacques Dutilhweg in Rotterdam:

4 augustus 2025 om 04:25 uur 50,00 euro cash opname.

29. Proces-verbaal van de politie

Ik zag op de camerabeelden van 4 augustus 2025 van de Texaco gevestigd aan de Jacques Dutilhweg in Rotterdam op opname [bestand 2] dat een man met een wit voertuig Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 4] op de benzinepompplaats parkeerde. De man stapte uit en liep om 04:24:32 uur naar de shop en pinde met een gestolen bankpas. Ik zag op opname [bestand 3] uur dat de verdachte bij de kassa stond. Ik zag dat de verdachte een bankpas boven het pinapparaat hield. Ik zag op 00:09 uur dat de verdachte een bankpas op het pinapparaat legde. Ik zag op 00:23 uur dat de verdachte een andere pas uit zijn portemonnee haalde. Ik zag dat de verdachte de pas op het pinapparaat legde. Ik zag dat de shopmedewerken geld uit de kassa haalde en aan de verdachte overhandigde.

Ik zag dat politiefunctionarissen het voertuig hadden aangetroffen in het gebied IJsselland.

Ik zag in het politieprocessysteem dat deze verdachte was aangehouden ter zake diefstal.

Ik zag op de politiefoto vergelijkingen met de persoon op de camerabeelden van de Texaco. Ik zag de volgende gelijkenissen:

-Gelaat;

- vorm neus;

- haarlijn baard;

- jukbeenderen;

-mondhoeken.

Hierdoor kan ik zeggen dat de verdachte persoon op de beelden in deze zaak exact

overeenkomt met verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1985 te [geboorteplaats] .

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Voor zover het bewijs om verdere uitleg vraagt, gaat de rechtbank daar hier op in.

10-278874-25

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 16 april 2025 ten tijde van het besturen van een personenauto, wist dat zijn rijbewijs voor die categorie ongeldig was verklaard. De rechtbank gaat uit van de juistheid van het op ambtseed opgestelde proces-verbaal van betekening van de brief van het CBR, waarin dit aan de verdachte wordt medegedeeld. De bewoordingen in de brief zijn duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. De betekening van deze brief in persoon is, anders dan in de door de verdediging genoemde jurisprudentie, voldoende om wetenschap aan te nemen. Het is immers de verantwoordelijkheid van de verdachte om deze brief ook te lezen.

10-219258-25

Bewezen kan worden dat de verdachte degene is die de Nissan Micra met kenteken [kenteken 1] , toebehorende aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen, zoals primair ten laste gelegd als feit 2. Aangeefster heeft verklaard dat de auto tussen 08:45 en 09:15 uur moet zijn weggenomen. De verdachte is al om 09:02 uur gezien toen hij in de Primera pinde met de pinpas van aangeefster, die ook bij die diefstal is weggenomen. Vervolgens zijn de auto en de verdachte vanaf 09:29 uur te zien bij het Total Energy tankstation. Gezien dit zeer korte tijdsbestek kan het niet anders dan dat de verdachte ook degene is die de auto heeft weggenomen. De kans dat de auto tussentijds, te eten in (minder dan) een kwartier nog van hand zou zijn gewisseld tussen de dief en de verdachte acht de rechtbank dermate onaannemelijk, dat zij deze uitsluit.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank dat zij geen aanleiding ziet om te twijfelen aan het op ambtseed opgestelde proces-verbaal van de politie met nummer [proces-verbaalnummer 3] . Daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk in de politieauto heeft gespuugd, omdat er dusdanig veel speeksel op meerdere plaatsen in de politieauto aanwezig was dat dit niet meer als ongelukje aangeduid kan worden. Hierdoor moest de politieauto worden schoongemaakt en was deze tijdelijk niet bruikbaar. Ook dit feit kan bewezen worden.

10-221026-25

In dit dossier bevinden zich verklaringen van verbalisanten die de verdachte herkennen als degene die feiten 1, 2, 3 en 4 pleegt. De rechtbank overweegt dat de verbalisanten voldoende hebben omschreven aan welke specifieke persoonskenmerken zij de verdachte herkennen. Ook is omschreven in welke context zij de verdachte eerder hebben gezien.

De rechtbank acht die herkenningen betrouwbaar en baseert zich voor het bewijs daarom mede op die herkenningen. De rechtbank concludeert dat het steeds de verdachte is die te zien is op de camerabeelden, waarop de diefstal van goederen uit de woning en de personenauto van merk Mercedes Benz aan de [adres 2] (feiten 1 en 2), zijn vastgelegd, evenals op de camerabeelden van de diefstal van een kentekenplaat (feit 3) en de camerabeelden van de diefstal uit het kantoor te [adres 3] (feit 4). Deze feiten kunnen worden bewezen.

10-254755-25

De verbalisant herkent de verdachte als de man die op 4 augustus 2025 pintransacties verricht in het Texaco tankstation, op het tijdstip dat geld is opgenomen met de van [aangever 4] gestolen creditcards. De verbalisant omschrijft voldoende specifiek waaraan hij de verdachte herkent. De juistheid van die herkenning wordt ondersteund door de constatering dat de auto waarmee de man op 4 augustus 2025 bij de Texaco arriveert, dezelfde gestolen Nissan Qashqai met kenteken [kenteken 4] is, waarin de verdachte de dag daarna op 5 augustus 2025, als bestuurder is aangehouden. Daarnaast komt de manier van handelen van de dader ook overeen met de modus operandi van de verdachte, zoals die uit de andere ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten uit dit vonnis naar voren komt, namelijk het stelen van bankpassen (uit een auto) en daarmee vervolgens direct gaan pinnen. Bewezen kan worden dat de verdachte degene is die op 4 augustus 2025 wederrechtelijk geld heeft weggenomen met de bankpassen van de aangever.

Conclusie

Bewezen is dus dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan 13 strafbare feiten, namelijk tweemaal het rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, rijgedrag met ernstige gevaarzetting bij een achtervolging door de politie, het voorhanden hebben van een nepvuurwapen, driemaal diefstal (van goederen uit een auto, uit een kantoor en van een kentekenplaat), tweemaal diefstal met valse sleutel door met andermans bankpassen te pinnen, tweemaal diefstal met valse sleutel door met andermans autosleutel een auto weg te nemen, het onbruikbaar maken van een politieauto door daarin te spugen en een woninginbraak.

Vrijspraak feit 5, parketnummer 10-221026-25

De beschuldiging van de heling van de auto Nissan Qashqai en de goederen die zich daarin bevonden, is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

Uit de bewijsmiddelen is onvoldoende gebleken dat de verdachte wist dat dit een gestolen auto en gestolen goederen betrof.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

parketnummer 10-278874-25

1: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

parketnummer 10-197444-25

diefstal;

parketnummer 10-219258-25

1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

2. primair: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken;

parketnummer 10-221026-25

1: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid;

2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

3: diefstal;

4: diefstal;

6: overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;

7: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

parketnummer 10-254755-25

primair: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten en de verdachte uitsluiten. De feiten en de verdachte zijn dus strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de strafbare feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 13 strafbare feiten, die hij in een periode van ongeveer vijf maanden heeft gepleegd. De verdachte heeft meerdere (gekwalificeerde) diefstallen gepleegd, waarbij hij onder meer pinpassen en vervolgens daarmee geldbedragen wegnam, autosleutels en vervolgens daarmee auto’s wegnam, en waarbij hij een kentekenplaat en kantoorspullen buitmaakte. Dergelijke feiten zijn niet alleen vervelend, maar leveren veel schade en overlast op voor de eigenaren wiens bezittingen gestolen zijn. De rechtbank rekent het de verdachte daarbij zwaar aan dat hij bij één van die diefstallen in een woning heeft ingebroken en daarmee de persoonlijke levenssfeer van de bewoner heeft geschonden. De verdachte heeft zich ook tweemaal schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto, terwijl zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Ook heeft hij ernstig gevaarzettend rijgedrag vertoond, door onder meer, zelfs na het stopteken van de politie, in een dollemansrit met hoge snelheid zeer gevaarlijke manoeuvres uit te halen, zoals het met hoge snelheid rijden over de weg, het trottoir en het fietspad. Dit is zeer kwalijk, omdat de verdachte daarmee niet alleen zichzelf maar ook andere niets vermoedende verkeersdeelnemers in gevaar heeft gebracht. Verder had de verdachte een nepvuurwapen voorhanden, waarvan een grote dreiging uitgaat als dit aan mensen getoond wordt. Tot slot heeft de verdachte nog laten zien geen fatsoen te kennen door een politieauto met zijn spuug te bevuilen. Dit is een grote reeks vervelende feiten. Dergelijk gedrag veroorzaakt schade, irritatie en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft zich daar niet door laten weerhouden.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Omdat dit langer geleden is leidt het strafblad van de verdachte nu niet tot een hogere straf.

Advies van de reclassering

In het advies van Reclassering Nederland van 14 januari 2026 wordt geconcludeerd dat het risico op recidive hoog is. De verdachte lijkt drugs te gebruiken om zijn gevoelens te dempen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. In dit advies staat vermeld dat de verdachte open staat voor begeleiding door de reclassering.

Op de terechtzitting heeft de verdachte, in tegenstelling tot bij de reclassering, verklaard dat hij geen begeleiding wil van de reclassering. Hij heeft gezegd dat hij als hij vrijkomt zelfstandig in staat is om geen drugs meer te gaan gebruiken.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst en de hoeveelheid van de strafbare feiten, is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Ook speelt mee dat de verdachte in een relatief korte tijdsperiode een veelheid aan ernstige en vervelende strafbare feiten heeft gepleegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd.

Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft tot doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5. Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering [benadeelde partij 1] , parketnummer 10-197444-25

[benadeelde partij 1] heeft als benadeelde partij € 660,- als vergoeding voor materiële schade en € 500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, in totaal € 1.160,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 660,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij kan voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen vanwege een gebrek aan onderbouwing.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. Dat er schade is door het wegnemen van de zonnebril, jas en zaklamp neemt de rechtbank aan. Hoe groot deze schade is, is niet onderbouwd. De rechtbank schat deze schade op € 450,-. De vordering wordt toegewezen tot dit bedrag. Voor het overige deel van de materiële schade wordt de vordering niet-ontvankelijk geacht. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dat de benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden is niet onderbouwd of gebleken. De benadeelde partij wordt in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan daarom bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 29 juni 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Vordering [benadeelde partij 2] , parketnummer 10-219258-25

[benadeelde partij 2] heeft als benadeelde partij € 5.455,66 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 98,-,

te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij kan voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen vanwege een gebrek aan onderbouwing.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. Dat betreft de schade door te pinnen met de pas van de benadeelde partij, ter hoogte van € 95,10. De vordering wordt toegewezen tot dit bedrag.

Voor het overige wordt de vordering van materiële schade niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De schade aan de auto is onvoldoende onderbouwd of aannemelijk geworden. Uit het dossier kan niet opgemaakt worden hoe de schade aan de auto zou zijn ontstaan en of deze is veroorzaakt door de verdachte. Ten aanzien van de telefoon overweegt de rechtbank dat deze kennelijk in het bezit is van de politie en dat de benadeelde partij zich daarom tot hen moet wenden om de telefoon terug te krijgen of de schade vergoed te krijgen.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 17 juli 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Vordering Nationale politie Eenheid Rotterdam, parketnummer 10-219258-25

De Nationale politie Eenheid Rotterdam heeft als benadeelde partij € 88,28 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet niet-ontvankelijk worden verklaard nu vrijspraak is bepleit.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 88,28 moet betalen aan de benadeelde partij.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 17 juli 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Vordering [benadeelde partij 3] , parketnummer 10-221026-25

[benadeelde partij 3] heeft namens Canaalstaete Vastgoed b.v. als benadeelde partij € 560,29 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, bestaande uit schade aan schuifdeuren en kantoorartikelen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 205,76, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedings-maatregel. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat schade aan de schuifdeuren niet kan worden bewezen. Voor de vergoeding voor de kantoorartikelen vraagt de verdediging matiging.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit, namelijk door het wegnemen van het lamineerapparaat ter waarde van € 21,49 en de voetenbank ter waarde van € 71,38.

De vordering wordt toegewezen voor deze items.

Voor het overige wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Uit het dossier blijkt niet van schade aan de schuifdeuren. De overige kantoorartikelen waarvoor vergoeding is gevraagd, zijn geen goederen zoals genoemd op de tenlastelegging.

Dit betekent dat de verdachte € 92,87 moet betalen aan de benadeelde partij.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 22 juli 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Ambtshalve vordering oplegging schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde partij 4] , parketnummer 10-254755-25

De officier van justitie heeft ten behoeve van [benadeelde partij 4] gevorderd dat de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte wordt opgelegd, waarbij de door de verdachte gepinde € 150,- aan [benadeelde partij 4] vergoed wordt, dit bedrag nog te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze schade bestaat uit de door de verdachte met de van [benadeelde partij 4] gestolen creditcards weggenomen geldbedragen. De schade is evident.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit en verzet zich daarmee impliciet tegen toewijzing van de gevorderde schadevergoedingsmaatregel

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij door het feit materiële schade heeft geleden. De verdachte heeft de hoogte van het schadebedrag verder niet betwist en hoewel onduidelijk is of de schade die de aangever heeft geleden via de bank of anderszins is vergoed, acht de rechtbank die kans zeer klein. De auto is mogelijk niet goed afgesloten geweest en de pasjes werden bewaard in het dashboardkastje. Deze omstandigheden beletten doorgaans vergoeding van de schade door de bank. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoedingsmaatregel daarom toewijzen als verzocht.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 5a, 9, 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 5 in de zaak met parketnummer 10-221026-25 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd, namelijk:

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Vorderingen benadeelde partijen

10-197444-25

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 450,- [zegge: vierhonderdvijftig euro], bestaande uit een vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 29 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit met parketnummer 10-197444-25 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 450,- [zegge: vierhonderdvijftig euro] te betalen, en de wettelijke rente vanaf 29 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

10-219258-25

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 2] (feit 1 en 2 primair), te betalen een bedrag van € 95,10 [zegge: vijfennegentig euro en tien eurocent], bestaande uit een vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feiten 1 en 2 primair, parketnummer 10-219258-25, de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 95,10 [zegge: vijfennegentig euro en tien eurocent] te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij Nationale politie Eenheid Rotterdam (feit 3), te betalen een bedrag van € 88,28 [zegge: achtentachtig euro en achtentwintig eurocent], bestaande uit een vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 3, parketnummer 10-219258-25, de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij Nationale politie Eenheid Rotterdam aan de staat € 88,28 [zegge: achtentachtig euro en achtentwintig eurocent] te betalen, en de wettelijke rente vanaf

17 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

10-221026-25

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 3] (feit 4), te betalen een bedrag van € 92,87 [zegge: tweeënnegentig euro en zevenentachtig eurocent], bestaande uit een vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 22 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 4, parketnummer 10-221026-25, de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 3] aan de staat € 92,87 [zegge: tweeënnegentig euro en zevenentachtig eurocent] te betalen, en de wettelijke rente vanaf 22 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

10-254755-25

legt aan de verdachte voor parketnummer 10-254755-25, de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 4] aan de staat € 150,- [zegge: honderdvijftig euro] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Wielhouwer, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en R.E. Drenth, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.

Mr. Drenth is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?