Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-203780-24, 10-023685-25, 10-036707-25 en 10-210031-25 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 22 januari 2026
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2010,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [plaatsnaam] ,
raadsvrouw: mr. G.S.S. de Kok, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 8 januari 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Vrijspraak zonder nadere motivering (afpersing)
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 10-023685-25 onder 2 primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Bewijswaardering parketnummer 10-203780-24 (openlijke geweldpleging)
Standpunt verdediging
De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van de verdachte voor het tweede en vierde gedachtestreepje van het onder parketnummer 10-203780-24 ten laste gelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet degene is geweest die het mes in de richting van aangever [slachtoffer 1] heeft gestoken of hem met het mes heeft bedreigd.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte samen met de medeverdachte openlijk geweld heeft gebruikt tegen het [slachtoffer 1] . De verdachte heeft zijn aandeel hierin ook bekend. De rechtbank acht de verdachte daarmee ook strafrechtelijk aansprakelijk voor het niet door hemzelf gepleegde, in te tenlastelegging vermelde, geweld. Daarbij overweegt de rechtbank dat het de verdachte was die het mes bij zich droeg tijdens de geweldpleging. Dat uiteindelijk de medeverdachte het mes heeft gepakt en daarmee heeft gedreigd en stekende bewegingen heeft gemaakt, maakt voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het geval van openlijke geweldpleging geen verschil. De rechtbank verwerpt daarmee het verweer en komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
Conclusie
Het onder parketnummer 10-203780-24 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.
Bewijswaardering parketnummers 10-023685-25 ( feiten 1, 2 subsidiair en feit 3 ), 10-036707-25 en 10-210031-25 (straatroven)
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder parketnummer 10-023685-25 onder 1, 2 (subsidiair) en 3 ten laste gelegde feiten, het onder parketnummer 10-036707-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 10-210031-25 ten laste gelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte stond er slechts bij.
Beoordeling
Uit het procesdossier blijkt dat op 9 december 2024, 25 januari 2025 en 26 januari 2025 meerdere willekeurige slachtoffers van hun goederen zijn beroofd door een groep jongens. Deze berovingen verliepen volgens een vast patroon. De groep achtervolgde de slachtoffers en omsingelde hen, waarna hun goederen werden weggenomen. Tijdens de berovingen werd geweld gebruikt, gedreigd met het gebruik van een (vuur)wapen of is een vuurwapen getoond. De groep liep vervolgens met de gestolen spullen gezamenlijk weg.
Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten, en is dus sprake van medeplegen. De verdachte maakte deel uit van de groep en was op de hoogte was van het plan om willekeurige slachtoffers te beroven. De verdachte geeft aan slechts bij de berovingen aanwezig te zijn geweest. De rechtbank overweegt hiertoe dat hij door de slachtoffers te achtervolgen, om hen heen te gaan staan en de gehele tijd aanwezig te zijn, wel degelijk een wezenlijke bijdrage aan de straatroven heeft geleverd. De rechtbank acht het daarbij van belang te benoemen dat sprake is geweest van vier straatroven, op drie verschillende dagen. De verdachte heeft zich op geen van deze momenten onttrokken aan de groep of ingegrepen om de slachtoffers te hulp te schieten. Integendeel. Gebleken is bovendien dat de verdachte een aantal van de gestolen goederen daadwerkelijk in zijn bezit heeft gehad. Zo heeft hij tijdens de beroving de jas van een van de slachtoffers gepast, en heeft hij ook met een gestolen pinpas geprobeerd te pinnen.
Conclusie
De onder parketnummer 10-023685-25 onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten, het onder parketnummer 10-036707-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 10-210031-25 ten laste gelegde feit zijn wettig en overtuigend bewezen.
Bewijswaardering parketnummers 10-023685-25 ( feit 4 ) (vuurwapenbezit)
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10-023685-25 onder 4 ten laste gelegde feit en zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Hoewel uit de verklaringen van de medeverdachten kan worden afgeleid dat de verdachte samen met hen de vuurwapens heeft aangeschaft, blijkt niet uit het dossier dat de verdachte het vuurwapen op 9 december 2024 voorhanden heeft gehad.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder parketnummer 10-023685-25 onder 4 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad of dat dit bij hem is aangetroffen.
Beoordeling
Anders dan de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van op vuurwapens gelijkende voorwerpen. Uit de verklaring van de medeverdachte Abraham blijkt dat de verdachte samen met twee medeverdachten twee alarmrevolvers heeft aangeschaft. Ook blijkt dat alle jongens uit de groep van 9 december 2024 bekend waren met het feit dat de (mede)verdachte(n) deze wapens bij zich hadden, zodat zij die dag willekeurige slachtoffers konden beroven van hun telefoons. Daarbij blijkt uit de aangiftes en de verklaringen van de medeverdachten dat deze wapens daadwerkelijk getoond zijn en/of daarmee is gedreigd bij het beroven van de slachtoffers. Deze wapens zaten naar eigen zeggen in de broeksband van de medeverdachte(n) en in een tas die de personen in de groep die dag om de beurt bij zich droegen. Deze tas is op enig moment voor de politie verstopt. De politie heeft deze tas met daarin de wapens aangetroffen.
De rechtbank overweegt anders dan de officier van justitie en de verdediging dat op grond van de voormelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte samen met anderen wetenschap had van de aanwezigheid van de wapens en daarover ook feitelijk kon beschikken.
Conclusie
Het onder parketnummer 10-023685-25 onder 4 ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-203780-24
hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Rotterdamopenlijk, te weten, op/aan het Binnenwegplein, in elk geval op of aan de openbareweg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen- een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door- met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp (meermalen) in derichting van het lichaam van die [slachtoffer 1] te steken en/of- (met kracht) op/tegen het hoofd in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaanen/of stompen en/of- die [slachtoffer 1] , terwijl hij weg liep om de confrontatie te voorkomen, te volgen en tebedreigen door een mes, in elk geval scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/ofde woorden "you wanna fight me, you wanna fight me", in elk geval woorden vangelijke aard en/of strekking toe te voegen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-023685-25
feit 1 hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon (IPhone 13 Pro) en/of een id-kaart op naam van [slachtoffer 2] en/ofeen bankpas op naam van [slachtoffer 2] , in elk geval enig(e) goed(eren), dat/diegeheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan envergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2][slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of anderedeelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit vanhet gestolene te verzekeren, door- met een overtal om die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- onverhoeds aan de zakken van van de kleding van die [slachtoffer 2] te voelen en/of- een telefoon uit de (broek)zak van die [slachtoffer 2] te pakken en/of- (vervolgens) de toegangscode van de telefoon aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of- tegen die [slachtoffer 2] dreigend te zeggen: "niet gek doen, ik kan een p trekken",althans woorden van bedreigende aard en/of strekking en/of zijn shirt omhoog tetillen.
feit 2 subsidiair hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- met een overtal om die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- onverhoeds aan de zakken van van de kleding van die [slachtoffer 2] te voelen en/of- een telefoon uit de (broek)zak van die [slachtoffer 2] te pakken en/of- (vervolgens) de toegangscode van de telefoon aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of- tegen die [slachtoffer 2] dreigend te zeggen: "niet gek doen, ik kan een p trekken",althans woorden van bedreigende aard en/of strekking en/of zijn shirt omhoog tetillen en/of- die bril van het hoofd van die [slachtoffer 2] te pakken.
feit 3 hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- "Wacht nou, wacht nou", althans woorden van gelijke aard/strekking, naar die[slachtoffer 3] te roepen en/of- met een overtal voor die [slachtoffer 3] te gaan staan en/of- die [slachtoffer 3] te helpen met zijn jas uit te doen en/of- de jas van die [slachtoffer 3] te inspecteren en/of- de telefoon uit de (jas)zak van die [slachtoffer 3] te pakken en/of- daarbij zijn jas op te trekken, waardoor een (vuur)wapen, althans een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar werd en/of- (vervolgens) de code van die telefoon te vragen;
feit 4 hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdamtezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III, onder 4 van de Wet wapens enmunitie, te weten- een alarm- cq. startrevolver/alarm- cq. startpistool van het merk BBM, Olympic 38(goednummer 6878465) en/of- een alarm- cq. startrevolver/alarm- cq. startpistool van het merk BBM, Olympic 38(goednummer 6878858)voorhanden heeft gehad.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-036707-25
hij, op of omstreeks 25 januari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een iphone in elk geval enig goed, dat/die geheel often dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan envergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4][slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijkte maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemersaan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van hetgestolene te verzekeren, door- zich met een groepje jongens (dreigend) aan die [slachtoffer 4] op te dringen,- de telefoon uit de handen van die [slachtoffer 4] te trekken/pakken,- in het gezicht van de vriend van die [slachtoffer 4] te slaan,- (daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: "Welke telefoon heb jij?" en/of"Laat je telefoon zien!" en/of "Wat is je code?" en/of "Haal je face-id eraf!" en/of"niet de politie bellen!" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,- (daarbij) (dreigend) naar zijn, verdachtes, tas te wijzen/grijpen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-2210031-25
hij op 26 januari 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tas met inhoud en/of een jasin elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] ,in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die[slachtoffer 5]meermalen, althans eenmaal,- zich (dreigend) aan die [slachtoffer 5] op te dringen;- die [slachtoffer 5] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht te slaan en/of- die [slachtoffer 5] bij zijn kleding vast te pakken en/of aan zijn kleding te trekken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-203780-24
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-023685-25
Feit 1 en 2 subsidiair:
eendaadse samenloop van:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 3:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 4:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-036707-25
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-210031-25
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Motivering straf
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich allereerst op dertienjarige leeftijd samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging op de openbare weg. De verdachte heeft samen met de medeverdachte [slachtoffer 1] en zijn vrouw natgespoten met een waterpistool, waarna de situatie is geëscaleerd. De verdachte en de medeverdachte hebben het slachtoffer geduwd en tegen het hoofd geslagen. Het slachtoffer is daarnaast meermaals van achteren op zijn rug gestompt. De verdachte had al die tijd een mes in zijn broeksband zitten. Op enig moment heeft de medeverdachte dit mes gepakt. Vervolgens is de medeverdachte met dat mes achter het slachtoffer aangerend, heeft hij stekende bewegingen gemaakt richting het slachtoffer en heeft hij hem daarbij bedreigd. De verdachte en de medeverdachte hebben met hun handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijk openlijk geweld veroorzaakt niet alleen pijn, maar brengt ook gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen teweeg. Voornamelijk omdat het geweld op klaarlichte dag in een drukke winkelstraat heeft plaatsgevonden. .
De verdachte heeft zich daarnaast op viertienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan vier straatroven. De verdachte heeft op 9 december 2024 samen met anderen in een zeer kort tijdsbestek twee slachtoffers van hun goederen beroofd in het winkelcentrum Zuidplein. Zij hebben allereerst [slachtoffer 2] achtervolgd, omsingeld en zijn broek- en jaszakken afgetast. De telefoon met in het hoesje belangrijke passen van het slachtoffer zijn vervolgens uit zijn broekzak gepakt en hij is gedwongen tot het afgeven van zijn telefoongegevens. De verdachte is daarna samen met zijn groep weggelopen. Slechts tien minuten later is [slachtoffer 3] door dezelfde groep achtervolgd en omsingeld. De jas van het slachtoffer is uitgedaan en door onder andere de verdachte aangetrokken. Het slachtoffer is ook van zijn telefoon beroofd en hem is een wapen getoond. Hij werd zo gedwongen tot het afgeven van zijn telefoongegevens. Vervolgens is de verdachte op 25 januari 2025 opnieuw betrokken geraakt bij een straatroof in Rotterdam. Het slachtoffer [slachtoffer 4] en zijn vriend zijn op straat op een dreigende manier aangesproken en gevraagd naar hun telefoon, waarna een groep jongens om hen heen zijn gaan staan. De telefoon van het slachtoffer is uit zijn hand getrokken en zijn vriend werd in zijn gezicht geslagen. Het slachtoffer voelde zich bedreigd en is gedwongen tot het afgeven van zijn telefoongegevens. Eén dag later, op 26 januari 2025, is het [slachtoffer 5] op nagenoeg dezelfde wijze door de verdachte en twee medeverdachten van zijn telefoon en jas beroofd in Rotterdam. Het slachtoffer is daarbij achtervolgd, van achteren vastgepakt, omsingeld en tevens in zijn gezicht geslagen.
De verdachte heeft in een kort tijdsbestek, meerdere straatroven medegepleegd. Dit was onder meer met jongens met wie hij een contactverbod had. Dit zijn ernstige feiten. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden. Zij kunnen bang zijn om op straat te zijn en om opnieuw in een vergelijkbare situatie terecht te komen. Meer algemeen, en zeker wanneer daarbij (vuur)wapens in het spel zijn, veroorzaken dit soort feiten grote gevoelens van onrust binnen de maatschappij. De verdachte is met zijn handelen voorbijgegaan aan deze gevolgen. De verdachte heeft er bovendien blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van de eigendomsrechten van anderen en hij dacht daarbij enkel aan het eigen gewin van de groep.
Voorts hebben de verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens, namelijk twee alarmrevolvers. Dat is een ernstig feit. Het voorhanden hebben van dergelijke op vuurwapens gelijkende voorwerpen is verboden, omdat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt is en het gevoel van onveiligheid vergroot.
De rechtbank rekent het voorgaande de verdachte zwaar aan. Met deze strafbare feiten wordt bij de strafoplegging rekening gehouden.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapportages /en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 30 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het recidiverisico wordt laag ingeschat. De risicofactoren zijn gelegen in de leefgebieden: school, vaardigheden en relaties. De verdachte lijkt moeite te hebben met het maken van keuzes en het overzien van oorzaak en gevolg. Er is daarnaast weinig zicht op de sociale contacten van de verdachte. De kans op herhaling wordt verkleind door zijn gezin, vrijetijdsbesteding, werk en financiële situatie. Het is positief dat de verdachte een coach heeft en dat hij is gestart met MDFT. De samenwerking en de communicatie in de thuissituatie is inmiddels verbeterd, de verdachte gaat structureel naar school en hij heeft een bijbaan. De Raad vindt het belangrijk dat de verdachte de consequenties van zijn handelen onder ogen komt en adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school gaat volgens het lesrooster, zich aan de afspraken houdt met de coach, mee zal werken aan MDFT en dat hij andere hulpverlening zal accepteren. Daarnaast is het belangrijk dat de jeugdreclassering betrokken blijft om zicht te houden op de schoolgang en sociale contacten van de verdachten. MDFT zal naar alle waarschijnlijkheid in februari 2026 afgerond zijn. De jeugdreclassering kan daarna, indien nodig, ook andere passende hulpverlening inzetten.
De jeugdreclassering heeft een briefrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 5 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Hoewel de zorgen over het gedrag van de verdachte eerder groot waren, gaat het sinds een aantal maanden beter met hem. De verdachte houdt zich aan de afspraken met MDFT, zijn coach en de jeugdreclassering en hij stelt zich open. De MDFT-therapeut signaleert dat de verdachte beter in staat is om passende keuzes te maken en is voornemens het traject af te ronden. Ook in de thuissituatie en op school laat hij een positieve ontwikkeling zien. De verdachte laat zich begrenzen en sturen. Hij heeft een bijbaan en sinds de zomervakantie van 2025 is verdachte niet meer in aanraking geweest met politie en justitie. De positieve ontwikkelingen zijn nog pril. Het is daarom van belang dat de ingezette lijn wordt voortgezet en gemonitord blijft. De jeugdreclassering adviseert daarom een deels voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van een jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam] , heeft ter zitting aanvullend naar voren gebracht dat het ook noodzakelijk is om een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] als bijzondere voorwaarde op te leggen.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feiten en de straffen die daarvoor doorgaans worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en geen zelfinzicht toont. De rechtbank acht dit te meer van belang omdat de feiten in een kort tijdsbestek, in vereniging, zijn gepleegd, en dat sprake is geweest van (bedreiging met) fysiek geweld en de aanwezigheid van wapens. Bovendien zijn de feiten gepleegd met medeverdachten waar hij geen contact mee mocht hebben.
De rechtbank houdt in het voordeel van de verdachte rekening met de prille, maar positieve ontwikkeling die de verdachte in de afgelopen periode heeft doorgemaakt. De verdachte werkt mee aan de hulpverlening, houdt zich aan de afspraken en heeft een positieve dag- en vrijetijdsbesteding.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf ambtshalve rekening met de overschrijding van de redelijke termijn met 3 maanden, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in de zaak met parketnummer 10-203780-24. Gelet op deze overschrijding zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen.
Alles afwegend zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke jeugddetentie opleggen met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de jeugdreclassering, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de justitiële inrichting en hij zijn positieve ontwikkeling kan voortzetten. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Gelet op de ernst van de feiten en omdat de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van meer feiten dan de officier van justitie, te weten wapenbezit, wat een zeer ernstig feit betreft, zal de rechtbank tevens een onvoorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf, opleggen.
De rechtbank acht de hierna te noemen straf passend en geboden.
7. Vorderingen benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregelen
Vordering [benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1] ter zake van het onder parketnummer 10-203780-24 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 275,- aan materiële schade en een bedrag van € 700,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde ziekenhuiskosten onvoldoende zijn onderbouwd en hebben verzocht de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de [benadeelde partij 1] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht bestaande uit
kosten van een consult bij de huisartsenpost van € 210,33, en dit deel van de vordering
genoegzaam is onderbouwd, zal deze worden toegewezen. Het deel van de vordering van de [benadeelde partij 1] dat betrekking heeft op de factuur bij het Haga Ziekenhuis, is onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De verdachte had ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van veertien jaar nog niet bereikt. Hierom worden de ouders van de verdachte tot de betaling van schadevergoeding veroordeeld.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt zijn de ouders in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De [benadeelde partij 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen
met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd
wordt met wettelijke rente vanaf 30 mei 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal
de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op
heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Omdat de wet niet de mogelijkheid biedt een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten laste van ouders, die ten tijde van het tenlastegelegde feit jonger was dan 14 jaar, zal de schadevergoedingsmaatregel niet worden opgelegd.
Vordering [benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2] ter zake van de onder parketnummer 10-023685-25 onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1019,95 aan materiële schade en een bedrag van € 2500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag aan materiële schade niet voldoende is onderbouwd en heeft verzocht de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de telefoon niet heeft weggenomen noch daarin een aandeel heeft gehad. De verdediging heeft zich ten aanzien van het gevorderde bedrag aan immateriële schade beroepen op het gelijkheidsbeginsel, in die zin dat een bedrag van € 500,- aan immateriële schade dient te worden toegekend, conform de uitspraak in de zaak van de [medeverdachte 3] .
Beoordeling
De vordering van de [benadeelde partij 2] ten aanzien van de gevorderde materiële schade, bestaande uit de kosten van een nieuwe telefoon, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt daartoe dat onvoldoende blijkt in hoeverre de teruggeven telefoon onbruikbaar is geworden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. Daarnaast is het onduidelijk wat de waarde van de telefoon toen was. Een nader onderzoek daarnaar levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wel blijkt dat aan de [benadeelde partij 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het bewezenverklaarde strafbare feit heeft onder meer geleid tot een onveilig gevoel, aanhoudende stressklachten en beperkingen in de schoolcarrière. De immateriële schade zal op dit moment op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Hij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 9 december 2024.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Vordering [benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3] ter zake van het onder parketnummer 10-023685-25 onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1072,45 aan materiële schade en een bedrag van € 2500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag aan materiële schade niet voldoende is onderbouwd en heeft verzocht de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de goederen niet heeft weggenomen noch daarin een aandeel heeft gehad. De verdediging heeft zich ten aanzien van het gevorderde bedrag aan immateriële schade beroepen op het gelijkheidsbeginsel, in die zin dat een bedrag van € 500,- aan immateriële schade dient te worden toegekend, conform de uitspraak in de zaak van de [medeverdachte 3] .
Beoordeling
De vordering van de [benadeelde partij 3] ten aanzien van de gevorderde materiële schade, bestaande uit de kosten van een nieuwe telefoon, een jas, en passen, is onvoldoende onderbouwd. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat de benadeelde partij schade heeft opgelopen aan zijn jas of passen als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Daarnaast blijkt onvoldoende in hoeverre de teruggegeven telefoon onbruikbaar is geworden en wat de waarde van de telefoon destijds was. Nadere onderzoek daarnaar levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wel is vast komen te staan dat aan de [benadeelde partij 3] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het bewezenverklaarde strafbare feit heeft onder meer geleid tot angstklachten, een onveilig gevoel en beperkingen in de schoolcarrière. De immateriële schade zal op dit moment op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De [benadeelde partij 3] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 9 december 2024.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Vordering [benadeelde partij 4]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 4] ter zake van het onder parketnummer 10-036707-25 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 289,- aan materiële schade en een bedrag van € 1000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag aan materiële schade niet het gevolg is van het handelen van de verdachte. Daarbij komt dat de telefoon bij de medeverdachte is aangetroffen en hij geweigerd heeft daarvan afstand te doen.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de [benadeelde partij 4] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering met betrekking tot de kosten van een nieuwe telefoon € 289,- genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdediging, worden toegewezen.
Voorts is vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde
strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het bewezenverklaarde strafbare feit heeft onder meer geleid tot angstklachten, nachtmerries en een onveilig gevoel. De benadeelde partij is hiervoor ook naar de huisarts geweest en hij heeft hulp gekregen. De immateriële schade zal op dit moment op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-. De [benadeelde partij 4] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan dit deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De [benadeelde partij 4] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 25 januari 2025.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 en 55 van Wet wapens en munitie.
9. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
10. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-023685-25 onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-203780-24 ten laste gelegde feit, de onder parketnummer 10-023685-25 onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, het onder parketnummer 10-036707-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 10-210031-25 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 100 (honderd) dagen;
bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd naar school zal gaan volgens het lesrooster en zich aan de regels en afspraken zal houden die daar gelden;
- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;
- gedurende de proeftijd zal blijven meewerken aan de begeleiding en behandeling van MDFT;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan begeleiding van een jongerencoach vanuit E25;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2009;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- dat de veroordeelde medewerking zal verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 40 (veertig) uren te verrichten werkstraf resteren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
veroordeelt de ouders van de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 210,33 (zegge: tweehonderdentien euro en drieëndertig eurocent), bestaande aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de ouders bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zullen zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de ouders van de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4] , te betalen een bedrag van € 289,- (zegge: tweehonderdennegenentachtig euro), bestaande uit materiële schade en € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 4] te betalen € 789,- (hoofdsom, zegge: zevenhonderdnegenentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte ten aanzien van parketnummers 10-036707-25 en 10-203780-24; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Zuidwijk en J. Groot,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-203780-24
hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Rotterdamopenlijk, te weten, op/aan het Binnenwegplein, in elk geval op of aan de openbareweg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen- een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door- met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp (meermalen) in derichting van het lichaam van die [slachtoffer 1] te steken en/of- (met kracht) op/tegen het hoofd in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaanen/of stompen en/of- die [slachtoffer 1] , terwijl hij weg liep om de confrontatie te voorkomen, te volgen en tebedreigen door een mes, in elk geval scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/ofde woorden "you wanna fight me, you wanna fight me", in elk geval woorden vangelijke aard en/of strekking toe te voegen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-023685-25
1hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon (IPhone 13 Pro) en/of een id-kaart op naam van [slachtoffer 2] en/ofeen bankpas op naam van [slachtoffer 2] , in elk geval enig(e) goed(eren), dat/diegeheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2][slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of anderedeelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit vanhet gestolene te verzekeren, door- met een overtal om die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- onverhoeds aan de zakken van van de kleding van die [slachtoffer 2] te voelen en/of- een telefoon uit de (broek)zak van die [slachtoffer 2] te pakken en/of- (vervolgens) de toegangscode van de telefoon aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of- tegen die [slachtoffer 2] dreigend te zeggen: "niet gek doen, ik kan een p trekken",althans woorden van bedreigende aard en/of strekking en/of zijn shirt omhoog tetillen;
2hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdamop/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bril, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)door- met een overtal om die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- onverhoeds aan de zakken van van de kleding van die [slachtoffer 2] te voelen en/of- een telefoon uit de (broek)zak van die [slachtoffer 2] te pakken en/of- (vervolgens) de toegangscode van de telefoon aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of- tegen die [slachtoffer 2] dreigend te zeggen: "niet gek doen, ik kan een p trekken",althans woorden van bedreigende aard en/of strekking en/of zijn shirt omhoog tetillen en/of- die bril van het hoofd van die [slachtoffer 2] proberen te pakken en/of die [slachtoffer 2]om afgifte van die bril te vragen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- met een overtal om die [slachtoffer 2] te gaan staan en/of- onverhoeds aan de zakken van van de kleding van die [slachtoffer 2] te voelen en/of- een telefoon uit de (broek)zak van die [slachtoffer 2] te pakken en/of- (vervolgens) de toegangscode van de telefoon aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of- tegen die [slachtoffer 2] dreigend te zeggen: "niet gek doen, ik kan een p trekken",althans woorden van bedreigende aard en/of strekking en/of zijn shirt omhoog tetillen en/of- die bril van het hoofd van die [slachtoffer 2] te pakken;
3hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdam,op/aan/nabij de openbare weg, te weten Zuidplein,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elkgeval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- "Wacht nou, wacht nou", althans woorden van gelijke aard/strekking, naar die[slachtoffer 3] te roepen en/of- met een overtal voor die [slachtoffer 3] te gaan staan en/of- die [slachtoffer 3] te helpen met zijn jas uit te doen en/of- de jas van die [slachtoffer 3] te inspecteren en/of- de telefoon uit de (jas)zak van die [slachtoffer 3] te pakken en/of- daarbij zijn jas op te trekken, waardoor een (vuur)wapen, althans een op eenvuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar werd en/of- (vervolgens) de code van die telefoon te vragen;
4hij op of omstreeks 9 december 2024 te Rotterdamtezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III, onder 4 van de Wet wapens enmunitie, te weten- een alarm- cq. startrevolver/alarm- cq. startpistool van het merk BBM, Olympic 38(goednummer 6878465) en/of- een alarm- cq. startrevolver/alarm- cq. startpistool van het merk BBM, Olympic 38(goednummer 6878858)voorhanden heeft gehad.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-036707-25
hij, op of omstreeks 25 januari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een iphone in elk geval enig goed, dat/die geheel often dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die Van derVelden, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijkte maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemersaan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van hetgestolene te verzekeren, door- zich met een groepje jongens (dreigend) aan die [slachtoffer 4] op te dringen,- de telefoon uit de handen van die [slachtoffer 4] te trekken/pakken,- in het gezicht van de vriend van die [slachtoffer 4] te slaan,- (daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: "Welke telefoon heb jij?" en/of"Laat je telefoon zien!" en/of "Wat is je code?" en/of "Haal je face-id eraf!" en/of"niet de politie bellen!" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,- (daarbij) (dreigend) naar zijn, verdachtes, tas te wijzen/grijpen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-210031-25
hij op 26 januari 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tas met inhoud en/of jasin elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] ,in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die[slachtoffer 5]meermalen, althans eenmaal,- zich (dreigend) aan die [slachtoffer 5] op te dringen;- die [slachtoffer 5] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht te slaan en/of- die [slachtoffer 5] bij zijn kleding vast te pakken en/of aan zijn kleding te trekken.