ECLI:NL:RBROT:2026:2993

ECLI:NL:RBROT:2026:2993

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer ROT 26/706
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Sv, vovo, Pw, ontheffing arbeidsverplichtingen en tegenprestatie, mantelzorg. Het college heeft met het bestreden besluit besloten om verzoekster geen ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Verzoekster is het hier niet mee eens en vraagt daarom om een voorlopige voorziening. Verzoekster is van mening dat zij niet kan werken omdat zij mantelzorg verleent aan haar partner. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en wijst in deze uitspraak het verzoek af. Mantelzorg is geen dringende reden voor ontheffing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/706

proces-verbaal van de mondeling uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),

en

(gemachtigde: mr. S. Ercan).

Het college heeft met het bestreden besluit besloten om verzoekster geen ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Verzoekster is het hier niet mee eens en vraagt daarom om een voorlopige voorziening. Verzoekster is van mening dat zij niet kan werken omdat zij mantelzorg verleent aan haar partner. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee en wijst in deze uitspraak het verzoek af.

Procesverloop

1. Verzoekster heeft het college op 23 september 2025 gevraagd om haar te ontheffen van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 11 december 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

2. Verzoekster (1970) ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verzoekster heeft een partner die chronisch ziek is en voor wie zij mantelzorger is.

3. Met de brief van 9 oktober 2025 is verzoekster uitgenodigd voor een medisch onderzoek op 23 oktober 2025 door een verzekeringsarts van de GGD (medisch adviseur). Na het medisch onderzoek heeft de medisch adviseur op 2 december 2025 de Adviesbrief Arbeidsmedisch Onderzoek (adviesbrief) uitgebracht. De medisch adviseur concludeert dat bij verzoekster sprake is van medische aandoeningen (van langdurige aard) met stoornissen op verschillende gebieden. Als gevolg daarvan is sprake van een beperking in het verrichten van fysiek zwaar werk. Verzoekster wordt wel in staat geacht om te participeren, mits haar beperkingen in acht worden genomen. Omdat de medische beoordeling slechts ziet op de medische situatie van verzoekster zelf, kan de medisch adviseur geen uitspraken doen over de mantelzorgsituatie. Dit is ter beoordeling van het college.

Waar gaat deze zaak om?

4. Het college heeft de aanvraag van verzoekster om ontheffing van de arbeids-verplichtingen en tegenprestatie afgewezen, omdat volgens het college niet is gebleken dat verzoekster door belemmeringen van medische aard en/of dringende sociale redenen in het geheel niet in staat is om activiteiten uit te voeren, die de kansen op betaald werk en uitstroom uit de uitkering verhogen.

5. Verzoekster is het met dit besluit niet eens en wil met haar verzoek bereiken dat haar ontheffing van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie wordt verleend, totdat op haar bezwaar is beslist. Daartoe voert verzoekster aan dat zij mantelzorger is voor haar partner, die 24 uur per dag verzorging en monitoring nodig heeft. Door haar zorgtaken kan zij niet deelnemen aan de arbeidsmarkt of een tegenprestatie leveren. Er kan zich onverwacht een situatie voordoen waarin zij met spoed moet handelen, bijvoorbeeld door het toedienen van (levensreddende) medicatie. Het college heeft met deze situatie ten onrechte geen rekening gehouden. Dit maakt dat het bestreden besluit op voorhand onrechtmatig is. De medisch adviseur heeft in de adviesbrief van 2 december 2025 immers aangegeven dat de mantelzorgsituatie ter beoordeling is aan het college.

Spoedeisend belang

6. De voorzieningenrechter neemt in deze zaak het spoedeisend belang nog wel aan en zal de zaak daarom inhoudelijk beoordelen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af

7. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

8. In artikel 9, eerste lid, van de Pw zijn de verplichtingen tot arbeidsinschakeling opgenomen. Artikel 9, tweede lid, van de Pw biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het

eerste lid, onderdelen a en c, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

9. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster de ontheffing niet heeft gevraagd vanwege haar eigen medische problemen. De belemmering om te participeren zit voor verzoekster met name in de mantelzorg voor haar man, zoals de gemachtigde op de zitting ook heeft bevestigd. Volgens verzoekster had het college in de mantelzorg dringende redenen moeten zien om haar ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Het college heeft de mantelzorgsituatie ten onrechte niet in de beoordeling betrokken, terwijl dit volgens de medisch adviseur juist ter beoordeling is aan het college.

10. De voorzieningenrechter kan verzoekster in deze stelling niet volgen.

De bewijslast van dringende redenen die aanleiding kunnen vormen voor ontheffing van de arbeidsverplichtingen rust in dit geval op verzoekster als aanvrager van de ontheffing.

Bij het medisch onderzoek op 23 oktober 2025 ging het slechts om de vraag of verzoekster vanwege haar eigen medische problemen in staat is om te werken. De medisch adviseur kon daarom geen uitspraak doen over de vraag of verzoekster vanwege de mantelzorg voor haar partner niet in staat is om te werken. De medisch adviseur achtte dit (terecht) ter beoordeling van het college. Dat neemt echter niet weg dat verzoekster, gezien de op haar rustende bewijslast, eerst zelf met (een begin van) bewijs zal moeten komen waaruit blijkt dat zij vanwege de mantelzorg beperkingen bij de arbeidsinschakeling ondervindt, voordat het aan het college is om hier nader onderzoek naar te doen.

11. Verder is het inmiddels vaste rechtspraak dat het verrichten van mantelzorg geen dringende reden vormt op grond waarvan het college iemand (tijdelijke) ontheffing van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie dient te verlenen. Daarbij heeft verzoekster niet onderbouwd dat de zorg voor haar partner zo intensief is dat zij hierdoor zelf niet in staat is om de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie te kunnen verrichten. Ook heeft zij niet onderbouwd dat er geen mogelijkheden zijn om de zorgtaken die zij ten behoeve van haar partner verleent uit te besteden met de inzet van een pgb of zorg in natura. Hierbij neemt de voorzieningenrechter ook in aanmerking dat verzoekster heeft verklaard dat haar dochter haar in de weekenden een paar uurtjes helpt met de zorg voor haar partner.

12. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter nog op dat ook als verzoekster van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie zou worden ontheven, dit niet wegneemt dat zij nog steeds gehouden is om gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling.

Dan wel om mee te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeids-inschakeling. Dan wel om, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekster geen ontheffing krijgt van de arbeidsverplichtingen en tegenprestatie. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.G. den Ambtman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?