ECLI:NL:RBROT:2026:3000

ECLI:NL:RBROT:2026:3000

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 10-229993-22 en 10-002403-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het vervoeren van heroïne en het witwassen van een geldbedrag van € 38.580,-. De verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling. Opleggen gevangenisstraf voor de duur van 215 dagen met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-229993-22; 10-002403-23

Datum uitspraak: 9 maart 2026

Datum zitting: 23 februari 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1996 in [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R.M.G. Sussenbach.

Officier van justitie: mr. L.H. de Jong.

Benadeelde partij: [benadeelde] .

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het vervoeren van heroïne en het witwassen van een geldbedrag van € 38.580,- op 9 september 2022. De verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling op 24 december 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 215 dagen met aftrek van het voorarrest. Het gevolg is dat de verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – tezamen en in vereniging heroïne heeft vervoerd en dat hij tezamen en in vereniging een geldbedrag van € 38.580,- heeft witgewassen. Daarnaast wordt de verdachte beschuldigd van mishandeling van een sekswerker. De volledige tenlastelegging houdt in dat:

Ten aanzien van de feiten met parketnummer 10/229993-22

1.

hij op of omstreeks 9 september 2022 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 945 gram en/of 195,1 gram in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 9 september 2022, te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een geldbedrag ten hoogte van € 38.580, althans enig geldbedrag,

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het feit met parketnummer 10/002403-23

hij op of omstreeks 24 december 2022 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door

- zijn, verdachtes, arm om haar keel te leggen en/of

- een of meerdere keren tegen haar benen te schoppen en/of

- een of meerdere keren aan haar haren te trekken en/of

- een of meerdere keren in/tegen haar gezicht, althans het lichaam, te slaan en/of te stompen.

2. Bewijs met betrekking tot de feiten met parketnummer 10/229993-22 en vrijspraak met betrekking tot het feit met parketnummer 10/002403-23

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten met parketnummer 10/229993-22 en het feit met parketnummer 10/002403-23. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten met parketnummer 10/229993-22 en het feit met parketnummer 10/002403-23. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het vervoeren van heroïne (feit 1 met parketnummer 10/229993-22) en het medeplegen van witwassen van een geldbedrag (feit 2 met parketnummer 10/229993-22). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten met parketnummer 10/229993-22 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politieOp 9 september 2022 reden wij achter een Citroën C3, voorzien van het kenteken [kentekennummer] . Ter hoogte van hectometerpaal 29.4 op de A20 zagen wij dat de bijrijder een voorwerp, lijkend op een telefoon, naar buiten gooide. Via de A20 zijn wij en het gevolgde voertuig de A2 opgereden. Wij zagen dat er op verschillende momenten voorwerpen naar buiten werden gegooid door de bijrijder.

2. Proces-verbaal van de politie

Op de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4 zagen wij dat er een telefoon uit het voertuig werd gegooid. Ik zag dat de bijrijder van de Citroën C3 voorzien van kenteken [kentekennummer] zijn raam opende en ter hoogte van de A2 links hectometerpaal 58.1 een bruin pakketje ter grootte van de afmeting van een telefoon, maar dan dikker naar buiten gooide op rijstrook 3 en de vluchtstrook aan de rechterzijde van de A2 links. Ik zag dat er om de 100 meter op de A2 links diverse bruine pakketjes uit het voertuig gegooid werden door de bijrijder. Ik zag dat de pakketjes op het asfalt vielen en sommige van deze pakketjes uit elkaar spatten.

Ik zag dat sommige pakketjes in doorzichtig folie zaten. Ik zag dat er op de A2 links ter hoogte van 46.0 vanuit het genoemde voertuig door de bijrijder een telefoon uit het voertuig werd gegooid en op de vluchtstrook terechtkwam.

3. Proces-verbaal van de politie

Aanhouding

Naam: [achternaam verdachte] .

Voornamen: [voornaam verdachte] .

Ten tijde van de aanhouding bevond de verdachte zich als bijrijder in een personenauto, merk Citroën type C3, kleur grijs en voorzien van het kenteken [kentekennummer] .

4. Proces-verbaal van de politie

Ik heb de hele route achter de personenauto gereden. Op de rijksweg A2,

net voorbij Utrecht, zag ik dat er allerlei bruine kleine pakketjes uit de rijdende Citroën werden gegooid. Ik zag dat dit ter hoogte was van hectometerpaal 56.0 en 56.8. Hier ben ik gestopt om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen. Ten tijde hiervan hoorde ik dat de collega van de verkeerspolitie over de portofoon riep, dat er ter hoogte van hectometerpaal 46 een zwarte mobiele telefoon uit het raam werd gegooid. Ik heb op de rijksweg A2, ter hoogte van hectometerpaal 46 een onderzoek ingesteld en zag aldaar een zwarte mobiele telefoon liggen voorzien van het fabrieksmerk iPhone.

5. Proces-verbaal van de politie

Verzoek om te gaan naar de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4. Alhier was door een inzittende van een voertuig een voorwerp uit het voertuig gegooid. Ik zag ter hoogte van A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.3 onder de vangrail een witte GSM liggen. Ik zag dat de GSM nog vrijwel geheel droog was ondanks dat het kort hiervoor geregend had waaruit ik kon afleiden dat de GSM hier nog maar recent lag.

Goednummer: [beslagnummer 1]

Merk/type: Apple iPhone

Kleur: wit

6. Proces-verbaal van de politie

Tussen Utrecht en Amsterdam waren op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig gegooid. Gezocht op de A2 linker rijbaan. Tijdens het zoeken werden verschillende pakketjes aangetroffen. De genoemde pakketjes zagen er allen hetzelfde uit. Met tape omwikkelde pakketjes en de grootte van een sigarettenpakje. Enkele pakketjes waren opengescheurd. Hierdoor zag ik dat de inhoud van de pakketjes een bruinkleurig poeder betrof.

7. Proces-verbaal van de politie

Doorzoeken voertuig met kenteken [kentekennummer] . In het voertuig goederen aangetroffen. 1 GSM type iPhone. Deze lag in het middenconsole. Goednummer: [beslagnummer 2] . 1 Jumbo boodschappentas, die achter de bestuurdersstoel lag. Deze tas had de volgende inhoud: grote hoeveelheid aan briefgeld.

8. Proces-verbaal van de politie

Onderzoek naar het inbeslaggenomen briefgeld dat was aangetroffen in het voertuig met kenteken [kentekennummer] . Goednummer: [beslagnummer 3] .

9. Proces-verbaal van de politie

Inbeslaggenomen geldbedrag met goednummer [beslagnummer 4] werd afgestort. Na afstorten bleek dit bedrag € 38.580 te zijn.

10. Proces-verbaal van de politie

Ik was op een nagesprek, omdat het voertuig met kenteken [kentekennummer] welke op naam van [naam 1] staat, gebruikt was door [medeverdachte] en [achternaam verdachte] . [naam 1] vertelde dat hij [voornaam verdachte] en die Turk, hiermee bedoelt hij zeker [medeverdachte] , kent uit de Banne en van

de coffeeshop Atlas. [voornaam verdachte] en [medeverdachte] benaderden [naam 1] of hij auto’s kon huren op zijn naam, zodat zij erin konden rijden. Later vroegen zij hem een auto op zijn naam te zetten. Zij hadden de auto betaald. Hij hoefde deze enkel op zijn naam te zetten. [naam 1] kreeg hier € 400,- voor. Zij vroegen dit, omdat zij beiden geen rijbewijs hadden. Dit had hij gedaan. [naam 1] geeft aan nooit de beschikking over het voertuig te hebben gehad.

11. Proces-verbaal van de politie

In het middenconsole van een Citroën C3 voorzien van kenteken [kentekennummer] werd een Apple iPhone aangetroffen met beslagnummer [beslagnummer 5] . In het toestel stonden een grote hoeveelheid images. Bericht van pakketbezorger DHL aan [naam 2] . Uit onderzoek bleek dat dit de zus van de aangehouden verdachte [medeverdachte] betreft. Op de foto is een in plastic geseald pakket te zien. Ambtshalve is bekend dat verdovende middelen (cocaïne en/of heroïne) op een dergelijke wijze worden verpakt. Op deze foto is een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) te zien. Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt dat het onderzochte toestel aan verdachte [medeverdachte] heeft toebehoord.

12. Proces-verbaal van de politie

Op de Rijksweg A20 ter hoogte van Gouda was een mobiele telefoon uit het voertuig gegooid. Dit toestel werd inbeslaggenomen onder nummer [beslagnummer 6] . In het toestel onder contacten stond de naam ‘Zus’ met het telefoonnummer [gsm-nummer] . Uit onderzoek in de politiesystemen bleek dit telefoonnummer in gebruik bij [persoon A] , geboren op [geboortedatum 2] -1994. Deze persoon bleek te zijn [persoon A] , geboren op [geboortedatum 2] -1994 te [geboorteplaats 2] . Uit onderzoek bleek dat [persoon A] een zus is van de aangehouden verdachte [verdachte] . Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt dat het onderzochte toestel aan verdachte [verdachte] heeft toebehoord.

Images en video’s

In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s. Op deze foto’s en video’s leken grotere hoeveelheden diverse soorten brokken en/of pakketten verdovende middelen te staan en foto’s van vuurwapens.

13. Proces-verbaal van de politie

Op de Rijksweg A2 ter hoogte van hectometerpaal 46.0 was een mobiele telefoon uit het voertuig gegooid. In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s. Op deze foto’s en video’s leken grotere hoeveelheden, diverse soorten brokken en/of pakketten verdovende middelen te staan en (een) geld(telmachine).

Op pagina 9 van de bijlage staat een uitslagformulier van theorie-examen bij het BCR op 01-08-2022 met de naam [medeverdachte] . Op pagina 10 van de bijlage is een brief van het CBR. Deze brief is ook gericht aan de heer [medeverdachte] . Op pagina 15 van de bijlage is verdachte [medeverdachte] rechts op de foto te zien. Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt, dat het onderzochte toestel aan verdachte [medeverdachte] heeft toebehoord. Op het toestel waren ook filmpjes te zien. Het filmpje weergeven op pagina 18 van de bijlage betreft een filmpje met tassen met daarin meerdere pakketjes, in bruin plastic tape gewikkeld. Deze vrij kleine pakketjes vertoonden grote gelijkenis met de pakketjes, die door de verdachten tijdens de achtervolging uit het voertuig waren gegooid.

14. Proces-verbaal van de politie

Rapport uitkijken camerabeelden. Citroën C3 met kenteken [kentekennummer] gezien. Tijdens de achtervolging zijn er meerdere objecten uit het voertuig gegooid. In totaal heb ik waargenomen dat er 53 voorwerpen uit het voertuig zijn gegooid tot aan de aanhouding.

15. Proces-verbaal van de politie

Ik las in het proces-verbaal met documentcode [code document 1] 3, opgemaakt door verbalisant [naam verbalisant 1] , dat hij zag dat op de Rijksweg A2 ter hoogte van

hectometerpaal 56.0 en 56.8 pakketjes uit de rijdende Citroën werden gegooid. Ik las

dat hij hier gestopt is om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen. Tevens las ik dat hij afzonderlijk proces-verbaal van inbeslagname heeft opgemaakt.

Goednummer: [beslagnummer 7]

Ik las in het proces-verbaal met documentcode [code document 2] , opgemaakt door verbalisant [naam verbalisant 2] , dat op de A2 linker rijbaan tussen Utrecht en Amsterdam op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig waren gegooid, waarna door verschillende eenheden werd gezocht op de A2 linker rijbaan, waarbij verschillende met tape omwikkelde pakketjes werden aangetroffen.

Goednummer: [beslagnummer 8]

16. Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming

Inbeslagneming: A2 ter hoogte van hectometerpaal 56.0 linker rijbaan.

Goednummer: [beslagnummer 7]

Bijzonderheden: 2x met tape omkleed, blokjes van ongeveer 100 gram per stuk.

17. Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming

Goednummer: [beslagnummer 9]

Object: verdovende middelen (heroïne)

Aantal/eenheid: 11 stuks

18. Proces-verbaal van de politie

Goednummer: [beslagnummer 7]

SIN van goed: AAPN0764NL

SIN van monster: AAPY5773NL

Gewicht netto: 195,1 gram

Goednummer: [beslagnummer 10]

SIN van goed: AAPN0763NL

SIN van monster: AAPY5772NL

Gewicht netto: 945 gram

19. Deskundigenverslag

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AAPY5773NL poeder en brokjes, bruin, uit 195,1 gram, bevat heroïne

aantal bemonsteringen in onderzoek: twee

20. Deskundigenverslag

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie

AAPY5772NL poeder en brokjes, bruin, uit 945 gram, bevat heroïne

aantal bemonsteringen in onderzoek: tien

21. Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m.b.t. [verdachte]

[verdachte]

Verzamelinkomen

Omschrijving 2021

Box 1 -

Verzamelinkomen -

Loongegevens

Jaar Loon tot en met Naam werkgever

2021 december Gemeente Amsterdam

2022 oktober Gemeente Amsterdam

22. Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m.b.t. [medeverdachte]

[medeverdachte]

Loongegevens

Jaar Loon tot en met Naam werkgever

2018 december Gemeente Amsterdam

2019 december [medeverdachte]

Bewijsmotivering

Ten aanzien van feit 1 met parketnummer 10/229993-22

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit omdat het causaal verband tussen hetgeen dat vanuit het voertuig is weggegooid en de later in de berm aangetroffen pakketten ontbreekt. Uit het dossier zou niet blijken dat de voorwerpen die uit het raam zijn gegooid identiek zijn aan de uiteindelijk aangetroffen pakketten met heroïne. Niet kan worden uitgesloten dat er andere voorwerpen zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen en/of dat de gevonden pakketten hier al lagen. Ook wordt betwist dat de verdachte de beschikkingsmacht heeft gehad over de uiteindelijk aangetroffen pakketten heroïne. Mocht de rechtbank oordelen dat de verdachte wel beschikkingsmacht heeft gehad over de pakketten heroïne, dan blijkt nergens uit het dossier dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de inhoud van de pakketten. Tot slot stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen sprake is van medeplegen omdat niet uit het dossier blijkt dat de verdachte en de medeverdachte vooraf afspraken hebben gemaakt over het vervoeren, voorhanden hebben of wegmaken van verdovende middelen.

Beoordeling

Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, dat er andere voorwerpen zouden zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen of dat de pakketten reeds in de berm lagen en niets van doen hebben met de door de verdachten gegooide voorwerpen, wordt weerlegd door de bevindingen van de verbalisanten ten tijde van de achtervolging en de beschrijving van de camerabeelden van de volgauto van de politie. Vrijwel direct nadat door verschillende verbalisanten wordt waargenomen dat de verdachte bruine pakketjes uit de auto gooit, waarvan sommige van deze pakketjes bij het vallen op het asfalt uit elkaar spatten, worden op die plaatsen langs de snelweg dergelijke bruine pakketjes aangetroffen. Blijkens de NFI-rapporten bevatten de aangetroffen pakketjes heroïne. Gelet op de uiterlijke gelijkenis tussen de weggegooide pakketjes en de aangetroffen pakketjes, alsmede het korte tijdsverloop tussen de waarneming van het weggooien en het aantreffen van de pakketjes, kan het niet anders zijn dat de aangetroffen pakketjes door de verdachte uit de auto zijn gegooid. Het is daarbij tevens geenszins aannemelijk geworden dat langs deze weg reeds vele pakketjes heroïne lagen en de rechtbank acht dit ook uiterst onwaarschijnlijk. Dat de verdachte de pakketjes uit de auto heeft gegooid, maakt ook dat de verdachte beschikkingsmacht over de aangetroffen pakketjes heroïne heeft gehad.

Tevens had de verdachte wetenschap van de in deze pakketjes aanwezige heroïne. Door verbalisanten wordt waargenomen dat de verdachte als bijrijder bruine pakketjes uit de door medeverdachte [medeverdachte] bestuurde auto gooit, terwijl deze achtervolgd wordt door meerdere politieauto’s. Het NFI heeft vastgesteld dat de geteste pakketjes gezamenlijk ongeveer 1.140,1 gram heroïne bevatten. Tevens wordt waargenomen dat er door de verdachte twee telefoons uit de auto worden gegooid, waarvan later is gebleken dat zij aan de verdachte en de medeverdachte toebehoren. In deze telefoons worden verschillende afbeeldingen aangetroffen die wijzen op handel in verdovende middelen. Opvallend daarbij is dat de verdachte op de vlucht als eerste zijn eigen telefoon uit de rijdende auto heeft gegooid, vervolgens de bruine pakketjes met heroïne en als laatste de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] . Dit alles – in onderlinge samenhang bezien – maakt dat het niet anders kan zijn dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezige heroïne. Ook volgt uit deze feiten en omstandigheden dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] bij het plegen van feit 1.

Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 10/229993-22

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet de wetenschap van- en de beschikkingsmacht had over het geldbedrag dat in de Jumbo-tas is aangetroffen. Ook heeft de verdediging verzocht om vrijspraak ten aanzien van het medeplegen omdat er zonder wetenschap geen sprake kan zijn van een nauwe en bewuste samenwerking en er ook geen sprake kan zijn van opzet op het medeplegen van het misdrijf witwassen.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van art. 420bis, eerste lid, onder b Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het onderzoek ter zitting vast dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] een persoon heeft benaderd en deze persoon heeft gevraagd om een auto op zijn naam te zetten, omdat de verdachte en de medeverdachte geen rijbewijs hadden en op deze manier in deze auto konden rijden Deze persoon heeft zelf nooit beschikking gehad over de auto. Deze auto is na de aanhouding van de verdachte inbeslaggenomen, waarna de verdachte een klaagschrift heeft ingediend en heeft verzocht om teruggave van de auto. De auto was dus bij verdachte in gebruik. Uit deze auto – die werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte] – zijn door de verdachte pakketjes heroïne en twee telefoons gegooid. Een derde telefoon is in de auto aangetroffen. Achter de bestuurdersstoel in een fel gele Jumbo-tas is het geldbedrag aangetroffen. De inhoud van de telefoons en de pakketjes heroïne wijzen op de betrokkenheid van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij de handel in verdovende middelen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat bij de handel in (hard)drugs vaak gebruik gemaakt wordt van grote cashgeldbedragen. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid in zijn auto van de tas met daarin het geldbedrag en dat hij dit derhalve gezamenlijk met medeverdachte [medeverdachte] voorhanden heeft gehad. Ook acht de rechtbank op grond daarvan het vermoeden gerechtvaardigd dat het in de jumbotas aangetroffen geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Temeer omdat uit de door het Openbaar Ministerie opgevraagde iCOV rapportages blijkt dat de verdachte qua inkomen

slechts een uitkering van de gemeente Amsterdam ontvangt en niet beschikt over een noemenswaardig (geregistreerd) vermogen en medeverdachte [medeverdachte] geen recent inkomen of vermogen heeft.

In een dergelijk geval mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is. Een dergelijke verklaring heeft de verdachte daarover echter niet gegeven. Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft dan ook onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het aangetroffen geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij op 9 september 2022 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft vervoerd, ongeveer 945 gram en 195,1 gram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 9 september 2022 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander een geldbedrag ter hoogte van € 38.580 voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Vrijspraak ten aanzien van het feit met parketnummer 10/002403-23

Volgens de aangifte zou de verdachte op 24 december 2022 aangeefster hebben mishandeld. De verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij aangeefster heeft mishandeld. De verklaringen van de verdachte en de aangeefster staan dus lijnrecht tegenover elkaar. Uit de aangifte blijkt dat er bij de mishandeling verder niemand anders aanwezig zou zijn geweest dan aangeefster en de verdachte. Voor de vraag of er sprake is van voldoende wettig en overtuigend bewijs van het feit komt het in dergelijke gevallen dan aan op de vraag in hoeverre er sprake is van overtuigend steunbewijs voor de gedane aangifte.

In dit geval wordt de verklaring van aangeefster onvoldoende ondersteund door andere wettige bewijsmiddelen in het dossier, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de tenlastegelegde mishandeling heeft begaan. Om die reden zal de verdachte worden vrijgesproken van dit feit.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van de feiten met parketnummer 10/229993-22

Feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 2:

Medeplegen van witwassen.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten met parketnummer 10/229993-22 en het feit met parketnummer 10/002403-23 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 391 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om, indien niet tot een vrijspraak wordt beslist, te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest en zo nodig, indien de rechtbank meent dat een zwaardere straf op zijn plaats is, nog een taakstraf op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het vervoeren van ten minste een kilogram heroïne. Slechts een beperkt deel van de blokken is getest door het NFI, maar duidelijk is dat er vele blokken uit de auto zijn gegooid, waarvan sterke aanwijzingen bestaan dat ook deze heroïne als inhoud hadden. De verdachte heeft hiermee een wezenlijke bijdrage geleverd aan de handel in verdovende middelen. De handel in en het gebruik van harddrugs leidt tot veel problemen in de maatschappij. De handel gaat vaak gepaard met diverse vormen van zware en georganiseerde criminaliteit, zoals geweldsfeiten en het witwassen van geld dat met de handel wordt verdiend

Tevens heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 38.580. Het witwassen van crimineel geld vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Ten nadele van de verdachte blijkt uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 januari 2026 dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Ook blijkt hieruit dat hij na het plegen van de onderhavige feiten is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Op grond van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht zijn dan de samenloopbepalingen van toepassing alsof de feiten van die veroordeling en de onderhavige feiten gelijktijdig beoordeeld worden. De rechtbank heeft bij de strafbepaling artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in acht genomen.

Rapportages

De rechtbank heeft acht geslagen op de opgemaakte rapporten van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering d.d. 13 december 2022 en 17 februari 2026.

Inzet politiehond

Door de verdediging is aangevoerd dat de inzet van de politiehond bij de aanhouding van de verdachte onrechtmatig en disproportioneel is geweest. Dit is volgens de verdediging in strijd met artikel 3 EVRM, dan wel een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De verdediging pleit voor een compensatie in de hoogte van de mogelijk op te leggen straf.

De rechtbank moet beoordelen of er sprake is van een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Daarvoor is naar vaste rechtspraak vereist dat sprake is van een geschonden norm, die een belang van verdachte beoogt te beschermen. Die schending moet onherstelbaar zijn en verdachte moet daarvan nadeel hebben ondervonden. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.

Artikel 7 van de Politiewet bepaalt dat politieambtenaren bevoegd zijn om in de rechtmatige uitoefening van hun bediening geweld te gebruiken, wanneer het daarmee beoogde doel dit rechtvaardigt en dat doel niet op een andere wijze kan worden bereikt. Voor het antwoord op de vraag of het inzetten van de politiehond voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zoals beschreven in dit artikel, zijn de hierna volgende feiten en omstandigheden van belang.

Op 9 september 2022 wordt door een onbekend gebleven persoon telefonisch melding gemaakt dat hij door de bestuurder van een personenauto met het kenteken [kentekennummer] was bedreigd met een vuurwapen naar aanleiding van een verkeersruzie. Als de politie de auto probeert te stoppen, negeert de bestuurder van deze auto een door de politie gegeven stopteken en gaat er met hoge snelheid vandoor. Tijdens de achtervolging worden door de verdachte telefoons en pakketjes (naar later blijkt: heroïne) uit het raam gegooid. Tijdens de achtervolging wordt het voertuig uiteindelijk door de politie tot stilstand gedwongen op de A2. Op de camerabeelden van de helikopter is te zien dat de bestuurder van deze auto (medeverdachte [medeverdachte] ) wordt aangehouden door twee agenten van de Dienst Speciale Interventies (DSI). De verdachte zit als bijrijder in de auto en op de camerabeelden is te zien dat er slechts één DSI-agent richting de bijrijderskant loopt. Het lijkt erop dat de verdachte zijn hand(en) uit het autoraam steekt, maar voor hondengeleider [persoon B] die ook naar de bijrijderskant loopt met de gecertificeerde politiehond, is dat, gelet op waar hij op dat moment staat, niet waar te nemen. Op het moment dat [persoon B] zicht krijgt op de verdachte ziet hij dat de verdachte in worsteling was met de DSI-agent, die alleen bij de bijrijdersdeur stond. Vervolgens heeft [persoon B] de verdachte een waarschuwing gegeven. Hierop gaat de DSI-agent een stap naar achteren (deels hiertoe bewogen door een andere DSI-agent), waarna de politiehond is ingezet om het verzet te doen stoppen.

Het voorgaande is onderzocht door de Rijksrecherche. Dit onderzoek is afgerond en de conclusie hiervan is dat er geen vervolging van de hondengeleider zal plaatsvinden, omdat het optreden niet als onrechtmatig bestempeld dient te worden. De rechtbank sluit zich bij deze conclusie aan. Gelet op voornoemde omstandigheden was de inzet van de politiehond een gerechtvaardigd hulpmiddel om de verdachte aan te houden. Nu de verdachte is gewaarschuwd voorafgaand aan de inzet van de politiehond en de politiehond direct los heeft gelaten nadat de verdachte onder controle was gebracht, is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals opgenomen in artikel 7 van de Politiewet. Dat verdachte hierbij een bijtwond en letsel heeft opgelopen, valt te betreuren, maar dit bijten is wel mede het gevolg geweest van het eigen handelen van de verdachte. De verdachte heeft immers niet gereageerd op de eerdere waarschuwing en op de sommatie die hem was gegeven voorafgaand aan de inzet van de politiehond. De hondengeleider heeft de hond ook niet langer laten bijten dan met het oog op het onder controle krijgen van de verdachte nodig was. De inzet van de politiehond was dus niet disproportioneel en daarom is geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 35a Sv en evenmin van een schending van artikel 3 EVRM. Dat diverse DSI-agenten bij de rechter-commissaris verklaard hebben dat zij verbaasd waren over de inzet van de politiehond, maakt het voorgaande niet anders. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. Ook het verweer dat de hond is ingezet in strijd met artikel 23 onder a van het Besluit bewapening en uitrustig politie, slaagt niet. Anders dan de raadsman stelt, is de hond ingezet in het kader van de surveillance door de hondenbegeleider. Dat ook de DSI bij de aanhouding is ingezet, maakt dit niet anders.

Redelijke termijn

In strafmatigende zin weegt de rechtbank het tijdsverloop in deze zaak mee. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Bij de uitleg van dit grondrecht wordt als uitgangspunt genomen dat een strafzaak bij de rechtbank moet zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

De redelijke termijn is aangevangen op 10 september 2022, de dag dat de verdachte in verzekering werd gesteld. Omdat het eindvonnis op 9 maart 2026 wordt gewezen, is de hiervoor genoemde termijn van twee jaren ruimschoots overschreden. Mogelijk dat een deel van deze overschrijding kan worden toegeschreven aan het feit dat meerdere getuigen gehoord moesten worden, maar dit is onvoldoende om een zodanig overschrijding van deze termijn te rechtvaardigen. De rechtbank brengt dit in het voordeel van de verdachte tot uitdrukking in de op te leggen straf.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte in het kader van deze strafzaak niet terug hoeft naar de gevangenis.

5. Inbeslaggenomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten het geldbedrag, de drie telefoons en de personenauto, verbeurd worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak verzoekt de verdediging de inbeslaggenomen telefoons, voor zover deze van de verdachte blijken te zijn, aan hem terug te geven. Ten aanzien van het overige beslag refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor feiten 1 en 2 met parketnummer 10/229993-22 worden de volgende inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard:

- een contant geldbedrag ter hoogte van € 38.580;

- de personenauto Citroën C3 met kenteken [kentekennummer] ;

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 13 [beslagnummer: [beslagnummer 5] ];

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 7 [beslagnummer: [beslagnummer 6] ];

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 7 [beslagnummer: [beslagnummer 11] ].

Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met behulp van deze voorwerpen gepleegd.

Het geldbedrag, de personenauto en de telefoon met beslagnummer [beslagnummer 6] betreffen voorwerpen die aan de verdachte toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden.

Degene aan wie de telefoons met beslagnummers [beslagnummer 5] en [beslagnummer 11] toebehoren was – gelet op de inhoud van de telefoons - bekend met het gebruik in verband met de strafbare feiten, of had dat gebruik redelijkerwijs kunnen vermoeden.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij voor het feit met parketnummer 10/002403-23 € 800,- als vergoeding voor materiële schade en € 200,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij niet-ontvankelijk

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van dit feit.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit met parketnummer 10/002403-23 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten met parketnummer 10/229993-22, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar.

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 215 [zegge: tweehonderdvijftien] dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor feiten 1 en 2 met parketnummer 10/229993-22:

- een contant geldbedrag ter hoogte van € 38.580;

- de personenauto Citroën C3 met kenteken [kentekennummer] ;

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 13 [beslagnummer: [beslagnummer 5] ];

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 7 [beslagnummer: [beslagnummer 6] ];

- een telefoon van het merk Apple, iPhone 7 [beslagnummer: [beslagnummer 11] ].

Voorlopige hechtenis

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

Vordering benadeelde partij

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering (feit met parketnummer 10/002403-23);

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. J.A. Terstegge en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 maart 2026.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.F. Smulders

Griffier

  • mr. I. van Wuijckhuijse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?