Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 11 februari 2026
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De procedure
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 28 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw M.W. van Dijk-Middelweerd, schuldhulpverlener.
2. De beoordeling
De toelating
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De rechtbank is van oordeel dat schulden aan het CJIB die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. [verzoeker] heeft in het jaar 2024 en 2025 meerdere verkeersboetes laten ontstaan. Het ontstaan van deze schulden is aan [verzoeker] te wijten en staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoeker] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. [verzoeker] heeft ter zitting duidelijk gemaakt dat hij na een lange periode van problemen zijn leven een andere wending heeft kunnen geven met meer stabiliteit, waarbij zijn ouders hem tot grote steun zijn. Hij is ervan doordrongen dat hij bij toelating tot de regeling geen nieuwe schulden mag maken en is heel gemotiveerd om de regeling tot een goed einde te brengen.
Ook overigens is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoeker] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
[verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen). Ter zitting is bovendien besproken dat [verzoeker] een auto leaset voor een periode van 36 maanden, met ingang van april 2024, en reiskosten maakt voor zijn werk. Hierdoor heeft [verzoeker] de leaseauto nog op het moment van toelating tot de Wsnp. [verzoeker] is erop gewezen dat dit onderwerp tijdens de regeling ook aandacht zal krijgen. [verzoeker] is zich hiervan bewust.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4. De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum]-1981 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam],
aldaar voorheen handelend onder de naam RDD steigerbouw;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Franken, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.