ECLI:NL:RBROT:2026:3040

ECLI:NL:RBROT:2026:3040

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 83.007014.25, 83.007024.25, 83.007309.25, 83.007052.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Beslissing RC
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Redelijk vermoeden van aanwezigheid van verschoningsgerechtigde gegevens? 1) Dat (toekomstige) hulpverleningsrelatie tussen functioneel verschoningsgerechtigde en verdachte(n) kan blijken, is niet van doorslaggevende betekenis voor het oordeel dat die gegevens als verschoningsgerechtigd moeten worden beschouwd. Administratie- en/of boekhoudgegevens zijn bedoeld voor intern gebruik. Het zijn geen gegevens die in beslag zijn genomen bij een functioneel verschoningsgerechtigde, stukken die zijn opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of communicatie van, met of bestemd voor een functioneel verschoningsgerechtigde. Dit betekent dat te dien aanzien geen sprake is van potentieel verschoningsgerechtigd materiaal. 2) De stelling dat verschoningsgerechtigd materiaal aanwezig kan zijn in de door het administratiekantoor verstrekte gegevens, is onvoldoende concreet voor een redelijk vermoeden daarop.

Uitspraak

Procedure

De officier van justitie heeft op 28 oktober 2025 gevorderd dat de rechter-commissaris inbeslaggenomen en verstrekte gegevens zal (laten) filteren op aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal. Op 4 maart 2026 heeft de rechter-commissaris toewijzend op die vordering beslist.

De officier van justitie heeft op 28 oktober 2025 ook een memo aan de rechter-commissaris gestuurd waarin zij toelicht waarom zij meent dat ten aanzien van andere inbeslaggenomen en/of door derden verstrekte gegevens geen redelijk vermoeden van aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal bestaat. Ze heeft de rechter-commissaris verzocht ter zake een regiebijeenkomst te organiseren.

Bij e-mail van 3 november 2025 heeft de raadsvrouw van de verdachten de rechter-commissaris gemeld en toegelicht dat de verdediging meent dat wel sprake is van een redelijk vermoeden van aanwezigheid van verschoningsgerechtigd materiaal.

Op 28 januari 2026 heeft de rechter-commissaris een regiebijeenkomst gehouden. De officier van justitie en de raadslieden van de verdachten hebben de standpunten nader toegelicht en vragen beantwoord. Overeenkomstig de afspraken gemaakt bij die regiebijeenkomst, hebben de officier van justitie en de raadslieden nadien nadere informatie doen toekomen aan de rechter-commissaris; ook hebben zij hun standpunten (nogmaals) schriftelijk toegelicht.

Beoordeling

Algemeen

De rechter-commissaris merkt de memo van de officier van justitie van 28 november 2025 aan als een vordering op grond van artikel 181 Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie vroeg in die memo om een regiebijeenkomst te organiseren en (meer impliciet) om te beslissen op de in de memo vermelde geschilpunten met de verdediging over het al dan niet uitvoeren van onderzoekshandelingen in de vorm van filtering van gegevens op verschoningsgerechtigd materiaal.

Het onderzoeksteam van de FIOD heeft op verschillende wijzen de beschikking gekregen over bestanden en gegevens die betrekking hebben op [verdachte rechtspersoon] . Van een aantal van deze bestanden en gegevens staat ter discussie of sprake is van het redelijk vermoeden dat die verschoningsgerechtigd materiaal (kunnen) bevatten. Het gaat daarbij om:

De verkregen gegevens zijn (nog) niet door het onderzoeksteam van de FIOD onderzocht. Volgens het openbaar ministerie bestaat te dien aanzien geen redelijk vermoeden dat daarop verschoningsgerechtigd materiaal aanwezig is; de verdediging meent van wel. Het gaat om gegevens met betrekking tot (een of meer) advocaten en notarissen.

Artikel 98 bevat een regeling die ertoe strekt dat bij inbeslagneming van voorwerpen het functioneel verschoningsrecht wordt gerespecteerd. De jurisprudentie dienaangaande is ook van toepassing op gegevens verstrekt door derden na een vordering daartoe en op vastlegging van en onderzoek naar digitale gegevens.

Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat iedereen zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden. De Hoge Raad heeft meerdere malen de reikwijdte van het verschoningsrecht van de advocaat en notaris omschreven. Zowel de advocaat als de notaris komt alleen een verschoningsrecht toe met betrekking tot de wetenschap die hij in de normale uitoefening van zijn beroep heeft verkregen, dat wil zeggen wat hem is toevertrouwd in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat of notaris. Het moet gaan om gegevens die een vertrouwelijk karakter hebben en die daarom voor derden verborgen moeten kunnen blijven. Dat vertrouwelijke karakter kan voortvloeien uit de aard van de betreffende informatie en uit het uitdrukkelijk uitgesproken dan wel aannemelijk te achten verlangen van de advocaat of notaris en zijn cliënt.

De belangen die met het verschoningsrecht zijn gemoeid, maken het noodzakelijk dat politie en justitie doen wat nodig is om inbreuken op het verschoningsrecht zo veel mogelijk te voorkomen, zodra het redelijk vermoeden bestaat dat sprake kan zijn van verschoningsgerechtigde gegevens. De vraag onder welke omstandigheden sprake is van een redelijk vermoeden, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Dit hangt onder meer af van de aard van de gegevens. Ook kan betekenis toekomen aan de omstandigheid dat de verdachte op wie het onderzoek zich richt, is of wordt bijgestaan door een advocaat. Die enkele omstandigheid levert echter niet zonder meer zo’n redelijk vermoeden op. Ook de enkele stelling van de verdachte tegen wie het onderzoek is gericht, dat mogelijk verschoningsgerechtigde gegevens zijn verstrekt, is niet voldoende. Deze stelling moet zodanig worden onderbouwd dat dit een voldoende concrete aanleiding geeft tot zo’n redelijk vermoeden.

Aan de hand van dit toetsingskader oordeelt de rechter-commissaris als volgt.

Digitale auditfiles van de Exact Administratie van [verdachte rechtspersoon] . en de SQL-database verstrekt door [betrokkene 1] .

Volgens de verdediging kunnen de grootboekmutaties die in de auditfiles zijn opgenomen verschoningsgerechtigde informatie bevatten. Bijvoorbeeld als het gaat om de grootboekrekening van de bankrekening. Deze mutaties bevatten alle transacties die worden verricht vanaf de bank en kunnen dan ook de betalingen van declaraties van een advocaat weergeven. Uit deze betalingen kan worden opgemaakt tot welke advocaten(kantoren), met welke specifieke expertises, de verdachten zich hebben gewend. Voor zover de SQL-database inzicht geeft in de aan (specifieke) advocaten(kantoren) betaalde bedragen, wordt ook verschoningsgerechtigde informatie prijsgegeven.

De officier van justitie heeft desgevraagd een voorbeeld van een auditfile-output van een willekeurige Exact administratie aan de rechter-commissaris verstrekt en uitgelegd dat dergelijke auditfiles bij de FIOD worden omgezet in een voor rechercheurs leesbaar format in de vorm van een Excel-bestand. Ook een voorbeeld van een dergelijk Excelbestand heeft de officier van justitie meegestuurd. Op basis daarvan is duidelijk dat in de auditfiles en/of het Excelbestand namen en rekeningnummers van advocaten en/of notarissen kunnen voorkomen, als ook een omschrijving van transacties, factuurnummers en betaalde bedragen. De officier van justitie heeft ook de werking en inhoud van een SQL-database uitgelegd en een voorbeeld van een database die met SQL bevraagd is, meegestuurd. Op basis hiervan is de conclusie gerechtvaardigd dat die database omschrijvingen bij boekingen (kunnen) bevatten en bankrekeningnummers. Eventueel onderliggende declaraties maken geen deel uit van de digitale auditfiles noch van de SQL-database.

De gegevens waar het hier dus om gaat betreffen administratieve-/boekhoudgegevens, bedoeld voor intern gebruik van het bedrijf. Zo kunnen aan de hand daarvan jaarstukken worden opgemaakt en belastingaangiften gedaan. Het zijn geen gegevens die in beslag zijn genomen bij een functioneel verschoningsgerechtigde, stukken die zijn opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of communicatie van, met of bestemd voor een functioneel verschoningsgerechtigde. Dit betekent dat te dien aanzien geen sprake is van potentieel verschoningsgerechtigd materiaal.

Dat in die administratie betalingen van of aan een functioneel verschoningsgerechtigde zijn vastgelegd, maakt niet dat de vastlegging van die betalingen op zichzelf verschoningsgerechtigd is. De vastlegging van die betalingen is geen onderdeel van het uitgewisselde vertrouwelijke verkeer tussen de cliënt en de functioneel verschoningsgerechtigde. Dat kan anders zijn bij een declaratie van functioneel verschoningsgerechtigde. Door middel van een declaratie communiceert deze met de cliënt over het door die cliënt te betalen bedrag voor verleende diensten en/of gemaakte kosten. Zoals gezegd, van de auditfiles noch de SQL-database maken de onderliggende declaraties deel uit.

Dat de Hoge Raad in zijn arrest van 10 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:553) heeft uitgemaakt dat gegevens waaruit het bestaan van een (toekomstige) hulpverleningsrelatie tussen een functioneel verschoningsgerechtigde en een (potentiële) cliënt valt af te leiden onder het verschoningsrecht van een verschoningsgerechtigde kunnen vallen, doet hieraan niet af. Die overweging had betrekking op camerabeelden afkomstig van een ziekenhuis, dat een (afgeleid) verschoningsrecht heeft. De rechtbank had naar het oordeel van de Hoge Raad miskend dat die beelden mogelijk verschoningsgerechtigd materiaal bevatten en besliste dat de rechtbank het klaagschrift van het ziekenhuis opnieuw moest behandelen en afdoen.

De audit-files en de SQL-database waarover het in deze zaak gaat, zijn geen gegevens die aan een verschoningsgerechtigde in die hoedanigheid zijn medegedeeld of waarvan een verschoningsgerechtigde in die hoedanigheid kennis heeft gekregen, hetgeen ook blijkt uit de omstandigheid dat deze gegevens niet in beslag genomen zijn bij of verstrekt door een functioneel verschoningsgerechtigde.

Dat uit gegevens een (toekomstige) hulpverleningsrelatie tussen een verdachte en een verschoningsgerechtigde kan blijken, is niet steeds van doorslaggevende betekenis voor het oordeel dat die gegevens als verschoningsgerechtigd moeten worden beschouwd en dus verborgen moeten blijven. Zo heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 20 september 2011 (ECLI:HR:2011:BP6016) beslist dat het oordeel van het hof van Den Bosch juist is dat voor verkeersgegevens als bedoeld in artikel 126n, waaruit een dergelijke relatie kan worden afgeleid, geen verplichting tot vernietiging bestaat. Deze jurisprudentie geldt nog steeds.

De uitspraak van de Hoge Raad van 19 september 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1268) over de zoektermenlijst is evenmin toepasselijk. Dat een door de verdediging verstrekte lijst met zoektermen ten behoeve van de selectie van stukken of gegevens uit het beslag die onder het verschoningsrecht vallen, ook geheim zou moeten (kunnen) blijven voor de met de opsporing en/of vervolging belaste functionarissen, koppelt de Hoge Raad aan het doel waarvoor die lijst wordt verstrekt. Die lijst kan namen, telefoonnummers en e-mailadressen van verschoningsgerechtigden bevatten of termen die specifiek duiden op het voorwerp van het ingeroepen verschoningsrecht. Als deze zoektermen aan de met opsporing en/of vervolging belaste functionarissen bekend worden, zou hen dat de mogelijkheid kunnen bieden die termen voor andere doeleinden te gebruiken dan ten behoeve van de hiervoor genoemde selectie.

De rechter-commissaris zal dus niet overgaan tot filtering van de gegevens uit de auditfiles en de SQL-database, nu ten aanzien van die gegevens niet het redelijk vermoeden bestaat dat die verschoningsgerechtigd materiaal bevatten.

De door [betrokkene 2] . verstrekte gegevens

Volgens de verdediging is [betrokkene 2] betrokken bij de administratie en boekhouding van [verdachte rechtspersoon] . en bestaat daarom het redelijke vermoeden dat in de door [betrokkene 2] uitgeleverde stukken verschoningsgerechtigde informatie aanwezig is. Het kan gaan om declaraties en urenspecificaties, maar ook om bankafschriften, grootboekrekeningen en crediteurenlijsten. Dat [betrokkene 2] op de vordering van de officier van justitie tot verstrekking van gegevens heeft laten weten dat de gegevens niet gelijk konden worden verstrekt, (mede) door het verzoek van de vorderende FIOD-medewerkers om geen verschoningsgerechtigd materiaal te verstrekken, is volgens de verdediging een onvoldoende waarborg dat [betrokkene 2] geen verschoningsgerechtigd materiaal heeft verstrekt. De beoordeling of informatie onder het verschoningsrecht valt, vereist een zorgvuldige en juridisch onderbouwde afweging, die aan de verschoningsgerechtigde zelf toekomt en niet aan een administratiekantoor. De discussie over de reikwijdte en toepassing van het verschoningsrecht is bovendien voortdurend in ontwikkeling binnen de rechtspraktijk. Het is dan ook niet gerechtvaardigd om te veronderstellen dat [betrokkene 2] over de benodigde juridische expertise beschikt om zelfstandig te beoordelen of bepaalde gegevens onder het verschoningsrecht vallen, aldus de verdediging.

De rechter-commissaris heeft de verdediging bij de regiebijeenkomst verzocht om concreet te onderbouwen waarom er niet op kan worden vertrouwd dat de door [betrokkene 2] uitgeleverde gegevens geen verschoningsgerechtigde gegevens bevatten. Deze concrete onderbouwing kon de verdediging buiten aanwezigheid van de officier van justitie (schriftelijk) aan de rechter-commissaris doen toekomen. De verdediging heeft dit niet gedaan.

De stelling dat verschoningsgerechtigd materiaal aanwezig kan zijn in de door [betrokkene 2] verstrekte gegevens, is onvoldoende concreet voor een redelijk vermoeden daarop. Daarom zal de rechter-commissaris niet tot filtering van deze gegevens overgaan.

De door [betrokkene 3] . verstrekte gegevens

Volgens de verdediging beschikt [betrokkene 3] over de gehele financiële administratie van [verdachte rechtspersoon] . Dit kan onder meer de grootboekmutaties, crediteurenlijsten en bankafschriften omvatten; bescheiden waaruit kan blijken tot welke advocaten(kantoren) de verdachten zich hebben gewend. De verdediging meent dat daarom een redelijk vermoeden aanwezig is.

Na de regiebijeenkomst heeft de officier van justitie een stuk aan de rechter-commissaris doen toekomen (met afschrift aan de raadsvrouw), waaruit blijkt welke gegevens [betrokkene 3] op de vordering van de officier van justitie heeft verstrekt, namelijk:

De opgesomde gegevens zijn niet in beslag genomen bij een functioneel verschoningsgerechtigde, opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of communicatie van, met of bestemd voor een functioneel verschoningsgerechtigde. Dit betekent dat te dien aanzien geen sprake is van potentieel verschoningsgerechtigd materiaal. Hiervoor heeft de rechter-commissaris al overwogen dat de omstandigheid dat uit deze gegevens misschien een hulpverleningsrelatie tussen een of meer functioneel verschoningsgerechtigden en verdachten kan blijken – wat overigens niet voor de hand ligt –daar niet aan afdoet. De rechter-commissaris zal niet overgaan tot filtering van deze gegevens, nu ten aanzien van die gegevens niet het redelijk vermoeden bestaat dat die verschoningsgerechtigd materiaal bevatten.

Slotsom.

De rechter-commissaris zal niet overgaan tot het filteren op verschoningsgerechtigd materiaal in de gegevens uit de digitale auditfiles van de Exactadministratie van [verdachte rechtspersoon] ., de door [betrokkene 1] . verstrekte SQL-database, de door [betrokkene 2] . verstrekte gegevens en de door [betrokkene 3] . verstrekte gegevens. Dit heeft tot gevolg dat de FIOD onderzoek kan doen in deze gegevens.

Beslissing

De rechter-commissaris zal:

niet (laten) filteren op aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal.

Deze beslissing is op 20 maart 2026 genomen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechter-commissaris.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.C.C. Hes-Bakkeren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?