ECLI:NL:RBROT:2026:3047

ECLI:NL:RBROT:2026:3047

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer FT RK 25/2090 en FT RK 25/2091
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod het maximaal haalbare.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]

uitspraakdatum: 5 maart 2026

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 21 november 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:

die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

IJsselland Ziekenhuis heeft voorafgaand aan de zitting, bij brief van 14 januari 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven dat zij al in september 2025 akkoord zijn gegaan met de aangeboden schuldregeling.

Inshared claims heeft, bij brief van 7 januari 2026, aan schuldhulpverlening te kennen gegeven dat zij alsnog instemt met de aangeboden schuldregeling. Schuldhulpverlening heeft deze brief op 27 januari 2026, na de zitting, aan de rechtbank overgelegd.

FA-MED heeft, bij brief van 7 januari 2026, aan schuldhulpverlening te kennen gegeven dat zij alsnog instemt met de aangeboden schuldregeling. Schuldhulpverlening heeft deze brief op 27 januari 2026, na de zitting, aan de rechtbank overgelegd.

LAVG Gerechtsdeurwaarders heeft op 23 februari 2026 namens Hoist Finance een verweerschrift aan de rechtbank toegezonden.

Ter zitting van 26 februari 2026 zijn verschenen en gehoord:

De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift 23 schuldeisers, waarvan 2 preferente en 21 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 21.714,90 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 24 april 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. De totale schuldenlast betrof op dat moment € 21.927,25. De schuldenlast is lager geworden.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft een schrijven van de Gemeente Rotterdam afdeling Werk & Inkomen overgelegd, waaruit blijkt dat zij vanaf 12 september 2025 is ontheven van haar sollicitatieverplichting voor onbepaalde tijd. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwacht dat de afloscapaciteit van verzoekster binnen afzienbare tijd zal toenemen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.

22 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Hoist Finance stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 677,62 op verzoekster, welke 3,1% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

In haar verweerschrift stelt Hoist Finance zich op het standpunt dat verzoekster onvoldoende heeft gemotiveerd, waarom Hoist Finance niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren. Ook biedt de wettelijke schuldsaneringsregeling betere vooruitzichten voor de schuldeisers. In dat kader heeft Hoist Finance geen enkel belang om in te stemmen met het aangeboden akkoord zonder afloscapaciteit. Dit zou anders zijn wanneer bij het aangeboden akkoord een doorlooptijd van 18 maanden wordt aangehouden. Daarnaast heeft verzoekster onvoldoende gemotiveerd waarom zij niet in staat zou zijn om fulltime te kunnen werken. Hoist Finance stelt zich dan ook op het standpunt dat het aangeboden akkoord niet het maximaal haalbare is. Hoist Finance verzoekt het verzoek af te wijzen.

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Hoist Finance geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Hoist Finance bij haar weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Hoist Finance in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Hoist Finance een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 3,1%.

Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk 22 van de 23 schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster een Participatiewet-uitkering ontvangt. Verzoekster heeft een schrijven van de Gemeente Rotterdam afdeling Werk & Inkomen overgelegd, waaruit blijkt dat zij vanaf 12 september 2025 is ontheven van haar sollicitatieverplichting voor onbepaalde tijd. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwacht dat de afloscapaciteit van verzoekster binnen afzienbare tijd zal toenemen. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd, waaruit blijkt dat verzoekster onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster in de komende jaren geen afloscapaciteit zal verkrijgen.

Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoekster van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.

Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoekster in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Hoist Finance.

Het verzoek om Hoist Finance te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

Hoist Finance zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt Hoist Finance om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt Hoist Finance in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. de Jong

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?