Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 5 maart 2026
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 10 december 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een aantal schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 26 februari 2026 zijn verschenen en gehoord:
De schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift 25 schuldeisers, waarvan 2 preferente en 23 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 82.958,37 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 5 augustus 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 15,70% aan de preferente schuldeisers en 7,85% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt – volgens het aangeboden akkoord – fulltime en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
22 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van € 6.073,11 op verzoeker.
3. Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben de weigerende schuldeiser geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 7,2%.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. In de aanbiedingsbrief aan de schuldeisers van 5 augustus 2025 is vermeld dat verzoeker fulltime werkt en een arbeidscontract heeft voor bepaalde tijd. Dit is onjuist. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker gemiddeld 28 uur per week werkt in de zorg. Daarnaast volgt verzoeker 8 uur per week een opleiding. De schuldeisers zijn hiermee onjuist geïnformeerd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. In de aanbiedingsbrief van 5 augustus 2025 is weliswaar vermeld dat het voorstel een prognose is en dat afhankelijk van de reserveringsmogelijkheden van verzoeker het uiteindelijke resultaat hoger of lager kan uitvallen, maar de rechtbank is van oordeel dat de schuldeisers er geen rekening mee hoefden te houden dat het uiteindelijke resultaat lager zou worden doordat verzoeker niet fulltime heeft gewerkt of zich maximaal heeft ingespannen om tot een fulltime dienstbetrekking te komen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om [persoon A] , Gemeente Tilburg en Yellowbrick te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.