ECLI:NL:RBROT:2026:3080

ECLI:NL:RBROT:2026:3080

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 10/375529-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor belaging. De verdachte heeft een meisje van 13 jaar gedurende enkele weken belaagd door haar veelvuldig te app’en, spraakberichten te sturen, te bellen en haar steeds bij zijn woning uit te nodigen. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor dit feit tot een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daaraan worden de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/375529-24

Datum uitspraak: 26 maart 2026

Datum zitting: 12 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.A. Oosterveen

Officier van justitie: mr. I. Barendregt

Benadeelde partij: [benadeelde]

Gemachtigde van de benadeelde partij: [persoon A] (Slachtofferhulp)

Kern van het vonnis

De verdachte heeft een meisje van 13 jaar gedurende enkele weken belaagd door haar veelvuldig te app’en, spraakberichten te sturen, te bellen en haar steeds bij zijn woning uit te nodigen. Hij heeft zich in dit contact dwingend en dreigend opgesteld. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor dit feit tot een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar. Daaraan worden de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd.

1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 september tot en

met 21 november 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door haar (meermalen):

- ( spraak)berichten te sturen via WhatsApp en/of

- te bellen en/of

- cadeautjes te geven en/of

- bij zijn, verdachtes, woning uit te nodigen

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te

dulden en/of vrees aan te jagen.

2. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Standpunt van de verdediging

De officier van justitie moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Weliswaar is in het dossier een proces-verbaal opgenomen waarin staat dat er een schriftelijke klacht van het slachtoffer is ontvangen, maar deze klacht is niet in het dossier opgenomen. Uit de aangifte van het slachtoffer blijkt niet nadrukkelijk haar wens tot vervolging van de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Uit het dossier blijkt van de tijdige ontvangst van een schriftelijke klacht. Hoewel deze klacht zelf per abuis niet in het dossier is opgenomen, ziet de rechtbank geen reden om aan het bestaan daarvan te twijfelen.

Dit geldt temeer nu het slachtoffer aangifte heeft gedaan en daarop ook niet meer is teruggekomen. Integendeel, zij heeft zich als benadeelde partij in deze procedure gevoegd en te kennen heeft gegeven dat zij wil dat de verdachte ook geen contact meer met haar opneemt. Daarmee staat buiten twijfel dat zij haar klacht heeft gehandhaafd en de vervolging wilde. Dat het slachtoffer ten tijde van de aangifte niet wist of zij vond dat de verdachte ook straf verdiende, maakt dit niet anders.

3. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit, met dien verstande dat de bewezen verklaarde periode op 17 oktober 2024 aanvangt. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De verdachte heeft niet het oogmerk gehad op het dwingen van het slachtoffer iets te doen, niet te doen, te dulden of vrees aan te jagen. De verdachte heeft geen kwaad in de zin gehad. Het slachtoffer heeft nooit aangegeven dat zij geen contact wilde en ook niet dat zij niet wilde langskomen. Het bezwaar van het slachtoffer tegen het contact met de verdachte richtte zich enkel op het feit dat de verdachte berichten stuurde over zijn gevoelens voor haar. De verdachte heeft gezegd dat hij dat niet meer zou doen en hij heeft dat daarna ook niet meer gedaan. De enkele hoeveelheid berichten van de verdachte levert op zichzelf nog geen belaging op.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de tenlastegelegde feitelijke handelingen bekend. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven:

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer]

3. Ontvangst klacht door hulpofficier van justitie

4. Proces-verbaal van de politie, uitlezen telefoon verdachte

5. Proces-verbaal van de politie, WhatsApp-berichten

Bewijsmotivering (oogmerk)

De verdachte heeft de tenlastegelegde feitelijke handelingen bekend. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of hij hiermee ook het oogmerk heeft gehad om aangeefster te belagen. De volgende feiten en omstandigheden zijn voor de beoordeling daarvan van belang.

In de tenlastegelegde periode sturen de verdachte en het slachtoffer elkaar 2.999 berichten en 687 bijlagen (waaronder spraakberichten). Het overgrote deel van deze berichten wordt door de verdachte gestuurd. Hij start de gesprekken elke dag op, stuurt de hele dag door berichten en verwacht ook steeds dat het slachtoffer snel op zijn berichten reageert. Als het slachtoffer niet of niet snel genoeg reageert, verandert de toon van zijn berichten en wordt de verdachte boos of dwingend. Ook als het slachtoffer aangeeft dat zij niet kan reageren omdat zij op school zit, huiswerk maakt of slaapt.

De verdachte dringt er verder elke dag op aan dat het slachtoffer naar zijn huis komt, ook al is het maar voor een paar minuten. Hij gebruikt de fatbike die hij het slachtoffer cadeau heeft gedaan als drukmiddel om haar te dwingen naar hem toe te komen. De verdachte dreigt de fatbike op te halen als het slachtoffer niet langskomt en bepaalt dat zij elke week voor onderhoud bij hem langs moet komen.

Als de verdachte in zijn boosheid tegen het slachtoffer is uitgevallen en hij daarna spijt van zijn uitbarsting krijgt, verwacht hij dat het slachtoffer het gelijk met hem uitpraat of naar zijn woning komt om het goed te maken. Met het uitpraten via WhatsApp neemt hij geen genoegen. De berichten van de verdachte zijn een voortdurende afwisseling van verzoeken om langs te komen, boze en verwijtende berichten en spijtbetuigingen.

Hoewel de verdachte op de zitting heeft verklaard dat hij met het slachtoffer contact had omdat haar vader had gevraagd om een oogje in het zeil te houden, geven de berichten van de verdachte aan het slachtoffer een totaal andere indruk. De verdachte schrijft aan het slachtoffer dat hij gevoelens voor haar heeft die hij lang niet voor vrouwen heeft gevoeld en dat hij zelfs een beetje verliefd is. Hij beticht het slachtoffer van liegen, van het niet nakomen van afspraken als ze niet langs kan komen en maakt verwijten als ze niet heeft doorgegeven waar ze is geweest of als ze met vriendinnen afspreekt. In een voicebericht bedreigt hij een vriendin van het slachtoffer omdat hij vindt dat ze een verkeerde invloed op het slachtoffer heeft. Hij wilde dat zij niet meer met deze vriendin omging.

Het slachtoffer maakt meerdere keren duidelijk dat ze van het handelen van de verdachte niet gediend is. Ze geeft aan dat ze te jong (dan 13 jaar) is als de verdachte (dan 41 jaar) zijn gevoelens voor haar uitspreekt, dat de verdachte haar zelfs meer appt dan haar eigen vader doet en dat ze het vervelend vindt dat de verdachte steeds ruzies bij hem thuis wil uitpraten. Het slachtoffer laat ook duidelijk weten dat ze een eigen leven heeft en dat ze niet steeds tijd voor de verdachte heeft. Gaandeweg de periode waarin de berichten worden gestuurd reageert het slachtoffer steeds minder en steeds meer kortaf. Anders dan door de verdediging is aangevoerd, blijkt uit de gesprekken niet dat het bij het slachtoffer hierbij enkel ging om de berichten over verliefdheid. Weliswaar vond ze die berichten raar en vies, maar ze heeft ook verklaard dat ze gewoon niet de hele tijd wilde appen met iemand van de leeftijd van de verdachte. Het slachtoffer wilde ook niet meer bij de verdachte langsgaan, maar ze voelde zich gedwongen.

Het hiervoor beschreven handelen van de verdachte is indringend, obsessief en controlerend geweest en heeft geleid tot een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Hoe meer zij liet weten dat ze het contact niet prettig vond en daarom steeds meer afstand nam, hoe dwingender de verdachte in zijn contacten werd. Uit het handelen van de verdachte volgt het voor belaging vereiste oogmerk, omdat hij het slachtoffer daarmee geen keuze liet in het al dan niet aanvaarden van contact. De verklaring van de verdachte dat hij nooit op enige seksuele handelingen uit is geweest (in ieder geval niet voor haar 16e of 18e jaar) maakt niet dat van belaging geen sprake is geweest. De verdachte wordt ook niet verweten dat hij op dit moment seksuele toenadering tot het slachtoffer heeft gezocht.

Omdat het dossier uitsluitend berichten bevat uit de periode 17 oktober 2024 tot en met 21 november 2024, zal de rechtbank bij de bewezenverklaring uitgaan van 17 oktober 2024 als startdatum van de pleegperiode.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

in de periode van 17 oktober 2024 tot en

met 21 november 2024 te Rotterdam,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door haar (meermalen):

- ( spraak)berichten te sturen via WhatsApp en

- te bellen en

- cadeautjes te geven en

- bij zijn, verdachtes, woning uit te nodigen

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen en te

dulden.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

belaging

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 120 uur met aftrek van voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Voor deze voorwaarden en het toezicht door de reclassering vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een lagere straf op te leggen omdat het contact slechts een maand heeft geduurd. De verdachte is niet in staat om zomaar een taakstraf uit te voeren vanwege fysieke en geestelijke beperkingen. Een voorwaardelijke straf is beter op zijn plaats en dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte, een 41-jarige man, heeft zich gedurende een periode van ruim een maand schuldig gemaakt aan belaging van een meisje van 13 jaar. Hij heeft haar veelvuldig app-berichten en spraakberichten gestuurd, haar gebeld en verzocht om langs de woning van de verdachte te komen. Ook zette hij haar onder druk door boos te worden of te verwijzen naar cadeaus die hij haar had gegeven. Uit de verklaring van de aangeefster is gebleken dat zij het contact met een veel oudere man niet wilde en dat zij de berichten over verliefdheid raar en vies vond. Door de berichten van de verdachte voelde ze zich gedwongen om tegen haar zin naar hem toe te gaan. De verdachte lijkt niet goed te beseffen wat zijn gedragingen bij een ander teweegbrengen en ook hebben teweeggebracht. Hoewel hij zijn handelen achteraf gezien ‘stom’ vindt, bagatelliseert hij het aantal berichten en de impact op het slachtoffer, omdat zijn intenties volgens hem goed zijn geweest en hij nooit uit is geweest op seksuele handelingen. Dit ziet de verdachte dus helemaal verkeerd. Het gedrag van de verdachte was en is niet acceptabel.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport psycholoog en reclassering

In het rapport van psycholoog [persoon B] van 5 september 2025 staat het volgende. De verdachte lijdt aan psychische stoornissen in de zin van zwakbegaafdheid, van ADHD, van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, van een stoornis in het gebruik van cannabis, van een stoornis in het gebruik van cocaïne en van een ongespecificeerde (neuro)cognitieve stoornis bestaande uit een aandachtstoornis, een geheugenstoornis, een beperkt vermogen om te plannen en een gebrekkig vermogen om impulsen te beheersen.

Ten tijde van het feit waren deze stoornissen aanwezig. Er is een (licht) verband tussen het tenlastegelegde feit en de bij de verdachte bestaande psychische stoornissen. Zo mag worden aangenomen dat hij de impuls dan wel de neiging om contact te (blijven) zoeken vanwege zijn gebrekkige impulscontrole niet goed heeft kunnen beheersen en dat hij minder goed in staat is geweest om het grensoverschrijdende van zijn gedrag in te zien.

De psycholoog adviseert om de verdachte het hem tenlastegelegde feit in een (licht) verminderde mate toe te rekenen.

De kans op herhaling van stalkinggedrag wordt ingeschat als laag tot matig en de kans op herhaling van algeheel grensoverschrijdend of agressief gedrag wordt ingeschat als matig tot hoog. Om het recidive risico zo veel mogelijk te beperken, is het van belang dat de verdachte een ambulante behandeling ondergaat, waarbinnen ingezet wordt op psycho-educatie, het versterken van de coping-vaardigheden en met het name het adequaat leren omgaan met en het beheersen van grensoverschrijdende dan wel agressieve impulsen. Het zou daarbij goed zijn als gaandeweg ook toegewerkt wordt naar een volledige abstinentie van middelen. Ook zou het goed zijn als binnen de behandeling de wijze waarop de verdachte denkt en doet op het gebied van seks wordt meegenomen.

In het reclasseringsadvies van Fivoor van 1 oktober 2025 staat het volgende. De verdachte is een man met een forse psychosociale kwetsbaarheid, pro-criminele houding, middelen-problematiek en een kwetsbare sociaal-maatschappelijke positie. Vermoedelijk was er ten tijde van het feit sprake van een vicieuze cirkel waarin middelengebruik, emotionele problematiek, en meer ontremd contact met de aangeefster elkaar versterkten. Als beschermende factor wordt de begeleiding vanuit Stichting Ontmoeting gezien. Mede door deze begeleiding is het de verdachte gelukt om de afgelopen jaren stabiliteit op de praktische leefgebieden te behouden.

De risico’s op (gewelddadige) recidive wordt ingeschat als hoog. De reclassering sluit zich in haar oordeel aan bij het rapport van de psycholoog ten aanzien van de noodzaak van een behandeling om de risico’s te verminderen. De verdachte heeft tot op heden medewerking aan het schorsingstoezicht verleend. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke afdoening, zodat middels bijzondere voorwaarden ingezet kan worden op veiligheid, psychosociaal functioneren, stabiliteit van het gebruik en stabiliteit op de praktische leefgebieden. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), meewerken aan middelencontrole, contactverbod en locatieverbod. De reclassering adviseert dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht.

Op basis van het rapport van de psycholoog stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte meerdere psychische stoornissen bestonden en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het feit beïnvloedden. Het feit wordt daarom in licht verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte is door de vader van het slachtoffer aangereden waardoor de verdachte enige tijd in coma heeft gelegen. Op de zitting heeft de verdachte verklaard daar nog steeds fysiek en mentaal last van te hebben.

Oplegging straffen

Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank houdt er in strafverminderende zin rekening mee dat het feit in licht verminderde mate aan de verdachte wordt toegerekend, maar weegt in strafverzwarende zin zwaar mee dat de verdachte een minderjarige heeft belaagd. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de fysieke gevolgen die de verdachte heeft ondervonden van de na dit feit plaatsgevonden aanrijding. Alles afwegend vindt de rechtbank een combinatie van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient als waarschuwing: als de verdachte in de toekomst opnieuw in de fout gaat, kan de gevangenisstraf alsnog ten uitvoer worden gelegd.

Aan de verdachte wordt een taakstraf van 80 uren, met aftrek van voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren, opgelegd.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.Anders dan door de reclassering geadviseerd geldt het locatieverbod uitsluitend voor de wijk Ommoord in Rotterdam, waar het slachtoffer inmiddels woont.

De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren omdat niet is voldaan aan het criterium dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het dossier geeft geen aanknopingspunten voor een dergelijk oordeel.

6. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 27 november 2024 geschorst. De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

7. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij voor het feit € 2.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet bij een veroordeling van de verdachte naar billijkheid worden vastgesteld op een bedrag van maximaal € 1.000,-.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast.

Bij de vaststelling van de schadevergoeding heeft de rechtbank onder meer gelet op de ‘Rotterdamse Schaal’ voor smartengeldbedragen en daarbij gekeken naar ‘belaging’ en aansluiting gezocht bij categorie c.

De schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de bewezenverklaarde handelingen, de leeftijd van de benadeelde partij en de relatief korte duur van de belaging.

De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Het resterende deel van de vordering wordt afgewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 21 november 2024.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 3.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 4.1 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 74 uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 37 dagen;

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte houdt zich in aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.

3. Meewerken aan middelen controle: de verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van harddrugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.

4. contactverbod: de verdachte zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met het slachtoffer, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011;

5. locatieverbod: de verdachte bevindt zich niet in de wijk Ommoord in Rotterdam.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 21 november 2024 tot de dag van volledige betaling;

wijst af het resterende deel van de vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat € 1.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.R. Rietveld, voorzitter,

en mrs. L. Stevens en C.G. van de Grampel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.R. Rietveld

Griffier

  • mr. L.R. van Zaanen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?