ECLI:NL:RBROT:2026:3087

ECLI:NL:RBROT:2026:3087

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer ROT 25/1916
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. Eiseres voldoet niet aan alle voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van het eenmalig bedrag op basis van het Tijdelijk besluit en de SVB heeft daarom terecht de aanvraag van eiseres afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Rotterdam, eiseres

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/1916

(gemachtigde: mr. G. Grijs),

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigde: mr. G.E. Eind).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een eenmalig bedrag op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (het Tijdelijk besluit). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB de aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 11 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van het Tijdelijk besluit. De SVB heeft deze aanvraag met het besluit van 25 juli 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 31 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is de SVB bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de SVB deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres is geboren in Suriname en is op 9 augustus 1969 of 13 augustus 1969 naar Nederland gekomen. Zij was toen 17 jaar oud, op 28 augustus 1969 werd zij 18 jaar. Met het primaire besluit heeft de SVB de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij jonger dan 18 jaar was toen zij in Nederland kwam wonen. Met het bestreden besluit heeft de SVB het primaire besluit gehandhaafd.

Toetsingskader

Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) wordt voor ieder niet verzekerd jaar een korting van 2% toegepast. Hierdoor heeft een groep ouderen van Surinaamse herkomst geen volledige AOW-uitkering opgebouwd, omdat de jaren waarin zij in Suriname woonden niet meetellen. De Centrale Raad van Beroep (de Raad) heeft geoordeeld dat deze groep met juistheid niet als ingezetenen zijn aangemerkt tijdens die jaren. Dit is als onrecht ervaren, omdat Suriname voor de onafhankelijkheid van 25 november 1975 onderdeel was van het Koninkrijk der Nederlanden.

Op grond van artikel 2 van het Tijdelijk besluit “wordt als gebaar van erkenning een eenmalig bedrag toegekend aan ouderen van Surinaamse herkomst, dat ziet op de unieke samenloop van omstandigheden van deze groep, gevormd door de verwachtingen die zijn ontstaan rondom het onafhankelijkheidsproces van Suriname, in verband met de komst van deze groep naar Nederland met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst, het onrecht dat deze groep ervaart, omdat zij veronderstelden door de komst naar Nederland ook recht op een volledige ouderdomsuitkering op grond van de AOW te krijgen, terwijl soms over een lange periode geen recht op grond van de AOW is opgebouwd, en de politiek-bestuurlijke wens om de pijn van deze groep vanwege deze samenloop van omstandigheden te erkennen.”

Als aan de voorwaarden van artikel 3 wordt voldaan, heeft de belanghebbende op grond van artikel 4 van het Tijdelijk besluit recht op een eenmalig bedrag van € 5.000,-. In artikel 3 van het Tijdelijk besluit is bepaald dat een persoon recht heeft op een eenmalig bedrag, indien deze:

a. uiterlijk op 25 november 1975 in Nederland is gaan wonen, met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst;

b. voorafgaand aan het tijdstip waarop deze persoon in Nederland ging wonen in Suriname woonde;

c. ten minste de leeftijd van 18 jaar had bereikt op het tijdstip, waarop deze persoon in Nederland ging wonen; en

d. op 1 juli 2024 ten minste 20 jaar in Nederland heeft gewoond.

Heeft de SVB de aanvraag van eiseres terecht afgewezen?

5. Tussen partijen staat vast dat eiseres nog geen 18 jaar oud was op het moment dat zij in Nederland kwam wonen. Daarmee voldoet eiseres niet aan alle vereisten van artikel 3 van het Tijdelijk besluit om voor toekenning van een eenmalig bedrag in aanmerking te komen.

6. Eiseres stelt dat de SVB onvoldoende is ingegaan op het standpunt dat de afwijzing van haar aanvraag berust op leeftijdsdiscriminatie. Hierbij verwijst eiseres naar de wijze van berekening van het recht op AOW en de rechtgevolgen hiervan, op basis waarvan volgens haar de leeftijd van 15 jaar leidend zou moeten zijn. Zij heeft bovendien een verminderde opbouw van AOW-rechten gehad, zonder daarvoor compensatie te ontvangen. Verder maakt het Tijdelijk besluit ten onrechte onderscheid door een harde leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Eiseres voert aan dat deze grens niet strikt voortvloeit uit de Toescheidingsovereenkomst. Eiseres meent dat het discriminatieverbod geen afbreuk mag doen aan de handhaving of vaststelling van maatregelen die zijn bedoeld om de nadelen die een groep personen ondervindt van onder andere haar leeftijd te voorkomen of te compenseren. Eiseres heeft tijdens de zitting nog toegelicht dat zij er destijds bewust voor heeft gekozen om naar Nederland te komen voor een opleiding en zij mocht, gelet op haar leeftijd, toen al zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk en economisch verkeer. Eiseres heeft tijdens de zitting nog betoogd dat de leeftijdsgrens op grond van artikel 14 van het EVRM buiten toepassing moet worden gelaten. Zij verwijst in dit verband naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, welke analoog zou moeten worden toegepast. Tot slot is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Uit de Nota van Toelichting bij het Tijdelijk besluit volgt dat de toekenning van een eenmalig bedrag is bedoeld als een gebaar van erkenning voor een specifieke groep ouderen van Surinaamse herkomst, die op basis van verwachtingen rond de onafhankelijkheid van Suriname en de Toescheidingsovereenkomst bewust voor Nederland hebben gekozen. Ondanks de verwachting op een volledig AOW-recht, heeft deze groep gedurende het verblijf in Suriname geen recht op AOW opgebouwd. Vanwege deze bijzondere samenloop van omstandigheden ontstond een politiek-bestuurlijke wens om het door deze groep ervaren onrecht te erkennen door het toekennen van een eenmalig bedrag. De rechtbank volgt eiseres daarom niet in haar stelling dat rekening moet worden gehouden met de wijze van berekening van het recht op AOW of de omstandigheid dat zij niet is gecompenseerd voor haar verminderde opbouw van AOW-rechten.

Het recht op het eenmalige bedrag van de Tijdelijke regeling is aan strikte, cumulatieve voorwaarden gekoppeld, waaronder de leeftijdsgrens van achttien jaar. Uit de Nota van Toelichting blijkt dat doelbewust voor die leeftijd is gekozen, omdat daarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat de verhuizing naar Nederland een welbewuste keuze moet zijn geweest. Ook sluit deze leeftijd aan bij het begrip meerderjarigheid en de Toescheidingsovereenkomst. De minister van SZW heeft deze grens expliciet afgewogen, ook met het besef dat hierdoor een groep wordt uitgesloten, terwijl ook een voorstel om de leeftijdsgrens te verlagen is verworpen.Deze leeftijdsgrens vormt dus een objectief en vooraf kenbaar criterium, waarmee de minister een bewuste en gemotiveerde afbakening van de doelgroep heeft aangebracht. Daarmee is sprake van een gerechtvaardigd onderscheid dat aansluit bij het doel en de strekking van het Tijdelijk besluit en niet in strijd is met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen, waaronder artikel 14 van het EVRM. De verwijzing naar en oproep tot analoge toepassing van de door eiseres genoemde uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat niet op. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat voorwaarde a buiten toepassing moest worden gelaten wegens strijd met artikel 14 van het EVRM, omdat geen zwaarwegende redenen bestonden voor het onderscheid tussen in Suriname geboren ouderen en in Nederland geboren ouderen. In de zaak van eiseres gaat het echter om voorwaarde c, die een leeftijdsgrens stelt. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat toepassing van deze voorwaarde leidt tot discriminatie in de zin van artikel 14 EVRM. Het gaat dus niet om vergelijkbare situaties.

Eiseres beroept zich tot slot op het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit berust op een gebonden bevoegdheid dat is genomen op grond van een algemeen verbindend voorschrift. In dat geval kunnen bijzondere omstandigheden maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval voor een belanghebbende zozeer in strijd komt met het hoger recht dat die toepassing achterwege moet blijven. Wat betreft de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel betekent dit dat uiteindelijk moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid (onevenredigheid ‘stricto sensu’). Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor de belanghebbende onredelijk bezwarend is.

De aanvraag van eiseres is afgewezen, omdat zij niet voldoet aan de gestelde leeftijdsvoorwaarde. In het licht van het doel en de achtergrond van het Tijdelijk besluit ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat deze voorwaarde als zodanig niet zou mogen worden gesteld. In dit concrete geval is verder niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de SVB eiseres niet mocht tegenwerpen dat zij niet aan de voorwaarde voldoet. Het is hierbij van belang dat het gaat om een begunstigend besluit dat eiseres wordt onthouden en niet een belastend besluit dat haar financieel treft. In de afweging van belangen ziet de rechtbank niet dat de gevolgen van het bestreden besluit voor eiseres in de gegeven omstandigheden zodanig onredelijk bezwarend zijn dat het eenmalig bedrag aan haar moet worden toegekend. De beroepsgrond slaagt niet.

Gelet op het voorgaande voldoet eiseres niet aan alle voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van het eenmalig bedrag op basis van het Tijdelijk besluit en de SVB heeft daarom terecht de aanvraag van eiseres afgewezen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiseres geen tegemoetkoming ontvangt op grond van het Tijdelijk besluit. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?