ECLI:NL:RBROT:2026:310

ECLI:NL:RBROT:2026:310, Rechtbank Rotterdam, 16-01-2026, ROT 24/302, 24/303, 24/305 en 24/310

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer ROT 24/302
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Parkeerbelasting. Schending van de hoorplicht. Naheffingsaanslagen terecht opgelegd. Beroepen gegrond, maar rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam

(gemachtigden: [naam gemachtigde 1] en [naam gemachtigde 2] )

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 december 2023.

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres in de periode van 16 augustus 2023 tot en met 18 augustus 2023 vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 6 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigden van de heffingsambtenaar deelgenomen.

Feiten

2. De beroepen, zoals hieronder uiteengezet, hebben betrekking op afzonderlijke uitspraken op bezwaar van 7 december 2023.

Op alle hiervoor genoemde data (van parkeeracties) is geconstateerd dat de auto van eiseres (kenteken [kentekennummer 1] ) geparkeerd stond op de locatie Laan op Zuid in Rotterdam zonder dat er (voldoende) parkeerbelasting is voldaan.

De heffingsambtenaar heeft eiseres hiervoor naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. De naheffingsaanslagen belopen ieder in totaal € 69,26, bestaande uit € 2,76 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 66,50 aan naheffingskosten.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de hoorplicht en het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden en of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

4. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen gegrond zijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft de heffingsambtenaar de hoorplicht geschonden?

5. Eiseres betoogt dat zij, ondanks haar verzoek hiertoe, niet is gehoord alvorens er uitspraak op bezwaar is gedaan. Dit is in het verweerschrift door de heffingsambtenaar bevestigd.

6. De rechtbank stelt vast dat eiseres, ondanks haar verzoek daartoe, in de bezwaarprocedure niet is gehoord. De rechtbank ziet geen aanleiding om de schending van de hoorplicht met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te passeren. Tussen partijen bestaat een verschil van mening over de van belang zijnde feiten. In een dergelijk geval kan niet worden gezegd dat eiseres niet is benadeeld door het achterwege blijven van een hoorzitting.

7. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank zal de bestreden besluiten vernietigen. Partijen hebben op de zitting ermee ingestemd om de zaken niet terug te wijzen naar de heffingsambtenaar. De rechtbank zal de zaken daarom inhoudelijk beoordelen en bekijken of de rechtsgevolgen van de te vernietigen besluiten in stand kunnen blijven of dat zelf in de zaken kan worden voorzien.

Heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen terecht opgelegd?

8. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd. Eiseres beschikt over een parkeervergunning voor bewoners (hierna: de vergunning), die aanvankelijk was gekoppeld aan haar auto met kenteken [kentekennummer 1] . In de periode van 30 juli 2023 tot en met 9 augustus 2023 heeft eiseres het kenteken van de auto van haar partner (kenteken [kentekennummer 2] ) tijdelijk aan de vergunning gekoppeld. Deze wijziging had echter maar tot 31 juli 2023 moeten duren in verband met een kort verblijf bij haar schoonfamilie in Groningen. Na haar terugkomst van haar verblijf is zij per abuis vergeten om de kentekenwijziging terug te zetten. Pas op 9 augustus 2023 kwam eiseres tot de ontdekking dat de tijdelijke kentekenwijziging voor de auto met kenteken [kentekennummer 2] nog aanstond, waarna zij dit onmiddellijk heeft beëindigd. Eiseres geeft aan dat zij door persoonlijke omstandigheden vergeten is de tijdelijke parkeervergunning stop te zetten.

9. Niet in geschil is dat op de locatie en momenten waarop geparkeerd is, parkeerbelasting verschuldigd was. Er bestaat ook geen geschil over het feit dat het kenteken [kentekennummer 1] , op het moment dat de naheffingsaanslagen zijn opgelegd, niet als actief kenteken was gekoppeld aan de vergunning.

10. De rechtbank overweegt dat van parkeren met een vergunning alleen sprake is, als bij het parkeren wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend. Er is geen sprake van parkeren met een vergunning, als aan één of meer dan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Vaststaat dat eiseres ten aanzien van de auto met kenteken [kentekennummer 1] op het moment dat de naheffingsaanslagen zijn opgelegd niet heeft voldaan aan de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarde dat het kenteken van de geparkeerde auto als actief kenteken geregistreerd moet staan. Daarom kan niet worden gezegd dat eiseres voor de auto met kenteken [kentekennummer 1] (voldoende) parkeerbelasting had betaald en zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd.

11. Wat eiseres verder in beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Hoewel de rechtbank begrijpt dat sprake is geweest van een vergissing en dat eiseres niet de intentie had om in afwijking van de vergunningsvoorwaarden te parkeren, wijst de rechtbank erop dat de naheffingsaanslag geen straf is maar een herstelmaatregel. De naheffingsaanslag is een objectieve belasting, waardoor geen opzet of schuld is vereist. Voor het moeten betalen van parkeerbelasting is op grond van de wettelijke regeling niet relevant of eiseres al dan niet bewust geen parkeerbelasting heeft betaald. Het enkele feit dát er geen (of te weinig) parkeerbelasting is betaald, is voldoende om een naheffingsaanslag parkeerbelasting op te leggen. Daarbij spelen persoonlijke omstandigheden in beginsel geen rol, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor zij verhinderd was of niet in staat was om (tijdig) parkeerbelasting te betalen. De door eiseres genoemde omstandigheden leveren een dergelijke situatie niet op.

12. Eiseres stelt dat de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van één gemaakte fout, wat de rechtbank opvat als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Volgens vaste rechtspraak is de naheffingsaanslag een gebonden beschikking, waarbij uit de wetgeving voortvloeit dat, indien een belastbaar feit zich voordoet, de parkeerbelasting en de aan het opleggen van de naheffingsaanslag verbonden kosten verschuldigd worden. Het is de rechtbank daarom (in beginsel) niet toegestaan om de wettelijke verplichting tot het opleggen van een naheffingsaanslag te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet heeft voorzien.Daarvan is in dit geval geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel geschonden?

13. Eiseres stelt dat zij het onbegrijpelijk vindt dat slechts twee van de oorspronkelijk opgelegde zeven naheffingsaanslagen zijn vernietigd. De rechtbank vat dit op als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat aanvankelijk zeven naheffingsaanslagen aan eiseres zijn opgelegd, waarvan er twee uit coulance zijn vernietigd. De heffingsambtenaar heeft daarbij benadrukt dat alle aanslagen rechtmatig zijn opgelegd, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het parkeren met een parkeervergunning. De heffingsambtenaar geeft aan dat per situatie wordt gekeken of er coulance kan worden toegepast, maar dat de heffingsambtenaar hiertoe niet verplicht is. Gelet op de gegeven toelichting is van strijd met het gelijkheidsbeginsel geen sprake. Het feit dat de heffingsambtenaar uit coulance overwegingen twee naheffingaanslagen heeft vernietigd, maakt niet dat ook de andere naheffingsaanslagen moeten worden vernietigd. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. De beroepen zijn gegrond omdat de uitspraken op bezwaar in strijd zijn met artikel 7:2 van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van de uitspraken op bezwaar in stand. Dit omdat de naheffingsaanslagen terecht aan eiseres zijn opgelegd.

Omdat de beroepen gegrond zijn, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de uitspraken op bezwaar in stand blijven;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.I. Kamp, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Laukens

Griffier

  • mr. J.I. Kamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?