ECLI:NL:RBROT:2026:3140

ECLI:NL:RBROT:2026:3140

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer C/10/707267 / FA RK 25-7264
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Het oorspronkelijke uitgangspunt van partijen, te weten co-ouderschap, is weer uitvoerbaar. Wisselmoment co-ouderschapsregeling. Verdeling van de vakanties en feestdagen. Aanvang vakanties. De rechtbank ziet in de overeenstemming over het aanvangstijdstip van de meivakantie, aanleiding om hetzelfde aanvangstijdstip te hanteren voor de overige vakanties. Eindtijdstip vakanties. Halen en brengen. (Video)belcontacten. Begeleiding bij medische niet-spoedeisende afspraken. Het verzoek ziet op de praktische invulling van de zorgregeling en betreft daarmee een geschil over de uitoefening van het gezamenlijk gezag. Zwemles. De rechtbank ziet geen grondslag om voor wat betreft diplomazwemmen een beperking op te leggen ten aanzien van derden. Foto’s van de minderjarige. Partijen zijn overeengekomen dat zij geen foto’s van de minderjarige openbaar zullen maken zonder voorafgaande toestemming van de andere ouder. De rechtbank spreekt partijen aan op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het welzijn van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/707267 / FA RK 25-7264

Beschikking van 10 maart 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. A.C.M. van Lieshout te Capelle aan den IJssel,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. L.E.M. Elbertse te Pijnacker.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 september 2025;

het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 13 februari 2026;

het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 20 februari 2026.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .

2. De vaststaande feiten

Partijen hebben samen een affectieve relatie gehad. Die relatie is beëindigd.

Partijen zijn de ouders van de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] .

De man heeft de minderjarige erkend.

Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt sinds 23 september 2020 door de ouders gezamenlijk uitgeoefend, na aantekening daarvan in het gezagsregister.

Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld, dat zij op 15 oktober 2021 hebben ondertekend. In het ouderschapsplan, dat deel uitmaakt van de beschikking van deze rechtbank van 8 maart 2023, is – voor zover hier van belang – opgenomen dat de minderjarige in het kader van de zorgregeling in de vorm van een co-ouderschap de even weken bij de man en de oneven weken bij de vrouw verblijft. De vrijdag zal de wisseldag zijn, waarbij tijden in overleg worden afgestemd. De minderjarige zal de vakanties en feestdagen voor de helft bij elk van de ouders doorbrengen (in onderling overleg), waarbij in de zomervakantie dit maximaal een periode van twee weken aaneengesloten zal zijn. De verjaardag van de minderjarige wordt in beginsel samen gevierd; overige familieleden zijn welkom en nieuwe partners in overleg met elkaar. Elke avond zal de ouder waar de minderjarige op dat moment niet is, met de minderjarige kunnen videobellen. Verder is opgenomen dat ouders overeenkomen dat foto’s van de minderjarige alleen op social media worden geplaatst in overleg en na akkoord van beide ouders.

Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2024 heeft de rechtbank bepaald dat de minderjarige met ingang van schooljaar 2024-2025 zijn hoofdverblijfplaats bij de man heeft. Verder heeft de rechtbank het ouderschapsplan, zoals opgenomen in de beschikking van 8 maart 2023, gewijzigd in die zin dat de minderjarige met ingang van schooljaar 2024-2025 om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 18:00 uur en de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vrouw verblijft. Daarnaast is er elke woensdag rond 17:00 uur telefonisch contact tussen de vrouw en de minderjarige.

Bij beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 januari 2025 heeft het hof de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2024 bekrachtigd.

3. De beoordeling

Zorgregeling

De vrouw verzoekt wijziging van de bij beschikking van de rechtbank Midden- Nederland van 30 mei 2024 vastgestelde zorgregeling, in die zin dat nu een zorgregeling wordt vastgesteld inhoudende dat de minderjarige de even week bij de man verblijft en de oneven week bij de vrouw waarbij – na wijziging – maandag het wisselmoment is. Daarnaast verzoekt de vrouw een verdeling van de schoolvakanties en feestdagen vast te stellen, zoals opgenomen in het overzicht in de door haar overgelegde productie 4. Daarbij verzoekt de vrouw te bepalen dat een vakantie aanvangt op maandag 09:00 uur en eindigt op maandag 09:00 uur waarbij de ouder bij wie de minderjarige zal gaan verblijven, de minderjarige ophaalt bij de andere ouder. Verder verzoekt de vrouw te bepalen dat de minderjarige op studiedagen verblijft bij de ouder bij wie de minderjarige volgens de reguliere regeling verblijft. Tot slot verzoekt de vrouw te bepalen dat de minderjarige iedere vrijdag om 19:00 uur (video)belcontact heeft met de ouder bij wie de minderjarige op dat moment niet verblijft.

De man voert gemotiveerd verweer en bepleit afwijzing van de verzoeken van de vrouw, behalve het verzoek van de vrouw dat de minderjarige op studiedagen verblijft bij de ouder bij wie de minderjarige volgens de reguliere regeling verblijft, met dien verstande dat als de reguliere zorgregeling niet wordt gewijzigd, de vrouw de minderjarige bij een studiedag op vrijdag in de oneven week al kan ophalen om 13:00 uur.

De man verzoekt bij zelfstandig verzoek de huidige zorgregeling vast te leggen, inhoudende dat de vrouw de minderjarige om de week op vrijdag van school haalt en de man de zondag erna de minderjarige weer ophaalt bij de vrouw om 18:00 uur. Daarbij verzoekt de man te bepalen dat partijen hierbij hun best doen om derden, zoals nieuwe partners en familieleden, hierbij niet aanwezig te laten zijn. Als een studiedag op vrijdag valt en de minderjarige die dag naar de vrouw zou gaan, kan de vrouw de minderjarige om 13:00 uur ophalen bij de man. Verder verzoekt de man de vakanties en feestdagen te verdelen volgens de punten 20 tot en met 24 in zijn verweerschrift. Voorts verzoekt de man een regeling omtrent begeleiding bij medische niet-spoedeisende afspraken overeenkomstig punt 32 van zijn verweerschrift vast te stellen. Daarnaast verzoekt de man hem vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige in te schrijven voor zwemlessen bij Het Alexanderhof en de afspraken omtrent zwemlessen overeenkomstig punt 35 van zijn verweerschrift vast te stellen. Tot slot verzoekt de man de vrouw te verbieden om foto’s van de minderjarige openbaar te maken, of te laten maken, zonder toestemming van de man, maar ook om de vrouw te verplichten om foto’s van de minderjarige die reeds openbaar zijn gemaakt niet langer openbaar te laten zijn, met oplegging van een last onder dwangsom van € 200,- per keer dat de vrouw toch foto’s van de minderjarige openbaar maakt of laat maken dan wel per foto die binnen twee weken na de beschikking in deze nog steeds openbaar is.

De vrouw voert gemotiveerd verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man en bepleit de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel zijn verzoeken af te wijzen. Bij wijze van gewijzigd verzoek verzoekt de vrouw te bepalen dat de minderjarige de even week bij de man verblijft en de oneven week bij de vrouw met de maandag als wisseldag.

De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Reguliere zorgregeling

Ten aanzien van de reguliere zorgregeling overweegt de rechtbank als volgt. Vaststaat dat partijen in het ouderschapsplan van 15 oktober 2021 de intentie hebben vastgelegd om invulling te geven aan een co-ouderschapsregeling, waarbij de zorg- en opvoedingstaken gelijkwaardig tussen hen worden verdeeld. Deze intentie is alleen maar doorbroken doordat partijen op enig moment ver van elkaar vandaan kwamen te wonen. Aan de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland in de beschikking van 30 mei 2024 lag dan ook uitsluitend ten grondslag dat de vrouw op aanzienlijke afstand woonde van de man, waardoor uitvoering van de co-ouderschapsregeling niet langer haalbaar werd geacht. Nu de vrouw inmiddels opnieuw in de nabijheid van de man woont, is de destijds doorslaggevende omstandigheid tot wijziging van de co-ouderschapsregeling komen te vervallen. Daarmee is het oorspronkelijke uitgangspunt van partijen, te weten een co-ouderschap, in beginsel weer uitvoerbaar. De man heeft aangevoerd dat de huidige weekendregeling dient te worden gehandhaafd vanwege de gebrekkige communicatie tussen partijen en de wijze waarop ze met elkaar omgaan. De rechtbank onderkent dat de communicatie tussen partijen moeizaam verloopt en dat zij over en weer negatieve uitlatingen doen. Voor een co-ouderschapsregeling is het wenselijk dat ouders op constructieve wijze met elkaar communiceren, maar niet is gebleken dat de communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat deze maken dat de minderjarige niet afwisselend een week bij ieder van de ouders kan verblijven.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de moeizame communicatie tussen partijen nog moeizamer zal worden door een wijziging van de huidige weekendregeling naar een co-ouderschapsregeling. De rechtbank is van oordeel dat nu de praktische belemmering is weggevallen uitvoering dient te worden gegeven aan de oorspronkelijke, in het ouderschapsplan vastgelegde zorgregeling. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw voor wat betreft een co-ouderschapsregeling toewijzen.

Wisselmoment

Ten aanzien van het wisselmoment in het kader van de co-ouderschapsregeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht het passend dat het wisselmoment plaatsvindt op maandag om 09:00 uur, waarbij de overdracht via school verloopt. Dit houdt in dat de ouder bij wie de minderjarige op dat moment verblijft, hem naar school brengt en de andere ouder hem na afloop van de schooldag ophaalt. Daarbij komt dat dit wisselmoment het aantal noodzakelijke contacten tussen partijen buiten de schoolvakanties beperkt. Hierdoor wordt de kans op onderlinge spanningen bij overdrachten verminderd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een wisselmoment op maandag om 09:00 uur, met overdracht via school, het meest in het belang is van de minderjarige.

Vakanties en feestdagen

Gebleken is dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de voorjaarsvakantie, meivakantie, herfstvakantie, kerstvakantie, Hemelvaart, studiedagen en de verjaardagen van de ouders. De rechtbank zal de onderlinge regeling die partijen hebben getroffen opnemen in deze beschikking.

Partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over de verdeling van de zomervakantie, Pasen, Pinksteren, Vaderdag en Moederdag.

Voor wat betreft de zomervakantie zal de rechtbank bepalen dat de minderjarige in week 1, week 3 en week 4 bij de ouder verblijft waar de minderjarige in de week direct voorafgaand aan de zomervakantie niet verbleef. Daarmee komt de rechtbank tegemoet aan de wens van partijen om de weken zoveel mogelijk afwisselend te verdelen en wordt voorkomen dat de minderjarige direct voorafgaand aan de zomervakantie én de eerste week van de zomervakantie bij dezelfde ouder verblijft.

Voor wat betreft Pasen en Pinksteren sluit de rechtbank aan bij de reguliere zorgregeling. Dat betekent dat de minderjarige op eerste paasdag en tweede pinksterdag bij de ene ouder verblijft en tweede paasdag en eerste pinksterdag bij de andere ouder verblijft. Het wisselmoment van de reguliere zorgregeling is immers maandag 09:00 uur. Hiermee wordt het aantal contactmomenten tussen partijen beperkt, hetgeen in het licht van de moeizame communicatie in het belang van de minderjarige wordt geacht.

Voor wat betreft Vaderdag en Moederdag zal de rechtbank bepalen dat de minderjarige niet het gehele weekend waarin Vaderdag respectievelijk Moederdag valt bij de betreffende ouder verblijft, zoals de man heeft verzocht, maar bepalen dat de minderjarige op Vaderdag bij de man verblijft en op Moederdag bij de vrouw verblijft ongeacht bij welke ouder de minderjarige volgens de reguliere zorgregeling verblijft. Daarmee wordt recht gedaan aan de betekenis van deze dagen voor beide ouders, zonder dat de reguliere zorgregeling verdergaand hoeft te worden aangepast.

Daarbij benadrukt de rechtbank dat tijdens vakanties en feestdagen de reguliere zorgregeling tijdelijk vervalt en wordt vervangen door deze vakantie- en feestdagenregeling.

Aanvang vakanties

Ten aanzien van de aanvang van de vakanties overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank begrijpt dat partijen verschil van inzicht hebben over het aanvangstijdstip van alle vakanties, behalve de meivakantie. Ten aanzien van de meivakantie bestaat wél overeenstemming. Zo blijkt uit punt 23 van het verweerschrift van de man en uit punt 17 van het verweerschrift op het zelfstandig verzoek dat partijen het erover eens zijn dat de meivakantie aanvangt op maandag om 09:00 uur. De rechtbank ziet in deze overeenstemming aanleiding om, in het belang van de duidelijkheid en de uitvoerbaarheid van de zorgregeling, hetzelfde aanvangstijdstip te hanteren voor de overige vakanties. Dat kan ertoe leiden dat wanneer een vakantie tussen partijen wordt gedeeld, zoals de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie, de minderjarige in die betreffende vakantie iets langer bij de ene ouder verblijft dan bij de andere ouder. De rechtbank acht dit aanvaardbaar omdat partijen hebben afgesproken de betreffende vakanties afwisselend tussen hen te verdelen, zodat het eventuele voordeel dat de minderjarige in een bepaald jaar iets langer bij de ene ouder verblijft, in het daaropvolgende jaar aan de andere ouder toekomt. De rechtbank acht het daarom in het belang van de minderjarige en de duidelijkheid tussen partijen dat alle vakanties aanvangen op maandag om 09:00 uur.

Eindtijdstip vakanties

Ten aanzien van het einde van de vakanties overweegt de rechtbank als volgt. Partijen hebben verschil van inzicht over het eindtijdstip van vakanties. De rechtbank zal bepalen dat het eindstip van alle vakanties maandag om 09:00 uur is en sluit daarbij aan bij het wisselmoment van de reguliere zorgregeling.

Halen en brengen

Het halen en brengen van de minderjarige buiten de reguliere zorgregeling houdt partijen nog verdeeld. De rechtbank vindt het belangrijk dat het halen en brengen van de minderjarige door de ouders wordt verdeeld. Daarmee laten beide ouders namelijk aan de minderjarige zien dat zij achter de omgang staan. De man heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen het verzoek van de vrouw naar voren gebracht, en daarom zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat buiten de reguliere zorgregeling de ouder bij wie de minderjarige zal verblijven de minderjarige ophaalt bij de andere ouder.

(Video)belcontacten

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de (video)belcontacten. De rechtbank zal de onderlinge regeling die partijen hebben getroffen opnemen in deze beschikking.

Begeleiding bij medische niet-spoedeisende afspraken

De man heeft verzocht een regeling vast te stellen met betrekking tot de begeleiding van de minderjarige bij medische niet-spoedeisende afspraken, zoals bij de tandarts of huisarts. De vrouw heeft hiertegen in haar verweerschrift aangevoerd dat voor een dergelijke regeling geen wettelijke grondslag bestaat. De rechtbank volgt de vrouw daarin niet. Het verzoek van de man ziet op de praktische invulling van de zorg- en opvoedingstaken en betreft daarmee een geschil over de uitoefening van het gezamenlijk gezag. Dergelijke geschillen kunnen op grond van artikel 1:253a BW aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank acht zich daarom bevoegd om hierover een beslissing te nemen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij met deze regeling kan instemmen om discussies te voorkomen.

Voor zover haar advocaat tijdens de mondelinge behandeling heeft opgemerkt dat de vrouw bij haar verweerschrift blijft, stelt de rechtbank vast dat de vrouw zelf tijdens de mondelinge behandeling heeft ingestemd met het verzoek van de man. Gelet op het voorgaande en nu het vastleggen van duidelijke afspraken kan bijdragen aan het voorkomen van toekomstige discussies tussen partijen, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige om hierover een regeling vast te stellen. De rechtbank zal het verzoek van de man toewijzen.

Zwemles

Ten aanzien van de vervangende toestemming voor de inschrijving van de minderjarige voor zwemlessen overweegt de rechtbank als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man gereageerd met de opmerking dat, gelet op de reeds verleende toestemming van de vrouw, het verzoek kan worden ingetrokken. Voor zover de man bedoeld heeft om het verzoek niet in te trekken, wordt het verzoek vanwege de door de vrouw verleende toestemming afgewezen.

Ten aanzien van het verzoek van de man om te bepalen wie bij het (diploma)zwemmen van de minderjarige aanwezig mag zijn overweegt de rechtbank als volgt. Voor wat betreft de wekelijkse zwemlessen geldt de reguliere zorgregeling, zodat de ene week de ene ouder aanwezig is en de andere week de andere ouder. Voor wat betreft het diplomazwemmen ziet de rechtbank geen grondslag om een beperking op te leggen ten aanzien van derden. In het algemeen staat het derden, zoals familieleden of andere naasten, vrij om een gelegenheid als het diplomazwemmen bij te wonen. Het voorgaande neemt niet weg dat de raad tijdens de mondelinge behandeling heeft opgemerkt dat wanneer volwassenen spanning ervaren in elkaars aanwezigheid, die spanning ook op de minderjarige kan worden overgebracht. Het ligt daarom voor de hand dat de ouders hiermee rekening houden. Van hen mag worden verwacht dat zij zich realiseren dat het uitnodigen van personen van wie redelijkerwijs te verwachten is dat hun aanwezigheid bij de andere ouder spanning oproept, ertoe kan leiden dat die spanning ook door de minderjarige wordt gevoeld. Dat is bepaald niet helpend voor een kind dat gaat diplomazwemmen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken van de man afwijzen.

Foto’s van de minderjarige

Ten aanzien van de openbare foto’s van de minderjarige overweegt de rechtbank als volgt. In het ouderschapsplan van 15 oktober 2021 hebben partijen reeds afspraken gemaakt over het openbaar maken van foto’s van de minderjarige. Partijen zijn daarin overeengekomen dat zij geen foto’s van de minderjarige openbaar zullen maken zonder voorafgaande toestemming van de andere ouder. De rechtbank zal deze afspraak opnemen in deze beschikking.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw toegezegd dat zij de foto’s van de minderjarige die op dit moment nog openbaar zijn, zal (laten) verwijderen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verzoeken van de man een dwangsom te verbinden, omdat partijen op het gebied van het openbaar maken van foto’s afspraken hebben gemaakt en de rechtbank verwacht dat zij die afspraken zullen nakomen.

Tot slot nog het volgende. De rechtbank spreekt partijen aan op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het welzijn van de minderjarige. Voor een veilige en goede ontwikkeling van de minderjarige is het belangrijk dat partijen in staat zijn tot gezamenlijk ouderschap. In de toekomst zullen er meer veranderingen in het leven van de minderjarige komen en deze kunnen gevolgen hebben voor de zorgregeling. Dat betekent dat partijen in dat geval andere afspraken zullen moeten maken.

Partijen hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid. De rechtbank hoopt dat het partijen gaat lukken om op een constructieve manier samen beslissingen over de minderjarige te nemen. Dat zijn ze aan hun kind verplicht.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank:

neemt op, onder gelijktijdige wijziging van de bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2024 vastgestelde zorgregeling, de onderlinge regeling die partijen over de zorgregeling hebben getroffen, te weten:

in de voorjaarsvakantie verblijft de minderjarige in de even jaren tot woensdag 12:00 uur bij de vrouw en het restant van de vakantie tot het eerstvolgende schoolmoment bij de man en in de oneven jaren andersom;

in de meivakantie verblijft de minderjarige in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week, vanaf maandag 09.00 uur, bij de vrouw en in de oneven jaren andersom;

in de herfstvakantie verblijft de minderjarige in de even jaren tot woensdag 12:00 uur bij de man en het restant van de vakantie tot het eerste schoolmoment bij de vrouw en in de oneven jaren andersom;

in de kerstvakantie verblijft de minderjarige in de even jaren tot en met eerste kerstdag bij de vrouw en vanaf tweede kerstdag tot en met 1 januari bij de man, met weer 2 januari tot het eerste schoolmoment bij de vrouw en in de oneven jaren andersom;

met Hemelvaart verblijft de minderjarige in de even jaren bij de vrouw en de oneven jaren bij de man;

met studiedagen verblijft de minderjarige bij de ouder waar hij volgens de reguliere zorgregeling verblijft;

met de verjaardag van de man verblijft de minderjarige bij de man en met de verjaardag van de vrouw verblijft de minderjarige bij de vrouw;

de minderjarige heeft iedere donderdag (video)belcontact met de ouder bij wie de minderjarige op dat moment niet verblijft, waarbij de ouder waar de minderjarige verblijft belt met de andere ouder;

foto’s van de minderjarige zullen niet openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande toestemming van de andere ouder. De vrouw zal de foto’s van de minderjarige die op dit moment nog openbaar zijn (laten) verwijderen;

wijzigt de bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2024 vastgestelde zorgregeling in die zin dat:

nu een zorgregeling wordt vastgesteld inhoudende dat de minderjarige in de even week bij de man verblijft en in de oneven week bij de vrouw waarbij maandag 09:00 uur, met overdracht via school, het wisselmoment is;

in de zomervakantie de minderjarige in week 1, week 3 en week 4 bij de ouder verblijft waar de minderjarige in de week direct voorafgaand aan de zomervakantie niet verbleef;

met Pasen en Pinksteren verblijft de minderjarige bij de ouder volgens de reguliere zorgregeling;

met Vaderdag verblijft de minderjarige bij de man en op Moederdag verblijft de minderjarige bij de vrouw;

tijdens vakanties en feestdagen de reguliere zorgregeling tijdelijk vervalt en wordt vervangen door de vakantie- en feestdagenregeling;

alle vakanties aanvangen op maandag 09:00 uur;

alle vakanties eindigen op maandag 09:00 uur;

buiten de reguliere zorgregeling de ouder bij wie de minderjarige zal verblijven de minderjarige ophaalt bij de andere ouder;

de man de minderjarige begeleidt bij medische niet-spoedeisende afspraken bij het Centrum Jeugd & Gezin, de schoolarts, logopedie en orthodontie. De vrouw begeleidt de minderjarige bij medische niet-spoedeisende afspraken bij de tandarts en de opticien. De ouder bij wie de minderjarige op dat moment is begeleidt de minderjarige bij de huisarts en informeert hierover de andere ouder;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. L. Timmermans, griffier, op 10 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. Timmermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?