ECLI:NL:RBROT:2026:3153

ECLI:NL:RBROT:2026:3153

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer C/10/711989 / JE RK 25-2622
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Artikel 1:255 BW. Minderjarigen worden onder toezicht gesteld van William Schrikker.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Locatie Rotterdam

Zaaknummer: C/10/711989 / JE RK 25-2622

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder ] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats ],

advocaat mr. A.C. van ’t Hek te Dordrecht,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats ],

advocaat mr. R. Shahbazi te Den Haag.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 december 2025;

- het verweerschrift van de vader, met zelfstandige verzoeken, met bijlagen van 30 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 februari 2026. Gelijktijdig zijn de verzoeken van de man over het gezag, de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en opname van het ouderschapsplan (zaaknummer / rekestnummer C/10/698233 / FA RK 25-3079) behandelend, in welke zaak afzonderlijk uitspraak is gedaan. Bij de zitting waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1];

- vertegenwoordigers van de GI, [naam 2] en [naam 3].

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter kort samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. Zij maken zich vooral zorgen over een eventuele uithuisplaatsing. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad licht het verzoek als volgt toe. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk, omdat er zorgen zijn over de emotionele en fysieke veiligheid van de kinderen bij beide ouders. De kinderen zitten langdurig en in ernstige mate in een loyaliteitsconflict. De kinderen nemen een zeer negatieve houding aan ten aanzien van de moeder sinds zij bij de vader wonen. Daarnaast zijn er zorgen over of er in de opvoedomgeving van de moeder voldoende basale zorg en toezicht is.

De ouders zijn onvoldoende bereid en in staat om de zorgen bij de kinderen in een vrijwillig kader weg te nemen. De moeder stelt zich ambivalent op ten opzichte van het accepteren van de hulpverlening. De vader heeft een afwijzende en wantrouwende houding tegenover betrokken instanties, waardoor hulpverlening niet van de grond is gekomen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Raad het verzoek gewijzigd in die zin dat de kinderen onder toezicht van William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: William Schrikker) komen te staan, vanwege hun specialisme.

De moeder erkent dat er veel zorgen zijn over de kinderen en dat een ondertoezichtstelling nodig is. Volgens haar moet een jeugdbeschermer met de kinderen en vooral het gezin aan de slag.

De vader ziet de meerwaarde van een ondertoezichtstelling niet in. Hij geeft aan dat hij wel vrijwillig hulp wil accepteren. In het verleden heeft de vader meerdere keren geprobeerd betrokken te raken bij instanties, maar werd hij door hen afgewezen omdat hij op dat moment geen gezag had. De vader verzoekt primair het verzoek van de raad af te wijzen. Subsidiair en meer subsidiair verzoekt de vader het verzoek toe te wijzen voor de duur van respectievelijk zes en drie maanden.

De GI is van mening dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Wel is zij van mening dat William Schrikker een meer geschikte gecertificeerde instelling is, omdat de kinderen een ontwikkelingsachterstand hebben en William Schrikker de daarvoor benodigde gespecialiseerde kennis in huis heeft.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd, omdat de kinderen al hun hele leven onderdeel zijn van een onvoorspelbare en onveilige opvoedomgeving en bij hen sprake is van een loyaliteitsconflict. Het lukt de ouders niet om het voor de kinderen beter te maken en op een goede manier invulling te geven aan hun gezamenlijk ouderschap. Ouders maken verwijten over en weer en daar worden de kinderen in betrokken, waardoor zij beschikken over informatie die niet bij hun leeftijd past. Dat is zeer belastend en schadelijk voor de ontwikkeling van de kinderen. De rechtbank maakt zich ook grote zorgen over het feit dat de kinderen zich zo extreem negatief uitlaten over op dit moment hun moeder, en voorheen hun vader, maar ook over het gebrek van contact tussen de moeder en de kinderen. Ook zijn er zorgen over de thuissituatie bij moeder en de veiligheid van de kinderen aldaar. Als de situatie niet heel snel verbetert, dan zullen de kinderen vastlopen in hun ontwikkeling, terwijl er ook al sprake is van ontwikkelingsachterstand.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders onvoldoende bereid en in staat zijn om de zorgen over de kinderen in een vrijwillig kader weg te nemen. De moeder is ambivalent in haar hulpaanvaarding. Hoewel de vader stelt dat hij wel bereid is hulp te aanvaarden, staat het voor de rechtbank vast dat er in de afgelopen jaren meerdere pogingen zijn ondernomen om hulpverlening van de grond te krijgen. Het gaat dan niet over één hulpinstantie, maar door de jaren heen zijn dat verschillende instanties geweest. Die hulpverlening is niet van de grond gekomen dan wel niet effectief gebleken. De rechtbank ziet de oorzaak daarvan liggen bij de ouders.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter acht een periode van zes maanden te kort om de problemen binnen het gezin op te lossen. Gelet op het feit dat de kinderen al hun hele leven in deze zorgwekkende situatie zitten en om een verandering van het systeem binnen het gezin te bewerkstelligen is een langere periode dan zes maanden nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan ook onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 25 februari 2026 tot 25 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026 door mr. L. Berghuis-Knijff, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Sedoc als griffier, en op schrift gesteld op 11 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A. Sedoc als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?