ECLI:NL:RBROT:2026:3155

ECLI:NL:RBROT:2026:3155

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 10-012111-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor poging tot doodslag op twee maanden oude dochter door haar op twee verschillende momenten krachtig te schudden (shaken baby syndroom). Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-012111-24

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[vedachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1998,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] [postcode] [plaatsnaam] ,

raadsman mr. C.P. Timmers, advocaat te Middelharnis.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 februari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K.P. Mandos heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. De verdachte heeft verklaard zijn dochter (hierna: [slachtoffer] ) meerdere malen met kracht te hebben geschud en haar spelenderwijs omhoog te hebben gegooid en opgevangen, terwijl zij op dat moment om en nabij de twee maanden oud was. Uit het forensisch medisch onderzoek blijkt dat het geconstateerde letsel door het handelen van de verdachte is veroorzaakt. Dit maakt dat de verdachte met zijn handelen voorwaardelijk opzet had op de dood van [slachtoffer] .

Standpunt verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte door het schudden opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad.

Beoordeling door de rechtbank

Om tot een bewezenverklaring van poging tot doodslag te komen dient de rechtbank vast te stellen dat het opzet van de verdachte – al dan niet in voorwaardelijke zin – op de dood van het slachtoffer was gericht. Dat de verdachte de bedoeling had om [slachtoffer] te doden, is niet gebleken. Er is dan ook geen sprake van vol opzet. Met betrekking tot de vraag of de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – aanwezig is indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

De verdachte heeft [slachtoffer] op twee verschillende momenten krachtig heen en weer geschud zonder dat de nek en het hoofd van [slachtoffer] werden ondersteund. [slachtoffer] was op dat moment ongeveer twee maanden oud. De kans dat een baby van twee maanden overlijdt als gevolg van dergelijk heen en weer schudden is aanmerkelijk. Het hoofd en nek van een baby van twee maanden zijn immers bijzonder kwetsbaar. Dat de verdachte zich van die kwetsbaarheid bewust is geweest volgt uit de verklaring van de verdachte dat hem na de geboorte van [slachtoffer] door meerdere personen is verteld dat haar hoofdje ondersteund moest worden en dat het hem ook duidelijk was dat dat belangrijk was. Ondanks deze wetenschap heeft de verdachte [slachtoffer] twee keer, op verschillende momenten, krachtig heen en weer geschud. Tijdig medisch ingrijpen heeft vervolgens een levensbedreigende situatie voorkomen. In de handelwijze van de verdachte ligt besloten dat hij de aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer] heeft aanvaard.

Hoewel de verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] ook tweemaal spelenderwijs in de lucht heeft gegooid en vervolgens weer heeft opgevangen, acht de rechtbank niet bewezen dat deze handelingen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de letsels bij [slachtoffer] . Uit het Forensisch medisch rapport blijkt immers dat het krachtig heen en weer schudden als primaire oorzaak voor de letsels dient te worden gezien. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 23 september 2023 tot en met 18 december 2023 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee (meermalen) (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2023) opzettelijk van het leven te beroven,

(meermalen)

- die [slachtoffer] (met kracht) heen en weer heeft geschud en/of

- die [slachtoffer] in de lucht heeft gegooid en/of opgevangen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

- Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op zijn twee maanden oude dochtertje. Door haar op twee verschillende momenten krachtig te schudden heeft zij ernstig letsel, te weten een vergrote schedelomtrek, subdurale bloedingen van de hersenen, vochtophopingen onder het harde hersenvlies, gescheurde bloedvaten van de hersenen en netvliesbloedingen in beide ogen, opgelopen. De verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochtertje. Het slachtoffer was als een paar maanden oude baby volledig weerloos en kwetsbaar en bovendien afhankelijk van de verdachte aan wie op dat moment de zorg voor hun dochtertje was toevertrouwd. Dat de verdachte niet de bedoeling had om [slachtoffer] pijn te doen maakt het voorgaande niet anders.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

6 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapportages

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Fivoor heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 26 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De risico's worden als laag ingeschat. Vanuit PJ-onderzoek kwam geen advies voor interventies in strafrechtelijk kader. De reclassering ziet deze evenmin. De persoonlijke belangen zijn als beschermende factoren op alle leefgebieden aanwezig (gebleven) en zijn volgens de reclassering in het belang van de verdere gunstige ontwikkeling van het gezin van de verdachte met zijn partner, stiefzoon en dochtertje.

De reclassering schat recidiverisico lager in dan volgens PJ-2024. Hoewel een soortgelijke situatie niet geheel valt uit te sluiten, meent de reclassering dat de verdachte zichzelf nu beter heeft leren kennen, waardoor zijn probleeminzicht is vergroot. Wij denken dat de verdachte en zijn partner eveneens meer inzicht in hun onderlinge dynamiek hebben gekregen, waaruit een gunstig perspectief volgt voor de ontwikkeling van het gezin als geheel. Samen met de volop aanwezige beschermende factoren leidt dit tot de inschatting van een laag risico op recidive.

Bij een veroordeling adviseren wij een straf zonder bijzondere voorwaarden. Wij vinden interventies of toezicht niet nodig.

Er zijn in de ogen van de reclassering zwaarwegende negatieve consequenties in het geval van oplegging/tenuitvoerlegging van gevangenisstraf en van een taakstraf. De verdachte kan in het gezin niet worden gemist, niet als alleenverdiener - denk aan de hypotheek, niet als vader - zeker niet nu na herstel behoefte is aan rust en zekerheid, niet als partner die taken kan overnemen - gelet op de persoonlijke situatie van zijn echtgenote. Een taakstraf zou afgaan van de tijd die de verdachte nodig heeft voor zijn gezin en het goed tot rust komen tussen zijn wisselende ochtend-, middag- en nachtdiensten. Beide straffen zouden naar inschatting mede ten laste kunnen komen van het slachtoffer in deze zaak.

Psycholoog [naam] (GZ-psycholoog) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 31 mei 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De problematiek van de verdachte kan het beste omschreven worden als vermijdende en dwangmatige trekken in zijn persoonlijkheid. Dit behaalt niet het niveau van een (persoonlijkheids)stoornis. Dit was ook ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. De disfunctionele persoonlijkheidstrekken zijn toen, in combinatie met de contextgebonden factoren, van invloed geweest op verdachtes gedrag. De aanloop naar het tenlastegelegde kenmerkte zich door velerlei stresserende omstandigheden. Het is vrij uniek dat deze omstandigheden zich gelijktijdig voordeden. De beschreven persoonlijkheidskenmerken, zoals het beperkt uiten van emoties en een behoorlijke mate van rigiditeit, interacteerden op negatieve wijze met de situatie en context ten tijde van het tenlastegelegde. De verdachte overvraagde zichzelf, hetgeen resulteerde in een verstoorde draagkracht-draaglastbalans. Hierdoor kon hij het huilen van zijn dochter niet meer zo goed verdragen zoals voorheen, in rustiger omstandigheden, en kwam hij tot het schudden van haar in een opwelling. Dit leidt niet tot het advies om het tenlastegelegde in een verminderde mate toe te rekenen. De verdachte had al eerder vanuit zijn omgeving (zoals zijn partner) het advies gekregen om niet alles gelijktijdig te doen, maar sloeg dit advies in de wind. Hij had wel degelijk mogelijkheden om zijn gedrag te remmen of gezonder bij te sturen of althans de stress te verminderen. Hij deed dit echter niet omdat hij hoopte door door te zetten, de verhuizing in goede banen te leiden en zijn partner een fijne situatie te bieden. Hij bracht zichzelf dus in een positie van oplopende spanningen die hij (nog) niet voldoende kon hanteren. Hierbij ging hij voorbij aan eigen behoeften en belangen. Daarbij lijken de (vrij unieke) omstandigheden in behoorlijke mate te hebben bijgedragen aan het tenlastegelegde.

Het risico met het oog op herhaling in het toebrengen van lichamelijk letsel bij een jonge baby wordt ingeschat als laag-matig. Acuut dreigend geweld wordt ingeschat als laag; het ietwat verhoogde risico is er met name in situaties met eisen op verschillende gebieden (bijvoorbeeld zowel wisselende diensten moeten draaien, voor het gezin moeten zorgen en verhuizen). Vanuit de disfunctionele persoonlijkheidskenmerken, die bijdragen aan het laag-matige risico op geweld, komen de volgende risicofactoren naar voren (bij omstandigheden zoals tijdens het tenlastegelegde): het inadequaat uiten van affecten, de (negatieve) betekenisgeving van de verdachte aan affecten, het zichzelf (ook hierdoor) overvragen, ook vanwege zijn gerichtheid op anderen, zijn neiging tot koppigheid en daarmee adviezen van anderen in de wind slaan, een tekortschietend inzicht in het risico van bovenstaande en daarmee ook geen noodzaak ervaren tot interventie hierop en tot slot een nog te beperkte gerichtheid op de emotieregulatie en partnerrelatie.

Er zijn in redelijke tot hoge mate beschermende factoren aanwezig, zoals met name het intelligentieniveau, zelfcontrole, werk, financieel beheer, levensdoelen en een netwerk. De omstandigheden ten tijde van het tenlastegelegde lijken een vrij unieke samenloop geweest te zijn, hetgeen een behoorlijke invloed heeft gehad op zijn draagkracht en daarbij ook op het ietwat verhoogde risico. De risicofactoren kunnen voor een groot deel opgevangen worden, zeker in tijden van relatieve rust (zoals nu het geval is).

Er wordt gedacht aan een ambulant traject zonder een hoge mate van beheersniveau of noodzaak tot een hoge frequentie aan afspraken, mede gezien de andere afspraken die de verdachte nog heeft in een civiel kader. Nu er geen sprake is van een advies tot verminderde toerekenbaarheid, bij een laag tot matig ingeschat recidiverisico, wordt bovenstaand interventieadvies vanuit zorgoogpunt meegegeven aan de verdachte en dus niet vanuit een strafrechtelijk kader.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog over. Het feit kan volledig aan de verdachte worden toegerekend.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om te volstaan met een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte heeft hulpverlening geaccepteerd en er hebben geen nieuwe incidenten plaatsgevonden. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de ondertoezichtstelling van [slachtoffer] voortijdig is beëindigd. Daar komt bij dat de rechtbank met de reclassering van oordeel is dat zowel een gevangenisstraf als een taakstraf negatieve consequenties voor het gezin hebben en in die zin risicoverhogend zijn.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het volgende. Op grond van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 14 januari 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaren en anderhalve maand verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De overschrijding van de redelijke termijn is gering en de duur en de aard van de straf leent zich niet voor matiging. Daarom zal worden volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 47 HGEU en artikel 6, eerste lid, EVRM.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één (1) jaar;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en S.C.S. van Bree, rechters,

in tegen­woordig­heid van mr. A.B.A. Slebus, griffier,

en uitge­sproken op de openbare terecht­zitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2023 tot en met 18 december 2023 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee (meermalen) (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2023) opzettelijk van het leven te beroven,

(meermalen)

- die [slachtoffer] (met kracht) heen en weer heeft geschud en/of

- die [slachtoffer] in de lucht heeft gegooid en/of opgevangen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2023 tot en met 18 december 2023 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee (meermalen) (telkens) aan [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2023) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een vochtophopingen onder het harde hersenvlies (tussen bot en hersenen) en/of

- een afwijking in een afvoerend bloedvat en/of

- ( een) netvliesbloeding(en) en/of

- vergrote schedelomtrek (macrocefalie) en/of

- ( een) subdurale bloeding(en) van de hersenen;

heeft toegebracht door (meermalen)

- die [slachtoffer] (met kracht) heen en weer te schudden en/of

- die [slachtoffer] in de lucht te gooien en/of op te vangen;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tij dstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2023 tot en met 18 december 2023 te Oude Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee (meermalen) (telkens) zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gehandeld ten opzichte van [slachtoffer] ( geboren op [geboortedatum 2] 2023) door

- haar (met kracht) heen en weer te schudden enlof

- haar in de lucht te gooien enlof op te vangen waardoor zij zwaar lichamelijk letsel, te weten

- ( een) vochtophoping(en) onder het harde hersenvlies (tussen bot en hersenen) en/of

- een afwijking in een afvoerend bloedvat enlof

- ( een) netvliesbloeding(en)

- vergrote schedelomtrek (macrocefalie) en/of

- ( een) subdurale bloeding(en) van de hersenen;

heeft bekomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?