ECLI:NL:RBROT:2026:3159

ECLI:NL:RBROT:2026:3159

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 10/303193-24; 10/295840-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor vernieling ruit en poging tot zware mishandeling op (ex-)partner door met een stoel en een schroevendraaier op het hoofd te slaan en met een schroevendraaier in de arm te steken. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 43 dagen waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/303193-24; 10/295840-25 (gev ttz)

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1968,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] [postcode] [plaatsnaam] ,

raadsvrouw mr. S.E.M. Hooijman, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 februari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.J. Kruit heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering 10/295840-25

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering 10/303193-24

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de poging tot doodslag. Wel kan de poging tot zware mishandeling worden bewezen. Door met een stoel en schroevendraaier op het hoofd van aangever te slaan, aangever te steken met een schroevendraaier en hem te duwen bij een trap waardoor de verdachte en aangever van de trap zijn gevallen, heeft de verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij aangever op de koop toe genomen.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot doodslag. Ten aanzien van de poging tot zware mishandeling heeft de verdediging geen (bewijs)verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 22 september 2024 te Vlaardingen met een stoel en het handvat van een schroevendraaier op het hoofd van aangever heeft geslagen en hem met een schroevendraaier in zijn arm heeft gestoken. Aangever heeft hierdoor verwondingen aan zijn hoofd en een verwonding in zijn linker bovenarm opgelopen.

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het overlijden van aangever. Hiervan wordt de verdachte vrijgesproken.

De gedragingen van de verdachte leveren naar het oordeel van de rechtbank wel een poging tot zware mishandeling op. Hoewel aangever relatief gering letsel heeft opgelopen, kunnen de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met een stoel alsmede de achterkant van een schroevendraaier op het hoofd van aangever heeft geslagen en hem met een schroevendraaier in zijn bovenarm heeft gestoken. Naar algemene ervaringsregels brengt het slaan met een stoel en een schroevendraaier op een kwetsbaar deel als het hoofd en het steken met een schroevendraaier in de bovenarm het risico met zich mee dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Het hoofd is een kwetsbaar deel en bij een steek in de bovenarm bestaat het risico dat een ader wordt geraakt of een pees onherstelbaar wordt beschadigd. De verdachte heeft met zijn handelwijze de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel bewust aanvaard.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/303193-24 impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/295840-25 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

10/303193-24

hij op of omstreeks 22 september 2024 te Vlaardingen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,- die [naam 1] van de trap heeft geduwd en/of die [naam 1] heeft geduwd, waardoor die [naam 1] van de trap is gevallen en/of- (meermalen) met een schroevendraaier en/of een stoel, althans een of meer (harde) voorwerpen, op het hoofd en/of het lichaam van die [naam 1] heeft geslagen en/of- (meermalen) met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm en/of de rug, althans in het lichaam, van die [naam 1] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10/295840-25

hij op of omstreeks 4 november 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Pauluskerk, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

10/303193-24

- poging tot zware mishandeling;

10/295840-25

- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door het slachtoffer, tevens zijn (ex-)partner, in zijn woning met een stoel en een schroevendraaier op het hoofd te slaan en door hem met een schroevendraaier in zijn arm te steken. Het slachtoffer heeft door de mishandeling fysiek letsel opgelopen, waarvoor hij zich in het ziekenhuis heeft laten behandelen. De verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Ruim een jaar later heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een ruit bij de Pauluskerk, terwijl hij onder invloed was van alcohol. De verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen.

De rechtbank rekent deze feiten de verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Fivoor heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 4 september 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De leefgebieden relatie partner en het psychosociaal functioneren worden gezien als direct delictgerelateerd. Ondanks dat de verdachte aangeeft dat hij handelde uit zelfverdediging, achten wij dat er mogelijk niet zozeer sprake is van een pro- criminele houding, maar dat het psychosociaal functioneren ten grondslag ligt aan het delictgedrag. Hierdoor achten wij houding mogelijk delictgerelateerd. Ook verslaving en middelengebruik worden als mogelijk delictgerelateerd gezien. De reclassering heeft geen zicht gekregen op beschermende factoren.

Zowel uit het onderzoek van Pro Justitia en de reclassering wordt het risico op recidive bij bewezenverklaring als matig verhoogd tot hoog ingeschat. De verdachte staat ambivalent tegenover hulpverlening, maar is vrijwillig bij Antes opgenomen.

Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld-hoog. De verdachte is in het verleden zowel in Nederland als in Engeland meerdere malen veroordeeld voor overlastgevende delicten. Indien de verdachte terugvalt in zijn middelengebruik en/of psychisch ontregelt raakt, schatten wij het risico op recidive gemiddeld-hoog in.

Het risico op letsel wordt ingeschat als hoog. Onderhavige verdenking bevat een ernstig geweldscomponent, waarbij aangever letsel heeft opgelopen. Er is sprake van psychische- en middelenproblematiek. Indien de verdachte niet medicatie trouw is en/of terugvalt in middelengebruik, bestaat er een verhoogd risico op recidive en letsel.

Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag. De verdachte heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het reclasseringsadvies en geeft aan mee te werken aan interventies als dit binnen justitieel kader wordt opgelegd.

Wij adviseren een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden: • Meldplicht bij reclassering (na afspraak) • Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname) • Ambulante begeleiding.

Psychiater [naam 2] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 16 november 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte lijdt aan psychische stoornissen in de vorm van stoornissen in het gebruik van alcohol en stimulantia, ADHD en recidiverende psychotische decompensaties uitgelokt en versterkt, dan wel veroorzaakt door gebruik van alcohol en/of stimulantia.

Ten tijde van het ten laste gelegde leed de verdachte gezien de bevindingen van het onderzoek en gegevens in de beschikbaar gestelde stukken aan een psychotische episode met achtervolgingswaan, veroorzaakt door gebruik van alcohol en/of stimulantia, dan wel uitgelokt en versterkt door gebruik van die middelen bij een onderliggende primair psychotische stoornis. Het ten laste gelegde kan worden beschouwd als grotendeels voortgekomen uit ziekelijke achterdocht en waandenkbeelden van bedreiging en achtervolging tijdens een psychotische episode uitgelokt en versterkt dan wel veroorzaakt door gebruik van alcohol en/of stimulantia, met waarschijnlijk ook ontremming ten gevolge van dat middelengebruik.

Aangezien de verdachte door de ernst van zijn verslaving in sterke mate afhankelijk is van psychoactieve middelen en slecht in staat is zich tegen zijn behoefte aan die middelen te verzetten wordt geadviseerd hem het ten laste gelegde bij bewezenverklaring in een verminderde mate toe te rekenen.

Het risico op recidive kan als matig verhoogd tot hoog worden ingeschat. Enige bescherming kan uitgaan van de gemiddelde intelligentie van de verdachte en van zijn motivatie voor behandeling. Daarbij kunnen de weinig gunstige levens- omstandigheden van de verdachte zonder vaste bezigheden en persoonlijke steun in ogenschouw worden genomen. Gezien die factoren en condities is ambulante en zo nodig ook klinische psychiatrische behandeling van en toezicht op onderzochte aangewezen gedurende een langere periode van bij voorkeur enkele jaren. Geadviseerd wordt het recidivegevaar te beperken door ambulante en zo nodig ook klinische psychiatrische behandeling door Antes GGZ van de stoornissen in het gebruik van middelen en de psychotische stoornis van onderzochte in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel onder toezicht van de reclassering, naast en na de lopende zorgmachtiging tot 15 april 2025.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater over. Gelet op de ongewijzigde omstandigheden ziet de rechtbank, net als de officier van justitie, aanleiding om ook ten aanzien van de vernieling bij de bevindingen van de psychiater aan te sluiten. Dit betekent dat bij de verdachte tijdens het begaan van beide feiten psychische stoornissen bestonden in de vorm van stoornissen in het gebruik van alcohol en stimulantia, ADHD en recidiverende psychotische decompensaties uitgelokt en versterkt, dan wel veroorzaakt door gebruik van alcohol en/of stimulantia. De feiten worden de verdachte in verminderde mate toegerekend.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de Landelijke Oriëntatiepunten Voor Straftoemeting (LOVS). De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf en het onvoorwaardelijk van de op te leggen gevangenisstraf beperken tot de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis, en zo de gelegenheid krijgt om (verder) aan zijn psychische problemen en verslavingsproblematiek te werken. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich moet melden bij de reclassering. Anders dan door de reclassering is geadviseerd, ziet de rechtbank geen aanleiding de verdachte te verplichten tot ambulante behandeling en begeleiding, omdat de rechtbank rekening houdt met de ten aanzien van de verdachte verleende zorgmachtiging. Deze zorgmachtiging loopt tot 18 maart 2026 en de verdediging heeft aangevoerd dat deze hoogstwaarschijnlijk wordt verlengd. De rechtbank hoopt dat met een voorwaardelijke gevangenisstraf naast de zorgmachtiging, de meldplicht kan helpen om het leven van de verdachte een positieve wending te geven en op die manier ook te voorkomen dat hij weer een strafbaar feit pleegt.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 10/303193-24 impliciet primair tenlastegelegde feit (poging tot doodslag), zoals hiervoor omschreven, heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 10/303193-24 impliciet subsidiair tenlastegelegde feit (poging tot zware mishandeling) en het onder 10/295840-25 tenlastegelegde feit (vernieling), zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 43 (drieënveertig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 29 (negenentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich melden na uitnodiging tussen 9:00-14:00 uur bij Fivoor Reclassering, op het adres Marconistraat 2, (3029 AK) te Rotterdam, telefoonnummer 088 178 5210. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van de Klashorst , voorzitter,

en mrs. D.H. Hamburger en S.C.S. van Bree, rechters,

in tegen­woordig­heid van mr. A.B.A. Slebus, griffier,

en uitge­sproken op de openbare terecht­zitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

10/303193-24

hij op of omstreeks 22 september 2024 te Vlaardingen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om[naam 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,- die [naam 1] van de trap heeft geduwd en/of die [naam 1] heeft geduwd, waardoor die [naam 1] van de trap is gevallen en/of- (meermalen) met een schroevendraaier en/of een stoel, althans een of meer (harde) voorwerpen, op het hoofd en/of het lichaam van die [naam 1] heeft geslagen en/of- (meermalen) met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de arm en/of de rug, althans in het lichaam, van die [naam 1] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10/295840-25

hij op of omstreeks 4 november 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Pauluskerk, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?