ECLI:NL:RBROT:2026:3187

ECLI:NL:RBROT:2026:3187

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 10.181680.25 en 23-001708-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Medeplegen van diefstal met geweld in een woning. Veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:3199

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.181680.25

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 23-001708-21

Datum uitspraak: 28 januari 2026

Datum zitting: 14 januari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],zonder vaste woon- of verblijfplaats,

gedetineerd in [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. S.R. Nahar

Officier van justitie: mr. R.J.W. Planken

Kern van het vonnis

De verdachte heeft samen met een mededader geweld gebruikt tegen het slachtoffer in diens woning en de telefoon van het slachtoffer gestolen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van diefstal met geweld in vereniging van een telefoon en 600 euro. De volledige tenlastelegging houdt in dat:

hij op of omstreeks 3 september 2024 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, uit een woning aan [adres], tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon en/of een geldbedrag (van ongeveer 600 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- meermalen tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en/of- (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: ''niet aanraken, maar open je telefoon.''- die [slachtoffer] in een wurggreep te houden en/of- die [slachtoffer] naar de grond te trekken en/of- op de benen en/of voeten van die [slachtoffer] te staan;

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het tenlastegelegde feit.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit voor de diefstal van 600 euro. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging van een telefoon. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit, voor zover de rechtbank het bewezen acht, bekend en er is hiervoor geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van het slachtoffer

3. Schriftelijk stuk, Forensisch Medische Letselrapportage

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 3 september 2024 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam, uit een woning aan [adres], tezamen en in vereniging met een ander, een telefoon, die aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door:- meermalen tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer] te slaan en- die [slachtoffer] in een wurggreep te houden en- die [slachtoffer] naar de grond te trekken en- op de voeten van die [slachtoffer] te staan.

Partiële vrijspraak

De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij ten aanzien van de diefstal van het geldbedrag van 600 euro. In onvoldoende mate is komen vast te staan dat de verdachte en/of zijn mededader deze 600 euro hebben gestolen. De verdachte ontkent en het slachtoffer, de heer [slachtoffer], verklaart niet dat hij heeft gezien dat het geld door de verdachte of zijn mededader is meegenomen en verklaart wisselend over waar het geld lag.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie vordert dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoer worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt een gevangenisstraf op te leggen van niet meer dan acht maanden waarvan elf dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De verdediging voert hiertoe aan dat geen aansluiting gezocht kan worden bij de LOVS oriëntatiepunten voor een woningoverval, omdat het niet gaat om een klassieke woningoverval. De verdediging bepleit daarnaast dat de verdachte onder druk werd gezet om het strafbare feit te plegen en dat de verdachte een ondergeschikte/beperkte rol had in het geheel. Verder moet strafverminderend meewegen dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging van een telefoon uit de woning van het slachtoffer.

De verdachte is samen met de mededader naar de woning van het slachtoffer gegaan. Als zij bij het slachtoffer in de woning zijn, zetten ze het slachtoffer onder druk om informatie uit hem te krijgen en om hem zijn telefoon te laten ontgrendelen. Het slachtoffer krijgt van beide mannen meerdere klappen. De mededader neemt het slachtoffer in een wurggreep en trekt hem naar de grond. Vervolgens gaat de verdachte op de voeten van het slachtoffer staan. Pas als de buurvrouw van het slachtoffer binnenkomt, stopt het geweld en vertrekken beide mannen. Zij nemen de telefoon van het slachtoffer mee. Het slachtoffer blijft achter met een gekneusd gelaat, een bloedneus, verschillende verwondingen rond het oor en een mild verstuikte enkel.

Anders dan de verdediging heeft bepleit, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de verdachte een kleinere rol had in het geheel dan wordt verklaard door het slachtoffer. Verder is ook onvoldoende aannemelijk en concreet geworden dat de verdachte het feit heeft gepleegd omdat hij werd bedreigd.

Dit is een ernstig strafbaar feit. De verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van het slachtoffer en ernstig inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke integriteit, persoonlijke levenssfeer en gevoel van veiligheid. Het moet voor het slachtoffer zeer beangstigend zijn geweest dat hij op deze wijze is overvallen in zijn eigen woning, een plek waar hij zich bij uitstek veilig moest kunnen voelen. De verdachte heeft onvoldoende oog gehad voor de gevolgen van dit feit voor het slachtoffer. Door dergelijke feiten worden de algemene gevoelens van onveiligheid in de samenleving ook vergroot.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere (maar ook niet tot een lagere) straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

Uit het reclasseringsadvies van 22 november 2025 blijkt dat de verdachte voordat hij vast kwam te zitten geen vaste woon- of verblijfplaats had. De verdachte heeft geen inkomen en wel schulden. De verdachte heeft zich tijdens zijn voorarrest ontwikkeld en zijn diploma tot fitnessinstructeur behaald. De reclassering adviseert om een voorwaardelijke of deels voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: voldoen aan een meldplicht bij de reclassering (na afspraak), verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, zich inspannen voor een dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening.

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met het volgende.

De rechtbank acht deze zaak naar haar aard niet vergelijkbaar met een woningoverval als bedoeld in de LOVS oriëntatiepunten, die daarvoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar voorschrijven, zodat zij deze niet als vertrekpunt neemt bij het bepalen van de strafmaat. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf kijkt de rechtbank naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt strafverminderend mee dat de verdachte vanaf zijn verhoor bij de rechter-commissaris de feiten grotendeels heeft bekend en zijn spijt heeft betuigd richting het slachtoffer.

Al met al wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. Daarvan zijn 6 maanden voorwaardelijk. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, verklaart de rechtbank de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar. Er is onvoldoende onderbouwd dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

5. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 25 dagen omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering tot tenuitvoerlegging omdat de straf al geëxecuteerd is.

Standpunt van de verdediging

Ook de verdediging heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering tot tenuitvoerlegging.

Oordeel van de rechtbank

Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging omdat het voorwaardelijk gedeelte van de straf al ten uitvoer is gelegd.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 t/m 4 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Sikkel, voorzitter,

en mrs. H.J. de Kraker en N.A. Nowotny, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Sikkel

Griffier

  • mr. J. Nagtegaal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?