ECLI:NL:RBROT:2026:3339

ECLI:NL:RBROT:2026:3339

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 10-186175-25 en 10-012713-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarige slachtoffers. De verklaringen van de slachtoffers zijn betrouwbaar. De verklaringen van de slachtoffers komen op essentiële punten met elkaar overéén. De rechtbank gebruikt de verklaringen van de drie slachtoffers over en weer als schakelbewijs. De verdachte wordt daarnaast veroordeeld voor het vervaardigen en het in bezit hebben van afbeeldingen van seksueel kindermisbruik. Aan de verdachte wordt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-186175-25 en 10-012713-26

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Datum zitting: 25 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1996 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode 1] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. S. Aarts

Officier van justitie: mr. N. Aandewiel

Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , bijgestaan door mr. I.K. Oosterveen, [benadeelde 2] , bijgestaan door mr. N.M.E. Verpaalen en [benadeelde 3] , bijgestaan door mr. B. van der Werf.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarige slachtoffers. De verklaringen van de slachtoffers zijn betrouwbaar. De verklaringen van de slachtoffers komen op essentiële punten met elkaar overéén. De rechtbank gebruikt de verklaringen van de drie slachtoffers over en weer als schakelbewijs. De verdachte wordt daarnaast veroordeeld voor het vervaardigen en het in bezit hebben van afbeeldingen van seksueel kindermisbruik. Aan de verdachte wordt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij ontuchtige handelingen heeft verricht met drie minderjarigen en afbeeldingen van seksueel kindermisbruik heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) in de zaak 10-186175-25 houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 30 maart 2024 te Ridderkerk, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, namelijk het

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode gelegen tussen 1 januari 2016 tot en met 31 december 2022 te Ridderkerk, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, althans eenmaal, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, namelijk het

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode gelegen tussen 30 mei 2023 tot en met 2 juli 2023 te Ridderkerk en/of Vlaardingen, althans in Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] 2012), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, althans eenmaal, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, namelijk het

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

In de zaak 10-012713-26 houdt de beschuldiging in dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 november 2022 tot en met 1 juli 2023 te Ridderkerk, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens (6) afbeeldingen, te weten (6) foto's, en/of een gegevensdrager, te weten een telefoon (merk Apple iPhone), bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: het door verdachte met de hand wegtrekken van de onderbroek van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of (daardoor) zichtbaar worden/maken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

Bestandsna(a)m(en):

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 4]

[bestandsnaam 5]

[bestandsnaam 6] ;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 juli 2024 te Ridderkerk en/of Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten 6 afbeeldingen op een gegevensdrager, te weten een telefoon (Apple iPhone) (bevattende 6 afbeeldingen) waarop te zien is dat de onderbroek van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (door de hand van verdachte) aan de kant wordt getrokken en/of dat (daardoor) het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt zichtbaar wordt

Bestandsna(a)m(en):

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 4]

[bestandsnaam 5]

[bestandsnaam 6] .

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Samenvatting

In de zaak 10-186175-25 is bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht met drie minderjarige slachtoffers (feiten 1, 2 en 3). In de zaak 10-012713-26 is bewezen dat de verdachte afbeeldingen van seksueel kindermisbruik heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad (feiten 1 en 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5. De bewezenverklaring is gebaseerd op de in paragraaf 2.3.2 en 2.3.3 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de in paragraaf 2.3.4 opgenomen bewijsmotivering.

Bewijsmiddelen 10-186175-25

1. Verklaring van de verdachte

[slachtoffer 1] sliep wel eens bij mij thuis in Ridderkerk. [slachtoffer 2] kwam wel eens bij mij in bed liggen als ik bij zijn zus in Rotterdam was. [slachtoffer 2] kwam ook wel eens bij mij thuis in Ridderkerk. [persoon A] en ik pasten op [slachtoffer 2] . [slachtoffer 3] logeerde gedurende een langere periode bij mij thuis in Ridderkerk toen zijn moeder in het ziekenhuis lag.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon B]

Ik, [persoon B] , doe aangifte namens [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013, van seksueel kindermisbruik gepleegd door [verdachte] .

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon C]

Het misbruik is gebeurd op 30 maart 2024. [slachtoffer 1] vroeg of hij bij [verdachte] mocht blijven slapen. [verdachte] kwam [slachtoffer 1] rond 18.30 uur ophalen.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]

Ik sliep bij [verdachte] in Ridderkerk. [verdachte] heeft aan toen aan mij gezeten. Hij zei: kom maar lekker bij mij in bed liggen. En toen ging ik aan het randje van het bed liggen. En hij ging ja, in het midden. En toen lag ik op mijn zij. Hij ging met zijn benen om mij heen. Toen ging hij met zijn hand in mijn broek aan de voorkant. En ging die er een beetje mee spelen. Toen ging die hem omhoog leggen. Ik bedoel met mijn geslachtsdeel. O ja, en hij legde ook heel de tijd zijn benen om mij heen. Ik had een hemd en onderbroek aan.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon D]

Ik, [persoon D] , doe aangifte namens [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2010, van seksueel kindermisbruik gepleegd door [verdachte] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 2022/2023. Ik hoorde van [slachtoffer 2] en van [persoon E] dat hun vader [slachtoffer 2] bij [verdachte] liet slapen.

6. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2]

Ik ben aangeraakt door [verdachte] terwijl ik dat niet wilde. Het gebeurde in Vlaardingen en Ridderkerk en bij mijn vader thuis. Hij zat dan aan mijn lul. Ik lag op mijn rechterzij en dan deed ik alsof ik sliep. Hij deed dan mijn broek naar beneden en dan ging hij eraan zitten. Ik wilde meestal op de bank slapen met mijn broer, maar ik moest dan bij hem in bed slapen. Het werd ook bij mij thuis gedaan, dan kwam hij bij mij in bed liggen. Hij pakt mijn broek en onderbroek tegelijk vast. Hij gaat dan friemelen. Ik voel dan zijn hand aan mijn lul. Hij gaat dan met zijn hand heen en weer.

7. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2]

Ik moest ook met [verdachte] douchen en dan ging hij mij ook aanraken aan mijn lul en hij ging mijn lul heen en weer trekken.

8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon F]

Ik, [persoon F] , doe aangifte namens [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2012, van seksueel kindermisbruik gepleegd door [verdachte] . Ik ben opgenomen 30 mei 2023 voor mijn hersenbloeding. Zij hebben zes weken bij [verdachte] gewoond met hun vader.

9. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3]

[verdachte] heeft aan mij heeft gezeten. Hij zei: zo moet je niet schoonmaken, waarna hij over mijn piemel wreef. Hij deed dat iedere keer als we gingen douchen. Hij zei dat moet je doen om schoon te maken anders gaan de dokters mijn huid eraf halen en dan krijg je geen kinderen meer. Hij ging mijn piemel heen en weer trekken. Het gebeurde ook op de bank. Dan gaat hij in één keer naast me liggen. Dan zet hij in één keer z'n hand in m'n boxer en dan pats, dan gaat hij m'n huid naar achteren halen.

10. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon A]

Als wij oppasten en hij de kinderen op bed ging leggen dan ging hij altijd bij [slachtoffer 2] in bed liggen . Maar het gebeurde wel dat hij helemaal niet naar mij kwam, maar dan de hele nacht bij [slachtoffer 2] in bed lag.

Maar dat was niet alles, hij douchte ook met ze en ging ze wel even leren hoe ze hun

eigen piemel moesten wassen. Met hen bedoel ik [slachtoffer 2] en [persoon E] . [verdachte] , kwam onder de douche vandaan en zei: ik heb hem geleerd hoe hij zijn piemel moet wassen.

Bewijsmiddelen 10-012713-26

11. Verklaring van de verdachte

De telefoon (Apple iPhone SE) waarop de foto’s zijn aangetroffen is van mij. Het is mijn hand die op de foto’s met bestandsnamen [bestandsnaam 7] , [bestandsnaam 8] en [bestandsnaam 3] is te zien. De foto’s waarop mijn hand is te zien zijn door mij gemaakt.

12. Proces-verbaal van de politie

Onderzoek in veiliggestelde digitale gegevens van Apple iPhone SE. Ik zag dat foto’s 1 tot en met 6 opgeslagen waren in de locatie die wordt gebruikt voor mediabestanden die gesynchroniseerd worden met de iCloud. Als de instelling voor het synchroniseren naar de iCloud aan staat, dan worden mediabestanden uit de applicatie foto’s gekopieerd naar deze folder. Alle bestanden in deze folder zijn te benaderen via iCloud.

[bestandsnaam 9]

Afbeelding gemaakt op en toegevoegd op: 1 juli 2023

[bestandsnaam 10]

[bestandsnaam 11]

Afbeelding gemaakt op en toegevoegd op: 1 juli 2023

[bestandsnaam 12]

Afbeelding gemaakt op en toegevoegd op: 7 november 2022

[bestandsnaam 6]

Afbeelding gemaakt op en toegevoegd op: 7 maart 2024

13. Proces-verbaal van de politie

De foto’s zijn beoordeeld op grond van de criteria gesteld in artikel 240b Wetboek van Strafrecht. Op deze foto’s waren 3 verschillende jongens zichtbaar. Foto’s voorzien van de bestandsnamen:

[bestandsnaam 7]

[bestandsnaam 8]

[bestandsnaam 3]

Ik, verbalisant, zag dat op deze foto’s de penis van een jongen close-up in beeld was gebracht. Ik, verbalisant, zag dat de penis van de jongen zich in erecte toestand bevond. Op de buik en scrotum van de jongen is beginnende groei van schaamhaar zichtbaar. Hierbij is tevens een gedeelte van de buik van de jongen zichtbaar, waar enkele aders die zich vlak onder de huid bevinden, zichtbaar zijn. Zichtbaar is dat deze jongen een grijze onderbroek draagt met een zwarte band. Ik, verbalisant, zag dat de hand van vermoedelijk een volwassen man, de onderbroek naar beneden trekt, waardoor de penis van de jongen zichtbaar is. Op de vingers van de hand is donkere beharing zichtbaar. Ik, verbalisant, schat de leeftijd van deze jongen op circa 11 jaar oud.

Op de foto [bestandsnaam 13] zag ik, verbalisant dat op deze foto’s, de penis van een jongen close-up in beeld is gebracht. Ik, verbalisant, zag dat de penis van de jongen zich in erecte toestand bevond. Deze jongen heeft geen schaamhaar. Ik, verbalisant, schat de leeftijd van deze jongen op circa 8 jaar oud.

Op de foto met bestandsnaam [bestandsnaam 6] zag ik, verbalisant, dat de penis van een jongen close-up in beeld was gebracht. De onderbroek van de jongen is tot op zijn knieën naar beneden geschoven. Deze jongen bevindt zich in een staande positie, waarbij een gedeelte van de vloer zichtbaar is. Ik, verbalisant, schat de leeftijd van deze jongen op circa 8 jaar oud.

Bewijsmotivering

10-186175-25

De verdediging heeft betoogd dat de verklaringen van de drie slachtoffers zodanig onbetrouwbaar zijn dat ze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken.

De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van alle drie de slachtoffers betrouwbaar zijn en voor het bewijs gebruikt kunnen worden. De verklaringen van de drie slachtoffers bij de politie zijn concreet, gedetailleerd en uitvoerig. De verklaringen komen overeen met hetgeen zij geëmotioneerd aan hun ouders hebben verteld over de ontuchtige handelingen van de verdachte.

Van ieder strafbaar feit is er een betrouwbare verklaring van het slachtoffer. De rechtbank zal deze verklaringen over een weer gebruiken voor het bewijs (schakelbewijs). De verklaringen van [slachtoffer 1] (feit 1), [slachtoffer 2] (feit 2) en [slachtoffer 3] (feit 3) komen namelijk op essentiële punten met elkaar overeen. Het gaat allereerst om slachtoffers van hetzelfde geslacht (jongens), van ongeveer dezelfde leeftijd (beginnende tieners) die de verdachte via via kende. Daarnaast is het door hen beschreven seksueel misbruik en de omstandigheden waaronder dit plaatsvond bijzonder kenmerkend en gelijkluidend. De verdachte betastte de jongens onder de douche onder het voorwendsel van ‘schoonmaken’. Het seksueel misbruik vond ook plaats op de bank of in bed, waarbij de verdachte achter de slachtoffers is gaan liggen, met zijn hand in hun onderbroek is gegaan en aan de piemel van de slachtoffers heeft gezeten.

10-012713-26

Van de foto met bestandsnaam eindigend op [bestandsextensie] kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat die op de telefoon van de verdachte is aangetroffen. Het bezit van deze foto kan dan ook niet bewezen worden.

Bewezenverklaring

In de zaak 10-186175-25 is bewezen dat:

1.

hij op 30 maart 2024 te Ridderkerk, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

achter die [slachtoffer 1] gaan liggen en

zijn, verdachtes, hand in de (onder)broek van die [slachtoffer 1] steken en

het aanraken en vastpakken en aftrekken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] ,

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

2.

hij in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2022 te Ridderkerk, althans in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

naar beneden trekken van de (onder)broek van die [slachtoffer 2] en

zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van die [slachtoffer 2] steken en

het aanraken en vastpakken en aftrekken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] ,

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

3.

hij in de periode van 30 mei 2023 tot en met 2 juli 2023 te Ridderkerk, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] 2012), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

zijn, verdachtes, hand in de (onder)broek van die [slachtoffer 3] steken en

het aanraken en vastpakken en aftrekken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3] ,

terwijl hij het feit heeft begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

In de zaak 10-012713-26 is bewezen dat:

1.

hij in de periode van 7 november 2022 tot en met 1 juli 2023 te Ridderkerk, althans in Nederland, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het door verdachte met de hand wegtrekken van de onderbroek van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of (daardoor) zichtbaar worden/maken van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

Bestandsna(a)m(en):

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 5] ;

2.

hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 juli 2024 te Ridderkerk en/of Rotterdam, althans in Nederland, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad te weten 5 afbeeldingen op een gegevensdrager, te weten een telefoon (Apple iPhone) waarop te zien is dat de onderbroek van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (door de hand van verdachte) aan de kant wordt getrokken en/of dat (daardoor) het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt zichtbaar wordt

Bestandsna(a)m(en):

[bestandsnaam 1]

[bestandsnaam 2]

[bestandsnaam 3]

[bestandsnaam 5]

[bestandsnaam 6] .

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De in de zaak 10-186175-25 bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

Feit 2

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Feit 3

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

De in de zaak 10-012713-26 bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

Feit 2

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan de proeftijd moet een meldplicht, behandelverplichting, de verplichting tot het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik worden gekoppeld. Daarnaast moet aan de verdachte de 38v-maatregel, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers en hun ouders, worden opgelegd voor de duur van 3 jaar, met vervangende hechtenis van 2 weken per overtreding met een maximum van 6 maanden.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de persoon van de verdachte, de rapportages en de ernst van de feiten dient te worden volstaan met een straf gelijk aan de duur van het voorarrest of een geheel voorwaardelijke straf in ieder geval een fors lagere straf dan de eis van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft drie jongens van rond de 10 jaar seksueel misbruikt terwijl zij aan zijn zorg waren toevertrouwd door bij hem te logeren of omdat hij op ze paste. Hij ging achter hen liggen in bed. Hij deed daarbij een been over hen heen waardoor zij niet weg konden. Daarna deed hij zijn hand in hun onderbroek en zat aan hun geslachtsdeel. Ook trok hij de twee van de drie jongens af onder de douche met het excuus dat hij hen leerde hoe zij hun geslachtsdeel moesten schoonmaken.

De verdachte heeft met die handelingen een normale seksuele ontwikkeling van zijn slachtoffers verstoord en hij heeft een grove inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en psychische integriteit. Hij heeft misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de jongens en van het vertrouwen dat hun ouders in hem hadden. De ouders van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waren in de veronderstelling dat hun kinderen veilig waren bij de verdachte.

De ouders hebben op de zitting verteld dat de kinderen langdurige psychische klachten en andere nadelige gevolgen ervaren en dat de gebeurtenissen een enorme impact hebben op het gezin.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in het bezit hebben van afbeeldingen van seksueel kindermisbruik.

Dit zijn zeer ernstige feiten waarvoor de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid neemt.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 22 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapporten van deskundige en de reclassering

In het rapport van de psycholoog 13 november 2025 staat het volgende. De verdachte heeft een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. De psycholoog heeft vanwege de ontkennende houding van de verdachte geen zicht kunnen krijgen op een eventuele doorwerking van de stoornis in de feiten. Het gevaar op herhaling kan niet adequaat worden ingeschat. De psycholoog kan geen interventieadvies geven.

In het reclasseringsrapport van 26 november 2025 staat het volgende. De verdachte heeft PDD-NOS, een verstandelijke beperking en een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. De verdachte heeft op praktisch gebied veel ondersteuning nodig en hij schiet tekort in interpersoonlijke en cognitieve vaardigheden waardoor hij sociale situaties onvoldoende weet in te schatten. Het sociaal steunend netwerk van de verdachte en zijn motivatie voor behandeling en begeleiding zijn beschermende factoren. Gelet op de aard en de ernst van de feiten is langduriger reclasseringstoezicht noodzakelijk. Een plan van aanpak zal zich, naast de behandeling en begeleiding van de verdachte, eveneens richten op het indammen en terugdringen van de veiligheids-en gevarenrisico’s voor (mogelijk toekomstige) kwetsbare slachtoffers. De reclassering schat het gevaar op herhaling in op laag-gemiddeld.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank in het nadeel van de verdachte meegewogen dat hij geen enkel inzicht in het kwalijke van zijn handelen heeft getoond. Een gevangenisstraf van 36 maanden is passend. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd met uitzondering van een contactverbod, locatieverbod en locatiegebod met elektronische monitoring. In het dossier bevindt zich geen haalbaarheidsrapportage voor die elektronische monitoring en de officier van justitie heeft dit ook niet geëist, maar in plaats daarvan de voorkeur uitgesproken voor contactverbod op grond van artikel 38v Sr. De rechtbank gaat daarin mee.

De bijzondere voorwaarden die worden opgelegd zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht, ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), het vermijden van contact met minderjarigen en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting totdat het onvoorwaardelijke deel is uitgezeten.

Maatregel

Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 3 jaar. Deze maatregel houdt in: een contactverbod met de minderjarige slachtoffers en hun ouders. Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast 2 van weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

5. In beslag genomen voorwerp

De rechtbank beslist dat het in beslag genomen voorwerp, Apple iPhone ( [beslagnummer 1] ), wordt onttrokken aan het verkeer. De strafbare feiten 1 en 2 in de zaak 10-012713-26 zijn met behulp van deze iPhone gepleegd en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet/het algemeen belang vanwege de strafbare afbeeldingen die daar op staan.

6. Vordering van de benadeelde partijen

In de zaak 10-186175-25 hebben drie benadeelde partijen verzocht om schadevergoeding.

Feit 1 [benadeelde 1] (6.1)

Feit 2 [benadeelde 2] (6.2)

Feit 3 [benadeelde 3] (6.3)

[benadeelde 1] (feit 1)

Namens de minderjarige [benadeelde 1] is € 2.500,- gevorderd als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit, seksueel misbruik, rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is uit andere hoofde in zijn persoon aangetast (6:106, aanhef en onder b, BW). Weliswaar heeft het slachtoffer die schade niet (voldoende) met concrete gegevens kunnen onderbouwen, de aard en ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde partij voor de hand liggen. Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die op jeugdige leeftijd seksueel zijn misbruikt door volwassenen hier veelal langdurige en grote nadelige psychische gevolgen van ondervinden, zowel in hun eigen seksuele ontwikkeling als in de contacten en relaties met anderen, zodat de grote nadelige gevolgen daarvan evident zijn. Die schade wordt daarom naar billijkheid begroot op € 2.000,-. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 2.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 30 maart 2024.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

[benadeelde 2] (feit 2)

Namens de minderjarige [benadeelde 2] is € 1.330,47 als vergoeding voor materiële schade en € 25.000,- gevorderd als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De materiële schadeposten betreffen kosten die niet door de benadeelde partij zelf zijn gemaakt, maar door de ouders van de benadeelde partij. Om die kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen moet het om kosten gaan die het slachtoffer zelf had kunnen vorderen als hijzelf deze zou hebben gemaakt. De rechtbank komt op basis hiervan tot toewijzing van de volgende posten: De kosten die zijn gemaakt voor de aanvullende aangifte van [benadeelde 2] en de reiskosten die zijn gemaakt voor de intake en het halen en brengen naar- en van We Can Clinics in Waalre. Dat komt op een totaal bedrag van € 408,54. De rechtbank al dit bedrag toewijzen. De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen, omdat dit geen kosten zijn die het slachtoffer zelf zou hebben gemaakt.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 1 juni 2025, zijnde een datum die ligt in het midden van de periode tussen de eerste gemaakte en toegekende reiskosten en de laatste gemaakte en toegekende reiskosten.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit, seksueel misbruik gedurende een lange periode, rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is uit andere hoofde in zijn persoon aangetast (6:106, aanhef en onder b, BW). Weliswaar heeft het slachtoffer die schade niet (voldoende) met concrete gegevens kunnen onderbouwen, de aard en ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde partij voor de hand liggen. Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die op jeugdige leeftijd seksueel zijn misbruikt door volwassenen hier veelal langdurige en grote nadelige psychische gevolgen van ondervinden, zowel in hun eigen seksuele ontwikkeling als in de contacten en relaties met anderen, zodat de grote nadelige gevolgen daarvan evident zijn. Die schade wordt naar billijkheid begroot op

€ 6.000,-. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 6.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 31 december 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij voor een aanzienlijk bedrag wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 55 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

[benadeelde 3] (feit 3)

Namens de minderjarige [benadeelde 3] is € 10.000,- gevorderd als vergoeding voor immateriële schade en € 1.000,- als toekomstige schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevorderd in verband met een eventuele hoger beroepsprocedure (bestaande uit toekomstige materiële schade). Omdat niet onderbouwd is dat deze kosten gemaakt zullen worden, zal de rechtbank de vordering op dit onderdeel afwijzen.

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit, seksueel misbruik gedurende een periode van zes weken, rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is uit andere hoofde in zijn persoon aangetast (6:106, aanhef en onder b, BW). Weliswaar heeft het slachtoffer die schade niet (voldoende) met concrete gegevens kunnen onderbouwen, de aard en ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde partij voor de hand liggen. Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen die op jeugdige leeftijd seksueel zijn misbruikt door volwassenen hier veelal langdurige en grote nadelige psychische gevolgen van ondervinden, zowel in hun eigen seksuele ontwikkeling als in de contacten en relaties met anderen, zodat de grote nadelige gevolgen daarvan evident zijn. Die schade wordt naar billijkheid begroot op

€ 3.000,-. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 2 juli 2023.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij voor een aanzienlijk deel wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 38v, 57, 240b, 247, 248 en 252 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte in de zaak 10-186175-25 de feiten 1, 2 en 3 en in de zaak 10-012713-26 de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a en b. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal 12 keer worden uitgevoerd en niet meer dan 4 keer per jaar, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1, 2, 3 en 4 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 in de zaak 10-186175-25 op de maatregel

strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaar, inhoudende dat de

verdachte:

- op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 2013), [persoon B] ( [geboortedatum 5] 1972), [persoon C] ( [geboortedatum 6] 1986), [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 3] 2010), [persoon D] ( [geboortedatum 7] 1974), [persoon G] (vader [slachtoffer 2] ), [slachtoffer 3] ( [geboortedatum 4] 2012), [persoon F] ( [geboortedatum 8] 1988), [persoon H] ( [geboortedatum 9] 1986);

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis

wordt toegepast voor de duur van 2 weken, met een totale duur van ten hoogste zes

maanden;

In beslag genomen voorwerp

verklaart voor de feiten 1 en 2 in de zaak 10-012713-26 onttrokken aan het verkeer Apple

iPhone ( [beslagnummer 2] );

Vorderingen benadeelde partijen

[benadeelde 1] (feit 1)

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij, te betalen een bedrag van € 2.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat € 2.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 30 maart 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde 2] (feit 2)

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij, te betalen een bedrag van € 408,54 als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 1 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;

wijst af de vordering aan materiële schade voor het overige;

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij, te betalen een bedrag van € 6.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2022 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering tot immateriële schade; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat € 6.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 31 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 55 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;

[benadeelde 3] (feit 3)

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij, te betalen een bedrag van € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2023 tot de dag van volledige betaling;

wijst af de vordering van de benadeelde partij wat betreft de materieel gevorderde schade (€ 1.000,00);

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering wat betreft de immaterieel gevorderde schade; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat € 3.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 2 juli 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.M. Derijks, voorzitter,

en mrs. L. Daum en D.C.J. Peeck, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 11 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Derijks

Griffier

  • mr. J. Soeteman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?