ECLI:NL:RBROT:2026:3340

ECLI:NL:RBROT:2026:3340

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 10.260591.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor stalking van zijn ex-partner. Hij heeft veelvuldig en stelselmatig op indringende en bedreigende wijze contact met haar gezocht. Hij heeft haar ook gedwongen om tegen haar wil contact met hem te hebben, door te dreigen met het verspreiden van haar naaktfoto’s. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.260591.25

Datum uitspraak: 20 februari 2026

Datum zitting: 6 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. T.S. Kessel

Officier van justitie: mr. S.S.S. Heinerman

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor stalking van zijn ex-partner. Hij heeft veelvuldig en stelselmatig op indringende en bedreigende wijze contact met haar gezocht. Hij heeft haar ook gedwongen om tegen haar wil contact met hem te hebben, door te dreigen met het verspreiden van haar naaktfoto’s. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zijn ex-partner heeft gestalkt (feit 1) en haar heeft gedwongen tot het hebben van contact met hem door te dreigen met het verspreiden van naaktfoto’s (feit 2). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 juni 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of

vrees aan te jagen;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 juni 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of een of meer derden, te weten die [slachtoffer]

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het hebben van contact en/of een (liefdes)relatie met hem, verdachte, door in persoon en/of via voicemailberichten en/of berichten (via WhatsApp en/of sociale media) te dreigen (een) naaktfoto('s) en/of materiaal/informatie van persoonlijke en/of seksuele en/of gevoelige aard te verspreiden aan (een) kind(eren) en/of familieleden en/of kennissen van die [slachtoffer] .

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan stalking en dwang. De volledige bewezenverklaring houdt in dat de verdachte:

1

in de periode van 3 september 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door

veelvuldig telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer] en kinderen en familieleden en vrienden van die [slachtoffer] en voicemailberichten in te spreken,

veelvuldig berichten (via SMS en WhatsApp en Facebook) te sturen naar die [slachtoffer] en/of kinderen van die [slachtoffer] ,

veelvuldig in persoon en/of via voicemailberichten en/of berichten (via WhatsApp en/of sociale media) te dreigen naaktfoto's te verspreiden aan een kinden kennissen van die [slachtoffer] en

contact te zoeken met kinderen en/of vrienden van die [slachtoffer] en

meerdere malen langs te gaan bij de woning van die [slachtoffer] ,

met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2

in de periode van 3 september 2025 tot en met 27 oktober 2025 te Rotterdam, een ander, te weten [slachtoffer] , door bedreiging met een feitelijkheid gericht tegen die ander, te weten die [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het hebben van contact met hem, verdachte, door in persoon en/of via voicemailberichten en/of berichten (via WhatsApp en/of sociale media) te dreigen naaktfoto's te verspreiden aan een kind en kennissen van die [slachtoffer] .

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

Bewijsmiddelen

1. Verklaring van de verdachte

Ik heb, nadat de relatie met [slachtoffer] was beëindigd, in de maanden september en oktober 2025, veel contact met [slachtoffer] gezocht. Ik heb haar vaak, ook anoniem, gebeld. Ook heb ik veel voicemailberichten ingesproken. Ik heb haar berichten gestuurd via SMS, WhatsApp en Facebook. Ik heb tijdens het videobellen screenshots gemaakt. [slachtoffer] is naakt te zien op die screenshots. Ik heb fout gesproken en geschreven in mijn contact met [slachtoffer] . Ik heb gekke dingen gezegd en gestuurd. De politie heeft meerdere stopgesprekken met mij gevoerd. Het klopt dat ik [slachtoffer] ook daarna heb benaderd. Het klopt dat ik berichten over foto’s heb gestuurd aan de zoon van [slachtoffer] .

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer]

Op 14 juni 2025 heb ik de relatie met [verdachte] verbroken. Op 3 september 2025 belde [verdachte] mij. Hij vroeg: ‘heb je geen tijd voor mij?’. Ik zei: ‘nee, ik heb het druk’. Ik heb hem toen geblokkeerd. Op 3 september 2025 heeft hij contact opgenomen met een vriendin van mij en later die dag stond hij schreeuwend voor mijn woning in Rotterdam. Hij zei: ‘wacht maar, ik ga ook naar haar broer toe, ze gaat zien, ik ga alles laten zien’. Op 4 september 2025 stond [verdachte] weer voor mijn woning. Ik heb [verdachte] weer geblokkeerd. Hij had meerdere keren anoniem gebeld en voicemails achtergelaten. Op 5 september 2025 heeft [verdachte] met een vriendin van mij gebeld en hij vertelde aan haar dat hij foto’s van mij had. [verdachte] heeft uitgeprinte naaktfoto’s van mij, dat heb ik op 9 september 2025 vernomen van een andere vriendin van mij die hij had gebeld. Op 12 september 2025 belde [verdachte] mij. Hij zei dat ik langs moest komen om te praten. Ik vroeg aan [verdachte] wat hij wilde van mij. Hij zei: ‘je hebt 2 opties, of je gaat met mij naar Turkije en ik verwijder jouw foto’s of je blijft hier en dan ga ik jouw foto’s verspreiden. Daarna belde hij mij weer. Hij stuurde mij een bericht via WhatsApp dat ik hem moest bellen. Op 13 september 2025 stuurde hij weer berichten. Het enige waarom ik nog contact had met [verdachte] is omdat ik bang was en nog steeds ben dat [verdachte] de naaktfoto’s die hij van mij heeft gaat verspreiden. Op 15 september 2025 belde [verdachte] mij weer op. Op 17 september 2025 belde [verdachte] mij constant op. Het was om de paar seconden dat hij belde. Ik moest naar hem toekomen. Ik was bang dat hij mijn foto’s ging verspreiden. [verdachte] stuurt dreigberichten aan mijn zoon. Op 18 september 2025 heeft [verdachte] een bericht via WhatsApp gestuurd naar mijn vriendin. In dit bericht staat dat [verdachte] naar mijn wijk gaat komen en dat hij het aan iedereen gaat vertellen.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer]

Opmerking verbalisanten: Uit de belgeschiedenis blijkt dat [slachtoffer] in september 2025 82 keer anoniem is gebeld.

Ik heb een aantal keer de telefoon opgenomen en dan herkende ik de stem van [verdachte] . Hij dreigt met de woorden: deblokkeer mij of je gaat zien. Met je gaat zien bedoelt hij dat hij de naaktfoto’s gaat verspreiden. Hij heeft vaak mijn voicemail ingesproken. Ik herkende zijn stem.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [slachtoffer]

Sinds 3 september 2025 is [verdachte] mij aan het afdreigen. Hij heeft meerdere keren gezegd dat hij naaktfoto’s en naaktvideo’s heeft van mij. [verdachte] heeft gedreigd om de naaktfoto’s en naaktvideo’s aan anderen te laten zien. Ik zag dat [verdachte] snel door zijn fotogalerij scrolde. Ik zag naaktfoto's van mij. [verdachte] heeft aan een vriendin van mij uitgeprinte naaktfoto’s van mij laten zien. Ik ben bang dat hij de naaktfoto’s en naaktvideo’s gaat verspreiden.

5. Proces-verbaal van de politie

Op 5 september 2025 voerden verbalisanten een stopgesprek met [verdachte] . Zij deelden aan hem mee dat hij moest stoppen met het bellen van [slachtoffer] , dat hij niet meer voor haar woning moest gaan staan en dat hij niet meer moet dreigen met het verspreiden van naaktfoto’s. Hem is verteld dat de relatie over is en dat zijn ex geen contact meer wil hebben met hem.

6. Proces-verbaal van de politie

Op 6 september 2025 hadden de verbalisanten een stopgesprek met [verdachte] . Zij vertelden aan hem dat hij [slachtoffer] niet meer moest bellen, niet meer voor haar deur moest staan en haar naaktfoto’s niet moest verspreiden.

7. Proces-verbaal van de politie

Op 3 oktober 2025 is de verdachte aangehouden voor stalking, waarna hij op 6 oktober 2025 is geschorst met een contactverbod met [slachtoffer] en haar kinderen.

8. Proces-verbaal van de politie

Op de telefoon van [verdachte] trof ik een naaktvideo aan en ook drie naaktfoto’s, waaronder een foto waarop [slachtoffer] met haar benen wijd op bed lag en zij een tandenborstel vast had. Op de video en de foto’s herkende ik [slachtoffer] .

9. Proces-verbaal van de politie

In de telefoon van [verdachte] zijn sms-berichten aan [persoon A] , de zoon van [slachtoffer] , aangetroffen. 18 september 2025: ‘Meneer [persoon A] , vraag maar aan moeder wat ze allemaal met mij heeft gedaan. Oh, je gelooft me niet. Vraag het aan moeder. Als dat niet gaat. Vanavond. Als je iets moois koop/krijgt. Iedereen zal de waarheid te weten komen.’ En ‘Ik heb mooie foto’s van moeder. Die kun je op de muren plakken. Ik heb alles met je moeder gedaan.’ Ik zag dat [verdachte] sms-berichten had verstuurd naar [persoon B] , de 12 jarige dochter van [slachtoffer] . Ik zag dat [verdachte] in de berichten verstuurde dat het niet goed met hem ging en dat zij dit aan haar moeder moest vertellen.

10. Proces-verbaal van de politie

In de telefoon van [verdachte] is gezien dat hij op 27 oktober 2025 26 sms-berichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd. Ik las in de berichten die [verdachte] had gestuurd dat hij wel zou wachten, hij op de hoek stond, dat zij zal zien hoe blokkeren werkt, dat zij hem moest bellen en dat hij dat ging laten zien, dat het niet meer hoeft want zij ging het toch wel zien. [verdachte] heeft tussen 6 en 27 oktober 2025 90 keer gebeld naar [slachtoffer] .

11. Proces-verbaal van de politie

De door [verdachte] verstuurde berichten via Facebook zijn vertaald. Het gesprek liep van 13 tot en met 24 oktober 2025. Ik zag dat [verdachte] 3538 berichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd in die periode. [verdachte] vroeg meerdere keren waarom [slachtoffer] niet naar hem schreef. Hij bleef herhalen dat [slachtoffer] geen berichten stuurde. Hij ging op haar wachten. [verdachte] schreef dat [slachtoffer] zijn meisje was en dat hij niet zonder haar kon leven. [verdachte] schreef dat hij [slachtoffer] heel erg miste. [verdachte] vroeg op 16 oktober 2025 of [slachtoffer] wilde afspreken. [slachtoffer] schreef dat zij in paniek raakte wanneer [verdachte] over foto’s sprak. Ik las dat [slachtoffer] meermaals vroeg waarom [verdachte] haar lastig viel en gaf aan dat het genoeg was. Op 22 oktober 2025 begint [verdachte] een WhatsAppgesprek met [slachtoffer] . Het gesprek loopt tot en met 27 oktober 2025. [verdachte] stuurde 860 berichten aan [slachtoffer] . [verdachte] stuurde veel dreigende, dwingende en jaloerse berichten. Hij schreef vaak dat [slachtoffer] niet kwam en dat het genoeg was. Hij stuurde op 27 oktober 2025: ‘Ik ga dan met een tandenborstel’. [slachtoffer] reageerde direct dat ze er aan kwam en dat hij moest stoppen met schrijven.

Bewijsmotivering

Door de raadsman is met betrekking tot feit 1 aangevoerd dat de verdachte zich niet wederrechtelijk heeft gedragen, omdat hij een subjectief belang had bij zijn handelen, namelijk het innen van een schuld. Het is de rechtbank echter niet gebleken dat aangeefster in gebreke was met het terugbetalen van een schuld aan de verdachte. Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat de verdachte een door het recht erkend subjectief belang had. Het handelen van de verdachte is wederrechtelijk.

De verdediging heeft verder ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de verdachte terecht in de veronderstelling verkeerde dat aangeefster wél contact met hem wilde hebben. Hoewel aangeefster heeft gereageerd op de door verdachte geïnitieerde contactpogingen, had het de verdachte duidelijk moeten zijn dat contact ongewenst was. Aangeefster heeft dat meermaals aan hem laten weten in berichten. Daar komt bij dat er meerdere stopgesprekken door de politie zijn gevoerd met de verdachte, waarin duidelijk is gemaakt dat aangeefster geen contact wilde. Dat die boodschap ook bij de verdachte is aangekomen, blijkt uit de reactie van de verdachte tijdens die stopgesprekken, want hij verklaarde (steeds) dat hij aangeefster met rust zou laten of geen contact meer zou opnemen. Het moet de verdachte in ieder geval vanaf het eerste stopgesprek van 5 september 2025 duidelijk zijn geweest dat het contact ongewenst was. De verdachte is toch doorgegaan met het tegen haar wil benaderen van aangeefster, zelfs nadat aan hem in oktober door de rechter een contactverbod met aangeefster was opgelegd.

De verdachte heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 ontkend dat hij heeft gedreigd met het verspreiden van naaktfoto’s. De rechtbank is van oordeel dat ook deze handeling bewezen is. Op de telefoon van de verdachte zijn naaktfoto’s van aangeefster aangetroffen. Aangeefster en vriendinnen van haar hebben deze naaktfoto’s gezien. Gelet hierop en de inhoud van de berichten aan de zoon van aangeefster, stelt de rechtbank vast dat de berichten die de verdachte aan de zoon van aangeefster heeft gestuurd over ‘mooie foto’s van zijn moeder’ zien op naaktfoto’s. Dit geldt ook voor de door de verdachte verstuurde berichten aan aangeefster ‘dat hij ging laten zien’ en ‘dat zij het toch wel ging zien’. Dat de verdachte in zijn berichten doelde op de naaktfoto’s van aangeefster wordt bevestigd door het feit dat de verdachte een dreigend bericht over een tandenborstel heeft gestuurd terwijl aangeefster op één van de naaktfoto’s is te zien met een tandenborstel.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1

belaging;

feit 2

een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen en te dulden.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 55 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast is verzocht om de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod en een locatieverbod voor de duur van 3 jaar, met toepassing van vervangende hechtenis van twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft het slachtoffer, zijn ex-partner, gedurende twee maanden gestalkt. Hij heeft veelvuldig en stelselmatig op indringende en bedreigende wijze contact met haar gezocht. Hij heeft het slachtoffer ook gedwongen om tegen haar wil contact met hem te hebben, door te dreigen met het verspreiden van haar naaktfoto’s. De verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring volgt dat dit een grote impact heeft gehad op het leven van het slachtoffer en het welzijn van haar gezin. Het slachtoffer voelde zich bang, onvrij en onveilig. Zelfs na overduidelijke signalen dat zij geen contact meer met hem wilde hebben, ging hij door. Dit toont aan dat de verdachte geen respect had voor het slachtoffer en dat hij geen ‘nee’ wilde horen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 3 februari 2026 staat het volgende. De verdachte heeft zijn leven niet op orde. Hij heeft problemen op bijna alle leefgebieden. Het gevaar op herhaling is hoog. Het is belangrijk dat er stabiliteit komt in zijn leven, zodat het gevaar op herhaling kan worden beperkt. Hiervoor is het nodig dat hij onder meer behandeling krijgt, begeleid gaat wonen en een dagbesteding heeft.

Oplegging straf en maatregel

Straf

De verdachte bleef, ook nadat zijn voorlopige hechtenis was geschorst, volharden in zijn gedrag. Hij bleef het slachtoffer benaderen. De verdachte heeft op de dag van de uitspraak 64 dagen in voorarrest gezeten. Dit was, gelet op het hardnekkige van zijn handelen, noodzakelijk. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 50 dagen voorwaardelijk, een passende straf is. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is nagenoeg gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en maakt het mogelijk dat in de PI voorafgaand aan de vrijlating van de verdachte het elektronisch toezicht door de reclassering wordt aangesloten.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole, begeleid wonen, een contactverbod, een locatieverbod (met elektronisch toezicht) en dagbesteding. Bij het locatieverbod heeft te gelden dat de verdachte bij zijn huisarts en het verpleeghuis van zijn vader mag komen op [adres 2] .

Gelet op de persoon van de verdachte, zijn proceshouding en de inhoud van het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om de maatschappij te beveiligen en om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van drie jaar. Deze maatregel houdt in een gebiedsverbod voor de [adres 3] te Rotterdam en een contactverbod met [slachtoffer] en [persoon C] , [persoon B] en [persoon A] . Bij het gebiedsverbod heeft te gelden dat de verdachte bij zijn huisarts en het verpleeghuis van zijn vader mag komen op [adres 2] .

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen ten aanzien van [slachtoffer] en opnieuw een strafbaar feit pleegt. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 55, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 50 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één vande onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden:

dat het verbod geldt of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt; De verdachte verlaat voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het

elektronisch toezicht Nederland niet zonder toestemming van de reclassering;

7. de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder de nummers 1 tot en met 7 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

beveelt dat de onder de nummers 1 tot en met 7 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de feiten 1 en 2 op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van drie jaar, inhoudende dat de verdachte:

8. zich niet bevindt in de Messchertstraat te Rotterdam en het gebied daar omheen dat wordt begrensd door de Mathenesserlaan, Mathenesserplein, Van Cittersstraat, De Beukselsdijk en de Heemraadsingel (zie bijlage voor een kaart van het verboden gebied), gedurende drie jaar na de datum van dit vonnis;

9. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1979) en haar drie kinderen [persoon C] (geboren op [geboortedatum 3] 2007), [persoon B] (geboren op [geboortedatum 4] 2013) en [persoon A] (geboren op [geboortedatum 5] 2008), gedurende drie jaar na de datum van dit vonnis;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Sikkel, voorzitter,

en mrs. W.J. de Veld en N. Stolk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 februari 2026.

Mr. De Veld is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1: verboden gebied in donkergrijs gearceerde deel. De verdachte mag bij zijn huisarts en het verpleeghuis van zijn vader komen op de [adres 2] .

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Sikkel

Griffier

  • mr. J. Soeteman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?