Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 16 februari 2026 (bij vervroeging)
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast heeft de heer [verzoeker] in het verzoek verzocht om een eerdere ingangsdatum. Dit verzoek is bij e-mailbericht van 10 februari 2026 ingetrokken door schuldhulpverlening namens de heer [verzoeker] en de beschermingsbewindvoerder.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1. De procedure
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen. Het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum is bij e-mailbericht van 10 februari 2026 door de schuldhulpverlening namens de beschermingsbewindvoerder en de heer [verzoeker] ingetrokken.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 9 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker] ,
- [persoon A] , schuldhulpverlener van de gemeente Goeree-Overflakkee,
- C.J. Mulder, beschermingsbewindvoerder.
2. De beoordeling
De toelating
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. Uit de stukken bij het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de heer [verzoeker] stelselmatig giften van derden heeft ontvangen. Ook heeft de heer [verzoeker] veelvuldig met zijn leefgeld online gegokt en prijzen gewonnen. De giften van derden en de gewonnen prijzen had de heer [verzoeker] aan de boedel moeten afdragen. De heer [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij er niet van op de hoogte was dat hij giften moest afdragen. Ten aanzien van het online gokken heeft de heer [verzoeker] verklaard dat er van een verslaving geen sprake is. Hij heeft geprobeerd door het online gokken zijn leefgeld te verhogen. De heer [verzoeker] heeft verklaard dat hij zich ervan bewust is dat hij tijdens de schuldsaneringsregeling giften aan de boedel moet afdragen. Voorts heeft hij toegezegd niet meer te zullen gokken. Bij e-mailbericht van 10 februari 2026 heeft schuldhulpverlening bevestigd dat de heer [verzoeker] zich inmiddels heeft aangemeld bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks).
De heer [verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Faillissementswet (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum vast te stellen, maar dat dit verzoek bij e-mailbericht van 10 februari 2026 door schuldhulpverlening namens de beschermingsbewindvoerder en de heer [verzoeker] is ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] gedurende het minnelijke traject niet aan de afdrachtverplichting heeft voldaan, door de onder 2.2. genoemde ontvangen giften en winsten uit gokken niet af te dragen aan de boedel.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.
3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-
commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4. De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1987 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres 2]
[postcode 2] [woonplaats] ,
Voorheen h.o.d.n. [bedrijf X]
gevestigd te [vestigingsadres] , [postcode 3] [vestigingsplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout,
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 16 februari 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 16 augustus 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.