ECLI:NL:RBROT:2026:3402

ECLI:NL:RBROT:2026:3402

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 10.395507.24 en TUL 22.003433.20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft vanuit een rijdende auto met een vuurwapen geschoten. Omdat niet kan worden bewezen dat hij gericht heeft geschoten wordt hij vrijgesproken van poging tot doodslag dan vel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. De verdachte krijgt een gevangenisstraf opgelegd gelijk aan het voorarrest, te weten 418 dagen. Afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.395507.24

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 22.003433.20

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Datum zitting: 27 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. H.L. Heemskerk

Officier van justitie: mr. W.D. van den Berg

Benadeelde partij: [benadeelde]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. C.M. Diaz

Kern van het vonnis

De verdachte heeft vanuit een rijdende auto met een vuurwapen geschoten. Omdat niet kan worden bewezen dat hij gericht heeft geschoten wordt hij vrijgesproken van poging tot doodslag dan wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. De verdachte krijgt een gevangenisstraf opgelegd gelijk aan het voorarrest, te weten 418 dagen. Afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.

1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte

1.

op of omstreeks 8 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] , althans een ander (onbekend gebleven) persoon, opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- meerdere malen, althans eenmaal met een vuurwapen op/richting die [slachtoffer 1] heeft geschoten, en/of

- een voertuig heeft bestuurd van waaruit op die [slachtoffer 1] werd geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op of omstreeks 8 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver en/of een pistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de beide feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd worden bewezenverklaard. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor feit 1 en heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1: poging doodslag/poging zware mishandeling

Op 8 december 2024 zijn het slachtoffer [slachtoffer 1] (hierna: het slachtoffer) en een bekende van hem, genaamd [slachtoffer 2] , naar een woning op de Kleine Visserijstraat in Rotterdam gegaan. Nadat [slachtoffer 2] aanbelde, werd er van boven vanaf een balkon van een andere woning dan waar zij aanbelden op hen geschoten. Hierbij is het slachtoffer in zijn arm en in zijn zij geraakt. Het slachtoffer en [slachtoffer 2] zijn weggerend. In een auto in de buurt zaten de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . De verdachte was de bijrijder en [medeverdachte] was de bestuurder. Zij zijn achter het slachtoffer en [slachtoffer 2] aangereden. De verdachte heeft op de Mathenesserdijk, waar het slachtoffer en [slachtoffer 2] naar toe waren gerend, vanuit de auto met het vuurwapen geschoten.

De rechtbank begrijpt uit de bewoordingen van de tenlastelegging en de gegeven toelichting van de officier van justitie op de terechtzitting dat de verdenking ten aanzien van de verdachte enkel ziet op zijn betrokkenheid bij het tweede schietincident, waarbij vanuit de auto is geschoten.

Dat het de verdachte was die op de Mathenesserdijk heeft geschoten staat vast, gelet op zijn bekennende verklaring. De vraag die voorligt is of dit handelen de ten laste gelegde poging tot doodslag van dan wel poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer oplevert. Voor de beantwoording van die vraag is essentieel op welke wijze er is geschoten en wat de schotrichting is geweest. De verdachte heeft verklaard dat hij vanuit de auto ter afschrikking twee schoten heeft gelost in de richting van het ter plaatse aanwezige grasveldje en dat hij heeft gekeken of er niemand stond op de plek waar hij naar toe schoot.

Vaststaat dat er door de verdachte tweemaal kort achter elkaar vanuit de rijdende auto is geschoten. Uit de forensische vaststellingen blijkt dat er één kogel in de onderzijde van een ruit van een aldaar geparkeerde bestelauto is beland. Deze bestelauto bevond zich op het moment van de schoten geparkeerd aan de ene kant van het grasveldje op een helling naar beneden. Het slachtoffer en [slachtoffer 2] bevonden zich op dat moment aan de andere kant van het grasveldje en op gelijke straathoogte met de verdachte. Dit bevestigt de verklaring van de verdachte dat hij ten minste één keer bewust heeft geschoten op een plek waar zich geen personen bevonden. Er is geen overig forensisch of objectief bewijs voorhanden op basis waarvan met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld op welke wijze de verdachte heeft geschoten, wat de schotbaan van de andere kogel is geweest of op welke exacte posities de verdachte en het slachtoffer zich bevonden op het moment van het schieten. Ook uit de verklaringen van zowel het slachtoffer als [slachtoffer 2] , die samen met het slachtoffer was, blijkt niet dat zij hebben gezien dat er op enig moment gericht op hen is geschoten en ook andere getuigen verklaren daar niet over.

Daarom kan niet worden bewezen dat er door de verdachte gericht op het slachtoffer is geschoten. Het niet gericht schieten op iemand levert zonder nadere feiten en omstandigheden ook geen aanmerkelijke kans op dat de betrokken persoon had kunnen worden geraakt en daardoor had kunnen overlijden of zwaar lichamelijk letsel had kunnen oplopen.

De verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.

Bewezenverklaring feit 2: voorhanden hebben vuurwapen

Bewezen is dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd, maar niet uitgeschreven.

-. De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 27 februari 2026.

-. Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Renault [kentekennummer] ), Eenheid Rotterdam, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 303 tot en met 310 van het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [nummer proces-verbaal 2] .

-. Het rapport van het NFI van 28 februari 2025, pagina 325 tot en met 336 van het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [nummer proces-verbaal 2] .

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 2

de verdachte op 8 december 2024 te Rotterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III van die wet

Strafbaarheid van het feit

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 1, verzocht om de verdachte in vrijheid te stellen omdat hij inmiddels veertien maanden in voorlopige hechtenis zit voor feit 2, het voorhanden hebben van een vuurwapen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft een vuurwapen voorhanden gehad en heeft daar op klaarlichte dag midden op straat meerdere keren mee geschoten. Deze omstandigheden waaronder de verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad worden zwaar meegewogen. Door zijn handelen heeft de verdachte gevoelens van onveiligheid veroorzaakt bij de betrokkenen in deze zaak, maar ook bij omstanders en overige weggebruikers. Incidenten als het onderhavige schokken de rechtsorde. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De ervaring leert dat vuurwapenbezit meer dan eens leidt tot het gebruik ervan, wat ook in deze zaak duidelijk is geworden. De verdachte mag van geluk spreken dat zijn handelen niet tot ernstige gevolgen heeft geleid.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 januari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Eén van die veroordelingen dateert van na de pleegdatum van de beschuldiging in deze zaak, wat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte is gediagnosticeerd met MS en heeft daar last van in zijn dagelijks leven. Hij is in september 2025 in een andere zaak veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan hij nog een belangrijk deel moet uitzitten en in welke zaak een bevel tot gevangenneming is afgegeven. Dit betekent dat de verdachte niet vrijkomt na het ondergaan van de straf in deze zaak.

Oplegging straf

Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf van enige duur noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die de laatste tijd in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Ook is rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld aan de hand van in het verleden opgelegde straffen, om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen.

Gelet op een en ander wordt de tijd die de verdachte tot aan de uitspraak in deze zaak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, een passende straf gevonden.

De rechtbank komt tot een veel lagere straf dan de gevangenisstraf die door de officier van justitie is geëist omdat feit 1, anders dan waarvan de officier van justitie is uitgegaan, niet kan worden bewezen.

5. Voorlopige hechtenis

De verdachte bevindt zich op grond van een bevel gevangenhouding in voorlopige hechtenis. De rechtbank heft deze voorlopige hechtenis op met ingang van heden,

13 maart 2026.

6. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij van feit 1 € 4.934,- als vergoeding voor materiële schade en € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tevens is gevorderd de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat het letsel en de schade zijn ontstaan bij het eerste schietincident, waar de verdachte niet bij betrokken is geweest.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat het handelen van de verdachte niet voor rechtstreekse schade bij de benadeelde partij heeft gezorgd.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering, omdat het letsel en de schade van de benadeelde partij is veroorzaakt door het (eerste) schietincident waarbij de verdachte niet betrokken is geweest. Bovendien wordt de verdachte van het (tweede) schietincident waarbij hij wel betrokken was vrijgesproken.

De benadeelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij arrest van het gerechtshof Den Haag van

20 september 2022 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte de gevangenisstraf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd al heeft uitgezeten, zoals blijkt uit de justitiële documentatie.

Oordeel van de rechtbank

Het bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het arrest verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zal plegen.

Nog daargelaten of juist is dat de verdachte de voorwaardelijke straf waar het hier om gaat al heeft uitgezeten, ziet de rechtbank af van de tenuitvoerlegging, omdat zij dit niet passend acht gelet op de opgelegde gevangenisstraf van 36 maanden die de verdachte nog voor een belangrijk deel moet ondergaan. De vordering wordt dus afgewezen.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2.3.3. is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3.1. vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 418 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (zijnde 418 dagen), in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 13 maart 2026;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 22.003433.20)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 september 2022 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

Vordering benadeelde partij

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten tot vandaag op nihil.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Feraaune

Griffier

  • mr. L. Hessing

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?