ECLI:NL:RBROT:2026:3404

ECLI:NL:RBROT:2026:3404

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 10.008951.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag dan wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en van het voorhanden hebben van een vuurwapen. Er kan niet worden vastgesteld dat de verdachte een vuurwapen heeft gehad en daarmee heeft geschoten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.008951.25

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Datum zitting: 27 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland of elders.

Advocaat van de verdachte: mr. S. Splinter

Officier van justitie: mr. W.D. van den Berg

Benadeelde partij: [benadeelde]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. C.M. Diaz

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag dan wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en van het voorhanden hebben van een vuurwapen. Er kan niet worden vastgesteld dat de verdachte een vuurwapen heeft gehad en daarmee heeft geschoten.

1. Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte

1.

op of omstreeks 8 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] , althans een ander (onbekend gebleven) persoon, opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, met een vuurwapen op/richting die [slachtoffer 1] heeft geschoten, waarbij die [slachtoffer 1] is geraakt in de arm en/of in de buik, althans in het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op of omstreeks 8 december 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver en/of een pistool, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.

2. Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de bewezenverklaring gevorderd van de beide feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd. De verdachte is de dader van het schietincident. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de beide feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Op 8 december 2024 zijn het slachtoffer [slachtoffer 1] (hierna: het slachtoffer) en een bekende van hem, genaamd [slachtoffer 2] , naar een pand met appartementen aan de Kleine Visserijstraat in Rotterdam gegaan. Nadat [slachtoffer 2] aanbelde bij het appartement met huisnummer 8, werd er vanaf een balkon van een ander appartement naar beneden geschoten. Het slachtoffer is daardoor in zijn arm en in zijn zij geraakt. Het slachtoffer en [slachtoffer 2] zijn weggerend, waarna er een paar straten verder nog een schietincident heeft plaatsgevonden waar de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van beschuldigd worden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de schutter is geweest omdat er is geschoten vanaf het balkon aan de [adres] waar de moeder van de verdachte woont en waar de verdachte aanwezig was op het moment van het schietincident. Bovendien heeft het slachtoffer hem als schutter herkend.

De rechtbank beoordeelt deze kwestie als volgt.

Vaststaat dat de verdachte aanwezig was in de woning op de [adres] ten tijde van het schietincident. De verdachte heeft evenwel stellig ontkend dat hij heeft geschoten.

Zijn moeder heeft op de terechtzitting als getuige verklaard dat de verdachte rond het tijdstip van het schietincident de woning niet uit is geweest en niet op het balkon heeft gestaan.

Het slachtoffer heeft de verdachte als schutter herkend bij een enkelvoudige fotoconfrontatie welke plaatsvond 8 januari 2025, een maand na het incident. Met een dergelijke enkelvoudige fotoconfrontatie moet uiterst behoedzaam worden omgegaan. Zo’n fotoconfrontatie is namelijk niet omgeven met de waarborgen van een meervoudige

(foslo-)confrontatie, wat afdoet aan de bewijskracht van de herkenning.

Nu tegenover de stellige ontkenning van de verdachte en de verklaring van zijn moeder die dit ondersteunt, uitsluitend deze enkelvoudige en pas een maand later gehouden enkelvoudige foto confrontatie staat, is de rechtbank van oordeel dat met onvoldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de schutter is geweest. Ander bewijs daarvoor is niet aanwezig.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van beide feiten.

3. Voorlopige hechtenis

De verdachte bevond zich op grond van een bevel tot gevangenhouding in voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis is op 27 februari 2026 door de rechtbank opgeheven. Het bevel tot opheffing van de voorlopige hechtenis is in een apart document vastgelegd.

4. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij van feit 1 € 4.934,- als vergoeding voor materiële schade en € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tevens is gevorderd de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet gelet op de bepleite vrijspraak worden afgewezen althans niet-ontvankelijk worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.

De benadeelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

5. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Voorlopige hechtenis

stelt vast dat het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte is opgeheven met ingang van 27 februari 2026.

Vordering benadeelde partij

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten tot vandaag op nihil.

6. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Feraaune

Griffier

  • mr. L. Hessing

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?