RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het Dagelijks Bestuur van GR Sociaal, het dagelijks bestuur
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1583
(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
(gemachtigde: [persoon A] ).
1.
Deze uitspraak gaat over een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres is het niet eens met de aan haar toegekende ondersteuning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de toegekende huishoudelijke ondersteuning.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het dagelijks bestuur terecht een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning heeft toegekend voor 4 uur per week. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.
Het dagelijks bestuur heeft met het primaire besluit van 27 augustus 2024 huishoudelijke ondersteuning aan eiseres toegekend voor 4 uur per week. Met het bestreden besluit van 7 januari 2025 heeft het dagelijks bestuur het primaire besluit in stand gelaten.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het dagelijks bestuur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft een nader stuk ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van partijen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft lichamelijke beperkingen, waardoor zij belemmeringen ervaart in de zelfredzaamheid. Eiseres heeft zich daarom bij het dagelijks bestuur gemeld voor ondersteuning op het gebied van huishoudelijke verzorging in het kader van de Wmo 2015. Met het besluit van 5 augustus 2024 is aan eiseres huishoudelijke ondersteuning toekend in de vorm van zorg in natura. Nadat is gebleken dat de zorgaanbieder niet alle taken uit het ondersteuningsplan kon volbrengen in de afgesproken tijd, heeft het dagelijks bestuur met het primaire besluit de indicatie voor huishoudelijke ondersteuning gewijzigd. Met het primaire besluit is aan eiseres vanaf 2 september 2024 tot en met 6 september 2026 huishoudelijke ondersteuning plus (HO plus) toegekend. Eiseres krijgt ondersteuning bij de volgende huishoudelijke taken:
Deze ondersteuning ontvangt eiseres van zorgaanbieder Actief zorg voor 4 uur per week. Daarnaast kan de ondersteuning worden aangevuld met een wasservice.
4. Met het bestreden besluit heeft het dagelijks bestuur het primaire besluit in stand gelaten. Aan het bestreden besluit heeft het dagelijks bestuur ten grondslag gelegd dat eiseres op basis van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 Met aanvullende instructie 2022 (het Normenkader) recht heeft op huishoudelijke ondersteuning voor 3 uur en 36 minuten per week. Gelet op de grootte van het appartement van eiseres is volgens het dagelijks bestuur 4 uur huishoudelijke ondersteuning per week nodig. Met deze indicatie kan volgens het dagelijks bestuur een schoon en leefbaar huis worden gerealiseerd. Eiseres krijgt hierbij geen ondersteuning voor broodmaaltijden, omdat deze zorg wordt verleend vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarnaast ontvangt zij ook geen ondersteuning voor warme maaltijden, de was en boodschappen omdat hiervoor algemeen gebruikelijke voorzieningen aanwezig zijn.
Standpunt eiseres
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat meer uren moeten worden geïndiceerd dan de 4 uur per week die is toegekend. Volgens eiseres moet ook het resultaat wasverzorging toegekend worden. Eiseres heeft een grote hoeveelheid was die ook gelijk gewassen moet worden, omdat zij last heeft van incontinentie. De wasservice volstaat niet, omdat om de drie dagen ophalen en wegbrengen van de was volgens eiseres te weinig is. Daarnaast wordt de was op dit moment niet gedaan door Actief zorg, maar door de dochter van eiseres en het is voor haar niet meer haalbaar om dit te blijven doen. Verder stelt eiseres zich op het standpunt dat zij in aanmerking komt voor ondersteuning bij de boodschappen. De door het dagelijks bestuur voorgestelde maaltijdservice is volgens eiseres namelijk niet passend, omdat de maaltijden van deze service niet voldoen aan de dieetwensen van eiseres. Daarnaast bezorgt deze maaltijdservice de maaltijden op vaste tijdstippen, terwijl eiseres in verband met afspraken met behandelaren niet elke dag op hetzelfde tijdstip thuis kan zijn. Verder stelt eiseres dat zij in aanmerking komt voor broodmaaltijden. Volgens eiseres vallen de broodmaaltijden niet onder de thuiszorg maar onder de Wmo. Volgens het Normenkader is er ruimte voor 20 minuten per dag om in twee broodmaaltijden te kunnen voorzien. Indien er geen maaltijden geïndiceerd worden, dient volgens eiseres apart afwas geïndiceerd te worden aangezien de afwas buiten de basismodule valt.
Beoordeling door de rechtbank
6. De rechtbank constateert dat de toegekende tijd voor het resultaat schoon en leefbaar huis niet in geschil is. Het gaat in deze zaak om de vraag of het dagelijks bestuur terecht geen indicatie heeft afgegeven voor de resultaten wasverzorging, broodmaaltijden en maaltijdservices.
7. Op grond van artikel 2.3.5 van de Wmo 2015 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
8. Artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 definieert de algemene voorziening als een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) kan een dergelijke algemene voorziening in plaats van een maatwerkvoorziening worden verstrekt als deze daadwerkelijk beschikbaar is, adequate compensatie biedt en door de gebruiker financieel kan worden gedragen.
Wasverzorging
9. De rechtbank is van oordeel dat de door het dagelijks bestuur toegekende externe wasservice een algemene voorziening is die voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden. De voorziening is voor eiseres toegankelijk en zij is geen bijdrage verschuldigd voor deze voorziening. De was wordt bij de wasservice in een zak opgehaald, anoniem verwerkt en binnen drie werkdagen teruggebracht. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat de aangeboden voorziening gezien haar specifieke problematiek niet adequaat is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres in eerste instantie gebruik kan maken van incontinentiemateriaal. Het is niet gebleken dat de incontinentie van eiseres tot zodanig extra veel was leidt dat dit niet kan worden opgevangen met de wasservice. Zoals het dagelijks bestuur ook tijdens de zitting heeft toegelicht bleek uit navraag bij Actief Zorg dat de hulp één keer per week het bed verschoonde. Ook volgt uit de bijlage bij het samen met eiseres opgestelde ondersteuningsplan Huishoudelijke Ondersteuning (+) Drechtsteden van 14 april 2024 dat kleding en linnengoed twee keer per week gewassen wordt. Uit de door eiseres aangeleverde verklaring van Mediq volgt weliswaar dat zij gebruik maakt van incontinentiemateriaal, hieruit blijkt verder niet dat door de incontinentie sprake is van extra veel was. Uit de stukken blijkt ook niet dat eiseres geen gebruik zou kunnen maken van de wasservice als algemene voorziening. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het dagelijks bestuur voor het klaarzetten van de was en het opbergen van de was 15 minuten per week aanvullende wasverzorging als maatwerkvoorziening heeft verstrekt. In combinatie met de inzet van de wasservice is hiermee op grond van de objectieve informatie die ten tijde van het bestreden besluit beschikbaar was, een adequate voorziening voor de wasverzorging toegekend. Eiseres heeft na het bestreden besluit navraag gedaan bij het bedrijf dat de wasservice verstrekt en wijst als gevolg daarvan op enkele voor haar praktische bezwaren, daaruit blijkt echter niet dat de wasservice niet kan worden aangemerkt als algemene voorziening.
Maaltijdservices
10. Eiseres heeft in het beroepschrift aangevoerd dat ook tijd geïndiceerd moet worden voor de boodschappen. Gelet op de toelichting in het beroepschrift en tijdens de zitting gaat de rechtbank ervan uit dat hiermee wordt bedoeld dat extra tijd geïndiceerd moet worden, omdat eiseres geen gebruik kan maken van maaltijdservices. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat het dagelijks bestuur onvoldoende heeft onderzocht of ook daadwerkelijk passende maaltijdservices voor haar beschikbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat het dagelijks bestuur op basis van de ten tijde van het bestreden besluit beschikbare informatie heeft kunnen volstaan met het door hem gedane onderzoek. Ondanks het feit dat niet is gebleken dat een FOD-map dieet noodzakelijk is voor eiseres, heeft het dagelijks bestuur wel verschillende maaltijdservices online geraadpleegd en geconcludeerd dat ook maaltijden die passen in het FOD-map dieet aan huis bezorgd kunnen worden. Het later door eiseres uitgevoerde onderzoek maakt dit niet anders. De praktische bezwaren van eiseres tegen de beschikbare maaltijdservices, leiden niet tot het oordeel dat deze services niet adequaat zouden zijn. Zo volgt de rechtbank eiseres niet in de stelling dat deze maaltijdservices niet voldoen, omdat zij vanwege (medische) afspraken niet op tijd thuis kan zijn om de maaltijden in ontvangst te nemen. Daarnaast is niet onderbouwd dat de financiële situatie van eiseres van dien aard is dat het gebruik van een maaltijdservice niet door haar gedragen zou kunnen worden.
Broodmaaltijden
11. Eiser heeft tot slot aangevoerd dat de verzorging van de broodmaaltijden niet onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) valt, maar onder de Wmo 2015 en dat daarom tijd hiervoor geïndiceerd dient te worden. Deze stelling heeft eiseres echter niet nader onderbouwd. Uit het onderzoeksverslag blijkt dat het dagelijks bestuur voor zijn beoordeling in overleg is getreden met het wijkteam en dat uit dat overleg kennelijk niet naar voren is gekomen dat de broodmaaltijden vanuit de Zvw verzorgd zouden moeten worden. De rechtbank acht het ook van belang dat uit het onderzoeksverslag blijkt dat de thuiszorg in de ochtend het ontbijt verzorgt en tussen de middag de broodmaaltijd. Dit wordt ook niet door eiseres betwist. Zelfs als de thuiszorgorganisatie niet verplicht is om de broodmaaltijden te verzorgen, doet zij dit feitelijk wel. Dit betekent dat het dagelijks bestuur terecht heeft geoordeeld dat er geen noodzaak is voor een indicatie op het gebied van het bereiden van broodmaaltijden op grond van de Wmo 2015.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.