ECLI:NL:RBROT:2026:3469

ECLI:NL:RBROT:2026:3469

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer ROT 25/924
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Alcoholwet. Beroep ongegrond. Verwijderen van eiser als leidinggevende op de vergunning. Alles bij elkaar bezien heeft de burgmeester naar oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval kunnen besluiten tot het schrappen van eiser als leidinggevende van de Alcoholwetvergunnig in plaats van het intrekken van deze vergunning. De burgemeester heeft hiermee recht gedaan aan de situatie en tegelijkertijd in lijn met de bedoelingen van de Alcoholwet gehandeld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit Vlaardingen, eiser

de burgemeester van de gemeente Rotterdam, de burgemeester

Samenvatting

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/924

(gemachtigde: mr. F. Özer),

en

(gemachtigden: mr. R. Duivenvoorde en [naam 1] ).

Deze uitspraak gaat over het verwijderen van eiser als leidinggevende op de Alcoholwetvergunning van [naam 2] , als ondernemer van de eenmanszaak [naam eenmanszaak] (de slijterij). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het bestreden besluit in stand kan blijven.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. De burgemeester heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser van slecht levensgedrag is en de burgemeester heeft daaraan het gevolg van het schrappen van eiser als leidinggevende op de Alcolholwetvergunning mogen verbinden. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Met het primaire besluit van 24 juni 2024 heeft de burgemeester eiser verwijderd als leidinggevende van de Alcoholwetvergunning. Met het bestreden besluit van 17 december 2024 op het bezwaar van eiser is de burgemeester bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn zoon, [naam 2] en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiser staat sinds 7 november 2019 als leidinggevende bijgeschreven op de Drank- en Horecawetvergunning (thans: Alcoholwet) van de onderneming. De zoon van eiser is de exploitant en eigenaar van de onderneming.

Op 4 juli 2023 is er bij de politie een melding binnengekomen over een bedreiging van medewerkers van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) door eiser in zijn hoedanigheid van leidinggevende van de slijterij. De politie heeft de melding onderzocht en de bevindingen vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 28 september 2023.

Op 16 april 2024 is aangifte tegen eiser gedaan van bedreiging en mishandeling op 6 respectievelijk 14 april in de slijterij. De politie heeft de aangifte in behandeling genomen en de bevindingen vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 3 mei 2024.

Op 27 mei 2024 heeft de burgemeester het voornemen uitgebracht eiser te verwijderen van de Alcoholwetvergunning. Ter onderbouwing is verwezen naar de bestuurlijke rapportages van 3 mei 2024 en 28 september 2023 en de hierin opgenomen incidenten van belediging, mishandeling en bedreiging. De burgemeester is van mening dat eiser, gelet op deze incidenten, van slecht levensgedrag is.

Eiser heeft op 7 juni 2024 zijn zienswijze uitgebracht.

Vervolgens heeft de burgemeester het primaire besluit genomen. De zienswijze van eiser heeft de burgemeester niet tot een andere conclusie geleidt. Het beledigen en bedreigen door eiser levert een gevaar op voor de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Eiser heeft als leidinggevende een verantwoordelijke rol in de slijterij en dient vanuit deze verantwoordelijkheid er zorg voor te dragen dat er in en rondom de slijterij geen activiteiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de openbare orde dan wel kunnen leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de slijterij. Door de manier waarop eiser zich heeft opgesteld is hij hierin ernstig tekortgeschoten. Volgens de burgemeester is sprake van slecht levensgedrag wat de verwijdering van eiser van de Alcoholwetvergunning rechtvaardigt.

Met het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

Het toetsingskader

Uit artikel 31, eerste lid onder b in samenhang gelezen met artikel 8, eerste lid onder b van de Alcoholwet volgt dat de burgemeester de vergunning intrekt indien een leidinggevende van het slijtersbedrijf in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Dit is een dwingende intrekkingsgrond. Dat betekent dat de burgemeester geen beleidsruimte heeft om een belangenafweging te maken. Voor beantwoording van de vraag of al dan niet sprake is van in enig opzicht slecht levensgedrag heeft de burgemeester wel beoordelingsvrijheid.

Is eiser in enig opzicht van slecht levensgedrag?

4. Eiser voert aan dat de burgemeester ten onrechte stelt dat hij van slecht levensgedrag is. Eiser betwist de gedragingen die de burgemeester hieraan ten grondslag heeft gelegd niet, maar meent dat hieruit niet volgt dat hij van slecht levensgedrag is, met name omdat deze gedragingen zich in de familiaire sfeer afspeelden.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiser in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De burgemeester heeft zich hiervoor kunnen baseren op de gedragingen van eiser op 4 juli 2023, 6 april 2024 en 16 april 2024. Eiser weerspreekt niet dat hij op 4 juli 2023 een medewerker van de NVWA heeft beledigd en zich agressief heeft opgesteld. Zijn betoog dat de situatie wellicht niet zou zijn geëscaleerd als eiser eerst de aanwezige klant had kunnen helpen, maakt niet dat de burgemeester geen of minder waarde aan dit incident heeft mogen toekennen. Van eiser, als leidinggevende in de slijterij, mag verwacht worden dat hij zich weet te beheersen en meewerkend opstelt, juist als er (andere) klanten in de slijterij aanwezig zijn. Eiser betwist evenmin dat hij zich bij het tweede en derde incident agressief heeft gedragen. Uit de bestuurlijke rapportage van 3 mei 2024 valt bovendien op te maken dat eiser bij het tweede incident een mes in de hand had en op zijn zoon richtte en dat hij bij het derde incident zijn zoon fysiek heeft aangevallen. De Officier van Justitie heeft eiser ook een gedragsaanwijzing opgelegd, bestaande uit een gebieds- en contactverbod voor een bepaalde tijd. Ook is eiser, zo begrijpt de rechtbank, veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf. De burgemeester heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat voornoemde incidenten een patroon laten zien en dat dit afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van eiser als leidinggevende. Binnen een periode van 1 jaar hebben alle drie de incidenten plaatsgevonden in de slijterij, zichtbaar en in de nabijheid van (eventuele) klanten. Het is aan eiser als leidinggevende om de openbare orde en veiligheid in de slijterij en de directe omgeving daarvan te waarborgen. Zijn gedrag laat zien dat hij dit niet dan wel onvoldoende doet.

De omstandigheid dat de aanleiding van het tweede en derde incident gelegen is in de privésfeer, wat hier ook van zij, doet aan het voorgaande niet af.

Is de burgemeester bevoegd eiser van de vergunning te verwijderen?

5. Eiser voert aan dat de burgemeester niet bevoegd is om een leidinggevende van de vergunning te verwijderen.

De rechtbank stelt vast dat de Alcoholwet een wet in formele zin is en dat

artikel 31 van de Alcoholwet enkel ziet op het intrekken van de vergunning en niet op het verwijderen van een leidinggevende van de vergunning. De alcoholwet kent ook geen andere bepaling die daartoe strekt.

Omdat de burgemeester verplicht is de vergunning in te trekken in het geval dat een leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is, staat het de burgemeester niet vrij om een belangenafweging te maken. Artikel 31 van de Alcoholwet kan niet getoetst worden aan artikel 3:4, tweede lid van de Awb. In beginsel kan de wetsbepaling evenmin getoetst worden aan het (ongeschreven) evenredigheidsbeginsel omdat het toetsingsverbod uit artikel 120 van de Grondwet hieraan in de weg staat. Dit neemt niet weg dat het de rechter vrijstaat om in bepaalde (groepen van) gevallen een wetsbepaling buiten toepassing te laten op de grond dat toepassing van die bepaling in verband met daarin niet verdisconteerde omstandigheden in strijd zou komen met een fundamenteel rechtsbeginsel, de zogenaamde contra-legem toepassing. Het moet dan gaan om bijzondere omstandigheden die niet of niet ten volle zijn verdisconteerd in de afweging van de wetgever en die niet verdisconteerde bijzondere omstandigheden de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd doen zijn met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven.

De rechtbank wijst erop dat een strikte hantering van de wet had geresulteerd in het intrekken van de Alcholwetvergunning. Zoals namens de burgemeester ook ter zitting is uitgelegd had de eigenaar/exploitant vervolgens een nieuwe aanvraag voor een Alcolholwetvergunning kunnen indienen. Deze vergunning zou dan waarschijnlijk zijn verleend, maar zonder het bijschrijven van eiser als leidinggevende op de vergunning. Het eindresultaat bij strikte naleving van de regelgeving zou dus hetzelfde zijn geweest als de burgemeester nu heeft bewerkstelligd. Daarmee zou echter meer tijd en vermoedelijk ook kosten zijn gemoeid. In dit verband is ook van belang dat het intrekken van de vergunning niet alleen eiser benadeeld, maar met name zijn zoon als eigenaar/exploitant van de slijterij. Omdat de eigenaar/exploitant van de slijterij geen enkel verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de eiser tegengeworpen gedragingen, sterker nog hij was zelfs het slachtoffer bij twee van deze gedragingen, is de rechtbank met de burgemeester van oordeel dat het intrekken van de Alcoholvergunning onevenredig zou uitpakken ten opzichte van de eigenaar/exploitant van de slijterij. Alles bij elkaar bezien heeft de burgmeester naar oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval kunnen besluiten tot het schrappen van eiser als leidinggevende van de Alcoholwetvergunnig in plaats van het intrekken van deze vergunning. De burgemeester heeft hiermee recht gedaan aan de situatie en tegelijkertijd in lijn met de bedoelingen van de Alcoholwet gehandeld. Dat eiser nooit formeel gewaarschuwd is, maakt dit niet anders.

Is het bestreden besluit proportioneel?

6. Eiser voert aan dat de burgemeester ten onrechte geen termijn heeft verbonden aan het schrappen van hem van de Alcoholwetvergunning. Dat maakt dat sprake is van een schrapping voor onbepaalde termijn, hetgeen buitenproportioneel is.

Naar oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester geen termijn hoeven verbinden aan het schrappen van eiser als leidinggevende op de Alcoholwetvergunning. Eiser kan te allen tijde een nieuwe aanvraag indienen om te worden bijgeschreven op een vergunning dan wel voor een eigen vergunning. Bij de beoordeling van die aanvraag zal vervolgens opnieuw bekeken worden of eiser al dan niet van slecht levensgedrag is. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt niet dat daarbij een terugkijktermijn moet worden gehanteerd. Bij de beoordeling van het levensgedrag moet wel rekening gehouden worden met het tijdsverloop van gedragingen. Het tijdsverloop wordt bekeken in het licht van de aard en ernst van de feiten en de hoogte van een eventueel opgelegde straf. Hoewel niet bij voorbaat kan worden aangegeven wanneer eiser weer op een Alcoholwetvergunning kan worden (bij)geschreven, is van een uitzichtloze situatie voor eiser geen sprake.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026.

Rechter is verhinderd te tekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Kleijn

Griffier

  • mr. L. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?