Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-661185-09
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem.
1. Inleiding
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 februari 2012 is de terbeschikkingstelling van [veroordeelde] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van brandstichting. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 20 februari 2012.
Bij beslissing van deze rechtbank van 20 maart 2015 is bevolen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze beslissing op 13 augustus 2015 bevestigd.
Bij beslissing van deze rechtbank van 17 februari 2025 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 15 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden. De vordering is op de openbare terechtzitting van 24 februari 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E. ter Braak, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsvrouw, en de deskundige [persoon A] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 16 december 2025, de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De ter beschikking gestelde is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en stoornissen in het gebruik van cocaïne, cannabis en alcohol. Het recidiverisico wordt bij beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog ingeschat. De ter beschikking gesteld is op 21 oktober 2025 overgeplaatst naar Pameijer. Op 9 december 2025 heeft hij daar, vermoedelijk in een drugspsychose, spullen vernield en waterschade veroorzaakt. Naar aanleiding daarvan is de ter beschikking gestelde weer teruggeplaatst naar de instelling, waar hij tot op heden verblijft. Hij mag sindsdien geen verloven meer praktiseren. Wanneer er een terugval- en incidentenanalyse heeft plaatsgevonden zal het resocialisatietraject worden herzien. Daarbij wordt momenteel gedacht aan een longcare voorziening of een nieuwe behandelpoging in een ander FPC. Gezien de stagnatie in zijn behandeling neemt dit proces nog minimaal twee jaar in beslag.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon A] heeft haar advies op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat er op dit moment nog een terugvalanalyse en neuropsychologisch onderzoek worden uitgevoerd. De resocialisatiepogingen zijn tot nu toe niet goed verlopen, waarschijnlijk omdat de ter beschikking gestelde daarbij werd overvraagd. Er zal nu waarschijnlijk worden toegewerkt naar plaatsing bij een longcare voorziening. De verwachting is dat het traject nog langere tijd zal duren.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar. Daartoe is aangevoerd dat er meerdere dingen zijn misgegaan, zowel aan de kant van de ter beschikking gestelde als aan de kant van de kliniek. Gelet op de proportionaliteit van de maatregel, de motivatie van de ter beschikking gestelde en om een vinger aan de pols te houden met betrekking tot het vervolgtraject, wordt verzocht de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.
5. Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Er zijn de afgelopen jaren diverse pogingen ondernomen tot het zetten van verdere stappen in de resocialisatie van de ter beschikking gestelde. Na een hernieuwde poging daartoe is de ter beschikking gestelde na een terugval in middelengebruik recent opnieuw teruggeplaatst in de instelling.
Hoewel het mogelijk is dat in de aanloop naar dit incident signalen zijn gemist, is het een feit dat zich een heftig incident heeft voorgedaan, waardoor de ter beschikking gestelde een stap terug heeft gezet in zijn behandeling. Het is vaste jurisprudentie dat een terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de verdere behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde in het kader van de terbeschikkingstelling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. Er is in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Uit het advies van de instelling volgt dat er toegewerkt zal worden naar overplaatsing naar een longcare voorziening. De ter beschikking gestelde moet nog veel stappen doorlopen voordat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging in zicht komt. De verwachting is dat dit traject nog meerdere jaren zal duren. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaar verlengd.
De verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is niet disproportioneel. De duur en zwaarte van de te verlengen terbeschikkingstelling staan in verhouding tot de aard van de stoornis en de kans op herhaling van strafbaar gedrag door de ter beschikking gestelde.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor een of meer personen.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mr. L. Stevens en mr. E. Stam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.