Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-741300-17
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
raadsman mr. S. Weening, advocaat te Maastricht.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 25 april 2019 is de terbeschikkingstelling van [veroordeelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 2 februari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 19 februari 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 15 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 februari 2024 behandeld. De officier van justitie mr. E. ter Braak, de ter beschikking gestelde (op eigen verzoek via video-verbinding), bijgestaan door de raadsman en de deskundige [persoon A] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 15 december 2025, de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De ter beschikking gestelde is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, een recidiverende depressieve stoornis en stoornissen in cannabisgebruik en alcoholgebruik. Daarnaast is er sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Het recidiverisico wordt bij beëindiging van de terbeschikkingstelling als matig/hoog ingeschat. In de periode tussen september 2024 en januari 2025 is de ter beschikking gestelde teruggevallen in cannabisgebruik. Sindsdien werkt hij twee keer per week mee aan urineonderzoeken en heeft hij cognitieve gedragstherapie gericht op het bewerkstelligen van abstinentie gevolgd. In mei 2025 is de ter beschikking gestelde met transmuraal verlof overgeplaatst naar een afdeling met beveiligingsniveau 2. Zijn verlofmogelijkheden zijn naar aanleiding van signalen van mogelijke handel in verdovende middelen ingetrokken. Op het moment dat er een herzien en passend risicomanagementplan is vastgesteld zal opnieuw worden toegewerkt naar begeleid en onbegeleid verlof buiten de kliniek. Ingeschat wordt dat de ter beschikking gestelde in de toekomst baat zal blijven hebben bij ondersteuning en toezicht op abstinentie van alcohol en drugs, hetgeen naar verwachting uiteindelijk binnen een beschermde woonvorm vormgegeven kan worden. De verwachting is dat het behandel- en resocialisatietraject nog minstens twee jaar nodig heeft.
Advies psychiater
Psychiater [persoon B] adviseert in het rapport, gedateerd 2 december 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De conclusies van de psychiater komen overeen met die van de instelling en die van de psycholoog.
Advies psycholoog
Psycholoog [persoon C] adviseert in het rapport, gedateerd 1 december 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De conclusies van de psycholoog komen overeen met die van de instelling en die van de psychiater.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon A] heeft haar advies op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de incidentenanalyse inmiddels is afgerond en dat de ter beschikking gestelde openheid van zaken heeft gegeven. Het risicomanagement is aangescherpt en er is een aanvraag voor begeleid verlof ingediend.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling.
5. Beoordeling
Op grond van de adviezen van de instelling, de psychiater en de psycholoog en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De ter beschikking gestelde heeft door een terugval in cannabisgebruik en signalen van mogelijke handel in verdovende middelen een aantal stappen terug moeten doen in het resocialisatieproces. De komende periode zal opnieuw worden toegewerkt naar de uitstroom van de ter beschikking gestelde, waarbij de eerste stap zal zijn de begeleide en onbegeleide verloven te hervatten. De verwachting is dat dit traject nog ten minste twee jaar in beslag zal nemen.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren;
Deze beslissing is genomen door mr. J. de Lange, voorzitter,
en mr. L. Stevens en mr. E. Stam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.