ECLI:NL:RBROT:2026:3511

ECLI:NL:RBROT:2026:3511

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer 10-110077-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Op de zitting stond ter discussie of de verdachte tijdens een burenruzie als gevolg van overlast die veroorzaakt werd met scooters slachtoffer heeft geprobeerd te doden met een mes. Zo dit laatste door de rechtbank zou worden vastgesteld stond verder ter discussie of daarbij sprake was van zelfverdediging (noodweer). De rechtbank oordeelt dat zij niet met voldoende mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte degene is geweest die slachtoffer heeft gestoken, legt uit waarom en spreekt de verdachte integraal vrij van de beschuldiging. Aan de verdere discussie komt zij daarom niet toe.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-110077-25

Datum uitspraak: 11 februari 2026

Datum zitting: 4 februari 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats]

zonder vaste woon- of verblijfplaats

Advocaat van de verdachte: mr. L. van der Schee

Officier van justitie: mr. K. Broere

Benadeelde partijen: [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

Advocaat van de benadeelde partijen: mr. R. van der Leij

Kern van het vonnis

Op de zitting stond ter discussie of de verdachte tijdens een burenruzie als gevolg van overlast die veroorzaakt werd met scooters [slachtoffer] heeft geprobeerd te doden met een mes. Zo dit laatste door de rechtbank zou worden vastgesteld stond verder ter discussie of daarbij sprake was van zelfverdediging (noodweer). De rechtbank oordeelt dat zij niet met voldoende mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte degene is geweest die [slachtoffer] heeft gestoken, legt uit waarom en spreekt de verdachte integraal vrij van de beschuldiging. Aan de verdere discussie komt zij daarom niet toe.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij heeft geprobeerd om [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) te doden door hem in het bovenlichaam te steken met een mes.

De volledige tenlastelegging (de beschuldiging) houdt in dat

hij op of omstreeks 8 april 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp die [slachtoffer] in het bovenlichaam en/of de romp heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het (impliciet primair) tenlastegelegde feit. Op grond van de aangifte van het slachtoffer, dat heeft verklaard dat dat hij zag dat de verdachte met zijn rechterarm hard naar hem toekwam en zijn jas hoorde scheuren, de verklaring van de getuige [getuige 1] , die heeft verklaard dat hij zag dat de verdachte het slachtoffer in zijn borst stak en de getuige [getuige 2] , die heeft verklaard dat hij het slachtoffer hoorde roepen dat hij gestoken is, nadat het slachtoffer door de bosjes naar de verdachte toe was gegaan, kan het niet anders zijn dan dat de verdachte het slachtoffer heeft gestoken. Daarbij blijkt uit verklaringen van andere getuigen, die het steken niet hebben waargenomen, dat op het moment van het steken alleen het slachtoffer en de verdachte bij elkaar in de buurt stonden. Het slachtoffer is - vermoedelijk met een mes - gestoken aan de linkerzijde van de borstkas, ongeveer 5 centimeter onder de linkerborst. Het slachtoffer heeft een klaplong opgelopen. Het met een mes op deze wijze, met kracht in een voorwaartse beweging, op die plek in de borstkas steken, levert zonder meer de aanmerkelijke kans op de dood op, welke kans de verdachte ook heeft aanvaard. Van contra-indicaties voor dit laatste is niet gebleken.

Omdat de rechtbank ambtshalve moet beoordelen of sprake is van een strafuitsluitingsgrond, wordt, hoewel de verdachte ontkent te hebben gestoken en er vooralsnog geen beroep op noodweer is gedaan, daar kort op ingegaan. De verdachte kan zich niet succesvol beroepen op noodweer. De verdediging was niet noodzakelijk, de verdachte had kunnen weglopen en de reactie van de verdachte was disproportioneel. Het slachtoffer was op het moment van steken de enige die de verdachte belaagde, het slachtoffer duwde hem alleen en het slachtoffer was ongewapend.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer (geboren op [geboortedatum 2] 2007) op 8 april 2025 in Spijkenisse een steekverwonding heeft opgelopen tijdens een ruzie, voor de woning van de verdachte aan het [adres] , waarbij hij en een aantal anderen, waaronder ook de verdachte, betrokken waren. De verwonding is fotografisch vastgelegd door de politie. Op de foto’s is een verwonding in de linker ribbenkast te zien. Het slachtoffer heeft in zijn aangifte verklaard dat hij hierdoor een klaplong heeft opgelopen, wat wordt bevestigd door de FARR-verklaring van 3 juni 2025.

Voorts stelt de rechtbank vast dat de opmaat naar voornoemde ruzie lag in de interactie tussen de getuige [getuige 2] (de tweelingbroer van het slachtoffer) en de verdachte. Eerstgenoemde was omstreeks 22:05 uur over het fietspad langs het Scherpgras aan het rijden met zijn scooter. Naar eigen zeggen van deze getuige maakt die scooter “best wel wat herrie” en “snapt” hij “dat dit vervelend kan zijn voor anderen”. De verdachte had thuis onder meer twee slapende jonge kinderen. Naast getuige [getuige 2] reed daar ook de getuige [getuige 3] op een scooter. Het slachtoffer en de getuige [getuige 1] bevonden zich ook in de nabije omgeving.

De rechtbank stelt verder vast dat de verdachte de getuige [getuige 2] op enig moment bij zijn scooterhelm heeft vastgepakt en vastgehouden. Het slachtoffer is hierop naar hen toegerend en de getuigen [getuige 3] en [getuige 1] kwamen daar eveneens op af. Er ontstond vervolgens een discussie tussen de getuigen, het slachtoffer en de verdachte. Eerstgenoemden meenden dat de verdachte de getuige [getuige 2] had mishandeld. Het slachtoffer heeft hierover zijn moeder, [persoon A] , opgebeld en aan haar gezegd dat ze naar buiten moest komen.

De rechtbank stelt vast dat de discussie tussen deze vijf luid verloopt en de aandacht trekt van meerdere bewoners van de woningen aan het Scherpgras. Een onbekend gebleven bewoonster maakt hierom een melding bij de politie. Zij heeft het daarin onder andere over jongeren met een scooter die daarmee constant hun overbuurman lopen uit te dagen en dat zij ze heeft horen gillen “van hij heeft een mes”, wat desgevraagd gezegd zou zijn door de jongeren en desgevraagd dat één van de jongeren een mes zou hebben. De meldster heeft dit alleen heeft horen roepen en heeft dit niet gezien. De getuige [getuige 4] gaat naar buiten om wat te zeggen van de overlast en ook om de verdachte te ondersteunen. De groep werd luidruchtiger en liet zich niet tot de orde roepen. De verdachte wilde weggaan, maar het slachtoffer zei dat hij moest blijven om met zijn ouders te praten.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte desondanks samen met de getuige [getuige 4] is weggelopen in de richting van de woning van de verdachte. De groep verplaatste zich volgens de getuige [getuige 4] ook naar de voordeur van de woning van de verdachte. Wanneer de verdachte en de getuige [getuige 4] voor de deur van de woning staan, komt de moeder van het slachtoffer, [persoon A] , daar naartoe gelopen. Zij is vervolgens ook verbaal aanwezig tegen de verdachte en had een staaf of een buis in haar hand, die zij achter haar rug hield. De echtgenote van de verdachte, [persoon B] , komt vervolgens naar buiten toe. De getuige [getuige 2] , echtgenoot van [persoon A] , tevens de vader van het slachtoffer, is inmiddels ook ter plaatse aanbeland.

Het gros van de getuigen voornoemd verklaart dat [persoon A] de verdachte hierop als eerste met haar hand slaat, wat zijzelf ontkent te hebben gedaan.

De verklaringen van voornoemde personen lopen hierna uiteen als het gaat om het antwoord op de vraag wat er tijdens de ruzie verder is voorgevallen, in welke volgorde wat gebeurde en waar eenieder die zich niet onbetuigd liet stond. Wat door voornoemde personen zelf is waargenomen of later mogelijk door hen is ingevuld, al dan niet aan de hand van door anderen verkregen informatie, is evenmin telkens duidelijk.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de verdachte is geweest die de steekverwonding heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Er zijn drie getuigen die belastend verklaren over het steken met een mes in het lichaam van slachtoffer door de verdachte. De rechtbank zet hun verklaringen hieronder op een rij:

1. Het slachtoffer [slachtoffer] heeft in zijn aangifte verklaard:

“A: (…) Toen haalde hij uit. Ik zag dat hij zijn rechterarm naar achter deed en ik dacht dat hij mij ging slaan. Ik zag toen dat hij heel hard met zijn rechterarm naar mij toe kwam. Ik hoorde dat er een scheur in mijn jas kwam. Ik voelde op dat moment nog niets. Daarna, toen hij zijn arm terug trok, zag ik dat hij een mes in zijn hand had. Ik zag dat het mes ongeveer 10 centimeter lang was en de hoogte/breedte was ongeveer 3 centimeter. Ik zag dat het lemmet een zilveren glans had. Ik gaf hem toen een duw en sprong gelijk naar achter want ik werd bang van het mes. Ik wilde zo ver mogelijk van het mes af zijn en liep naar mijn broer. Toen voelde ik het bloed stromen en wist ik dat ik gestoken was. (…)

V: En waar stond jouw moeder op het moment dat jij werd gestoken?

A: Zij stond vlak achter mij.

V: En jouw broer?

A: Ik weet niet precies wat hij heeft gedaan of heeft gestaan. (...)

V: En je vader?

A: Die stond iets verder, hij stond namelijk eerst naar mijn moeder te kijken. Op het moment dat ik werd gestoken stond hij volgens mij weer achter mijn moeder.

2. De getuige [getuige 1] heeft in zijn eerste verklaring verklaard:

V: Met wie stonden zij? Die ouders, [naam 1] en wie nog meer?

A: De buurman van de dader die stond er ook bij (…) [naam 1] stond bij zijn vader. De moeder stond tegen de dader te praten. Toen kwam ze heel dichtbij. Toen zei hij iets waardoor die moeder de dader heeft geslagen. (…)

V: En toen?

Toen sloeg de dader tegen het gezicht van de moeder van [naam 1] . Toen werd het vechten. Toen zag ik dat [naam 1] op de dader sprong. Toen werd [naam 1] gestoken.

V: Hoe wist je dat [naam 1] gestoken werd?

Ik zag dat de dader een voorwerp in zijn hand had en dat hij [naam 1] raakte met een beweging. Ik wist niet zeker dat hij echt gestoken had omdat [naam 1] een jas aanhad.

V: op welke afstand stond je toen je dit zag gebeuren?

Op 2 meter. Ter hoogte van het huis van de dader.

Hoe zag het mes eruit?

A: Een zilver keukenmes van Jumbo maar dan een stuk kleiner. Ik denk 15 tot 20 cm.

De getuige [getuige 1] heeft in zijn tweede verklaring verklaard:

V: (…)

- (…) Ik zag dat [naam 1] op dat moment over de bosjes sprong. Hij pakte de dader en trok hem naar achteren [naam 1] stond daarna voor de dader en werd [naam 1] gestoken. Ik zag dat de dader een mes in zijn rechterhand had. Ik zag dat de dader [naam 1] bij zijn ribben stak. (…)

V: Je zeg ik zag toen dat de man [naam 1] gestoken heeft in zijn borst. Later zeg jij dat de verdachte een voorwerp in zijn handen had en [naam 1] raakte in een beweging. Het komt op ons over dat je daar niet helemaal zeker van bent. Hoe zit dat.

- Ik zag dat de dader een mes pakte uit zijn jaszak. Ik zag dat hij een beweging met zijn rechterhand, van achter naar voren maakte en vervolgens zag ik dat [naam 1] onder zijn borst werd gestoken. Ik zag dat de dader na het steken, het mes terug trok en omhoog hield.

3. De getuige P. [slachtoffer] heeft verklaard:

Hierna zag ik zag ik dat de buurman van nummer [huisnummer X] en [naam 2] ineens uit elkaar stapten, ze stonden toen zo’n anderhalve meter van elkaar af. (…)

Ik zag dat [naam 1] over de heg heen sprong en hij pakte die buurman van nummer [huisnummer X] beet omdat deze zijn moeder aanviel. Volgens mij pakte [naam 1] de buurman van [huisnummer X] vast bij zijn bovenarmen. Ik hoorde [naam 1] zeggen ‘je gaat toch niet mijn moeder aanvallen’. Ik zag dat de buurman niks terug zei en niks terug deed in de richting van [naam 1] . Ik ging ervan uit dat [naam 1] de buurman weg had geduwd.

Ik wilde ook gaan regeren (de rechtbank begrijpt: reageren) en me ermee bemoeien en zag toen dat de buurman van nummer [huisnummer X] een mes had in zijn jaszak van zijn donkere jas. Ik zag dat de buurman dit mes beet had in zijn linkerhand. Ik zei toen meteen verbaasd 'what the fuck, heb je nou gewoon een mes?'. Ik had voordat ik mes zag, niet door dat het al uit de hand was gelopen. (...) Ik keek toen om naar [naam 1] en zag dat [naam 1] gestoken was in zijn zij. Ik hoorde [naam 1] zeggen 'ik ben gestoken' en ik zag dat zijn witte shirt onder het bloed zat. Ik zag dat de buurman van [huisnummer X] achteruit wegliep en dat hij het mes met zijn linkerhand wegstopte in zijn linker jaszak. (...)

U vraagt mij of ik het mes kan beschrijven wat de buurman van nummer [huisnummer X] vast had?

Het leek een soort keukenmes, het leek alsof er op het lemmet van het mes een soort versiering/ bewerking zat. Ik schat het lemmet zo'n 15 centimeter lang. Ik kan niet zeggen hoe het heft van het mes eruit zag, hier zat de hand omheen van de buurman waardoor ik alleen het lemmet heb kunnen zien.

Tegenover deze belastende verklaringen, waarbij voor de getuige [getuige 1] geldt dat hij in tweede instantie een meer stellige en meer belastende verklaring heeft afgelegd, staan de volgende ontlastende verklaringen dan wel onderzoeksbevindingen.

De verdachte heeft ontkend het slachtoffer te hebben verwond. Hij heeft verklaard dat hij toen en daar geen mes bij zich heeft gehad. In zijn verhoren heeft hij vrijelijk verklaard over de gang van zaken op de bewust avond, welke verklaringen op de hoofdlijnen bevestiging vinden in voornoemde melding bij de politie en de verklaringen van de getuige [getuige 4] . De verdachte heeft daarbij uitgelegd waarom hij is weggerend bij de ruzie voor zijn woning, nadat hij naar zijn echtgenote vanwege de gewelddadigheden had geroepen naar binnen te gaan en dat hij terwijl hij zich al uit de voeten maakte, hoorde roepen dat iemand was gestoken. Hij heeft verklaard naar zijn neef (die later [persoon C] bleek te zijn) te zijn gerend, die in de onmiddellijk omgeving woont en dat hij niet lang daarna weer terug is gegaan naar de plaats delict toen hij sirenes hoorde. Dit deel van zijn verklaring is door de neef tegenover de politie bevestigd. Dit strookt ook met het gegeven dat circa 10 minuten na de melding dat er bij een burenruzie was waarbij geroepen was dat iemand was gestoken, de verdachte op aanwijzen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 1] is aangehouden als verdachte. Desgevraagd door de politie bij zijn aanhouding had hij geen wapen om uit te leveren en bij zijn fouillering is geen steekwapen aangetroffen. Voorts heeft het politieonderzoek geen resultaat met betrekking tot het mes dat gebruikt zou zijn tegen het slachtoffer opgeleverd.

De jas die de verdachte op het moment van zijn aanhouding droeg (waarbij de rechtbank geen aanknopingspunten in het dossier heeft kunnen vinden voor een verwisseling daarvan) is onder hem in beslag genomen. Bij visueel onderzoek aan de jas met behulp van wit licht werden geen op bloed lijkende sporen waargenomen. De separate bemonstering van de binnenzijde van de linker en de binnenzijde van de rechter jaszak die aan een forensisch onderzoek naar biologische sporen met gebruikmaking van een presumptieve bloedtest zijn onderworpen, leverde geen indicatie op voor de aanwezigheid van bloed. Afgezet tegen de verklaring van getuige [getuige 2] , zoals hierboven weergegeven, is dat opvallend te noemen.

De bemonstering van het nagelvuil van de verdachte, dat onderzocht is op humaan biologisch celmateriaal, leverde bij een vergelijking met de profielen van de verdachte en van het slachtoffer als mogelijke donor van het DNA-profiel dat in de bemonstering is aangetroffen, vooralsnog alleen de verdachte als mogelijke donor van DNA op.

De rechtbank hecht eraan ook overigens twee punten op te werpen. Uit de verklaring van de getuige [getuige 5] volgt dat de politie in haar aanwezigheid heeft gesproken met de getuige [getuige 6] (niet zijnde de getuige [getuige 4] ), die ook aanwezig was bij de woning van de verdachte ten tijde van het steekincident. Naast het feit dat hiervan geen proces-verbaal is opgenomen in het dossier, verbaast het horen van getuigen in elkaars aanwezigheid. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat de getuigen [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] op 8 april 2025 tijdens het schonen van de woning door de politie tijdelijk bij elkaar zijn gezet, zodat zich gedurende enige tijd de mogelijkheid heeft voorgedaan om hun verklaringen op elkaar af te stemmen. Uit het einddossier volgt verder niet (goed) waarom de keuze is gemaakt bepaalde getuigen auditief te horen en anderen niet en evenmin waarom slechts aan twee getuigen die bij de ruzie voor de deur van de woning van de verdachte aanwezig waren, is verzocht om een situatieschets te maken. Ten tweede kan de rechtbank de opmerking van de verdediging onderschrijven dat het bevreemdt dat anderen die ter plaatse waren niet zijn gefouilleerd en direct door de politie als getuigen zijn beschouwd, terwijl er toch een ernstig handgemeen gaande was geweest, waarbij er ook aanwijzingen bestonden voor de omstandigheid dat de verdachte de onderliggende partij betrof.

Dit alles brengt met zich dat de rechtbank van oordeel is dat door haar niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die het mogelijke steekletsel aan het slachtoffer heeft toegebracht.

Dit maakt dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van de beschuldiging.

3. Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van de verdachte is bevolen en bij beslissing van 31 juli 2025 geschorst. De rechtbank heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 9 oktober 2025 opgeheven.

Gelet op het feit dat de verdachte zal worden vrijgesproken, zal het bevel tot voorlopige hechtenis worden opgeheven.

4. Vorderingen van de benadeelde partijen

Vorderingen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

Als benadeelde partij hebben zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] en [benadeelde 2] . [benadeelde 1] heeft als benadeelde partij € 3.964,30 als vergoeding voor materiële schade gevorderd en € 6.000,- als vergoeding voor immateriële schade.

[benadeelde 2] heeft als benadeelde partij € 485,25 als vergoeding voor materiële schade gevorderd en € 16.000,- als vergoeding voor immateriële schade.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partijen zullen in de vorderingen niet ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte integraal wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.

Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen.

5. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Vorderingen benadeelde partijen

verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen.

6. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.P. van de Beek, voorzitter,

en mrs. D. van der Sluis en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 11 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. van de Beek

Griffier

  • mr. L.C. Suiker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?