ECLI:NL:RBROT:2026:3529

ECLI:NL:RBROT:2026:3529

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer 10-085071-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte als (voormalig) leraar met twee (vroegere) leerlingen van 17 en 15 jaar oud, ontuchtige handelingen heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het seksueel binnendringen van de slachtoffers, voor het verwijt dat aangeefster [naam slachtoffer 1] tijdens de ontucht bij verminderd bewustzijn was en voor het bezit van kinder- en dierenporno. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met bijzondere voorwaarden. De bijzondere voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een beroepsverbod op voor vijf jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-085071-25

Datum uitspraak: 20 maart 2026

Datum zitting: 6 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats]

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres van de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. W.S.W. van der Donk

Officier van justitie: mr. K.P. Mandos

Benadeelde partijen: [benadeelde 1] en (ouders van) [slachtoffer 2]

Advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 1] : mr. P. Hogerbrugge

Advocaat van de benadeelde partij [benadeelde 2] : mr. I. Oosterveen.

Kern van het vonnis

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte als (voormalig) leraar met twee (vroegere) leerlingen van 17 en 15 jaar oud, ontuchtige handelingen heeft gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het seksueel binnendringen van de slachtoffers, voor het verwijt dat aangeefster [slachtoffer 1] tijdens de ontucht bij verminderd bewustzijn was en voor het bezit van kinder- en dierenporno. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met bijzondere voorwaarden. De bijzondere voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een beroepsverbod op voor vijf jaar.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – seksuele handelingen heeft gepleegd bij twee (oud-)leerlingen en dat hij kinder- en dierenporno in bezit heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

Feit 1

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020 te Hellevoetsluis, (meermalen) (telkens) met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2003) (zijn voormalig leerling), van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het (meermalen)

- brengen/houden van zijn penis in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, en/of

- brengen/houden van zijn vinger(s) in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, en/of

- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of schaamstreek en/of

- zoenen van haar;

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020 te Hellevoetsluis, (meermalen) (telkens) met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2003) (zijn voormalig Leerling), van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het (meermalen)

- betasten van haar borst(en) en/of bil(len) en/of schaamstreek en/of

- zoenen van haar;

Feit 3

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020 te Hellevoetsluis, (meermalen) (telkens) door giften en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het/de

- geven van drank en/of

- aangaan van een (liefdes)relatie met haar en/of

- het relatief grote leeftijdsverschil tussen hem en haar en/of

- feit dat hij haar voormalig leraar was en/of

- kwetsbaarheid en/of gemoedstoestand van haar,

[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2003) (zijn voormalig leerling), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van hem, verdachte, te dulden, door (meermalen)

- zijn penis in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, te brengen/houden en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, te brengen/houden en/of

- haar borst(en) en/of bil(len) en/of schaamstreek te betasten en/of

- haar te zoenen;

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2024 tot en met 31 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee (meermalen) (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2009), zijnde een kind die aan zijn opleiding was toevertrouwd (zijn leerling), een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het (meermalen)

- brengen/houden van zijn vinger(s) in haar (met kleding bedekte) vagina, althans tussen haar schaamlippen,

- zoenen van haar

- betasten van schaamlippen/schaamstreek

en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door het (meermalen)

- ontkleden van haar en/of

- plaatsen van zijn hand in haar broek en/of

- misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het/de

o aangaan van een (liefdes)relatie met haar en/of

o grote leeftijdsverschil tussen hem en haar en/of

o feit dat hij haar leraar/coach was en/of

o kwetsbaarheid en/of gemoedstoestand van haar;

Feit 5

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2024 tot en met 31 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee (meermalen) (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2009), zijnde een kind die aan zijn opleiding was toevertrouwd (zijn leerling), een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- zoenen van haar en/of

- betasten van schaamlippen/schaamstreek

en welke aanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door het (meermalen)

- ontkleden van haar en/of

- plaatsen van zijn hand in haar broek en/of

- misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het/de

o aangaan van een (liefdes)relatie met haar en/of

o grote leeftijdsverschil tussen hem en haar en/of

o feit dat hij haar leraar/coach was en/of

o kwetsbaarheid en/of gemoedstoestand van haar;

Feit 6

hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten een laptop (Lenovo) en/of een computer (Sharkone) en/of een telefoon (Samsung Galaxy A55) bevattende afbeeldingen, waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand en/of

een ander persoon oraal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon en/of

het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp door die persoon (toonmap afbeeldingen 2, 5, 9, 10, 15, 17, 19 en 21) en/of

het geslachtsdeel van die persoon met een vinger/hand en/of mond/tong wordt aangeraakt en/of

het geslachtsdeel en/of de borsten van een ander kind/persoon met een mond/tong en/of vinger/hand wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt (toonmap afbeeldingen 6, 7, 8 en 16)

en/of

die persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd door een dier en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier en/of

het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of

wordt aangeraakt door die persoon (toonmap afbeeldingen 11, 12 en 13) en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (toonmap afbeeldingen 3, 4 en 18) terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

2. Bewijs / Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat alle feiten, waarvan de verdachte wordt beschuldigd, worden bewezen. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2, 3, 4 en 6. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feiten 1 en 2

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij, in de periode dat de verdachte seksuele handelingen bij haar verrichtte, vaak blowde en kalmeringsmedicatie nam. Ook heeft zij verklaard dat zij bij de verdachte thuis, waar de seksuele handelingen plaatsvonden, regelmatig in slaap viel en dat de verdachte haar dan soms moeilijk wakker kreeg. Verder heeft zij verklaard dat de verdachte een keer probeerde om seks met haar te hebben toen zij half sliep en niet helemaal bij haar positieven was.

De verdachte heeft erkend dat hij bij de aangeefster [slachtoffer 1] ontuchtige handelingen heeft gepleegd door haar borsten, billen en schaamstreek aan te raken. Hij heeft ontkend dat [slachtoffer 1] toen verkeerde in een staat van verminderd bewustzijn, waarvan de officier van justitie blijkens haar requisitoir uitgaat.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat aangeefster [slachtoffer 1] tijdens de ontuchtige handelingen in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, zoals bedoeld in de artikelen 243 en 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), dat wil zeggen dat zij in onvoldoende mate in staat was haar wil te bepalen omtrent het hebben van seks met de verdachte.

De verklaringen van aangeefster en de verdachte staan op dit punt lijnrecht tegenover elkaar, terwijl steunbewijs ten aanzien van deze omstandigheid ontbreekt. Dit brengt mee dat de verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken.

2.3.1.1. Vrijspraak feit 4

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de verdachte tijdens het zoenen met zijn hand tussen haar boven- en onderbroek ging en dat zijn hand toen ter hoogte van de “bovenkant of zo” of de voorkant van haar vagina zat. Ook heeft zij verklaard dat zij daardoor drie keer is klaargekomen. Dat zij meerdere keren een orgasme heeft gehad, blijkt ook uit de chatconversatie tussen hem en aangeefster.

De verdachte heeft erkend dat hij met zijn hand tussen de boven- en onderbroek van de aangeefster is geweest. De verdachte heeft echter stellig ontkend dat hij – zoals de officier van justitie in haar requisitoir stelt - zijn vingers heeft gebracht in de met kleding bedekte vagina of tussen de schaamlippen van de aangeefster.

De rechtbank is van oordeel dat het feit dat de verdachte aan de buitenkant van haar onderbroek de schaamstreek van de aangeefster heeft betast en dat zij daarbij is klaargekomen, onvoldoende is om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte met zijn vingers in de vagina of tussen de schaamlippen van aangeefster is binnengedrongen in de zin van artikel 248 Sr. De aangeefster heeft daarover zelf ook niet duidelijk verklaard.

De rechtbank vindt feit 4 (het plegen van ontuchtige handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen bij [slachtoffer 2] ) dus niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

2.3.1.2. Vrijspraak feit 6

De rechtbank stelt vast dat er op diverse gegevensdragers van de verdachte kinderpornografische en dierenpornografische afbeeldingen en video’s zijn aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat deze op zijn gegevensdragers waren opgeslagen, en dat zij ‘bijvangst’ bij het downloaden van legale porno moeten zijn geweest.

Het kinder- en dierenpornografische materiaal dat op gegevensdragers van de verdachte is aangetroffen, bevond zich in de ‘cache’ van de gegevensdragers. Voor bestanden die in de cache worden aangetroffen, geldt dat deze in beginsel niet zonder specifieke kennis of zonder gebruikmaking van speciale software, in elk geval niet eenvoudig, toegankelijk en benaderbaar zijn. Bij gebrek aan bewijs dat de verdachte over die specifieke kennis of die speciale software beschikte, kan daarom niet worden vastgesteld dat het kinder- en dierenpornografische materiaal voor hem benaderbaar was en hij er dus over kon beschikken. Er kan dan ook niet bewezen worden dat de verdachte het pornografische materiaal in zijn bezit heeft gehad.

Bovendien kan niet worden vastgesteld wanneer en op welke wijze de afbeeldingen op de gegevensdragers terecht zijn gekomen. Van slechts drie bestanden is vastgesteld wanneer deze zijn aangemaakt. Geen van deze data correspondeert met de ten laste gelegde datum van 13 februari 2025. Wat de overige afbeeldingen betreft is niet bekend wanneer deze op de gegevensdragers zijn opgeslagen. Daarom kan ook niet worden bewezen dat de verdachte op of omstreeks 13 februari 2025 de kinderpornografische en dierenpornografische afbeeldingen heeft verworven of zich toen toegang tot die beelden heeft verschaft.

De rechtbank vindt feit 6 (het verwerven en het bezit van kinder- en dierenporno) dus niet bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feiten 3 en 5

Feit 3 en feit 5 worden door de rechtbank bewezen verklaard.

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 5 (het plegen van seksuele handelingen bij [slachtoffer 2] ) bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven:

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van getuige [slachtoffer 2]

De bewezenverklaring van feit 3 (het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] ) is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande nadere bewijsmotivering.

1.Verklaring van de verdachte

Ik ben geboren op [geboortedatum 1] 1992. Ik was tussen 1 april 2020 tot 31 augustus 2020 docent op het [naam school] in Brielle waar [slachtoffer 1] leerling was. Zij was toen 17 jaar oud. [slachtoffer 1] kwam bij mij thuis in Hellevoetsluis langs. Dit is 4 of 5 keer gebeurd. Ik ben bij [slachtoffer 1] met mijn hand in haar onderbroek gegaan. Ik heb gewreven over haar geslachtsdeel. Ik heb haar aangeraakt bij haar borsten en billen.

We hebben ook een keer buiten afgesproken, toen hebben we gekroeld op een bankje en heb ik haar een zoen op de mond gegeven.

2..Proces-verbaal van de politie, verklaring van [slachtoffer 1] Ik ben geboren op [geboortedatum 2] 2003. Er is door een docent van het [naam school] in Brielle misbruik gemaakt van mijn situatie. Die docent heet [verdachte] . Het heeft plaatsgevonden van 2019 tot 2021. Ik zat op de middelbare school. Hij was ook mijn docent voor een tijdje. Hij woont in Hellevoetsluis. Ik ben een paar keer samen met een vriendin naar hem thuis toegegaan. In april 2020 ging ik voor de eerste keer alleen naar hem thuis toe. Elke keer als ik kwam gingen we naar zijn zolder en viel ik daar in slaap. Soms lag hij naast me. We hadden ook contact via Snapchat en Whatsapp. Hij noemde mij en mijn vriendin altijd schatten of lieverds. Ik ben 3 tot 5 keer langs geweest bij hem. Het was het einde van mijn examenjaar in 2020. Ik was toen 17 jaar. Het contact werd steeds persoonlijker, ook van mijn kant. Mijn moeder was toen ziek en ik blowde toen de hele dag door, dat vertelde ik ook aan [voornaam verdachte] . Ik voelde me mentaal ook niet zo goed die tijd. Ik vertelde hem dan ook dat ik me afvroeg of ik wel ouder zou worden dan 21. Ik voelde de ruimte om dat soort dingen met hem te delen. Ik was wel zenuwachtig. Het was een rare situatie, het was toch mijn docent. Ik was ook wel een beetje in de war. Het was een vage situatie. Ik had thuis een lastige situatie, omdat mijn vader alcoholist was. Ik had thuis geen goede basis en dat zocht ik bij [voornaam verdachte] . Het begon dat hij eerst aan mij zat toen ik mijn kleding nog aan had. Hij raakte mij aan over mijn kleding heen, over mijn borsten en billen. Uiteindelijk ging dat steeds verder. Hij raakte mij ook onder de kleding aan, dat was overal. Hij zat ook aan mijn geslachtsdeel. Ik kwam daar voor het gevoel dat hij iets om mij gaf. We hebben ook een keer buiten afgesproken. We hebben toen op een bankje gelegen in Hellevoetsluis. We lagen echt tegen elkaar aan. Onze hoofden waren naast elkaar. We hebben toen gezoend met elkaar.

In 2020, in de zomervakantie, nadat ik mijn diploma had gehaald, was het einde dat we elkaar zagen.

Nadere bewijsmotivering

De verdediging heeft primair vrijspraak van feit 3 bepleit omdat geen sprake was van verleiding. Uit de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] blijkt niet dat de in de tenlastelegging genoemde omstandigheden enige rol hebben gespeeld, of dat zij zich daardoor heeft laten overrompelen of onder zodanige druk van de verdachte stond dat zij tot de seksuele handelingen is bewogen. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op seksueel binnendringen, hetgeen de verdachte ontkent.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat door veelvuldig contact een (liefdes)relatie tussen de verdachte en de aangeefster tot stand is gekomen. Zij spraken met elkaar over de problemen van aangeefster en er is een vertrouwensband tussen beiden ontstaan. De verdachte wist dat aangeefster kwetsbaar was en dat zij vanwege haar moeilijke thuissituatie slecht sliep en veel blowde. Bovendien was er eerder een leerling/docent relatie geweest en een – gegeven de leeftijd van aangeefster – relatief groot leeftijdsverschil. De rechtbank is van oordeel dat in deze omstandigheden besloten ligt dat de verdachte een feitelijk overwicht over de aangeefster had, dat hij heeft misbruikt door haar te bewegen ontuchtige handelingen te dulden. Dit wordt daarom bewezen geacht en het andersluidende verweer wordt verworpen.

Het subsidiaire verweer van de verdediging dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zijn penis of vingers in de vagina of tussen de schaamlippen van aangeefster heeft gebracht, slaagt wel.

Tegenover de verklaring van aangeefster dat sprake is geweest van dit binnendringen, staat de stellige ontkenning door de verdachte. Er is op dit punt geen steunbewijs voorhanden. Wat de vriendin van aangeefster en de rector van het [naam school] over dit seksueel binnendringen hebben verklaard, is wat zij hebben gehoord van aangeefster en komt derhalve uit dezelfde bron. Dit levert geen steunbewijs op.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

Feit 3

in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020 te Hellevoetsluis, (meermalen) (telkens) door giften en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het/de

- geven van drank en/of

- aangaan van een (liefdes)relatie met haar en/of

- het relatief grote leeftijdsverschil tussen hem en haar en/of

- feit dat hij haar voormalige leraar was en/of

- kwetsbaarheid en/of gemoedstoestand van haar, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2003) (zijn voormalige leerling), die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van hem, verdachte, te dulden, door (meermalen)

- zijn penis in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, te brengen/houden en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina, althans tussen haar schaamlippen, te brengen/houden en/of

- haar borst(en) en/of bil(len) en/of schaamstreek te betasten en/of

- haar te zoenen;

Feit 5

in of omstreeks de periode van 9 juli 2024 tot en met 31 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee (meermalen) (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2009), zijnde een kind dat aan zijn opleiding was toevertrouwd (zijn leerling), een of meer seksuele handelingen buiten echt heeft verleid, te weten

- zoenen van haar en/of

- betasten van schaamlippen/schaamstreek,

en welke aanranding werd voorafgaan door en vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door het (meermalen)

- ontkleden van haar en/of

- plaatsen van zijn hand in haar broek en/of

-misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het/de

o aangaan van een (liefdes)relatie met haar en/of

o grote leeftijdsverschil tussen hem en haar en/of

o feit dat hij haar leraar/coach was en/of

o kwetsbaarheid en/of gemoedstoestand van haar.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 3

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te dulden, meermalen gepleegd;

Feit 5

iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt verleiden tot het dulden van ontuchtige handelingen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de bijzondere voorwaarden worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast moeten deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Verder moet de verdachte een beroepsverbod krijgen voor de duur van 9 jaar.

Standpunt van de verdediging

Als er feiten bewezen worden verklaard, wordt verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die wat betreft het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest en waarbij aan het voorwaardelijk deel de bijzondere voorwaarden worden verbonden die zijn geadviseerd door de reclassering, waaronder de geadviseerde behandeling, omdat het in ieders belang is dat de verdachte daarmee zo snel mogelijk kan starten.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in 2020 ontucht gepleegd met een toen 17-jarige ex-leerlinge. In 2025 heeft hij ontucht gepleegd met een toen 15-jarige leerlinge. Beide leerlingen waren niet alleen een stuk jonger dan de verdachte, ze waren psychisch ook kwetsbaar. Het 17-jarige meisje had problemen thuis en sliep slecht; ze blowde en op school ging het niet goed. Het 15-jarige meisje sneed zichzelf en dacht aan zelfmoord. De verdachte heeft als coach/mentor van het 15-jarige meisje zelfs een rol gespeeld bij het zoeken naar psychologische hulp voor haar.

Dat de verdachte met deze kwetsbare meisjes liefdesrelaties aanknoopte die ook een seksueel karakter kregen, is volstrekt verwerpelijk. Het is ook moeilijk te begrijpen dat hij, terwijl hij na de relatie met het eerste meisje het verkeerde van zijn handelen had moeten inzien (en naar eigen zeggen ook inzag) vijf jaar later opnieuw in de fout ging. De snapchat- en Whatsappconversaties tussen de verdachte en de meisjes laten een beeld zien van een zeer ongezonde wederzijdse afhankelijkheid, waarbij opvalt dat de verdachte zich gedroeg als een verliefde puber en niet als de volwassen man die hij was. Hij leek ten opzichte van zijn partner ook een soort dubbelleven te hebben. De contacten met de meisjes via sociale media vonden vaak ’s avonds en ’s nachts plaats. Het meisje van 17 jaar kwam overdag langs als de verdachte alleen thuis was en sliep dan ook bij hem; dat ontaardde een aantal keer in ontuchtige handelingen. De verdachte bezocht het meisje van 15 jaar zelfs thuis, buiten medeweten van haar ouders, die vertrouwen in hem hadden als hulpvaardige leraar en coach. Dat seksueel binnendringen in beide gevallen niet valt te bewijzen, doet weinig af aan het kwalijke van verdachtes gedrag.

Het lijkt er op dat de verdachte ten tijde van de feiten niet inzag dat zijn handelen onaanvaardbaar en schadelijk voor de slachtoffers was. Mogelijk speelde zijn drankgebruik daarin een rol, maar dat is bepaald geen excuus. De verdachte zegt zelf dat hij zich rond de geboorte van zijn kinderen minder gezien voelde door zijn partner. Ook dat is een (gedeeltelijke) verklaring, maar excuseert hem evenmin. Dat de aangeefsters indertijd vanuit een zekere verliefdheid meegingen in een relatie die (vanuit de verdachte) een steeds seksueler karakter kreeg, doet ook niet af aan de verwerpelijkheid van verdachtes handelen. Hij had de meisjes tegen henzelf in bescherming moeten nemen en contact dat verder ging dan een normaal contact tussen (ex)leerling en leraar / coach, af moeten houden.

Op de zitting is gebleken dat de verdachte zich de afgelopen maanden, waarin hij gedetineerd was, heeft afgevraagd hoe hij zo de fout in heeft kunnen gaan. Hij is nog op zoek naar verklaringen. Mogelijk biedt het rapport d.d. 11 juni 2025 van de psycholoog [persoon A] op dat punt aanknopingspunten. De psycholoog ziet bij de verdachte een “andere gespecificeerde stoornis met vermijdende, afhankelijke en dwangmatige trekken”, een alcoholprobleem, een depressieve stoornis en een “andere parafiele stoornis”.

Het lijkt er op dat de verdachte, die op school een populaire en goede leerkracht was, de donkere kant van zijn persoonlijkheid verborgen hield voor anderen (waaronder zijn partner), zijn kop in het zand stak en zijn heil zocht in onevenwichtige en ongezonde relaties met twee kwetsbare, minderjarige meisjes.

De psycholoog adviseert om de bewezen feiten in verminderde mate toe te rekenen. De reclassering adviseert (in aansluiting op het NIFP-rapport) om aan een deels voorwaardelijke straf de voorwaarden te verbinden dat de verdachte zich moet melden bij de reclassering, dat hij moet meewerken aan een ambulante behandeling en middelencontrole, dat hij contact met minderjarigen moet vermijden (de rechtbank begrijpt: behoudens contact met zijn eigen kinderen), met daarnaast een contactverbod met de aangeefsters en een locatieverbod voor hun woonplaats.

De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van de psycholoog en de reclassering over.

Al met al vindt de rechtbank een flinke gevangenisstraf op zijn plaats. Die zal deels voorwaardelijk worden opgelegd, met daaraan verbonden de geadviseerde bijzondere voorwaarden, waaronder een behandelverplichting. Het is belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat, omdat zonder deze dadelijke uitvoerbaarheid het ernstige gevaar bestaat voor herhaling van misdrijven tegen de lichamelijke integriteit van personen. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

De straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie omdat de rechtbank een deel van de ten laste gelegde feiten niet bewezen acht.

De rechtbank vindt het verder van belang dat de verdachte in ieder geval de komende jaren niet als leraar werkzaam is. De bewezen feiten vloeiden voort uit de contacten die hij als leerkracht had met (ex-)leerlingen. Daarin schuilt een fors herhalingsgevaar, zeker zo lang de verdachte geen behandeling heeft ondergaan. Daarom zal de rechtbank naast de straf een beroepsverbod opleggen.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de gegevensdragers waarop de kinder- en dierenporno is aangetroffen worden onttrokken aan het verkeer. De overige goederen kunnen worden geretourneerd aan de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft verzocht om de goederen waarop geen kinder- of dierenporno is aangetroffen aan de verdachte terug te geven.

Oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen laptop Lenovo (voorwerpnummer A.01.01.009), computer Sharkone (voorwerpnummer A.01.03.001) en telefoon Samsung Galaxy A55 (voorwerpnummer A.02.01.001) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn daarvoor vatbaar omdat ze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en ze zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten in deze zaak en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke strafbare feiten.

Teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen goederen aan de verdachte, te weten:

SD kaart Lexar (voorwerpnummer A.01.01.001);

Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.01.003);

Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.01.004);

Externe harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.01.005);

Harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.01.006);

Harde schijf Hitachi (voorwerpnummer A.01.01.007);

Tablet Samsung Galaxy note 10.1 (voorwerpnummer A.01.01.008);

Externe harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.02.001);

USB-stick takeMs (voorwerpnummer A.01.03.002);

USB-stick Kingston (voorwerpnummer A.01.03.003);

Micro SD kaart HP (voorwerpnummer A.01.03.004);

USB-stick SanDisk (voorwerpnummer A.01.03.005);

Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.03.006);

Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.03.007);

USB-stick takeMs (voorwerpnummer A.03.01.001);

USB-stick echopraktijk voorne-putten (voorwerpnummer A.03.01.002);

Telefoon Samsung Galaxy A55 (voorwerpnummer A.03.02.001);

SD-kaart SanDisk (voorwerpnummer A.04.01.001);

Telefoon Samsung (voorwerpnummer A.04.01.002);

Laptop HP Pavilion (voorwerpnummer A.04.01.003);

Laptop HP ProBook (voorwerpnummer A.04.01.004);

Canon camera (voorwerpnummer A.05.01.001).

6. Voorlopige hechtenis

Omdat aan de verdachte een gevangenisstraf zal worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijk deel reeds door hem in voorarrest is doorgebracht zal de voorlopige hechtenis met ingang van heden worden opgeheven.

7. Vordering van de benadeelde partijen

Vordering [benadeelde 1]

heeft als benadeelde partij voor de feiten 1, 2 en 3 € 27.755,- als vergoeding voor materiële schade en € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen tot een bedrag van € 32.255,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de gehele vordering, gelet op de bepleite integrale vrijspraak. Subsidiair moet de gevorderde vergoeding voor studievertraging van € 26.255,- worden afgewezen omdat deze post onvoldoende is onderbouwd. Ook ontbreekt het causaal verband tussen het tenlastegelegde en de gestelde studievertraging. Meer subsidiair moet de post van studievertraging niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet op dit moment kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij later de arbeidsmarkt zal betreden. De materiële schadepost van € 1.500,-moet niet ontvankelijk worden verklaard omdat niet duidelijk is waarop deze schadepost ziet.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, voor zover die betrekking heeft op de verzochte vergoeding voor materiële schade, omdat die vordering onvoldoende is onderbouwd. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

Vastgesteld wordt dat de benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit 3 rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 5.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, en de leeftijd van de benadeelde partij. Ook is gekeken naar de zgn. Rotterdamse Schaal en is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 5.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 6 maart 2026. De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 576,- aan salaris voor de advocaat van de benadeelde partij (2 punten x € 288; liquidatietarief kanton).

Om de inningsmogelijkheden voor de benadeelde partij te vergemakkelijken zal voor het toe te wijzen schadebedrag de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) worden opgelegd. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 60 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Vordering (ouders van) [slachtoffer 2]

De ouders van [slachtoffer 2] , in hun hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger, hebben als benadeelde partij voor feiten 4 en 5 € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich bereid verklaard het schadebedrag van € 10.000,- aan de benadeelde partij te betalen.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

Vastgesteld wordt dat de benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit 5 rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 5.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de leeftijd van de benadeelde partij. Ook is gekeken naar de Rotterdamse Schaal en is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 5.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 6 maart 2026. De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 576,- aan salaris voor de advocaat van de benadeelde partij (2 punten x € 288; liquidatietarief kanton).

Om de inningsmogelijkheden voor de benadeelde partij te vergemakkelijken zal voor het toe te wijzen schadebedrag de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) worden opgelegd. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 60 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 36b, 36c, 36f, 248 en 247 (oud), 248a (oud) en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 4 en 6 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 3 en 5, zoals in hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.4, is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vijftien (15) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat drie (3) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op drie (3) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

Indien sprake is van een terugval in middelengebruik of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling/detoxificatie of stabilisatie noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;

3. de verdachte zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2009;

4. de verdachte zich zo lang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt niet bevindt in Brielle;

5. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en het gebruik te leren beheersen van alcohol. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak wordt gecontroleerd;

6. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Behalve met zijn eigen kinderen, vermijdt hij deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de verdachte dat een voor de kinderen verantwoordelijk persoon hierbij aanwezig is en hij bespreekt het met de reclassering;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden date:

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.

Beroepsverbod

ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van leraar/docent, voor zover het betreft onderwijs aan/begeleiding van minderjarigen, voor de duur van vijf (5) jaren;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

- Laptop Lenovo (voorwerpnummer A.01.01.009),

- Computer Sharkone (voorwerpnummer A.01.03.001) en

- Telefoon Samsung Galaxy A55 (voorwerpnummer A.02.01.001);

- beveelt de teruggave aan de rechthebbende van:

- SD kaart Lexar (voorwerpnummer A.01.01.001);

- Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.01.003);

- Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.01.004);

- Externe harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.01.005);

- Harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.01.006);

- Harde schijf Hitachi (voorwerpnummer A.01.01.007);

- Tablet Samsung Galaxy note 10.1 (voorwerpnummer A.01.01.008);

- Externe harde schijf Seagate (voorwerpnummer A.01.02.001);

- USB-stick takeMs (voorwerpnummer A.01.03.002);

- USB-stick Kingston (voorwerpnummer A.01.03.003);

- Micro SD kaart HP (voorwerpnummer A.01.03.004);

- USB-stick SanDisk (voorwerpnummer A.01.03.005);

- Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.03.006);

- Externe harde schijf WD (voorwerpnummer A.01.03.007);

- USB-stick takeMs (voorwerpnummer A.03.01.001);

- USB-stick echopraktijk voorne-putten (voorwerpnummer A.03.01.002);

- Telefoon Samsung Galaxy A55 (voorwerpnummer A.03.02.001);

- SD-kaart SanDisk (voorwerpnummer A.04.01.001);

- Telefoon Samsung (voorwerpnummer A.04.01.002);

- Laptop HP Pavilion (voorwerpnummer A.04.01.003);

- Laptop HP ProBook (voorwerpnummer A.04.01.004);

- Canon camera (voorwerpnummer A.05.01.001);

Vorderingen benadeelde partijen

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 3), te betalen een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) bestaande uit een vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 3); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 567,- (zegge: vijfhonderdzevenenzestig euro) aan salaris voor de advocaat - en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal zestig (60) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte, aan de ouders van de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 5) in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger, te betalen een bedrag van € 5.000,-,- (zegge: vijfduizend euro) bestaande uit een vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 567,- (zegge: vijfhonderdzevenenzestig euro) aan salaris voor de advocaat - en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 5 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat € 5.000,-- (zegge: vijfduizend euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal zestig (60) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. Havik

Griffier

  • mr. L.C. Suiker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?