ECLI:NL:RBROT:2026:3531

ECLI:NL:RBROT:2026:3531

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer FT RK 25/2228
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Toelating tot de WSNP. Geen eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

insolventienummer: [nummer]

vonnis van: 26 februari 2026

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [woonplaats] .

Waar deze zaak over gaat

Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De procedure

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- mevrouw [verzoekster] ,

- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener van Geldplein Rotterdam,

- mevrouw D.M.M. Aartman, beschermingsbewindvoerder.

2. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw [verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw [verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat de schuldenlast niet is vast te stellen. Er hebben vele verhuizingen plaatsgevonden en mevrouw [verzoekster] heeft als gevolg van een eerder huwelijk ook verschillende namen gebruikt. De schuldenlijst is lang en er blijven zich telkens nieuwe schuldeisers melden zodat de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kan worden gebracht.

De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw [verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

De toelating

Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

Mevrouw [verzoekster] ontvangt op dit moment een Participatiewet uitkering. Ter zitting is besproken dat mevrouw [verzoekster] onder specialistische behandeling staat en intensieve zorg geniet voor haar psychische problematiek. De medische rapportage hierover dateert van 3 juni 2024. Het is dan ook aannemelijk dat in het kader van de inspanningsverplichting van de Wsnp de bewindvoerder zal vragen om meer recente informatie over de arbeids(on)geschiktheid van mevrouw [verzoekster] . Indien dit niet voorhanden is, zal mogelijk een keuring gevraagd worden. Verder is besproken dat mevrouw [verzoekster] op dit moment nog onder beschermingsbewind staat, maar dat zij daar graag vanaf wil. Zij heeft dan ook verzocht om opheffing daarvan. De behandeling van dit verzoek is aangehouden tot 1 mei 2026. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat, hoewel zij niet wil uitsluiten dat mevrouw [verzoekster] het Wsnp traject succesvol zelfstandig kan doorlopen, zij daar wel zorgen over heeft. De rechtbank zal niet treden in de beoordeling van het verzoek tot beëindiging van het beschermingsbewind, maar overweegt dat mevrouw [verzoekster] wel gebaat is bij enige steun om de Wsnp tot een goed einde te brengen. Overigens is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat mevrouw [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.

Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Bevoegdheid

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.

Duur

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.

De ingangsdatum

De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsverplichting houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.

3. De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .

Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] -1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken

en tot bewindvoerder P.H.L. Adam,

gevestigd te Postbus 7441,

3284 ZG Zuid-Beijerland;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. W.Y. Hu, rechter, in samenwerking met

mr. S. Verberne-van Ree, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op

26 februari 2026.

De griffier is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.Y. Hu

Griffier

  • mr. S. Verberne-van Ree

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?