Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-318325-24, 10-160968-24 en 10-319996-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. I. Car, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 27 februari 2026.
2. Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de beschuldiging van de volgende feiten:
De precieze tekst van de beschuldiging is in bijlage I bij dit vonnis vermeld.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R. Planken heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering feiten 1 tot en met 7
Op basis van de bewijsmiddelen uit het dossier en het besprokene op zitting komt de rechtbank tot de volgende beoordeling.
De feiten 1 tot en met 4 betreft drie straatroven. Deze kunnen alle drie bewezen worden.
De verdachte bekent ten aanzien van de straatroven van 2 en 4 oktober 2024 (de feiten 2, 3 en 4) een deel van de handelingen uit de tenlastelegging zelf te hebben verricht. Andere handelingen ontkent de verdachte te hebben verricht, maar bij medeplegen is niet relevant wie welke handeling heeft verricht. De verdachte en zijn medeverdachten zijn samen verantwoordelijk voor het geheel.
Ten aanzien van de straatroof van 3 oktober 2024 (feit 1) verklaart de verdachte dat hij daar alleen bij stond, maar niets heeft gedaan. De rechtbank gaat voorbij aan deze verklaring van de verdachte, omdat de aangever een duidelijke verklaring aflegt over de handelingen van de verdachte en daarbij ook de naam van de verdachte noemt als degene die hem heeft geslagen. De rechtbank gebruikt als steunbewijs de modus operandi van de verdachte tijdens de straatroven op 2 en 4 oktober 2024, de dag voor en na het onderhavige feit.
Feit 5 betreft openlijk geweld dan wel een mishandeling. Met de officier van justitie en verdediging is de rechtbank van oordeel dat de subsidiair ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte heeft dit feit bekend. De verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging.
Feit 6 betreft witwassen. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het medeplegen van witwassen, en niet alleen medeplichtigheid daaraan. Op basis van de eigen verklaring van de verdachte en de rest van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte betaalverzoeken heeft gestuurd naar de slachtoffers, de overgemaakte geldbedragen heeft gepind en dat geld vervolgens heeft afgedragen aan de medeverdachte. Anders dan de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dat oplevert het medeplegen van witwassen, omdat de verdachte feitelijk alle uitvoeringshandelingen heeft verricht en niet alleen maar behulpzaam is geweest bij het witwassen door een ander.
Feit 7 is de heling van een scooter. Anders dan de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte had door het kapotte slot van de scooter redelijkerwijs moeten vermoeden dat het om een gestolen scooter ging.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone SE), in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te slaan en/of stompen en/of;
- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en/of hem de doorgang te beletten en/of;
- voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "moet ik je een stoot geven" en/of - zakelijk weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 1] moest oprotten en/of moest wegwezen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
2 hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone 15) en/ofoordopjes(doosje) (merk/type Apple Airpods) en/of sleutels en/of (werk-)kleding, inelk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aaneen ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 2] te gaan staan en/of hem de doorgang te beletten en/of;
- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] tetrappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of een (verkeers-) bord tegen hetlichaam van voornoemde [slachtoffer 2] te gooien/slaan en/of;
- een foto van het identiteitsbewijs en/of van voornoemde [slachtoffer 2] te maken en/ofhem daarbij dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat zevoornoemde [slachtoffer 2] wel wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan en/of dat zenu wisten wie voornoemde [slachtoffer 2] was en dat hij de politie niet moest bellen, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoon (s) (onder andere merk/
type Apple iPhone 10 XR), in elk geval een goed en/of goederen, die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal
werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met
geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door:
- voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen – zakelijk weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn hun zakken leeg moesten maken en/of;
- voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;
- de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tas overhoop te halen en/of;
- dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’, -welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
4
hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]
en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere
telefoon(s), in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]
en/ of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) door:
- voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen – zakelijk weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn hun zakken leeg moesten maken en/of;
- voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;
- de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tas overhoop te halen en/of;
- dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’, -welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
5
hij, op of omstreeks 5 oktober 2024, te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een onbekend gebleven persoon, heeft / hebben mishandeld door:
-bovenop diegene te springen en/of door diegene te slaan;
6.
hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 te Rotterdam,
in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, van (een) voorwerp(en), te weten van een en/of
meerdere geldbedrag(en) van €65,00,- en/of €65,00,- en/of €50,00,- en/of €60,00,-, te
weten een geldbedrag van in totaal €240,00,-, althans enig geldbedrag
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of
- daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die
voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
7.
hij op of omstreeks 13 mei 2024 te Rotterdam,
een scooter, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft
overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5. Strafbaarheid feiten
mishandeling;
medeplegen van witwassen;
De bewezen feiten leveren op:
1.
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen;
2.
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen;
3.
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen;
4.
afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen;
5. subsidiair
6. primair
7.
schuldheling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straffen
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft op veertienjarige leeftijd in minder dan een half jaar tijd een groot aantal strafbare feiten gepleegd. Allereerst heeft hij zich op 13 mei 2024 schuldig gemaakt aan schuldheling van een scooter. Daarnaast heeft hij zich in de periode van 15 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen. Vervolgens heeft de verdachte op 2, 3 en 4 oktober 2024 samen met anderen drie straatroven gepleegd, waarbij de slachtoffers in het Sidelingepark in Rotterdam zijn beroofd van (onder meer) hun telefoons. De slachtoffers zijn hierbij geslagen, geschopt en woordelijk bedreigd. Tot slot heeft de verdachte op 4 oktober 2024 een onbekend gebleven persoon mishandeld.
Het is verontrustend dat de verdachte op jonge leeftijd in een kort tijdsbestek een reeks van zulke ernstige feiten heeft gepleegd. Door zijn handelen heeft de verdachte een voor de slachtoffers bedreigende situatie gecreëerd. Daarnaast maken dergelijke feiten een grote inbreuk op het gevoel van veiligheid op straat. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Ook rekent de rechtbank het de verdachte aan dat hij een scooter heeft meegenomen terwijl hij moest begrijpen dat die scooter gestolen was en dat hij met het witwassen van geld heeft meegewerkt aan internetoplichting.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De verdachte is niet eerder veroordeeld.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 januari 2026.
Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is in 2024 veelvuldig in aanraking gekomen met politie en justitie, maar sindsdien gaat het beter. De verdachte loopt reeds lange tijd, sinds oktober 2024, in een schorsing waarbij hij zich goed heeft gehouden aan zijn voorwaarden. Ondanks de positieve signalen vanuit de jeugdreclassering, signaleert de Raad wel dat de verdachte gedurende zijn schorsing enkele mutaties bij de politie heeft opgedaan, hetgeen de recidivekans vergroot. In december 2025 is de verdachte betrokken geweest bij een nepberoving, waarbij hij samen met een aantal vrienden iemand ‘voor de gein’ heeft beroofd. Ook op school komt de verdachte gedragsmatig nog wel eens in de problemen als er onvoldoende toezicht op hem is.
De Raad adviseert een onvoorwaardelijke jeugddetentie en een taakstraf in de vorm van een voorwaardelijke werkstraf op te leggen onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich binnen de proeftijd van één jaar niet schuldig maakt aan het plegen van een strafbaar feit.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 februari 2026.
Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er worden momenteel veel beschermende factoren gezien in het leven van de verdachte. De kans op recidive wordt ingeschat op heel laag. De verdachte zit in het examenjaar en naar alle verwachting zal hij zijn diploma behalen. Hij zal dan in het nieuwe schooljaar MBO 4 gaan doen. De coach van E25 gaat na één jaar begeleiding positief afsluiten. De verdachte heeft nu meer zicht op met wie hij moet omgaan en maakt betere keuzes.
De jeugdreclassering adviseert een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Gezien de positieve ontwikkelingen en het feit dat de verdachte al geruime tijd in een schorsing loopt, en goed heeft meegewerkt aan de begeleiding, wordt er geen meerwaarde gezien in het continueren van de jeugdreclasseringsbegeleiding.
Deskundige [persoon A] heeft ter zitting namens de jeugdreclassering het advies gehandhaafd.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (14 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast een taakstraf bestaande uit een werkstraf. Anders dan door de deskundigen is geadviseerd, zal de rechtbank deze werkstraf niet geheel voorwaardelijk opleggen. De rechtbank weegt hierbij mee dat de verdachte afgelopen december nog betrokken is geweest bij een situatie die lijkt op de eerdere berovingen en kennelijk nog niet voldoende heeft geleerd van zijn fouten. De rechtbank zal daarom naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie een werkstraf voor de duur van 100 uur opleggen, waarvan 50 uur voorwaardelijk.
Bij bepaling van deze straf heeft de rechtbank er ook rekening mee gehouden dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), die niet aan de verdachte toe te rekenen is. Gelet op het tijdsverloop zal worden volstaan met een proeftijd van één jaar.
Alles afwegend acht de rechtbank de genoemde straffen, zoals ook geëist door de officier van justitie, passend en geboden.
8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 1] , ter zake van feit 1. Hij vordert een bedrag van € 301,- aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de kosten voor de iPhone toewijsbaar. De reiskosten dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Wat betreft de immateriële schade heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade moet worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat deze schade niet is onderbouwd. De immateriële schade moet flink worden gematigd, omdat deze schade niet is onderbouwd.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door feit 1 rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank wijst de gevorderde vergoeding voor een vervangende (tweedehands) telefoon toe. Bewezen is immers dat er een telefoon is gestolen en de gevorderde vergoeding is ook zonder nadere onderbouwing zonder meer redelijk. De benadeelde partij zal in de vordering ten aanzien van de reiskosten niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat deze schade onvoldoende is onderbouwd. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.300,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de pleegdatum, te weten 3 oktober 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 1] een schadevergoeding betalen van € 1.425,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 2] , ter zake van feit 2. Hij vordert een bedrag van € 942,90 aan materiële schade en een bedrag van € 1.300,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering geheel toewijsbaar, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de prijs van een Airpods doosje gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de verklaring van de psycholoog heeft de verdediging verzocht die schadepost af te wijzen, omdat een dergelijke verklaring gratis opgevraagd moet kunnen worden via de huisarts. De kosten voor de therapie en de immateriële schade moeten gematigd worden. Tot slot heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van de pleegdatum en met het tijdsverloop.
Beoordeling
Vast te komen te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2 rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde materiële schadevergoeding genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdediging, geheel worden toegewezen.
Daarnaast is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2 rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.300,-, zodat ook de vordering ten aanzien van de immateriële schade geheel zal worden toegewezen.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de volgende data:
- voor het airpods doosje en de immateriële schade vanaf de pleegdatum, te weten
4 oktober 2024;
- voor de therapie en de verklaring van de psycholoog vanaf de vonnisdatum, te weten 27 februari 2026.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
De jeugdige leeftijd van de verdachte en het tijdsverloop is geen reden voor een andere schadebegroting.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 2] een schadevergoeding betalen van € 2.242,90, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Benadeelde partijen [persoon 1] en [persoon 2]
Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd [persoon 1] en
[persoon 2] , ter zake van feit 6. De benadeelde partij [persoon 1] vordert een bedrag van
€ 65,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij [persoon 2] vordert een bedrag van € 60,- aan materiële schade en een bedrag van € 100,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de vorderingen ten aanzien van de materiële schade toewijsbaar. De door de benadeelde partij [persoon 2] gevorderde immateriële schade dient te worden afgewezen, nu het vorderen van smartengeld niet passend is bij onderhavig feit.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen ten aanzien van de materiële schade moeten worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat niet is te herleiden dat de verdachte profijt heeft gehad van de overgemaakte geldbedragen. De gevorderde immateriële schade moet worden afgewezen, omdat die schade niet is onderbouwd.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partijen door feit 6 rechtstreeks materiële schade is toegebracht, te weten de naar de rekening van de verdachte overgemaakte geldbedragen. Als de verdachte zijn bankrekening hiervoor niet ter beschikking had gesteld, hadden de benadeelde partijen het geld hier niet naar toe kunnen overmaken. De vorderingen ten aanzien van de materiële schade worden daarom toegewezen.
De vordering van de benadeelde partij [persoon 2] ten aanzien van de immateriële schade zal worden afgewezen. Artikel 6:106 BW geeft slechts in bepaalde gevallen recht op immateriële schadevergoeding. [persoon 2] heeft niet gesteld dat die gevallen zich hier voordoen en dat ligt ook niet voor de hand gelet op de aard en omvang van het strafbare feit. Opgelicht zijn voor een bedrag van € 60,- leidt in de praktijk tot gevoelens van frustratie en boosheid, en dat is volgens vaste rechtspraak niet voldoende voor immateriële schadevergoeding.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan materiele schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partijen betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de datum van de betaling:
- voor de benadeelde partij [persoon 1] vanaf 5 juni 2024;
- voor de benadeelde partij [persoon 2] vanaf 2 juli 2024.
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [persoon 1] een schadevergoeding betalen van € 65,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. De verdachte moet de benadeelde partij [persoon 2] een schadevergoeding betalen van € 60,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 300, 312, 317, 417bis en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
Ten aanzien van het strafbare feit en de straffen
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 5 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6 primair en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;
i. bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 50 (vijftig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op 1 (één) jaar onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen;
De voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
Vordering van [slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 1.425,- (zegge: veertienhonderdvijfentwintig euro), bestaande uit € 125,- aan materiële schade en € 1.300,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededaders, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen € 1.425,- (hoofdsom, zegge: veertienhonderdvijfentwintig euro ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
3 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Vordering van [slachtoffer 2]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 2.242,90 (zegge: tweeduizendtweehonderdtweeënveertig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 942,90 aan materiële schade en € 1.300,- aan immateriële schade, waarvan € 1.359,90 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en € 883,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededaders, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen € 2.242,90 (hoofdsom, zegge: tweeduizendtweehonderdtweeënveertig euro en negentig eurocent), waarvan
€ 1.359,90 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en € 883,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Vordering van [persoon 1]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [persoon 1], te betalen een bedrag van € 65,- (zegge: vijfenzestig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij [persoon 1] , zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [persoon 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
a. legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededader, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [persoon 1] te betalen € 65,- (hoofdsom, zegge: vijfenzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [persoon 1] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Vordering van [persoon 2]
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [persoon 2], te betalen een bedrag van € 60,- (zegge: zestig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij [persoon 2] , zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [persoon 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
wijst af het door de benadeelde partij [persoon 2] meer of anders gevorderde;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededader, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [persoon 2] te betalen € 60,- (hoofdsom, zegge: zestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [persoon 2] , waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. R. van den Wildenberg en A. Wolthuis, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
De tenlastelegging is neergelegd in drie dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld.
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10-318325-24
1
hij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone SE), in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te
slaan en/of stompen en/of;
- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en/of hem de
doorgang te beletten en/of;
- voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "moet ik je een stoot
geven" en/of - zakelijk weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 1] moest oprotten
en/of moest wegwezen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone 15) en/of
oordopjes(doosje) (merk/type Apple Airpods) en/of sleutels en/of (werk-)kleding, in
elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 2] te gaan staan en/of hem de
doorgang te beletten en/of;
- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] te
trappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of een (verkeers-) bord tegen het
lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] te gooien/slaan en/of;
- een foto van het identiteitsbewijs en/of van voornoemde [slachtoffer 2] te maken en/of
hem daarbij dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat ze
voornoemde [slachtoffer 2] wel wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan en/of dat ze
nu wisten wie voornoemde [slachtoffer 2] was en dat hij de politie niet moest bellen, althans
woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoon (s) (onder andere merk/
type Apple iPhone 10 XR), in elk geval een goed en/of goederen, die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal
werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met
geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om
die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door:
- voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk
weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn zakken leeg moest maken en/of;
- voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;
- de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tas
overhoop te halen en/of;
- dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’,
-welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
4
hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te weten
het Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [slachtoffer 3]
en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere
telefoon(s), in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]
en/ of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) door:
- voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk
weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn zakken leeg moest maken en/of;
- voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;
- de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tas
overhoop te halen en/of;
- dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’,
-welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
5
hij, op of omstreeks 5 oktober 2024, te Rotterdam, althans in Nederland,
openlijk, te weten aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg
en/of
op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een onbekend gebleven persoon,
, door:
-bovenop diegene te springen en/of door diegene te slaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 5 oktober 2024, te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een onbekend gebleven persoon, heeft / hebben mishandeld door:
-bovenop diegene te springen en/of door diegene te slaan;
Parketnummer 10-319996-24
6.
hij in of omstreeks de periode van 15 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 te Rotterdam,
in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, van (een) voorwerp(en), te weten van een en/of
meerdere geldbedrag(en) van €65,00,- en/of €65,00,- en/of €50,00,- en/of €60,00,-, te
weten een geldbedrag van in totaal €240,00,-, althans enig geldbedrag
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of
heeft omgezet en/of
- daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die
voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
(een) onbekende (mede)dader(s) in of omstreeks de periode van 15 juni 2024 tot en
met 2 juli 2024 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, van (een) voorwerp(en), te weten van een en/of
meerdere geldbedrag(en) van €65,00,- en/of €65,00,- en/of €50,00,- en/of €60,00,-, te
weten een geldbedrag van in totaal €240,00,-, althans enig geldbedrag
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of
- heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of
- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of
heeft omgezet en/of
- daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl (een) onbekende (mede)dader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)
vermoeden dat dat/die voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of
middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
15 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, bankrekening(nummer) ter
beschikking te stellen en/of naar die (een) onbekende (mede)dader(s) Tikkie's te
sturen en/of een of meerdere geldbedrag(en) te pinnen en/of (vervolgens) aan die
(een) onbekende (mede)dader(s) een of meerdere contante geldbedrag(en) te
geven;
Parketnummer 10-160968-24
7.
hij op of omstreeks 13 mei 2024 te Rotterdam,
een scooter, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft
overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof.