Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-318315-24
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,
raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 27 februari 2026.
2. Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de beschuldiging dat hij heeft meegedaan aan drie straatroven. Deze zijn als vier verschillende feiten ten laste gelegd: twee straatroven in de vorm van een diefstal met geweld (feit 1 en 2) en één straatroof zowel als een diefstal met geweld als als een afpersing (feit 3 en 4). De precieze tekst van de beschuldiging is in bijlage I bij dit vonnis vermeld.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R. Planken heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Vrijspraak feit 1
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de straatroof van 3 oktober 2024. Er is geen concreet bewijsmiddel waaruit volgt wat die bijdrage zou zijn. Daarom wordt hij van dit feit vrijgesproken.
Bewijswaardering feit 2
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de als feit 2 ten laste gelegde straatroof, omdat er geen sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. Er zijn geen objectieve aanknopingspunten voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte aanwezig was bij de straatroof en daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Dat de verdachte na de straatroof beschikte over de telefoon van het slachtoffer, is niet gelijk te schakelen aan een rol of aandeel bij deze straatroof.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.
Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen zoals die in bijlage II zijn uitgewerkt, overweegt de rechtbank over de betrokkenheid van de verdachte bij de als feit 2 ten laste gelegde straatroof het volgende.
Uit de verklaring van [aangever] blijkt dat een groep van 7 jongens dreigend rondom hem kwam staan. De aangever werd geschopt, er werd een verkeersbord tegen hem aan gegooid en zijn spullen werden weggenomen, waaronder zijn iPhone 15. Vervolgens werd er een foto gemaakt van de aangever zelf en van zijn identiteitsbewijs, waarbij werd gezegd dat ze de aangever wel wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan.
Op de terechtzitting heeft de verdachte erkend dat hij bij deze straatroof was en dat hij achteraf de gestolen telefoon mee naar huis heeft genomen. Op de telefoon van de verdachte zijn berichten aangetroffen waaruit blijkt dat de verdachte een uur na de straatroof vraagt om de gemaakte foto’s van het slachtoffer en zijn identiteitsbewijs. De verdachte zegt hierbij: “wil ff lachen hierzo”. Ook is er op de telefoon van de [medeverdachte] een snapchatgesprek aangetroffen van een dag na de straatroof, waarin de verdachte spreekt over een iPhone 15 die niet gereset kan worden en een boy die geen aangifte gaat doen en anders wordt gebost (de rechtbank begrijpt: straattaal voor “geslagen”).
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. De verdachte heeft de groep getalsmatig versterkt en daarmee onderdeel uitgemaakt van de bedreigende situatie voor het slachtoffer. Bovendien heeft hij de buit onder zich gehad, naderhand nog gelachen om de tijdens de straatroof gemaakte foto’s en benoemd dat het slachtoffer zou worden geslagen als hij aangifte zou doen. De bijdrage van de verdachte aan de onder 2 ten laste gelegde straatroof is hiermee van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Dit feit is daarmee bewezen.
Vrijspraak feiten 3 en 4
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij aanwezig was en de [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de stem van de verdachte hoort op het aangetroffen filmpje van de straatroof. Door aanwezig te zijn en dingen te roepen tegen de slachtoffers, heeft de verdachte een actieve rol gehad bij de ten laste gelegde feiten.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de diefstal en afpersing met geweld van 2 oktober 2024. Op basis van de inhoud van het dossier en het besprokene ter zitting kan de rechtbank alleen met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte hierbij aanwezig is geweest. Op het filmpje van de straatroof dat is aangetroffen op de telefoon van de verdachte, is de verdachte niet te zien. Hoewel een medeverdachte heeft verklaard de stem van de verdachte op het filmpje te horen, verklaart hij vervolgens niet wat de verdachte zou hebben gezegd. Ook is niet vast te stellen dat de verdachte degene is geweest die heeft gefilmd. De politie heeft gekeken of het filmpje is gemaakt met de telefoon van verdachte, maar heeft dit niet kunnen vaststellen. Nu het dossier ook verder geen aanwijzingen bevat dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan deze diefstal en afpersing met geweld, zal de verdachte hiervan worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De verdachte heeft feit 2 begaan op die wijze dat:
2 hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone 15) en/ofoordopjes(doosje) (merk/type Apple Airpods) en/of sleutels en/of (werk-)kleding, inelk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aaneen ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en/of hem dedoorgang te beletten en/of;
- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] tetrappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of een (verkeers-) bord tegen hetlichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te gooien/slaan en/of;
- een foto van het identiteitsbewijs en/of van voornoemde [slachtoffer 1] te maken en/ofhem daarbij dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat zevoornoemde [slachtoffer 1] wel wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan en/of dat zenu wisten wie voornoemde [slachtoffer 1] was en dat hij de politie niet moest bellen, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
2.
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op 4 oktober 2024, op zestienjarige leeftijd, samen met anderen het slachtoffer beroofd van onder meer zijn telefoon. Het slachtoffer werd hierbij geslagen en geschopt en er werd een verkeersbord tegen hem aangegooid. Ook werden er foto’s van het slachtoffer en zijn identiteitsbewijs gemaakt, zodat ze hem wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan. Door zijn handelen heeft de verdachte een voor het slachtoffer bedreigende situatie gecreëerd. Daarnaast maken ernstige strafbare feiten zoals deze een grote inbreuk op het gevoel van veiligheid op straat.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De verdachte is niet eerder veroordeeld.
Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 februari 2026.
Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte zit sinds 26 april 2023 op een leefgroep van Prokino ( [naam leefgroep] ). Hij laat zich op de groep meestal aanspreken op zijn gedrag en is behulpzaam. Alleen de laatste maanden is hij minder in contact met zijn mentoren en houdt hij zich minder goed aan de gemaakte afspraken. Ook de schoolgang van de verdachte verloopt moeizaam. Hij is dit schooljaar voor de tweede keer gestart met een MBO1 opleiding. De eerste keer is hij verwijderd en momenteel moet de verdachte een toets inhalen om zijn startkwalificatie te kunnen behalen. Ook moet hij een nieuwe stageplek vinden omdat hij bij zijn vorige stageplek is weggestuurd. Als vrijetijdsbesteding werkt de verdachte. Daarnaast gaat behandeling vanuit de Waag starten voor emotieregulatie.
De Raad is in verband met de huidige zorgelijke ontwikkeling van mening dat verlenging van de jeugdreclasseringsmaatregel nodig is als stok achter de deur, met bijzondere voorwaarden. De Raad adviseert daarom – als de feiten bewezen worden – een deels voorwaardelijke jeugddetentie en een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
zich inzet voor een structurele dagbesteding in de vorm van werk of onderwijs;
zijn medewerking verleent aan begeleiding of behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
zich inzet voor een structurele positieve dagbesteding, zoals een sport;
woont bij [naam leefgroep] en zich houdt aan de gemaakte afspraken en regels;
geen contact heeft met de medeverdachten en slachtoffers.
Deskundige [naam] heeft ter zitting namens de jeugdreclassering naar voren gebracht dat de verdachte eerder een zichtbare positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Op school kwam hij in aanmerking voor een versneld traject, hij is op de woongroep overgegaan van fase 3 naar 4 en hij had een stage en bijbaan. Sinds december 2025 is er sprake van een terugval in een oud patroon. De verdachte houdt zich niet aan de afspraken en huisregels van [naam leefgroep] , ontwijkt de begeleiding, heeft een hoog verzuim op school en is weggestuurd van zijn stageplek. Hij lijkt echter de draad nu weer op te pakken. De verdachte heeft een intake gehad bij de Waag en heeft zelfstandig een nieuwe stageplek gevonden. Duidelijk is wel dat de verdachte behoefte heeft aan duidelijke structuur, kaders en stimulering. Daarin is het van belang dat er voldoende begeleiding is en zicht is op zijn vrijetijdsbesteding en vriendengroep.
De jeugdreclassering adviseert een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen en een voorwaardelijke werkstraf met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, een positieve dagbesteding, wonen bij [naam leefgroep] , de inzet van een jongerencoach en behandeling bij de Waag. Een contactverbod met de medeverdachten en slachtoffers acht de jeugdreclassering niet noodzakelijk.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (16 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Gelet op deze doelstellingen, en hetgeen hiervoor onder 7.2-7.3 is overwogen, vindt de rechtbank een werkstraf voor de duur van 100 uur, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, een passende straf voor het aandeel van de verdachte in de bewezen verklaarde straatroof. Van die 100 uur resteert na die aftrek nog 34 uur. De rechtbank zal dat deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad (met uitzondering van het contactverbod). De rechtbank doet dat omdat zij vindt dat de verdachte nog langer begeleiding moet hebben van de jeugdreclassering. Ook dient dit voorwaardelijk strafdeel als stok achter de deur om de verdachte te ontmoedigen nieuwe strafbare feiten te plegen.
Bij bepaling van deze straf heeft de rechtbank er ook rekening mee gehouden dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), die niet aan de verdachte toe te rekenen is. Dit heeft geleid tot een iets lagere straf dan zou zijn opgelegd zonder die termijnoverschrijding.
Alles afwegend acht de rechtbank deze straf passend en geboden.
8. In beslag genomen voorwerpen
Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 700,- zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte, met dien verstande dat op dat geldbedrag conservatoir beslag ligt.
9. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1] , ter zake van feit 1. Hij vordert een bedrag van € 301,- aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Beoordeling
[benadeelde partij 1] zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van feit 1.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding door de [benadeelde partij 1] geen inhoudelijke beslissing genomen.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2] , ter zake van feit 2. Hij vordert een bedrag van € 942,90 aan materiële schade en een bedrag van € 1.300,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering geheel toewijsbaar, hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich niet verzet tegen de gevorderde materiële schade. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag gematigd moet worden, nu er geen causaal verband is aangetoond tussen de handelingen van de verdachte en de gestelde schade. De verdachte heeft de aangever niet bejegend noch letsel toegebracht.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2 rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde materiële schadevergoeding door de verdediging niet is weersproken en overigens ook voldoende is onderbouwd, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.
Daarnaast is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2 rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.300,-, zodat ook de vordering ten aanzien van de immateriële schade zal worden toegewezen.
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de volgende data:
- voor het airpods doosje en de immateriële schade vanaf de pleegdatum, te weten 4 oktober 2024;
- voor de therapie en de verklaring van de psycholoog vanaf de vonnisdatum, te weten 27 februari 2026.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 2.242,90, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 34 (vierendertig) uren te verrichten werkstraf resteren;
bepaalt dat het resterende gedeelte van de taakstraf groot 34 (vierendertig) uren, subsidiair 17 dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
i. verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op één (1) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor een structurele dagbesteding in de vorm van werk en/of onderwijs;
- zijn medewerking zal verlenen aan begeleiding of behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor een structurele positieve vrijetijdsbesteding, zoals een bijbaan en/of sport;
- zal wonen bij [naam leefgroep] en zich zal houden aan de gemaakte afspraken en regels, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan de verdachte van het geldbedrag van € 700,-, met dien verstande dat op dat geldbedrag conservatoir beslag ligt;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 2.242,90 (zegge: tweeduizendtweehonderdtweeënveertig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 942,90 aan materiële schade en € 1.300,- aan immateriële schade, waarvan € 1.359,90 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en € 883,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de [benadeelde partij 2] , zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededaders, de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 2.242,90 (hoofdsom, zegge: tweeduizendtweehonderdtweeënveertig euro en negentig eurocent), waarvan
€ 1.359,90 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en € 883,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de [benadeelde partij 2] , waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. R. van den Wildenberg en A. Wolthuis, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1hij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone SE), in elkgeval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- in/tegen het gezicht en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] teslaan en/of stompen en/of;- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 2] te gaan staan en/of hem dedoorgang te beletten en/of;- voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "moet ik je een stootgeven" en/of - zakelijk weergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 2] moest oprottenen/of moest wegwezen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
2hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Rotterdam, op/aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een telefoon (merk/type Apple iPhone 15) en/ofoordopjes(doosje) (merk/type Apple Airpods) en/of sleutels en/of (werk-)kleding, inelk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aaneen ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstalvoor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aanzichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:- dreigend voor en/of rondom voornoemde [slachtoffer 1] te gaan staan en/of hem dedoorgang te beletten en/of;- meerdere malen, althans eenmaal, tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] tetrappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of een (verkeers-) bord tegen hetlichaam van voornoemde [slachtoffer 1] te gooien/slaan en/of;- een foto van het identiteitsbewijs en/of van voornoemde [slachtoffer 1] te maken en/ofhem daarbij dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat zevoornoemde [slachtoffer 1] wel wisten te vinden als hij naar de politie zou gaan en/of dat zenu wisten wie voornoemde [slachtoffer 1] was en dat hij de politie niet moest bellen, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoon (s) (onder andere merk/type Apple iPhone 10 XR), in elk geval een goed en/of goederen, die geheel of tendele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstalwerd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging metgeweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk omdie diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door:-voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijkweergegeven - dat -voornoemde [slachtoffer 3] zijn zakken leeg moest maken en/of;-voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;-de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tasoverhoop te halen en/of;-dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’,-welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -,althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
4hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Rotterdam, op/ aan de openbare weg, te wetenhet Sidelingepark (Burgemeester Koningssingel), tezamen en in vereniging met eenof meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [slachtoffer 3][slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerderetelefoon(s), in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]en/ of [slachtoffer 4] toebehoorde(n) door:-voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen - zakelijkweergegeven - dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn zakken leeg moest maken en/of;-voornoemde [slachtoffer 3] in zijn gezicht te slaan en/of;-de jaszakken van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] leeg te maken en zijn tasoverhoop te halen en/of;-dreigend de woorden toe te voegen: ‘Laat hem uitloggen broer, wat is de code?’,-welke vermoedelijk bedoeld zijn voor voornoemde [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] -,althans woorden van gelijke aard en/of strekking.