Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-086561-23
Datum uitspraak: 19 januari 2026
Datum zitting: 17 december 2025 en 19 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres
[adres], [postcode] in [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. R. van den Hemel
Officier van justitie: mr. N. Aandewiel
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van - samengevat - het medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op of omstreeks 30 december 2022 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
op of aan de openbare weg, te weten (de ingang van) de parkeergarage "Kiphof"
gelegen aan de Kipstraat,
een geldbedrag van (ongeveer) € 1.000,-, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- die [slachtoffer] bij de kraag van zijn jas vast te pakken en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) tegen een hek aan te duwen en/of
- die [slachtoffer] (met kracht) bij de keel vast te pakken en/of op de keel te duwen en/of
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen de zij, althans het lichaam, van
die [slachtoffer] aan te duwen en/of
- die [slachtoffer] (vervolgens) dreigend de woorden toe te voegen: "Die kogel wil je niet
hebben vriend", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
terwijl verdachte en/of zijn mededaders in de broekzakken van die [slachtoffer] voelden.
2. Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit moet worden veroordeeld. Het dossier geeft blijk van een geplande en gezamenlijk uitgevoerde diefstal met geweld. De verklaring van de verdachte dat hij niet wist van het voornemen van zijn kennis om geld van de aangever te stelen, is niet aannemelijk. De verdachte moet partieel worden vrijgesproken van het tegen het lichaam duwen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en van het daarbij uiten van dreigende woorden, zoals ten laste gelegd onder het vierde en vijfde gedachtestreepje.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Oordeel van de rechtbank
Weging van het bewijs
De aangever is op 30 december 2022 in het trappenhuis van een parkeergarage met geweld beroofd van een geldbedrag van € 1.000,-. Vast staat dat de verdachte samen met twee anderen erbij aanwezig was toen deze diefstal plaatsvond. De verdachte heeft erkend dat hij op enig moment de aangever heeft vastgepakt en tegen het hek heeft geduwd en verklaard dat hij pas op een later moment erbij geroepen was door een van de anderen. Dat vindt ook steun in de camerabeelden. Hij heeft ook verklaard dat hij niets wist over een diefstal en dat hij ook niet heeft gemerkt dat er door een van de andere jongens geld uit de zak van de aangever is weggenomen.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de beschuldiging dat de verdachte heeft meegedaan aan deze diefstal. Er is namelijk geen bewijs dat hij heeft gehandeld met het oogmerk om samen met anderen een geldbedrag van het slachtoffer weg te nemen.
Vrijspraak
Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
3. Beslissingen
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
4. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en B.E.M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 januari 2026.
Mr. B.E.M. van Andel is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.