Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-232137-25
Datum uitspraak: 19 januari 2026
Datum zitting: 17 december 2025 en 19 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 op [geboorteland],
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode 1] in [plaatsnaam 1],
verblijvende in [detentieadres],
op het adres [adres 2], [postcode 2] in [plaatsnaam 2].
Advocaat van de verdachte: mr. G.S.J. van Gestel
Officier van justitie: mr. N. Aandewiel
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - een automatisch vuurwapen en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op of omstreeks 4 september 2025 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en
munitie,
te weten
een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om
automatisch te vuren, te weten een pistool kaliber 9x19mm van het merk Glock,
model 17 Gen 4 en/of
(bijbehorende) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie,
te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van de Wet wapens munitie, van de
Categorie III,
te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x19mm,
voorhanden heeft gehad.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit moet worden veroordeeld.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte
op 4 september 2025 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en
munitie,
te weten
een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om
automatisch te vuren, te weten een pistool kaliber 9x19mm van het merk Glock,
model 17 Gen 4 en
(bijbehorende) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie,
te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van de Wet wapens munitie, van de
Categorie III,
te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x19mm,
voorhanden heeft gehad.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor het feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie
5. Schriftelijke stukken van politie
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf van kortere duur, waarvan een deel voorwaardelijk, op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een automatisch vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Dat is een ernstig feit. De verdachte heeft ’s nachts met dat automatische vuurwapen over straat gelopen en heeft meerdere salvo’s in de lucht afgeschoten. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt vaak tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich. Uit het dossier blijkt ook dat die nacht meerdere personen bij de politie melding hebben gedaan van schieten in de straat. De verdachte heeft zich daarmee misdragen en geen oog gehad voor de gevoelens van onveiligheid die hij daarmee veroorzaakte.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 10 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vuurwapenbezit. Het strafblad van de verdachte leidt dus in beginsel tot een hogere straf.
Verklaring ambulant begeleider
De verdediging heeft een verklaring overgelegd van de ambulant begeleider van Middin voor specialistische LVB begeleiding Rotterdam van 16 december 2025. Daarin staat het volgende.
In 2019 is de verdachte door de reclassering bij Middin aangemeld voor begeleiding, onder andere voor ondersteuning bij het regelen van praktische zaken, financiën, contacten met instanties en voor toeleiding naar een plek voor begeleid wonen. Ongeveer vijf jaar geleden is de verdachte in Vlaardingen begeleid gaan wonen bij een locatie van Middin. Daar is hij getraind in woonvaardigheden, ondersteund bij het vinden van werk en begeleid naar bewindvoering. Bij psychodiagnostisch onderzoek in oktober 2020 is er bij de verdachte een licht verstandelijke beperking vastgesteld. De verdachte is begin februari 2025 uitgestroomd naar een zelfstandige woning, waarna hij weer werd begeleid. Het afgelopen jaar is de verdachte begeleid bij contacten met de bewindvoering, financiën en regelzaken, waaronder het aanvragen van een uitkering en bijzondere bijstand voor het inrichten van zijn woning. Steeds heeft de verdachte gemotiveerd meegewerkt aan deze begeleiding.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij alleenstaand is en vier kinderen heeft. De verdachte heeft voornamelijk contact met zijn familie en niet meer met de vrienden van destijds. De verdachte heeft onder meer gewerkt als vuilnisman en lasser en is een paar keer begonnen met een mbo-opleiding. De verdachte zou in september 2025 weer beginnen met een opleiding.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank weegt in het nadeel van de verdachte mee dat hij met het automatische vuurwapen midden in de nacht in een woonwijk meerdere salvo’s in de lucht heeft afgevuurd. Het vuurwapen was niet van de verdachte en hij had geen kwade bedoelingen. Hij is op zijn verjaardag door vrienden aangespoord tot zijn daad en hij heeft daarbij niet stilgestaan bij de gevaarzetting en de gevolgen van zijn handelen. De verdachte is als gevolg van dit feit zijn relatie en gezin kwijtgeraakt en hij ziet het kwalijke van zijn handelen in. De verdachte is gemotiveerd en op de goede weg om zijn leven zelfstandig met ambulante begeleiding positief vorm te geven. Gelet op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank een lagere gevangenisstraf opleggen dan is geëist.
Daarom wordt een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 5 (vijf) maanden voorwaardelijk opgelegd. Het voorwaardelijke deel van de straf heeft specifiek als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapen en munitie.
6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals hiervoor is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 5 (vijf) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en B.E.M. van Andel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 januari 2026.
Mr. B.E.M. van Andel is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.