Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-088693-24, 10-089664-25, 10-250902-25 en 10-311459-23
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Datum zitting: 24 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. A.M.J. Comans
Officier van justitie: mr. N. van der Meij
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte een kandidaat-wethouder heeft belaagd en zijn eer en goede naam heeft aangerand. Ook is bewezen dat hij zijn (toenmalige) levensgezel heeft mishandeld en enige tijd daarna een kennis heeft gedwongen hem onderdak te bieden en uitgaven voor hem te doen. Ten slotte heeft de verdachte zijn moeder mishandeld door haar met een mes te prikken en haar te bijten. Bedreiging van de burgemeester van Gorinchem is niet bewezen. De mishandeling van zijn levensgezel kan de verdachte in verminderde mate worden toegerekend; de andere bewezen strafbare feiten kunnen hem niet worden toegerekend. In lijn met de adviezen van de psycholoog en psychiater wordt de TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd. Voor de mishandeling van de levensgezel volgt een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel.
1. Tenlastelegging
1 (hierna belaging van de kandidaat-wethouder)
2 (hierna bedreiging van de burgemeester)
3 (hierna mishandeling van zijn levensgezel)
1 (hierna smaadschrift tegen de kandidaat-wethouder oktober ’23 - maart ’24)
2 subsidiair (poging dwang tegen een kennis)
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – de kandidaat-wethouder [slachtoffer 1] heeft belaagd en bij herhaling zijn eer en goede naam heeft aangerand, en verder dat hij de burgemeester van Gorinchem heeft bedreigd, zijn levensgezel heeft mishandeld, een kennis heeft gedwongen om hem onderdak te bieden en uitgaven voor hem te doen en ten slotte heeft geprobeerd zijn moeder te doden, dan wel haar heeft mishandeld.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
Parketnummer 10-088693-24
hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 11 maart 2024 te Gorinchem,
althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] (kandidaat wethouder voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht), door
- meermalen e-mails naar die [slachtoffer 1] te sturen en/of
- meermalen e-mails te sturen naar diverse (overheids)instanties waarin die [slachtoffer 1] er onder andere van wordt beschuldigd een topcrimineel te zijn en/of zich bezig te houden met ambtsmisbruik/corruptie/zwendels/witteboordencriminaliteit/witwassen/miljoenenfraude/valsheid in geschrifte (van welke e-mails die [slachtoffer 1] kennis heeft genomen) met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
hij op of omstreeks 11 maart 2024 te Gorinchem, althans in Nederland, [slachtoffer 2] (burgemeester van Gorinchem) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door telefonisch ten overstaan van de secretaresse van die [slachtoffer 2] dreigend de woorden te uiten: "De beerput gaat open. Ik ruk de kop van de burgemeester eraf. Als dat niet gebeurt dan doe ik dat eigenhandig", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke dreigende woorden die [slachtoffer 2] kennis heeft
genomen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] een mail te sturen: “FYI. En het zal 1 grote klerezooi worden, voor alle betrokken. Een beetje voor koning en koninginnetje denken te kunnen spelen, onder de Heilige Kroon”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
hij op of omstreeks 17 februari 2024 te Gorinchem, zijn levensgezel, [slachtoffer 3], heeft mishandeld door die [slachtoffer 3]
- bij de oren vast te pakken en/of (vervolgens) aan de oren te trekken en/of
- tegen een muur aan te duwen;
Parketnummer 10-089664-25
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2023 tot en met 11 maart 2024 te Gorinchem, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door
- ( op 12 oktober 2023) te mailen van [e-mailadres] naar een raadslid van de gemeente H-IA “dat [slachtoffer 1] dubbelen petten op had als aspirant wethouder en als boekhouder en/of dat [slachtoffer 1] cliënten benaderde om illegale leentransacties aan te gaan en/of dat [slachtoffer 1] valsheid in geschrifte zou hebben gepleegd en illegale
leenconstructie aanging en/of
- ( op 26 februari 2024 om 18:13) te mailen aan Martin [slachtoffer 3] en de rechtbank Rotterdam en personen uit de tweede kamer en de eerste kamer en diverse andere personen:
(p 108) "Weet je het nog? Van die frauderende en hele fout SGP-er….voor zijn benoeming… werd ….in de Petrakerk …. gebeden …. [slachtoffer 1] heeft gebeden…
en nu? Nu staan ….. en fraudeur [slachtoffer 1]… voor het spreekwoordelijke ravijn… …Omdat de voorganger van [naam 1] en dossier [slachtoffer 1] expres door liet schuiven…. En loop je [verdachte] tegen het lijf…dan is het spreekwoordelijk bal. Vuurwerk, als je allen enkel klootzakt, liegt en bedriegt…"
(p 118) "ik wist “per ongeluk” teveel over Blauwhoed/Eurowooningen. Teveel over frauderende nieuwbouw vastgoedprojecten…. Dat dit alles gewoon doorloopt – via o.a. [slachtoffer 1] …. Moest absoluut stilgehouden worden…." en/of
- ( op 27 februari 2024) te mailen: (p. 120) "Geheim, nee zelfs staatsgeheime dossiers….Totdat fraudeur [slachtoffer 1] ons de gewraakte leenovereenkomst eigenhandig naar zijn bedrijf [naam bedrijf] door liet duwen. Het malafide bedrijf van fraudeur [slachtoffer 1] en de frauderende en criminele vermogensfamilie [naam familie] (Quote500)" en/of
- ( op 27 februari 2024) te mailen van [e-mailadres]: (p. 133, p. 141 en p. 142) "[slachtoffer 1]… Die dacht heel vluchtig na tientallen jaren fraudepartijken heel snel wethouder ….te kunnen worden…" en/of
- ( aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1] van 29 februari 2024 met bijlagen vanaf p. 14, proces-verbaal van bevindingen met volgnummer 7, p. 20)
aan een of meerdere leden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, politici van de Eerste en/of Tweede Kamer, de Nationale Ombudsman en/of diverse (andere) (overheids)instanties, krantenredacties en/of advocaten, althans een of meer
personen een of meerdere e-mailberichten te verzenden, waarin die [slachtoffer 1] er onder andere van wordt beschuldigd een topcrimineel en/of fraudeur te zijn en/of zich bezig te houden met ambtsmisbruik/corruptie/zwendels/witteboordencriminaliteit/witwassen/miljoenenfraude/valsheid in geschrifte, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2 primair (hierna dwang tegen een kennis) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 februari 2024 tot en met 11 maart 2024 te Gorinchem, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 4],
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het bieden van onderdak aan hem, verdachte en/of het doen van uitgaven ten behoeve van hem, verdachte, door
- het isoleren van die [slachtoffer 4] van haar familie en/of
- berichten te sturen uit naam van die [slachtoffer 4], waarin het contact met de familie en/of omgeving van die [slachtoffer 4] wordt verbroken en/of
- die [slachtoffer 4] op te dragen de rolluiken/gordijnen, ramen en/of deuren te sluiten en/of gesloten te houden en/of
- te snauwen en/of schreeuwen tegen die [slachtoffer 4] en/of tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij, verdachte, in contact staat met God, de paus en/of de overleden moeder van die [slachtoffer 4] en/of
- die [slachtoffer 4] te vervoeren naar een hotel en/of met die [slachtoffer 4] in een hotel te slapen en/of eten en drinken te nuttigen;
hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2024 tot en met 11 maart 2024 te Gorinchem, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten [slachtoffer 4], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het bieden van onderdak aan hem, verdachte en/of het doen van uitgaven ten behoeve van hem, verdachte:
- berichten heeft gestuurd uit naam van die [slachtoffer 4], waarin het contact met de familie en/of omgeving van die [slachtoffer 4] werd verbroken en/of
- die [slachtoffer 4] heeft opgedragen de rolluiken/gordijnen, ramen en/of deuren te sluiten en/of gesloten te houden en/of
- heeft gesnauwd en/of geschreeuwd tegen die [slachtoffer 4] en/of tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat hij, verdachte, in contact staat met God, de paus en/of de overleden moeder van die [slachtoffer 4] en/of
- die [slachtoffer 4] heeft vervoerd naar een hotel en/of met die [slachtoffer 4] in een hotel heeft geslapen en/of eten en drinken heeft genuttigd,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer 10-250902-25
primair (hierna poging doodslag van zijn moeder)
hij op of omstreeks 19 juli 2025 te Uden, gemeente Maashorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer 5] van het leven te beroven,
- die [slachtoffer 5] in de rechter onderarm heeft gebeten en/of
- die [slachtoffer 5] meermalen met (een of meer) mes(en) heeft gestoken en/of geprikt in de buik en/of borst, althans het lichaam en/of
- de neus en/of mond van die [slachtoffer 5] dicht heeft gedrukt en/of
- die [slachtoffer 5] aan de arm en/of badjas en/of het lichaam heeft getrokken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair (hierna mishandeling van zijn moeder)
hij op of omstreeks 19 juli 2025 te Uden, gemeente Maashorst, [slachtoffer 5], heeft mishandeld, door
- die [slachtoffer 5] in de rechter onderarm te bijten en/of
- die [slachtoffer 5] meermalen met (een of meer) mes(en) te steken en/of prikken in de buik en/of borst, althans het lichaam en/of
- de neus en/of mond van die [slachtoffer 5] dicht te drukken en/of
- die [slachtoffer 5] aan de arm en/of badjas en/of het lichaam te trekken,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
Parketnummer 10-311459-23
(hierna smaadschrift tegen de kandidaat-wethouder 8-16 oktober ’23)
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2023 tot en met 16 oktober 2023 te Gorinchem, althans in Nederland, opzettelijk de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door aan een of meerdere leden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht en/of politici en/of krantenredacties en/of advocaten en/of de Nationale Ombudsman een of meerdere e-mailberichten te verzenden, met daarin (onder andere) de woorden
- '' Dat zien wij bij fraudeur en nieuw bakken wethouder de heer [slachtoffer 1], namens de SGP-ChristenUnie, te Hendrik-Ido-Ambacht'' en/of
- '' Wethouder [slachtoffer 1] investeert en fraudeert samen met [naam 3] en met [naam 4] voor miljoenen''
- '' Zelfs valsheid in geschrifte schijnt voor wethouder [slachtoffer 1] doodnormaal te zijn'' en/of
- '' Toch heeft [slachtoffer 1] minimaal gedurende 19 maanden aantoonbaar ''de dubbele petten constructie'' opgetuigd'' en/of
- '' En ook hier heeft accountantskantoor Visser en Visser - samen met fraudeur [slachtoffer 1] - strafbare feiten actief en bewust proberen te verdoezelen'',
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
2. Beoordeling van de beschuldiging
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de volgende feiten: onder parketnummer 10-088693-24 de belaging van de kandidaat-wethouder, de bedreiging van de burgemeester en de mishandeling van zijn levensgezel, onder parketnummer 10-089664-25 smaadschrift tegen de kandidaat-wethouder en dwang tegen een kennis, en onder parketnummer 10-250902-25 poging tot zware mishandeling van zijn moeder en mishandeling van zijn moeder. De verdachte moet worden vrijgesproken van het smaadschrift in de zaak met parketnummer 10-311459-23. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de dwang of poging daartoe tegen een kennis, onder parketnummer 10-089664-25, voor de poging doodslag op zijn moeder onder parketnummer 10-250902-25 en het smaadschrift onder parketnummer 10-311459-23. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak bedreiging burgemeester
De bedreiging van de burgemeester is niet bewezen. De volgende overwegingen leiden tot die conclusie. Het staat vast dat de verdachte telefonisch tegen de secretaresse van de burgemeester is uitgevaren toen hij voor een bepaalde kwestie een correct e-mailadres eiste en dat hij daarbij dreigende taal heeft gebruikt over de burgemeester. De lezingen over de gebruikte woorden lopen wel uiteen: de secretaresse heeft verklaard dat de verdachte in dat gesprek heeft gezegd dat hij desnoods eigenhandig de kop van de burgemeester eraf zou rukken, terwijl de verdachte zelf verklaart dat hij heeft gezegd dat er koppen zouden gaan rollen als een bepaalde kwestie in de media zou komen. Vast staat ook dat de verdachte zich nog in dat gesprek direct heeft geëxcuseerd dat hij zo tegen de secretaresse van de burgemeester tekeerging, maar dat ze dat wel zou begrijpen als zij wist wat hij weet. Dit klinkt per saldo eerder als een heftige emotionele opwelling, waarvan de verdachte zelf ook liet blijken deze ongepast te vinden, dan als een serieus te nemen bedreiging. In deze context zijn de woorden van de verdachte, hoe die ook precies zijn geuit, namelijk niet daadwerkelijk geschikt om vrees aan te jagen voor een misdrijf tegen het leven of voor zware mishandeling, hoezeer zijn woorden uiteindelijk ook als verontrustend zijn overgekomen bij de burgemeester. Dat is wel een vereiste om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Nu dat niet het geval is, wordt de verdachte op dit punt vrijgesproken.
Vrijspraak poging doodslag moeder
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de poging doodslag, die primair onder parketnummer 10-250902-25 is opgenomen, niet is bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
De rechtbank leest, anders dan de officier van justitie, in het primair ten laste gelegde onder dit parketnummer geen impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De vraag of daarvoor bewijs voorhanden is, is daarom niet aan de orde.
Vrijspraak smaadschrift kandidaat-wethouder 8-16 oktober ‘23
De rechtbank is het eens met de officier van justitie en de verdediging dat de beschuldiging onder parketnummer 10-311459-23 niet is bewezen. De strafbeschikking die daarvoor is opgelegd zal worden vernietigd en de verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte [slachtoffer 1], kandidaat-wethouder van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, heeft belaagd en zijn eer en goede naam heeft aangerand. Ook is bewezen dat de verdachte zijn levensgezel [slachtoffer 3] en zijn moeder [slachtoffer 5] heeft mishandeld. Ten slotte is bewezen dat de verdachte zijn kennis [slachtoffer 4] heeft gedwongen hem onderdak te bieden en uitgaven voor hem te doen. De volledige bewezenverklaring is opgenomen in paragraaf 2.3.5.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de belaging van de kandidaat-wethouder en de mishandeling van zijn levensgezel onder parketnummer 10-088693-24 bekend en dat geldt ook voor het smaadschrift tegen de kandidaat-wethouder in oktober ’23 - maart ‘24 onder parketnummer 10-089664-25 en de mishandeling die als subsidiair verwijt is opgenomen onder parketnummer 10-250902-25. Op deze onderdelen is ook geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
Feit 1 parketnummer 10-088693-24 en feit 1 parketnummer 10-089664-25
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]
3. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]
4. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]
5. Proces-verbaal van de politie
6. Proces-verbaal van de politie
Feit 3 parketnummer 10-088693-24
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3]
Parketnummer 10-250902-25, subsidiair
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5]
De bewezenverklaring van feit 2 primair onder parketnummer 10-089664-25 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Verklaring van de verdachte
Ik verbleef twee weken bij [slachtoffer 4]. Ik heb haar daarvoor niet betaald, geen huur of andere bijdrage. [slachtoffer 4] heeft de overnachtingen bij Van der Valk en de kloosters waar wij verbleven betaald. Ik reageerde voor [slachtoffer 4] op appgesprekken.
2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 4]
Ik doe aangifte tegen [verdachte]. Toen [verdachte] ontslagen werd bij Yulius op 15 of 16 februari 2024 heb ik hem gezegd dat hij wel even bij mij kon komen logeren. Toen hij bij mij in huis eenmaal gesetteld was, had ik vrijwel meteen niets meer te vertellen. Alles moest dicht blijven, gordijnen, ramen en deuren. Hij heeft mij geïsoleerd van mijn familie door ze op mijn naam hele vreemde apps te sturen waardoor het leek alsof ik geen contact meer met ze wilde. Tegen mij vertelde hij dat mijn familie geen contact met mij wilde. Als ik dan zei dat ik dat niet zo leuk vond, dan snauwde hij me vreselijk af. Ik durfde niet tegen hem in te gaan en bovendien geloofde ik op dat moment alles wat hij tegen me zei. Dit kwam voornamelijk ook omdat hij zei dat hij contact had met mijn overleden moeder. Ik zei wel dat hij rustig aan moest doen en gewoon moest doen en dan huilde ik. Hij werd dan vreselijk boos. Ik was dan maar weer stil omdat ik niet wilde dat mijn overleden moeder via [verdachte] boos op mij zou worden. Doordat ik geen internet had en [verdachte] bang was in mijn huis ging hij hele dagen naar het van der Valk hotel om te werken. Zowel bij van der Valk in Gorinchem als in Tiel. Hij leefde dan de hele dag in zo’n hotel, at daar, dronk daar en ik moest mee met hem om notities voor hem te maken. Aan het einde van de dag moest ik de rekening betalen van wat er die dag geconsumeerd was. Hij heeft me zo in een korte periode gedwongen om ongeveer achthonderd euro aan rekeningen bij van der Valk te betalen.
Hij heeft bijna drie weken bij mij in huis gewoond. Hij heeft alles in mijn huis gebruikt, maar daar heeft hij nooit voor betaald. Ik heb hem wel eens gezegd dat ik op deze manier het niet allemaal meer kon betalen maar dan blafte hij me af en zei dat ik het gewoon moest doen.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 5]
Ik ben de nicht van [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] is in haar IQ en EQ zeer laag ontwikkeld. [verdachte] vertelde aan [slachtoffer 4] dat hij paranormaal begaafd is en dat hij contact had met oma. Hij woonde bij haar in. Ze had geen zicht meer op haar eigen telefoon. Ze kan niet appen en sms-en. Ik belde [slachtoffer 4] en zei dat ze [verdachte] het huis uit moest gooien. Daarna kreeg ik het appje. In het bericht komt het erop neer dat [slachtoffer 4] het contact met mij moest verbreken. [slachtoffer 4] wist niet dat dit bericht gestuurd was.
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 6]
Ik ben de zus van [slachtoffer 4]. [verdachte] is bij haar in huis gekomen. Die tijd belde ik [slachtoffer 4] en vroeg of ze kwam eten. Ze kwam altijd, maar toen ze met [verdachte] om ging niet meer. Rond maart 2024 was ineens al het contact met [slachtoffer 4] verbroken. [verdachte] zat toen al twee à drie weken in haar woning. Op een gegeven moment werd ik gebeld door de buurvrouw die zich zorgen maakte om [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] liep met een man en maakte geen contact meer met de buren wat ze normaal wel deed. De buren hebben [slachtoffer 4] horen gillen en huilen. [slachtoffer 4] mocht geen contact met mij opnemen. Dat kreeg [verdachte] door van onze overleden moeder. Hij stuurde ook appjes naar mij.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-088693-24
1
hij in de periode van 12 oktober 2023 tot en met 11 maart 2024 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] (kandidaat wethouder voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht), door
- meermalen e-mails naar die [slachtoffer 1] te sturen en
- meermalen e-mails te sturen naar diverse (overheids)instanties waarin die [slachtoffer 1] er onder andere van wordt beschuldigd een topcrimineel te zijn en/of zich bezig te houden met ambtsmisbruik/corruptie/zwendels/witteboordencriminaliteit/witwassen/miljoenenfraude/valsheid in geschrifte, van welke e-mails die [slachtoffer 1] kennis heeft genomen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
3
hij op 17 februari 2024 te Gorinchem, zijn levensgezel, [slachtoffer 3], heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] aan de oren te trekken en tegen een muur aan te duwen;
Parketnummer 10-089664-25
1
hij in de periode van 12 oktober 2023 tot en met 11 maart 2024 in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften verspreid, door
- te mailen van [e-mailadres] naar een raadslid van de gemeente H-IA dat [slachtoffer 1] dubbelen petten op had als aspirant wethouder en als boekhouder, dat [slachtoffer 1] cliënten benaderde om illegale leentransacties aan te gaan en dat [slachtoffer 1] valsheid in geschrifte zou hebben gepleegd en illegale leenconstructie aanging en
- te mailen aan Martin [slachtoffer 3], de rechtbank Rotterdam, personen uit de tweede en de eerste kamer en diverse andere personen: "Weet je het nog? Van die frauderende en hele fout SGP-er….voor zijn benoeming… werd ….in de Petrakerk …. gebeden …. [slachtoffer 1] heeft gebeden… en nu? Nu staan ….. en fraudeur [slachtoffer 1]… voor het spreekwoordelijke ravijn… …Omdat de voorganger van [naam 1] en dossier [slachtoffer 1] expres door liet schuiven…. En loop je [verdachte] tegen het lijf…dan is het spreekwoordelijk bal. Vuurwerk, als je allen enkel klootzakt, liegt en bedriegt…"
"ik wist “per ongeluk” teveel over Blauwhoed/Eurowooningen. Teveel over frauderende nieuwbouw vastgoedprojecten…. Dat dit alles gewoon doorloopt – via o.a. [slachtoffer 1] …. Moest absoluut stilgehouden worden…." en
- " Geheim, nee zelfs staatsgeheime dossiers….Totdat fraudeur [slachtoffer 1] ons de gewraakte leenovereenkomst eigenhandig naar zijn bedrijf [naam bedrijf] door liet duwen. Het malafide bedrijf van fraudeur [slachtoffer 1] en de frauderende en criminele vermogensfamilie [naam familie] (Quote500)" en
- te mailen van [e-mailadres]: "[slachtoffer 1]… Die dacht heel vluchtig na tientallen jaren fraudepartijken heel snel wethouder ….te kunnen worden…" en
- aan een of meerdere leden van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, politici van de Eerste en/of Tweede Kamer, de Nationale Ombudsman en/of diverse (andere) (overheids)instanties, krantenredacties en/of advocaten, een of meerdere e-mailberichten te verzenden, waarin die [slachtoffer 1] er onder andere van wordt beschuldigd een topcrimineel en/of fraudeur te zijn en/of zich bezig te houden met ambtsmisbruik/corruptie/zwendels/witteboordencriminaliteit/witwassen/miljoenenfraude/valsheid in geschrifte;
2 primair
hij in de periode van 17 februari 2024 tot en met 11 maart 2024 in Nederland, een ander, te weten [benadeelde partij],
door enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen en te dulden, te weten het bieden van onderdak aan hem, verdachte en het doen van uitgaven ten behoeve van hem, verdachte, door
- het isoleren van die [slachtoffer 4] van haar familie en
- berichten te sturen uit naam van die [slachtoffer 4], waarin het contact met de familie en omgeving van die [slachtoffer 4] wordt verbroken en
- die [slachtoffer 4] op te dragen de rolluiken/gordijnen, ramen en deuren te sluiten en gesloten te houden en
- te snauwen tegen die [slachtoffer 4] en tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij, verdachte, in contact staat met de overleden moeder van die [slachtoffer 4] en
- die [slachtoffer 4] te vervoeren naar een hotel en met die [slachtoffer 4] in een hotel te slapen en eten en drinken te nuttigen.
Parketnummer 10-250902-25
subsidiair
hij op 19 juli 2025 te Uden, [slachtoffer 5], heeft mishandeld, door
- die [slachtoffer 5] in de rechter onderarm te bijten en
- die [slachtoffer 5] meermalen met mes te prikken in de buik en/of borst, en
- die [slachtoffer 5] aan de arm en badjas en het lichaam te trekken,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder.
3. Kwalificatie en strafbaarheid feiten
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-088693-24
1
belaging;
3
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel;
Parketnummer 10-089664-25
1
smaadschrift;
2 primair
een ander door een feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
Parketnummer 10-250902-25
subsidiair
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder.
Strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
4. Strafbaarheid verdachte
Strafbaarheid van de verdachte
Standpunt van de officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat, op een uitzondering na, de feiten geheel niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend, op grond waarvan hij dus niet strafbaar is en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De uitzondering hierop betreft feit 3 onder parketnummer 10-088693-24, de mishandeling van zijn levensgezel.
Beoordeling
Rapportages
Uit de rapporten van een psychiatrisch en een psychologisch Pro Justitia onderzoek, beide van 30 januari 2026, blijkt het volgende. Op basis van hun onderzoek concluderen de rapporteurs – zakelijk weergegeven – dat de verdachte lijdt aan een psychische stoornis in de zin van schizofrenie. Daarnaast is er sprake van antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken. Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Op basis van de psychische stoornis had de verdachte een paranoïde gedachtegang met grootheidsideeën en een geagiteerde, expansieve stemming. Behoudens de mishandeling van zijn toenmalige levensgezel is er een zodanig causaal verband tussen de psychische stoornis en de ten laste gelegde feiten, dat kan worden vastgesteld dat de verdachte zijn wil en gedrag niet in vrijheid heeft kunnen bepalen. Zowel de psycholoog als de psychiater adviseren daarom om behoudens de mishandeling van zijn ex-partner (10-088693-24, feit 3), welk feit aan hem in een verminderde mate kan worden toegerekend, alle andere ten laste gelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen aan de verdachte.
Conclusie rechtbank over toerekening
Op basis van de rapporten van de psychiater en de psycholoog stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten, afgezien van de mishandeling van de levensgezel, sprake was van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.
Ten aanzien van deze feiten werd het handelen van de verdachte volledig door deze stoornis gestuurd. Deze feiten kunnen de verdachte daarom in het geheel niet worden toegerekend. Voor die feiten is de verdachte dus niet strafbaar en hij wordt voor die feiten dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging. De mishandeling van zijn toenmalige partner (10-088693-24, feit 3) wordt de verdachte in verminderde mate toegerekend omdat zijn keuzevrijheid toen ernstig werd beperkt door een gestoorde realiteitstoetsing, met daarbij ernstige oordeels- en kritiekstoornissen. Voor dat feit is hij dus wel strafbaar.
5. Maatregel
Eis van de officier van justitie
Aan de verdachte moet de maatregel van ongemaximeerde terbeschikkingstelling (hierna TBS) met dwangverpleging worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht te volstaan met een minder ingrijpende maatregel dan TBS met dwangverpleging. De verdediging heeft verzocht alsnog een reclasseringsrapport aan te vragen over TBS met voorwaarden.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft de kandidaat-wethouder [slachtoffer 1] belaagd en zijn eer en goede naam aangerand. [slachtoffer 1] was destijds als accountant verbonden aan het kantoor waarmee de verdachte als ondernemer een zakelijke relatie onderhield. Na zijn faillissement heeft de verdachte gedurende vier maanden grote hoeveelheden e-mails verstuurd naar een groot aantal instanties en personen over [slachtoffer 1] waarin hij hem beticht van onder andere ambtsmisbruik en corruptie. Daarmee heeft de verdachte de grens van het toelaatbare ver overschreden en stelselmatig een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.
Daarnaast heeft de verdachte zijn toenmalige partner mishandeld door hem tot bloedens toe aan zijn oren te trekken en tegen een muur aan te duwen toen deze niet wilde betalen voor een computerlicentie. Ook heeft de verdachte schijnbaar uit het niets zijn moeder mishandeld door haar te bijten in haar arm, met een (brood)mes te prikken in haar buik en borst en aan haar arm en badjas te trekken waardoor zij ten val kwam. De verdachte heeft hiermee een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn moeder en toenmalige partner en hij heeft hen door zijn handelingen angst aangejaagd.
Ten slotte heeft de verdachte zijn kennis [slachtoffer 4] die zich afhankelijk van hem voelde gedwongen om hem onderdak te bieden en uitgaven ten behoeve van hem te doen. Uit de vordering benadeelde partij blijkt dat het slachtoffer nog steeds nadelige gevolgen ondervindt van deze gebeurtenissen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 20 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Rapporten van deskundigen
Uit de hiervoor al vermelde rapporten van de psychiater en de psycholoog blijkt onder meer het volgende.
De psychiater schat het recidiverisico op gewelddadig gedrag als hoog in als de situatie ongewijzigd blijft. Ook het risico op stalking is verhoogd, wat samenhangt met het psychiatrische toestandsbeeld van de verdachte. Beschermende factoren zijn er nauwelijks.
Gezien de ernst van het toestandsbeeld is de inschatting dat er een hoog risico is dat de verdachte, zonder optimale behandeling, aangevers opnieuw zal gaan bedreigen. Daarnaast is er een risico dat de wanen zich verder uitkristalliseren en dat betrokkene zich dreigend kan richten jegens andere personen buiten aangevers om. Het verhoogde risico op gewelddadig gedrag, stalking en de aanwezigheid van weinig beschermende factoren heeft een versterkend effect op elkaar. Een langdurige klinische behandeling in een gereguleerde setting met een beveilingsniveau van hoog tot zeer hoog wordt nodig geacht. Er is sprake van een zeer zorgelijke situatie rondom de verdachte, aangezien er sprake is van schizofrenie die tot op heden onvoldoende heeft gereageerd op medicatie. De verdachte heeft zeer beperkt ziektebesef en -inzicht. Gelet daarop en op de omstandigheid dat behandelingen in een minder strikt kader, waaronder eerdere opnames, in de afgelopen jaren niet afdoende bleken, wordt een behandeling in een voorwaardelijk kader, zoals een TBS met voorwaarden niet mogelijk geacht. Deze bevindingen en conclusies zijn besproken met een rapporteur van de reclassering die zich daarin kon vinden.
De psycholoog heeft het risico op geweld bij stalking als matig beoordeeld. Het risico op volharding, terugval en psychosociale schade bij stalking wordt als hoog beoordeeld. Het risico op geweld wordt ook als hoog beoordeeld. De psycholoog merkt daarbij op dat gezien het beperkte ziekte-inzicht en het beperkte ziektebesef, de medewerking van verdachte om medicatie te blijven gebruiken op termijn kan afnemen. Daarnaast blijkt dat de verdachte ondanks het gebruik van clozapine, de laatste keuze als andere middelen niet (voldoende) werken, nog steeds psychotisch is. De psycholoog adviseert een psychiatrische behandeling die dient te beginnen met een klinische fase in een beveiligde, gesloten setting waarbij doorplaatsing gefaseerd kan plaatsvinden en waarbij voldoende forensische scherpte is met betrekking tot het voorkomen van recidive. Aansluitend op de behandeling tijdens de klinische fase kan de behandeling op poliklinische basis worden voortgezet met het oog op terugvalpreventie door middel van monitoring van psychose en delictgedrag. Deze bevindingen zijn besproken met de reclasseringswerker die opdracht had gekregen voor de zitting een rapport uit te brengen. De reclasseringswerker zei zich in het advies te kunnen vinden.
Gezien de ernst van de feiten – die in de loop van de tijd toeneemt – en het aantal van de feiten en het zeer beperkte ziektebesef en -inzicht ziet elk van beide deskundigen geen andere mogelijkheid dan het opleggen van TBS met dwangverpleging. Een behandeling in het kader van een voorwaardelijke veroordeling of een behandeling in het kader van TBS met voorwaarden wordt niet mogelijk geacht.
Oplegging maatregel
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
TBS-maatregel
Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk schizofrenie. De rechtbank onderschrijft de conclusies van de psychiater en de psycholoog dat oplegging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege noodzakelijk is. Terbeschikkingstelling onder voorwaarden wordt niet mogelijk geacht door de deskundigen. Gelet op de stelligheid en de feitelijke onderbouwing van de deskundigenrapportages wijst de rechtbank het voorwaardelijke verzoek van de verdediging, om een reclasseringsrapport op te laten maken over terbeschikkingstelling met voorwaarden, af, omdat een dergelijk rapport onder de gegeven omstandigheden geen meerwaarde kan hebben.
De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen eisen de terbeschikkingstelling van de verdachte met verpleging van overheidswege. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van de bewezen verklaarde feiten en het gevaar voor herhaling. Gelet op het hoge recidiverisico is het onverantwoord om de verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij.
De belaging van de kandidaat-wethouder, parketnummer 10-088693-24 onder 1, en de mishandeling van zijn moeder, parketnummer 10-250902-25 subsidiair, zijn feiten waarvoor de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan en zal worden opgelegd.
Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daartoe zijn de aard en de kwalificatie van het bewezen verklaarde feiten redengevend. De totale duur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege worden opgelegd. Deze maatregel acht de rechtbank passend en geboden.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
De officier van justitie heeft met het oog op de dwang tegen de kennis, parketnummer 10-089664-25 onder 2 primair, oplegging van een maatregel als bedoeld in als bedoeld in artikel 38v Sr gevorderd. Voor het opleggen van die vrijheidsbeperkende maatregel is – kort gezegd – vereist dat iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld. De verdachte zal ter zake worden ontslagen van alle rechtsvervolging en wordt voor dat feit dus niet veroordeeld. De rechtbank zal daarom niet een 38v-maatregel opleggen.
Artikel 9a Wetboek van Strafrecht
Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en de omstandigheid dat aan de verdachte voor de overige feiten een ongemaximeerde TBS met dwangverpleging wordt opgelegd, legt de rechtbank geen straf of maatregel aan de verdachte op voor de mishandeling van de levensgezel, parketnummer 10-088693-24 onder 3, omdat daarmee tegen die achtergrond geen redelijk doel zou zijn gediend.
6. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen (telefoon en computer) worden verbeurd verklaard.
Oordeel van de rechtbank
Nu de verdachte voor de betreffende feiten niet strafbaar wordt geacht en hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging kunnen de in beslag genomen voorwerpen niet worden verbeurd verklaard omdat voor oplegging van een bijkomende straf in dit verband geen plaats is. De rechtbank beslist daarom tot de teruggave van de in beslag genomen telefoon (nr. 2024081944-G6732049) en computer (nr. G6732050) aan de verdachte.
7. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor feit 2 onder parketnummer 10-089664-25 € 1.000,- vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, nu de vordering voldoende is onderbouwd. Wat betreft de hoogte refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit 2 onder parketnummer 10-089664-25 immateriële schade geleden. Zij is door het handelen van de verdachte, zo blijkt uit de onderbouwing van de vordering, ‘op andere wijze in haar persoon aangetast’ in de zin van artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, en heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij min of meer vergelijkbare gevallen die zijn opgenomen in de zogeheten ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 17 februari 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
8. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 37a, 37b, 285b en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissingen
De rechtbank:
vernietigt de strafbeschikking met parketnummer 10-311459-23;
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 onder parketnummer 10-088693-24, het primair tenlastegelegde feit onder parketnummer 10-250902-25 en het onder parketnummer 10-311459-23 tenlastegelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten, feit 1 onder parketnummer 10-088693-24, feit 1 en feit 2 primair onder parketnummer 10-089664-25 en het subsidiair tenlastegelegde feit onder parketnummer 10-250902-25, niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor die feiten van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte strafbaar ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 10-088693-24;
bepaalt dat voor feit 3 onder parketnummer 10-088693-24 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
beveelt dat de verdachte voor feit 1 onder parketnummer 10-088693-24 en het subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 10-250902-25 ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;
beveelt de teruggave van de telefoon (nr. 2024081944-G6732049) en computer (nr. G6732050) aan de verdachte;
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] (feit 2 primair onder parketnummer 10-089664-25), te betalen een bedrag van € 1.000,- [duizend euro], als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 februari 2024 tot de dag van volledige betaling.
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 2 primair onder parketnummer 10-089664-25 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 1.000,- [duizend euro] te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 [tien] dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
10. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. I. Tillema en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.
Mrs. H.C. van Vuren en R.E. Kroon zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.