ECLI:NL:RBROT:2026:3880

ECLI:NL:RBROT:2026:3880

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 10/228988-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor mishandeling en bedreiging met de dood van zijn ex-vriendin. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor mishandeling van zijn moeder. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 23 weken waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met zijn ex-vriendin. De vordering van de benadeelde partij (ex-vriendin) tot vergoeding van immateriële schade wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.250,-. In het resterende deel van haar vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt zij niet-ontvankelijk verklaard. Haar vordering tot vergoeding van materiële schade voor een bedrag van € 384,- wordt volledig toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/228988-25

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10/243723-21

Datum uitspraak: 17 maart 2026

Datum zitting: 3 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1999 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],

Advocaat van de verdachte: mr. M. Mook

Officier van justitie: mr. N.J. Jacobs

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 28 augustus 2025 - heeft geprobeerd [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen danwel dat hij haar heeft mishandeld en daarnaast haar heeft bedreigd en haar telefoon heeft weggemaakt. Verder beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 8 augustus 2025 zijn moeder, [slachtoffer 2], heeft mishandeld. De volledige tenlastelegging houdt in dat:1.

hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiairhij op of omstreeks 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door

2.

hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

3.

hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1], toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

4. hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2025 te Rotterdam zijn moeder, [slachtoffer 2], heeft mishandeld door haar meermalen, althans eenmaal,

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het onder 1 primair tenlastegelegde feit en voor de feiten 2, 3 en 4. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder 1 primair ten laste gelegde feit. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 (gedeeltelijk) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte:

1.

hij op 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door

2.

hij op 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door

3.

hij op 28 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon dat geheel aan [slachtoffer 1], toebehoorde heeft weggemaakt.4.

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2025 te Rotterdam zijn moeder, [slachtoffer 2], heeft mishandeld door haar meermalen

Bewijsmotivering en bewijsmiddelen

Feit 1 subsidiair

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]

Op 28 augustus 2025 stapte ik, [slachtoffer 1], in Capelle aan den IJsel in de auto. Ik zag dat [verdachte] ook achterin kwam zitten, waar ik ook zat. Daarna zag ik dat hij zijn vuist balde en dat hij mij direct een vuistslag gaf op mijn rechter wenkbrauw. Ik voelde hier pijn door. Daarna zag en voelde ik dat hij mij met twee handen bij mijn keel pakte en dat hij mijn keel dicht kneep. Ik kon nog net ademhalen. Daarna sloeg hij mij nog een paar keer met zijn vuisten op mijn hoofd. Vervolgens voelde ik dat hij mij beetpakte en naar zich toetrok en mij in mijn rechter oor beet. Ik voelde mijn oor daarna branden en voelde en zag dat er bloed uit mijn oorschelp kwam. Daarna sloeg [verdachte] mij weer. Hij gaf mij daarna een klap tegen mijn achterhoofd. Ik voelde na die klap direct pijn in mijn hoofd.

2. Proces-verbaal van de politie

Ik zag tijdens de aangifte van [slachtoffer 1] dat er bloed uit een wondje op haar oorschelp kwam en dat zij bloed achter haar oor had zitten. Ook zag ik in haar gezicht, op het rechter wang een verdikking en zag ik dat haar huid rood was. Vervolgens zag ik een grote bult zitten bij haar rechter wenkbrauw en dat er een krasje bij haar wenkbrauw zat. Daarnaast zag ik rode striemen in de hals van [slachtoffer 1].

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2]

Ik zag [slachtoffer 1], de vriendin van mijn zoon [verdachte], en mijn zoon op de achterbank in de auto van mijn man. Ik zag dat mijn zoon met zijn rechterhand tegen de linkeroor van [slachtoffer 1] sloeg. Ik zag dat op het moment dat zijn vuist haar oor raakte, bloed van haar gezicht kwam. Ik zag dat hij en [slachtoffer 1] uit de auto stapten. Ik zag dat dat mijn zoon met gebalde vuist op de rechterzijde van [slachtoffer 1] haar gezicht sloeg en later (opnieuw in de auto) met zijn linkerhand een klap gaf in het gezicht van [slachtoffer 1].

Feit 2

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam]

6. Proces-verbaal van de politie

Feit 3

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

7. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam]

8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]

Feit 4

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.

9. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]

Op 8 augustus 2025 was ik, [slachtoffer 2], samen met [verdachte]. In de auto voelde ik opeens een klap hard op de rechter kant van mijn gezicht. Ik voelde dat dit meerdere klappen waren met een platte hand. Ik voelde een brandende pijn in mijn gezicht. Ik voelde dat hij mij aan me haar vast pakte. Ik voelde pijn in mijn haar en dat hij eraan trok. Ik stapte de auto uit en ik voelde een duw van hem. Ik viel op de grond.

10. Proces-verbaal van de politie

Op 8 augustus 2025 was ik, [verdachte], samen met mijn moeder. Ik heb haar geduwd.

11. Verklaring zoals afgelegd tijdens raadkamer gevangenhouding

Het klopt dat ik mijn moeder een klap heb gegeven.

12. Proces-verbaal van de politie

Op 8 augustus 2025 zag ik een blauwachtige Ford Ka half op de stoep geparkeerd. Ik zag dat PI ([verdachte]) naar P2 ([slachtoffer 2]) toe liep en zijn rechter arm om het lichaam van P2 sloeg. Ik zag dat hij een duwende beweging maakte en dat P2 hierop kort verstapt, alsof zij probeerde op haar plaats te blijven. Ik zag dat PI met zijn rechter arm door bleef duwen totdat hij uiteindelijk met een gestrekte arm P2 voor zich uit duwde. Ik zag hierna dat PI een slaande of duwende beweging maakt in de buurt van het hoofd en de nek van P2. Ik zag dat PI als laatst met zijn rechterhand een duw gaf op het achterhoofd van P2 en dat P2 hierop voorover viel.

13. Proces-verbaal van de politie

Op 8 augustus 2025 was ik in mijn woning. Ik zag dat de man de vrouw duwde in de richting van zijn voertuig. Ik zag hij haar duwde en met zijn rechterhand de knot van de vrouw vast pakte en er aan trok. Vervolgens zag ik dat hij haar aan de haren en knot trok en haar duwde waardoor zij ten val kwam en op de grond terecht kwam.

Vrijspraak

Niet is bewezen dat er sprake is geweest van een poging zware mishandeling. De intensiteit en de duur van het knijpen in de hals van het slachtoffer door verdachte kan niet worden vastgesteld. Alleen de vastgestelde roodheid in de hals is daarvoor onvoldoende. Ook het meerdere malen in het gezicht slaan en het bijten in het oor leidt niet tot de conclusie dat de verdachte het opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdachte wordt van feit 1 primair vrijgesproken.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

subsidiair: mishandeling;

Feit 2

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Feit 3

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, wegmaken;

Feit 4

mishandeling.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 weken waarvan 11 weken voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van drie jaren. Daarnaast moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. De officier van justitie vraagt tevens de dadelijke uitvoerbaardheid van de bijzondere voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft de keel van zijn ex-vriendin vastgegrepen en in haar keel geknepen, meerdere keren in haar gezicht geslagen en in haar oor gebeten. Hij heeft een mes bij haar lichaam gehouden en haar vervolgens bedreigd met de dood. Dit zijn ernstige strafbare feiten. Slachtoffers van dit soort feiten ondervinden daar vaak lange tijd last van. Uit de op de zitting voorgedragen slachtofferverklaring van zijn ex-vriendin blijkt dat dit ook in haar geval zo is. De verdachte heeft bovendien ook haar telefoon weggemaakt. Hiermee heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van zijn ex-vriendin.

Daarnaast heeft hij zijn moeder meerdere keren geslagen, aan haar haren vastgepakt en getrokken en op de grond geduwd. Het moet voor het slachtoffer beangstigend en vernederend zijn geweest om op deze wijze te zijn behandeld door haar zoon.

De verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en het veiligheidsgevoel van de slachtoffers.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 maart 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en nog in een proeftijd liep van een eerdere veroordeling.

- Rapporten van deskundigen en de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 27 februari 2026 staat het volgende. Ondanks dat de verdachte in het verleden meerdere keren is veroordeeld wegens geweldsdelicten, is er volgens de reclassering geen sprake van een delictpatroon. Als beschermende factor ziet de reclassering de dagbesteding van de verdachte. Verder is de verdachte op dit moment welkom in de woning van zijn moeder, maar de reclassering heeft wel zorgen over toekomstige confrontaties. Er zijn risico op het gebied van middelengebruik en gokken en hieruit voortvloeiend op het gebied van financiën. Er zijn ook zorgen over het psychosociaal functioneren van de verdachte. Gezien deze risicofactoren ziet de reclassering noodzaak tot reclasseringsinterventies en wordt het risico op recidive vooralsnog ingeschat als hoog. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke omvang, een contactverbod met [slachtoffer 1] en beheersing in middelengebruik.

In het rapport van het NIFP van 20 januari 2026 staat het volgende. Er is bij de verdachte sprake van ADHD, zwakbegaafdheid, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline en antisociale trekken, een gokstoornis en mogelijk ook van middelenproblematiek. Op basis van het voorgaande wordt door het NIFP geadviseerd om –de bewezen feiten in een verminderde mate toe te rekenen. Het NIFP schat het risico op recidive - zonder interventie – in als matig. Volgens het NIFP zou een langer durend reclasseringstoezicht kunnen worden overwogen.

Oplegging straf

Gelet op de strafbare feiten en het strafblad van verdachte is een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, maar ook met de hiervoor beschreven persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ook de intensiteit van de mishandelingen en de omstandigheid dat verdachte eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld wegen strafverzwarend mee. Daarom wordt een gevangenisstraf van 23 weken opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 8 weken voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 3 jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf een bijzondere voorwaarde. Deze bijzondere voorwaarde is noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden is: een contactverbod met het [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2003).

Gelet op het reclasseringsrapport, het strafblad van de verdachte, het rapport van het NIFP en het feit dat het geweld zich heeft afgespeeld in de relationele sfeer moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarde van het contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer 1] meteen geldt, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart die bijzondere voorwaarde om die reden dadelijk uitvoerbaar.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij voor feit 3 € 384,- als vergoeding van materiële schade, en voor de feiten 1 en 2 € 3.384,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de materiële schade kan geheel worden toegewezen en tot een bedrag van € 2.000,- euro als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering tot materiële schade refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering tot immateriële schade verzoekt de verdediging het schadebedrag te matigen.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte

€ 384,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten onder 1 en 2 rechtstreeks immateriële schade geleden. Uit de toelichting op de vordering en de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat de benadeelde door de bewezenverklaarde handelingen van de verdachte kampt met psychische klachten.

Die schade wordt door de rechtbank naar billijkheid begroot op € 1.250,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Het resterende deel van de vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.250,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente voor de materiële schade toe vanaf 27 september 2025 en voor de immateriële schade vanaf 28 augustus 2025.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 16 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 60 uur, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie en van de verdediging

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen. De verdediging heeft verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Oordeel van de rechtbank

De in deze zaak bewezen feiten zijn tijdens de lopende proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom wordt de vordering volledig toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf te weten een taakstraf voor de duur van 60 dagen te vervangen door 30 dagen hechtenis indien de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a,14b, 14c, 14e, 22c, 22d, 36f, 285, 300, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 23 (drieëntwintig) weken;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat, van deze gevangenisstraf 8 (acht) weken niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar; waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met: [slachtoffer 1], zijnde de ex-partner van betrokkene, geboren op [geboortedatum 2] 2003.

beveelt dat de bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10/243723-21)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf van 60 (zestig) uur taakstraf, zoals opgelegd in het vonnis van 23 april 2024 door de politierechter in Rotterdam;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] (feit 1, 2 en 3), te betalen een bedrag van € 1.634,- (zegge: duizendzeshonderdvierendertig euro), bestaande uit € 384,- als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 27 september 2025 tot de dag van volledige betaling en € 1.250,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 28 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling.

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 1.634,- (zegge: duizendzeshonderdvierendertig euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 27 september 2025 voor de materiële schade tot aan de dag van de gehele betaling en de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2025 voor de immateriële schade tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 16 dagen.

De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. C.M. Derijks en L.N. Foppen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.

Mr. C.M. Derijks is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Griffier

  • mr. D. Yenice

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?