ECLI:NL:RBROT:2026:3943

ECLI:NL:RBROT:2026:3943

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 10.274117.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Zeden. De verdachte heeft kinderpornografisch materiaal met betrekking tot twee jonge meisjes vervaardigd en in zijn bezit gehad. De verdachte heeft deze minderjarige slachtoffers er via Snapchat toe aangezet om foto’s en video’s te maken waarop zij naakt te zien zijn en seksuele handelingen verrichten en deze vervolgens naar hem te versturen. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder het vermijden van digitale omgevingen waar hij in aanraking kan komen met kinderporno en het meewerken aan controles van zijn geautomatiseerde devices. De verdachte wordt ook veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan beide slachtoffers.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.274117.24

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Datum zitting: 4 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] in [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. H. Weisfelt

Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon

[benadeelde partij 1], bijgestaan door mr. C. Dijkstra

[benadeelde partij 2], bijgestaan door mr. C.A. Bouw

Kern van het vonnis

De verdachte heeft kinderpornografisch materiaal met betrekking tot twee jonge meisjes vervaardigd en in zijn bezit gehad. De verdachte heeft deze minderjarige slachtoffers er via Snapchat toe aangezet om foto’s en video’s te maken waarop zij naakt te zien zijn en seksuele handelingen verrichten en deze vervolgens naar hem te versturen. De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder het vermijden van digitale omgevingen waar hij in aanraking kan komen met kinderporno en het meewerken aan controles van zijn geautomatiseerde devices. De verdachte wordt ook veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan beide slachtoffers.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal (foto’s en filmpjes) met betrekking tot twee jonge meisjes.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

1

op of omstreeks de periode van 22 augustus 2024 tot en met 25 augustus 2024 te

's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad te weten een hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

2

op of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 augustus 2024 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010) was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft

vervaardigd en/of in bezit heeft gehad te weten een hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

3

op of omstreeks de periode van 17 april 2024 tot en 30 juni 2024 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens een hoeveelheid afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft vervaardigd en/of in bezit gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010, althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno met betrekking tot [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Feit 1:

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

Feit 2 en 3:

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2]

3. Proces-verbaal van de politie

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij in de periode van 22 augustus 2024 tot en met 25 augustus 2024 te 's-Gravenhage meermalen visuele weergaven van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad te weten een hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en

door de uitsnede van de foto s/films nadrukkelijk de vagina in beeld gebracht wordt en

die persoon haar benen spreid en haar vagina met haar vingers spreidt en zichzelf bevredigt en/of een borstel in haar vagina brengt en

die persoon aan haar teen likt/zuigt;

2

hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 25 augustus 2024 te 's-Gravenhage meermalen visuele weergaven van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010) was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft

vervaardigd en in bezit heeft gehad te weten een hoeveelheid afbeeldingen waarop te zien is dat:

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en

door de uitsnede van de foto s/films nadrukkelijk de vagina van die persoon in beeld wordt gebracht en

die persoon haar vingers en of een borstel in haar vagina brengt/beweegt;

3

hij in de periode van 17 april 2024 tot en 30 juni 2024 te ’s-Gravenhage meermalen telkens afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft vervaardigd en in bezit gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2010, waarbij

die persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en

door de uitsnede van de foto's/filmnadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel in beeld gebracht wordt en

die persoon haar vingers en of een borstel in haar vagina brengt/beweegt waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 2:

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Voor die voorwaarden en het toezicht door de reclassering vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, met daarbij eventueel een lange voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in het bezit hebben van kinderporno. De verdachte heeft de slachtoffers via Snapchat op een kwalijke wijze onder druk gezet en gedwongen tot het maken en versturen van foto’s en video’s waarop zij naakt te zien zijn en seksuele handelingen verrichten. Na ontvangst van de eerste foto’s en video’s heeft de verdachte gedreigd deze foto’s en video’s openbaar te maken tenzij de slachtoffers nog meer foto’s en video’s zouden sturen. De verdachte deed dit als volwassen man, maar liet de slachtoffers geloven dat hij zelf ook jong was. De berichten van de verdachte geven er blijk van dat hij op geen enkele manier rekening heeft gehouden met de (seksuele) grenzen van zijn jonge slachtoffers. De verdachte heeft telkens alleen gedacht aan het bevredigen van zijn eigen seksuele behoeftes zonder acht te slaan op de ingrijpende gevolgen van de slachtoffers. Deze feiten hebben zeer grote gevolgen voor de slachtoffers gehad. Uit de voorgelezen slachtofferverklaringen werd duidelijk dat de slachtoffers door het handelen van de verdachte zijn beschadigd en de gevolgen ondervinden van het handelen van de verdachte. De verdachte heeft de normale en gezonde seksuele ontwikkeling van de jonge slachtoffers doorkruist, met name omdat de feiten plaatsvonden in een vormende periode in hun leven. Hij heeft de slachtoffers, terwijl hij als volwassene tegenover kinderen superieur was, vervolgens meermalen met boosaardige vindingrijkheid onder druk gezet om die grenzen nogmaals over te gaan, waartegen zij geen weerstand hebben kunnen bieden. De rechtbank rekent dit de verdachte, zelf vader zijnd, zwaar aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport reclassering

In het reclasseringsrapport van Fivoor van 26 februari 2026 staat het volgende. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Het recidiverisico op het plegen van een zedendelict is hoog. Er zijn risicofactoren die van invloed zijn op het delictgedrag van betrokkene. Ten tijde van de feiten had hij veel stress over zijn werk en zijn gezinsleven en dronk hij veel alcohol om meer rust te ervaren. Hierdoor vervaagden zijn grenzen. Daarnaast gebruikte betrokkene seks als coping om met zijn gevoelens van stress om te kunnen gaan. Inmiddels is betrokkene zijn baan verloren. Als betrokkene wordt veroordeeld voor het feit raakt hij hoogstwaarschijnlijk zijn partner, gezin en huisvesting kwijt. Dit zorgt voor meer stress bij betrokkene waardoor ook het risico op recidive zal toenemen.

De reclassering adviseert gelet op het bovenstaande een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:

- meldplicht bij reclassering;

- ambulante behandeling;- contactverbod;

- dagbesteding;

- beheersing middelengebruik;- vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik en meewerken aan controles daarop.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de ingrijpende gevolgen voor de slachtoffers is een gevangenisstraf noodzakelijk. De verdediging heeft aangevoerd dat een gevangenisstraf grote gevolgen zal hebben voor de thuissituatie van de verdachte. Alhoewel de rechtbank zich dit realiseert, is het opleggen van een ander soort straf in dit geval niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De verdachte wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

5. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 28 juli 2025 geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg. De rechtbank heft het geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte op.

6. Vordering van de benadeelde partijen

Vordering [benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij € 45,54 als vergoeding voor materiële schade en

€ 2.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering wordt niet betwist.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit onder 1. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte

€ 45,54 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 1 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk ‘op andere wijze in haar persoon’ aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW. De benadeelde partij ervaart als gevolg van de strafbare feiten tot op de dag van vandaag gevoelens van schaamte en angst. Zij heeft zich onder behandeling laten stellen door een POH-Jeugd (Praktijkondersteuner Huisarts - Jeugd). De benadeelde partij is doorverwezen voor aanvullende ondersteuning, maar staat op de wachtlijst voor professionele hulp. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van € 2.000,00 als vergoeding van immateriële schade toe.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 19 september 2024, omdat dit de datum is waarop zij zich voor het eerst onder behandeling heeft gesteld van de huisarts. De rechtbank kan de immateriële schade niet eerder dan 19 september 2024, naar objectieve maatstaven vaststellen, zodat de wettelijke rente vanaf dat moment toewijsbaar is.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

BEM-clausule

De rechtbank zal bepalen dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een voor de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen).

Vordering [benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten onder 2 en 3 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk ‘op andere wijze in haar persoon’ aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 6.000,-. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, waaronder de omstandigheid dat de verdachte de benadeelde partij onder druk heeft gezet om seksueel getinte filmpjes en foto’s te sturen (sextortion). Er wordt ook rekening gehouden met de aard en ernst van het letsel en de leeftijd van de benadeelde partij. De benadeelde partij was heel verdrietig, angstig wanhopig en suïcidaal. De benadeelde partij heeft een zelfmoordpoging gedaan en er is meermaals de crisisdienst ingeschakeld voor psychische hulp. Ze heeft vervolgens een traumabehandeling ondergaan.

Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op categorie ‘Sextortion, ernstig’ (paragraaf 15.5 onder B van de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen). De rechtbank laat extra zwaar meewegen dat sprake was van een kwetsbaar, minderjarig slachtoffer. Dit alles in samenhang bezien betekent dat de vordering tot een bedrag van € 6.000,- wordt toegewezen. Het overige wordt afgewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van

€ 6.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 25 augustus 2025, omdat dit de datum is waarop zij zich onder behandeling heeft laten stellen bij de Viersprong. De rechtbank kan de immateriële schade als gevolg van het strafbare feit niet eerder dan deze datum naar objectieve maatstaven vaststellen, zodat de wettelijke rente vanaf dat moment toewijsbaar is.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 55 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 12 (twaalf) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van Fivoor en De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodigt vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het middelengebruik en delictgedrag (Fivoor) en seksueel deviant gedrag (De Waag). Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoeken of hebben met:

- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2013;

- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2010;

4. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

5. de veroordeelde werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

6. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd:

a. digitale omgevingen vermijden waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

b. digitale omgevingen vermijden waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

c. geen gebruik maken van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Vitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

d. inzicht geven in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a. en b. zal vermijden en bespreken hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

het toezicht op de onder 6 sub a t/m d vermelde voorwaarden kan onder andere bestaan uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers in gebruik bij de veroordeelde. Deze controles vinden op de volgende wijze plaats:

- de controle van de onder 6 sub a t/m c gestelde voorwaarden mag slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van digitale bestanden (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan);

- een specialist (niet zijnde een opsporingsambtenaar) mag de reclassering technische ondersteuning bieden ten behoeve van de controles;

- de controles mogen gedurende de proeftijd van 3 jaren maximaal negen keer worden uitgevoerd;

beveelt dat de onder nummers 1 tot en met 6 genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Vordering [benadeelde partij 1]

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] (feit 1), te betalen een bedrag van € 2.045,54 , bestaande uit € 45,54 als vergoeding van materiële schade en € 2.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 19 september 2024 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat € 2.045,54 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 20 (twintig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een voor de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

Vordering [benadeelde partij 2]

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 2] (feiten 2 en 3), te betalen een bedrag van € 6.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 25 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 2 en 3 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat € 6.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 55 (vijfenvijftig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.R. Rietveld, voorzitter,

en mrs. J.J. Bade en P.C. Tuinenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 maart 2026.

Mr. Tuinenburg is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.R. Rietveld

Griffier

  • mr. H.A. Wolterink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?