ECLI:NL:RBROT:2026:3959

ECLI:NL:RBROT:2026:3959

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 10-213818-23, 10-407280-24, 10-242239-23, 10-119491-24, 10-055038-25, 10-205007-19
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-partner en hun zoontje, het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, het beledigen van politieambtenaren, het zich verzetten tegen zijn aanhouding, het beschadigen van een winkelruimte behorende bij een tankstation, het beschadigen van een auto (op 7 oktober 2023) en het beschadigen van meerdere deuren in de hal van een wooncomplex. Ook heeft de verdachte een politiecel (tijdelijk) onbruikbaar gemaakt en een politiecel vernield. De verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling van zijn levensgezel en het beschadigen van een auto op 1 april 2024. De rechtbank verwerpt het verweer dat er sprake is van een vormverzuim.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-213818-23, 10-407280-24, 10-242239-23, 10-119491-24,

10-055038-25 (gevoegd op de terechtzitting)

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-205007-19

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. J.H.E.M. Kersemaekers

Officier van justitie: mr. L.J. Bergsma

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] (10-242239-23), Nationale Politie (10-242239-23 en

10-407280-24), [benadeelde partij 2] (10-213818-23), [benadeelde partij 3] (10-119491-24)

Advocaat van de [benadeelde partij 3]: mr. J.N. Rensen

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-partner en hun zoontje, het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, het beledigen van politieambtenaren, het zich verzetten tegen zijn aanhouding, het beschadigen van een winkelruimte behorende bij een tankstation, het beschadigen van een auto (op

7 oktober 2023) en het beschadigen van meerdere deuren in de hal van een wooncomplex. Ook heeft de verdachte een politiecel (tijdelijk) onbruikbaar gemaakt en een politiecel vernield.

De verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling van zijn levensgezel en het beschadigen van een auto op 1 april 2024.

De rechtbank verwerpt het verweer dat er sprake is van een vormverzuim.

De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 82 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 80 uur.

1. Tenlasteleggingen

De tenlastelegging onder parketnummer 10-213818-23 houdt in dat

hij op of omstreeks 22 juni 2023 te Hardinxveld-Giessendam, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 1] bij de keel vast te pakken en/of (vervolgens) in de keel te knijpen,

en/of

- die [slachtoffer 2] bij de armen en/of het oor vast te pakken en/of aan het oor te trekken.

De tenlastelegging onder parketnummer 10-407280-24 houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 12 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, zijnde de Koningin Wilhelminalaan, als bestuurder een motorrijtuig, (een auto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

2.

hij op of omstreeks 12 september 2023 te Gorinchem, opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Politie Nederland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

De tenlastelegging onder parketnummer 10-242239-23 houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 16 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam, zijn levensgezel, [slachtoffer 3], heeft mishandeld door haar

- bij de arm te pakken,

- tegen het lichaam te slaan en/of

- tegen het lichaam te duwen;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [agent 1], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam en/of een ambtenaar, te weten [agent 2], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door hem/hun de woorden toe te voegen:

"Opkankeren stelletje kankerlijers. Jullie zijn kankerhomo's. Jullie kankermoeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door in de richting van die [agent 2] te spugen;

3.

hij op of omstreeks 18 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten [agent 1], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam en/of een ambtenaar, te weten [agent 2], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, te weten ter

aanhouding van verdachte, door

- te pogen een openstaand autoportier dicht te trekken,

- te pogen zijn armen los te trekken,

- in de hand en/of arm van die [agent 1] te knijpen en/of

- in de richting van die [agent 2] te spugen,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel,

te weten een bloeduitstorting op de arm en/of een kras op de arm bij die [agent 1] ten gevolge heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks 18 september 2023 tot en met 19 september 2023 te Dordrecht, opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Politie Nederland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

De tenlastelegging onder parketnummer 10-119491-24 houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 6 april 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk

- een schuifdeur en/of

- de winkel en/of de vloer,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell station van Godewijckstraat, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 1 april 2024 te Zwijndrecht, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3.

hij op of omstreeks 7 oktober 2023 te Hardinxveld-Giessendam, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

De tenlastelegging onder parketnummer 10-055038-25 houdt in dat

hij op of omstreeks 8 januari 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere deuren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Woningcorporatie Rhiant, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2. Bewijs en vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor:

het onder parketnummer 10-213818-23 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-407280-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-242239-23 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde, met wat feit 2 betreft een partiële vrijspraak van het ‘spugen in de richting van [agent 2]’;

het onder parketnummer 10-119491-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-055038-25 ten laste gelegde.

De verdachte moet worden vrijgesproken van het onder parketnummer 10-242239-23 onder 1 ten laste gelegde.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft het volgende bepleit:

vrijspraak van het onder parketnummer 10-213818-23 ten laste gelegde;

referte aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het onder parketnummer

10-407280-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde;

vrijspraak van het onder parketnummer 10-242239-23 onder 1 ten laste gelegde en referte aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het onder dit parketnummer onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

referte aan het oordeel van de rechtbank wat betreft het onder parketnummer

10-119491-24 onder 1 ten laste gelegde en vrijspraak wat betreft het onder dit parketnummer onder 2 en 3 ten laste gelegde;

- vrijspraak van het onder parketnummer 10-055038-25 ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte:

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld (10-213818-23);

een auto heeft bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en een politiecel onbruikbaar heeft gemaakt (10-407280-24);

twee politieambtenaren heeft beledigd, zich tegen zijn aanhouding heeft verzet, waarbij een van de politieambtenaren lichamelijk letsel heeft opgelopen en een politiecel heeft vernield (10-242239-23);

(onderdelen van) een winkelruimte behorende bij een benzinestation heeft beschadigd en de auto van [slachtoffer 4] op 7 oktober 2023 heeft beschadigd (10-119491-24);

deuren van een wooncomplex in Hendrik-Ido-Ambacht heeft beschadigd

(10-055038-25).

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-407280-24 onder 2 ten laste gelegde, de bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-242239-23 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde en de bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-119491-24 onder 1 ten laste gelegde, is gebaseerd op de inhoud van de onderstaande bewijsmiddelen. De verdachte heeft deze feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Wat betreft het onder parketnummer 10-407280-24 onder 2 bewezenverklaarde

Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 18 maart 2026.

Proces-verbaal van politie.

Wat betreft het onder parketnummer 10-242239-23 onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde

3. Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 18 maart 2026.

4. Proces-verbaal van politie.

5. Proces-verbaal van politie, aangifte van [agent 2].

6. Proces-verbaal van politie, aangifte van [agent 1] met bijlagen.

7. FARR medische verklaring betreffende [agent 1] van 25 september 2023.

8. Proces-verbaal van politie.

9. Proces-verbaal van politie.

Wat betreft het onder parketnummer 10-119491-24 onder 1 bewezenverklaarde

10. Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 18 maart 2026.

10. Proces-verbaal van politie, aangifte namens Shell Station Van Godewijckstraat.

12. Proces-verbaal van politie, [getuige 1].

De bewezenverklaring van het feit onder parketnummer 10-213818-23, feit 1 onder parketnummer 10-407280-24, feit 3 onder parketnummer 10-119491-24 en het feit onder parketnummer 10-055038-25 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en – voor zover van toepassing – de onderstaande bewijsmotivering.

Het feit onder parketnummer 10-213818-23

1. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]

Op 22 juni 2023 was ik op het schoolplein van de Merwede school in Hardinxveld- Giessendam. Ik was daar om mijn kinderen van school te halen. Ik zag dat mijn zoontje, [slachtoffer 2], naar buiten kwam rennen. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] vroeg of hij naar de auto mocht gaan. Ik heb gezegd ja dat is goed, ga maar.

Ik zag dat [verdachte] met versnelde pas naar mijn auto liep. Eenmaal bij de auto wilde [slachtoffer 2] het

portier van de auto niet openmaken. Ik zag dat [slachtoffer 2] verstijfd was van angst. Ik hoorde dat [verdachte] zei doe nu de deur open. Ik zag dat [slachtoffer 2] de deur openmaakte. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] vastpakte bij zijn bovenarmen om hem de auto uit te tillen.

Ik zag dat [verdachte] met [slachtoffer 2] achter mijn auto ging staan. Ik zag dat [slachtoffer 2] aan zijn rechteroor werd getrokken door [verdachte]. Ik ben er tussen gaan staan en bleef roepen tegen [verdachte] doe normaal, doe normaal. Ik probeerde [verdachte] te kalmeren.

Ik voelde dat [verdachte] mij bij mijn keel pakte. Ik zag dat [verdachte] met zijn rechterhand mij vasthad bij mijn keel. Ik voelde dat mijn luchtpijp werd dichtgeknepen. Ik voelde dat de lucht uit mij werd geknepen. Ik voelde op dat moment pijn.

2. Proces-verbaal van de politie, [getuige 5]

Ik zag dat [verdachte] het schoolplein op kwam lopen. Ik zag dat [verdachte] in de richting van de geparkeerde auto van [slachtoffer 1] liep. Ik hoorde [slachtoffer 2] gillen, dat ging zo hard, dat het door merg en been ging. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 2] hard bij zijn arm vasthield. Op dat moment schreeuwde de jongen heel hard. [slachtoffer 1] werd met de andere hand van [verdachte] bij haar keel vastgehouden.

3. Proces-verbaal van de politie, [getuige 2]

Ik kon [slachtoffer 1] vanaf de zijkant van mijn auto zien. Ik zag dat [verdachte] zijn linkerhand om de keel van [slachtoffer 1] had. Ik zag [slachtoffer 1] happen naar lucht omdat hij haar keel dicht kneep en ik zag dat ze verstijfde van angst. Ik zag aan [slachtoffer 1] dat ze wit wegtrok.

Daarna grijpt hij het oor van [slachtoffer 2] vast. Ik ben er toen tussen gesprongen en heb de beide polsen van [verdachte] beetgepakt deze kwamen toen los van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Feit 1 onder parketnummer 10-407280-24

4. Proces-verbaal van de politie

Op 12 september 2023 reed ik over de Koningin Wilhelminalaan in Hardinxveld-Giessendam. Ik zag daar een voertuig rijden voorzien van het kenteken [kenteken]. Ik, verbalisant, wist dat hier een persoon genaamd [verdachte] (de rechtbank begrijpt en leest vervolgens: in reed). Ik wist dat [verdachte] met een ongeldig verklaard rijbewijs reed. Ik zag dat het voertuig parkeerde. Ik stapte uit mijn dienstvoertuig en zag dat [verdachte] achter het stuur zat. Ik vroeg aan [verdachte] of hij mij een rijvaardigheidsbewijs kon overhandigen. Ik hoorde dat [verdachte] mij vertelde dat hij die nog niet had omdat deze aangevraagd moest worden.

Ik heb in mijn diensttoestel een zoekslag gemaakt. Ik zag dat het rijbewijs van [verdachte] nog steeds ongeldig verklaard was voor het rijbewijs B.

5. Proces-verbaal van de politie, verhoor verdachte

P1:Wist u dat uw rijbewijs ongeldig is verklaard?

V: Dat wist ik.

P1: Waarom bestuurde u toch dit motorrijtuig?

V: Omdat ik weer mocht rijden vanaf juni, wettelijk… op het pasje na dan.

6. Schriftelijk stuk

Datum 20 juni 2023. (…) We hebben aan de gemeente doorgegeven dat u een nieuw rijbewijs mag aanvragen. (…) U mag pas rijden als u het nieuwe rijbewijs in uw bezit heeft.

Feit 3 onder parketnummer 10-119491-24

7. Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 18 maart 2026.

Ik heb de kentekenplaat van [slachtoffer 4] van de grond opgepakt en in mijn auto gezet.

8. Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 4]

Ik doe aangifte van vernieling van mijn auto. Een persoon, genaamd [verdachte], die

woont in Hardinxveld-Giessendam, heeft meerdere keren opzettelijk met zijn auto tegen mijn auto gereden. Hierdoor ontstond flinke schade aan mijn auto. Door de opzettelijke aanrijdingen is de kentekenplaat van mijn auto op het wegdek gevallen.

Op 7 oktober 2023 reed ik met mijn Kia in Hardinxveld-Giessendam. Ik zag dat [verdachte] in zijn auto mij tegemoet kwam rijden. Zijn auto betreft een Daihatsu met kenteken [kenteken]. Ik zag dat [verdachte] achter het stuur zat. Ik zag dat hij zijn auto keerde op deze dijk en dat hij met flinke snelheid achter mij aan ging rijden. Ik zag en voelde dat [verdachte] tegen de achterzijde van mijn auto aan reed. Hierna zag ik voelde ik dat [verdachte] nog een keer tegen mijn auto reed.

Ik belde in paniek mijn vriend [naam 1] en vertelde hem wat er gaande was. Ik bleef met hem in gesprek tijdens het rijden. Ik zag en voelde dat [verdachte] nog twee keer met flinke snelheid tegen de achterzijde van mijn auto aan beukte.

De achterzijde van mijn auto is ingedeukt en geschaafd.

9. Proces-verbaal van de politie, [getuige 3]

Op 7 oktober 2023 hoorde ik ineens een harde klap. Ik draaide me om en keek in de richting van de klap. Ik zag dat er twee auto's een aanrijding gehad hadden. Ik zag dat de voorste auto doorreed en niet stopte. De achterste auto, voorzien van het kenteken [kenteken] reed ineens hard achteruit. De bestuurder stopte en pakte de kentekenplaat van de voorste auto op en hij pakte zijn eigen kenteken en legde deze in zijn eigen auto. Vervolgens keerde hij zijn auto en reed weg. Ik weet zeker dat de klap die ik hoorde een aanrijding was.

10. Proces-verbaal van de politie, [getuige 4]

Op 7 oktober 2023 had [slachtoffer 4] ten tijde van de aanrijding telefonisch contact met mij.

Hij was die dag onderweg naar mij in Hardinxveld-Giessendam. Ik hoorde [slachtoffer 4] zeggen dat hij op de dijk reed en er binnen twee minuten was. Op een gegeven moment hoor ik [slachtoffer 4] zeggen "He, volgens mij rijdt [verdachte] mij voorbij". Nog geen drie seconden later was [slachtoffer 4] helemaal in paniek ik hoorde hem zeggen "He wat doet hij? hij zit achter op mij hij zit achterop mij".

Heb je de schade aan de auto van [slachtoffer 4] gezien?

Ja, de bumper achterop was helemaal kapot. Ook de kentekenplaat was eraf.

Feit onder parketnummer 10-055038-25

11. Proces-verbaal van de politie, aangifte namens Woningcorporatie Rhiant

Ik doe aangifte van vernieling van de bergingsdeur, de liftdeur en de deur van de scootmobielruimte gepleegd in de hal van de flat aan de [locatie]. Ik doe aangifte namens woningcorporatie Rhiant.

Op 8 januari 2025 vond de vernieling plaats. Dit konden wij zien naar aanleiding van camerabeelden, die in de centrale hal aanwezig waren in de flat. Ik zal u deze camerabeelden ook doen toesturen.

Op 7 januari 2025, waren er nog geen vernielingen gepleegd. Dit weet ik, omdat onze huismeesters dagelijks in de flat kwamen en er op 7 januari 2025 nog geen zichtbare schade was.

Op de camerabeelden, die op 8 januari 2025 omstreeks 11.45 uur waren opgenomen, was

te zien dat er een persoon meerdere keren schopte tegen de deur van de bergingsruimte

in de flat aan de Van Assendelftgaarde. Deze bergingsruimte bevindt zich in de centrale hal tegenover de lift. Hierna zag ik op de beelden dat hij liep in de richting van de uitgang en dat hij vervolgens meerdere malen zeer hard schopte tegen de deur van de scootmobielruimte. Deze ruimte bevindt zich, gezien vanaf de ingang, aan de rechterzijde van de centrale hal. Nadat deze persoon tegen de deur van de scootmobielruimte trapte, zag ik op de camerabeelden dat hij zich begaf richting de lift. Ik zag dat hij vervolgens de lift

instapte.

Ik kan de schade aan de bergingsdeur als volgt omschrijven: de deurdranger naar de berging toe is volledig verbogen.

Ik kan de schade aan de scootmobielruimte als volgt omschrijven: de sluitplaat van het slot is gescheurd, waardoor de deur niet meer sluit.

Ik kan de schade aan de lift als volgt omschrijven: de binnenzijde van de liftdeur is verbogen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

12. Proces-verbaal van de politie

Ik, verbalisant, was belast met het uitkijken van een video omtrent een vernieling.

Ik zag dat de beelden waren opgenomen op 8 januari 2025 tussen 11:45:12 uur en 11:46:54 uur.

Ik zag op de camerabeelden dat de vernieling werd gepleegd in de centrale hal van een flatgebouw. Het is mij, verbalisant, ambtshalve bekend dat de flat is gelegen aan de Van Assendelftgaarde te Hendrik-Ido-Ambacht.

Ik zag dat persoon 1 op 11:45:12 uur de centrale hal binnen kwam lopen. Ik zag dat persoon 1 naar de deur aan de rechterzijde in de centrale hal liep. Ik zag dat de deur een klein stukje open stond. Ik zag dat persoon 1 op 11:45:15 uur met zijn rechterbeen een voorwaartse trap tegen de deur gaf waarna deze dicht ging. Ik zag dat persoon 1 tussen 11:45:19 uur en 11:45:22 uur nog twee voorwaartse trappen met zijn rechterbeen gaf tegen de deur. Ik zag dat persoon 1 zich vervolgens omdraaide en tussen 11:45:24 en 11:45:32 uur met zijn rechterbeen vier achterwaartse trappen tegen de deur gaf.

Ik zag dat persoon 1 zich vervolgens weer omdraaide en op 11:45:33 uur met zijn rechterbeen nog één voorwaartse trap tegen de deur gaf waarna hij weg liep richting

het voorportaal. Ik zag dat hij vervolgens op 11:45:37 uur met zijn rechterbeen een voorwaartse trap gaf tegen de zelfsluitende deur tussen de centrale hal en het voorportaal.

Ik zag dat persoon 1 tussen 11:45:50 uur en 11:45:55 uur aan de linkerzijde in het voorportaal met zijn rechterbeen één achterwaartse en twee voorwaartse trappen gaf tegen vermoedelijk een deur.

13. Proces-verbaal van de politie

Ik hoorde tijdens de aangifte van de wijkconsulent van Rhiant die de aangifte deed, dat zij en haar collega op 13 augustus 2024 binnen waren geweest bij [naam 2], woonachtig aan de [adres 2]. Ik hoorde vervolgens dat zij zei dat de persoon die de vernielingen pleegde op 8 januari 2025 en die te zien was op de camerabeelden, dezelfde persoon was als de persoon die op 13 augustus 2024 binnen kwam lopen in de woning van [naam 2].

Mij, verbalisant en tevens wijkagent die betrokken was bij diverse casussen rondom [naam 2], is ambtshalve bekend dat de persoon die in de woning van [naam 2]

was en die daar ook onofficieel verblijft, betreft: [verdachte], geboren [geboortedatum]-1990 in [geboorteplaats].

Ik, verbalisant, keek vervolgens in de voor ons bestemde politiesystemen en zag dat de foto van [verdachte] overeenkwam met de persoon die de vernielingen pleegde in de centrale hal aan de [locatie].

Bewijsmotiveringen

Het onder parketnummer 10-213818-23 bewezenverklaarde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan overtuigend bewijs voor de mishandeling van de [aangeefster] en de zoon [slachtoffer 2] omdat de twee getuigenverklaringen zijn afgelegd door vriendinnen van de aangeefster. Die verklaringen kunnen daarom niet bijdragen aan de overtuiging dat de verdachte de aan hem ten laste gelegde mishandelingen heeft gepleegd. Daarnaast ontbreekt het wettig bewijs dat de verdachte pijn of letsel heeft veroorzaakt bij [slachtoffer 2].

Het onderzoek op de terechtzitting en het onderliggend dossier geeft geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de door de verdediging bedoelde getuigen Horsman en Leerkamp niet betrouwbaar hebben verklaard. Dat de verdachte bij zijn zoon [slachtoffer 2] pijn heeft veroorzaakt, blijkt afdoende uit de verklaring van de aangeefster en de verklaring van de [getuige 5]. Laatstgenoemde hoorde de zoon van de aangeefster immers hard schreeuwen, waarna zij richting de aangeefster liep en aldaar zag dat de verdachte het zoontje hardhandig bij een arm vasthield.

Het verweer wordt op beide onderdelen verworpen.

Het onder parketnummer 10-055038-25 bewezenverklaarde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte weliswaar trappende bewegingen heeft gemaakt, maar dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat de namens Rhiant opgevoerde schade door de verdachte is veroorzaakt. De niet-onderbouwde stelling van de huismeesters dat zij een dag eerder een algemene controle hebben gedaan, zegt niet dat zij daarbij ook de onderhavige deuren hebben gecontroleerd op schade.

De verdachte dient van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op camerabeelden te zien is dat de verdachte met kracht voorwaartse trappen heeft gegeven tegen verschillende deuren in de hal van de flat aan de [locatie], waarna er schade is geconstateerd aan die deuren. De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte met zijn handelen die schade heeft veroorzaakt. Er is gelet op het onderzoek op de terechtzitting en het onderliggend dossier geen begin van aannemelijkheid dat de namens Rhiant opgevoerde schade al eerder was veroorzaakt.

Het verweer wordt verworpen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Parketnummer 10-213818-23

hij op 22 juni 2023 te Hardinxveld-Giessendam, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 1] bij de keel vast te pakken en vervolgens in de keel te knijpen,

en

- die [slachtoffer 2] bij de armen en het oor vast te pakken en aan het oor te trekken.

Parketnummer 10-407280-24

1.

hij op 12 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, zijnde de Koningin Wilhelminalaan, als bestuurder een motorrijtuig (een auto) van die categorie heeft bestuurd;

2.

hij op 12 september 2023 te Gorinchem, opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, die aan de Politie Nederland toebehoorde, heeft onbruikbaar gemaakt.

Parketnummer 10-242239-23

2.

hij op 18 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [agent 1], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam en een ambtenaar, te weten [agent 2], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door hun de woorden toe te voegen:

"Opkankeren stelletje kankerlijers. Jullie zijn kankerhomo's. Jullie kankermoeder";

3.

hij op 18 september 2023 te Hardinxveld-Giessendam, zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, te weten [agent 1], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam en een ambtenaar, te weten [agent 2], hoofdagent bij de Eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door

- te pogen een openstaand autoportier dicht te trekken,

- te pogen zijn armen los te trekken,

- in de hand en/of arm van die [agent 1] te knijpen

terwijl dit misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel,

te weten een bloeduitstorting op de arm en/of een kras op de arm bij die [agent 1] ten gevolge heeft gehad;

4.

hij in de periode van 18 september 2023 tot en met 19 september 2023 te Dordrecht, opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel, die aan de Politie Nederland toebehoorde heeft vernield.

Parketnummer 10-119491-24

1.

hij op 6 april 2024 te Hendrik-Ido-Ambacht, opzettelijk en wederrechtelijk

- een schuifdeur en

- de winkel en de vloer,

die aan de Shell station van Godewijckstraat, toebehoorden heeft beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op 7 oktober 2023 te Hardinxveld-Giessendam, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan [slachtoffer 4] toebehoorde heeft beschadigd.

Parketnummer 10-055038-25

hij op 8 januari 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere deuren, die aan Woningcorporatie Rhiant toebehoorden heeft beschadigd.

Vrijspraken

Parketnummer 10-242239-23

Het onder parketnummer 10-242239-23 onder 1 ten laste gelegde is niet bewezen.

De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Parketnummer 10-119491-24

Het onder parketnummer 10-119491-24 onder 2 ten laste gelegde is niet bewezen. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting, inhoudende dat hij door [slachtoffer 4] werd afgesneden, waarna [slachtoffer 4], nog voordat hij de verdachte volledig gepasseerd was, plotseling afremde en waardoor de verdachte [slachtoffer 4] onvermijdelijk aanreed, is een alternatief scenario dat past bij het schadebeeld aan de beide auto’s, zoals vastgelegd in het zich in het dossier bevindende vergelijkend schadeonderzoek naar beide voertuigen. Bij deze stand van zaken kan het door de verdediging aangedragen alternatieve scenario niet zonder meer als ongeloofwaardig ter zijde worden geschoven. De verdachte wordt dan ook vrijgesproken.

Vormverzuim verweer

De verdediging heeft zich wat betreft de onder parketnummer10-242239-23 onder 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten op het standpunt gesteld dat er sprake is van twee vormverzuimen, namelijk het onzorgvuldige gebruik van pepperspray door de politie, in een afgesloten auto met daarin ook twee honden van de verdachte en het, bij gebrek aan een zogenoemd I-8 formulier in het dossier, ondeugdelijk vastleggen van het gebruik van dit geweldsmiddel. Dit leidt tot schending van zowel de lichamelijke integriteit van de verdachte als de verbaliseringsplicht. Dit betreft niet herstelbare nadelen en dient in strafmatigende zin te worden meegewogen, aldus de verdediging.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim. Uit het dossier blijkt dat de verdachte zich aan zijn aanhouding probeerde te onttrekken en dat verbalisant [agent 1] de verdachte meerdere malen heeft gewaarschuwd voor het gebruik van geweld indien hij zich zou blijven verzetten. Verbalisant [agent 1] heeft de pepperspray na verzet door de verdachte bij zijn aanhouding gebruikt, en heeft dit gebruik van pepperspray en de reden daarvoor geverbaliseerd en aldus aan zijn verbaliseringsplicht voldaan. Het in het dossier ontbreken van een I-8 formulier, een intern politiedocument, doet hier niet aan af. Het verweer wordt verworpen.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Onder parketnummer 10-213818-23

mishandeling, meermalen gepleegd.

Onder parketnummer 10-407280-24

1.

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

2.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken.

Onder parketnummer 10-242239-23

2.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

3.

wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

4.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Onder parketnummer 10-119491-24

1.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en/of onbruikbaar maken;

3.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Onder parketnummer 10-055038-25

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor:

het onder parketnummer 10-213818-23 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-407280-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-242239-23 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-119491-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

het onder parketnummer 10-055038-25 ten laste gelegde,

worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 82 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich in een relatief kort tijdsbestek van een paar jaar schuldig gemaakt aan negen strafbare feiten. Hij heeft zijn ex-partner en hun nog jonge zoontje mishandeld terwijl zij zich op een schoolplein bevonden, hij heeft een auto bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, hij heeft politieambtenaren beledigd, hij heeft zich verzet bij zijn aanhouding waardoor een politieambtenaar letsel heeft opgelopen, hij heeft vernielingen gepleegd in een benzinestation, hij heeft opzettelijk een auto beschadigd door deze aan te rijden, hij heeft verschillende deuren in een centrale hal/ruimte van een wooncomplex beschadigd en ten slotte heeft hij bij twee verschillende gelegenheden een politiecel waarin hij werd opgehouden, vernield dan wel (tijdelijk) onbruikbaar gemaakt.

Dit zijn alle ernstige en verontrustende feiten, in het bijzonder vanwege het volgende.

Met de mishandeling van zijn ex-partner en zoontje heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van beide slachtoffers geschaad. Daarnaast heeft hij met zijn handelen, op een schoolplein waar op dat moment ook andere ouders hun kinderen ophaalden, voor angst en onrust bij ouders, kinderen en onderwijzers gezorgd. Verontrustend is ook het, op de openbare weg, bewust aanrijden en beschadigen van de auto van [slachtoffer 4]. Het is een enorm risico om in het verkeer een dergelijke daad te begaan. De omstandigheid dat het ‘slechts’ bij blikschade is gebleven, is een gelukkige, die niet aan het handelen van de verdachte is te danken.

Ook de vernielingen in het benzinestation hebben, naast kosten en overlast voor de exploitant, voor angst en onrust gezorgd bij de winkelbediende en heel wel mogelijk ook bij omstanders en zo ook wat betreft de vernielingen van de deuren in het wooncomplex.

Met de belediging en vooral de wederspannigheid jegens de politieambtenaren heeft de verdachte tenslotte het gezag van de politie ondermijnd.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 25 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de deskundige

In het rapport van de psycholoog [naam 3] van 1 maart 2024 staat het volgende.

De psycholoog heeft de verdachte onderzocht op 24 januari en 7 februari 2024. Bij de verdachte is sprake van een gebrekkige emotieregulatie en impulscontrole, anders gezegd een ongespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis. Hiervan was in ieder geval sprake ten tijde van de door de verdachte begane, onder parketnummer 10/213818-23 en onder parketnummer 10-242239-23 bewezenverklaarde feiten en deze stoornis beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het begaan van die feiten. Dit leidt tot het advies om deze feiten aan de verdachte in licht verminderde mate toe te rekenen.

Het risico van recidive met name waar dit conflicten met gezagsdragers betreft, kan gezien zijn voorgeschiedenis moeilijk worden uitgesloten en moet vooralsnog als hoog worden beschouwd. Het risico van recidive van feiten met ernstig lichamelijk letsel als gevolg wordt

daarentegen als laag beschouwd.

Op basis van het rapport van de psycholoog, stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een gedragsstoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van bovengenoemde bewezenverklaarde feiten beïnvloedde. Deze feiten en voorstelbaar ook de overige bewezenverklaarde feiten worden daarom in licht verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Redelijke termijn

De rechtbank weegt mee dat de berechting in de zaken onder de parketnummers

10-213818-23, 10-407280-24, 10-242239-23 en feit 3 onder parketnummer 10-119491-24 niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn van twee jaar. De overschrijding is niet toe te rekenen aan de verdachte en zal daarom gecompenseerd worden in de strafmaat.

Oplegging straffen

Straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De gevangenisstraf wordt gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Naast deze grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf wordt aan de verdachte ook een taakstraf opgelegd.

5. Vordering van de benadeelde partijen

Vorderingen

Als benadeelde partijen hebben zich ter zake van de onder parketnummer 10-213818-23, onder parketnummer 10-242239-23 onder 3 en 4, onder parketnummer 10-119491-24 onder 2 en 3 en onder parketnummer 10-407280-24 onder 2 thans bewezenverklaarde feiten diverse personen en instanties gevoegd.

De benadeelde partijen vorderen vergoedingen voor materiële en/of immateriële schade en voor bijkomende kosten. Deze vorderingen, alle telkens te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, staan in onderstaande tabel 1 vermeld.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van elk van de vorderingen een standpunt ingenomen, hetgeen eveneens is vermeld in tabel 1.

Tabel 1

Benadeelde partij en parketnummer

Feit

Vordering materiële schade (MS)

Vordering

immateriële schade

(IS)

Standpunt officier van justitie

[benadeelde partij 2],

10-213818-23

-

€ 30.000,- en

affectieschade ad

€ 30.000,-

IS € 300,- toewijsbaar, overig NO.

Affectieschade afwijzen.

[benadeelde partij 1],

10-242239-23

2

-

€ 275,-

Toewijzen IS als gevorderd.

Nationale Politie,

10-242239-23

4

€ 5.980,18

-

Toewijzen MS als gevorderd.

[benadeelde partij 3],

10-119491-24

2 en 3

-

€ 10.000,- en

€ 100.000,- aan toekomstige schade.

IM referte aan oordeel rechtbank.

Toekomstige schade NO.

Nationale Politie,

10-407280-24

2

€ 76,93

-

Toewijzen MS als gevorderd.

Standpunt van de verdediging

Door de verdediging zijn specifieke verweren tegen de vorderingen gevoerd.

De rechtbank zal hieronder, bij de beoordeling van de diverse individuele vorderingen, de verweren van de verdediging tegen die betreffende (onderdelen van de) vordering aan de orde komen, bespreken.

Oordeel van de rechtbank

Vordering [benadeelde partij 2] (10-213818-23)

Door de verdediging is aangevoerd dat de vordering van [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk moet worden verklaard bij gebrek aan voldoende onderbouwing daarvan. Immers, wat betreft het zoontje [slachtoffer 2] is geen objectief letsel vastgesteld en het dossier bevat geen medische informatie die de gestelde psychische klachten van het kind onderbouwen.

De vordering bestaat uit twee delen: € 30.000,- aan affectieschade en € 30.000,- aan immateriële schade. Affectieschade betreft immateriële schade die bestaat uit het verdriet dat en de pijn die is veroorzaakt doordat een persoon waarmee men een affectieve band heeft, overlijdt of ernstig en blijvend letsel oploopt. Van affectieschade is, zo blijkt uit het onderzoek op de terechtzitting en de onderliggende dossierstukken, geen sprake. Dit deel van het gevorderde wordt daarom afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat de [benadeelde partij 2] als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 150,-. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd. Daarom zal de benadeelde partij in het overige aan gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard; dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

De wettelijke rente over voornoemd bedrag is toewijsbaar vanaf 22 juni 2023.

Vordering [benadeelde partij 1] (10-242239-23, feit 3)

Door de verdediging is aangevoerd dat de vordering van [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het onjuiste dan wel onzorgvuldige gebruik van pepperspray heeft bijgedragen aan het ontstaan van het letsel. De mate van eigen schuld en de gevolgen die dat moet hebben voor de omvang van de immateriële schadevergoeding gaan het bestek van deze procedure te buiten.

De [benadeelde partij 1] heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk (licht) letsel opgelopen. De gevorderde vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor en wordt dan ook volledig toegewezen, te weten een bedrag van € 275,-. Het verweer met betrekking tot onzorgvuldig gebruik van pepperspray wordt, gelet op hetgeen hierover in paragraaf 4.2.2. is overwogen, ook hier verworpen.

De wettelijke rente over het te betalen bedrag is toewijsbaar vanaf 18 september 2023.

Vordering Nationale Politie (10-242239-23, feit 4)

Door de verdediging is aangevoerd dat de vordering van de Nationale Politie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de gevorderde schade niet helder is onderbouwd, enerzijds wat betreft het causale verband met het feit en anderzijds omdat er kennelijk twee verschillende offertes zijn opgemaakt waaruit niet duidelijk blijkt welke werkzaamheden zijn uitgevoerd tegen welk tarief.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering is voldoende duidelijk onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist. De twee verschillende offertes die bij de vordering zijn gevoegd, zien op verschillende soorten herstelwerkzaamheden door verschillende bedrijven. De vordering wordt daarom in zijn geheel toegewezen.

De wettelijke rente over het te betalen bedrag is toewijsbaar vanaf 18 september 2023.

Vordering [benadeelde partij 3] (10-119491-24, feiten 2 en 3)

Door de verdediging is aangevoerd dat de vordering van [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege een onevenredige belasting van dit strafproces, waarbij wordt opgemerkt dat een causaal verband tussen de geclaimde schade en enig handelen van de verdachte wordt betwist en dat het handelen van [benadeelde partij 3] zelf ook van invloed is geweest op de gevorderde schade. Subsidiair dient de schade drastisch te worden gematigd.

De rechtbank verklaart de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering voor zover die ziet op het als feit 2 ten laste gelegde, omdat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat de ten aanzien van feit 3 door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade ziet op geestelijk letsel (PTSS). Vanwege het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de gevorderde schade als gevolg van het geestelijk letsel en het bewezenverklaarde feit, namelijk vernieling van de auto, wordt ook dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering Nationale Politie (10-407280-24, feit2)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de Nationale Politie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het opdweilen van urine in de politiecel (de gevorderde schoonmaakkosten) niet een uur werk kan hebben gekost. Bovendien had de verdachte al een paar keer gevraagd of hij gebruik mocht maken van een toilet (die was niet aanwezig in de cel) en heeft hij, nadat hij in de cel had geürineerd, aangeboden om die zelf schoon te maken.

De rechtbank is het eens met de verdediging dat de politie mogelijk niet heeft voldaan aan de schadebeperkingsplicht, door de verdachte niet zelf de door hem veroorzaakte vervuiling van de politiecel (zoveel mogelijk) te laten opruimen. Nader onderzoek daarnaar zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. De benadeelde partij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de gevorderde schade.

De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Overige beslissingen

Voor zover de hiervoor besproken vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld – zoals opgenomen in de in het dictum weergegeven tabel 2 – in de kosten door de desbetreffende benadeelde partij gemaakt, tot op heden telkens begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Voor zover de hiervoor besproken benadeelde partijen in overwegende mate niet-ontvankelijk worden verklaard, zal de desbetreffende benadeelde partij worden veroordeeld, zoals opgenomen in tabel 2, in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Tevens wordt, wat betreft de (al dan niet deels) toe te wijzen vorderingen van de benadeelde partijen, oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast van telkens na te noemen duur. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Vordering tot tenuitvoerlegging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering, omdat er inmiddels lange tijd is verstreken, moet worden afgewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich bij het standpunt van de officier van justitie, tot afwijzing van de vordering, aangesloten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is het eens met het op de terechtzitting gewijzigde standpunt van de officier van justitie. De vordering wordt dus afgewezen.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 181, 266, 267, 300, 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-242239-23 onder 1 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10-119491-24 onder 2 ten laste gelegde heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder parketnummer 10-213818-23, de feiten 1 en 2 onder parketnummer 10-407280-24, de feiten 2, 3 en 4 onder parketnummer

10-242239-23, de feiten 1 en 3 onder parketnummer 10-119491-24 en het feit onder parketnummer 10-055038-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in de verschillende zaken in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 82 dagen van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Vordering tenuitvoerlegging

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van de politierechter te Rotterdam van 29 mei 2019 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

Vorderingen benadeelde partijen

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de in onderstaande tabel 2 genoemde benadeelde partijen te betalen de daarin genoemde bedragen aan materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de tabel genoemde data tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk in het resterende deel van de gevorderde immateriële schade en verklaart de [benadeelde partij 3] en Nationale Politie (10-407280-24) niet-ontvankelijk in de respectievelijke vorderingen, een en ander zoals weergegeven in tabel 2;

wijst af de door de [benadeelde partij 2] gevorderde affectieschade, zoals weergegeven in tabel 2;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de (grotendeels) ontvankelijk verklaarde benadeelde partijen gemaakt en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, zoals weergegeven in tabel 2;

veroordeelt de (grotendeels) niet-ontvankelijk verklaarde benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de desbetreffende vorderingen gemaakt, zoals weergegeven in tabel 2:

TABEL 2

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de in tabel 2 genoemde benadeelde partijen te betalen de daarin genoemde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in tabel 2 genoemde data tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de respectievelijke hoofdsommen niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast telkens voor de duur zoals in tabel 2 vermeld; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B. Vaz, voorzitter,

en mrs. A. Boer I. Tillema en, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?