Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/292716-24 en 10/038034-25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres], [postcode] in [plaatsnaam], ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd op [detentieadres],
raadsman mr. J.N. Hoek, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 januari 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewijswaardering feit 1 en 2 onder parketnummer 10/292716-24
Standpunt verdediging
De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 10/292716-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde. De verdachte ontkent dat hij tijdens de openlijke geweldpleging een mes bij zich had of de aangever met een mes heeft bedreigd. Volgens de raadsman is op de door hem bekeken camerabeelden geen glinsterend voorwerp zichtbaar dat als een mes kan worden aangemerkt, zoals in het proces-verbaal van de politie wordt omschreven. Bovendien is op de beelden niet te zien wat de verdachte daadwerkelijk in zijn handen heeft.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat het door de raadsman gevoerde bewijsverweer wordt weerlegd door de inhoud van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen. De verklaring van de aangever vindt steun in de overige inhoud van het dossier. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de aangever dat de verdachte een mes bij zich droeg en daarmee slaande en stekende bewegingen maakte richting de aangever. De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Conclusie
Het in de zaak met parketnummer 10/292716-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewijswaardering feit 1 onder parketnummer 10/038034-25
Standpunt verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 1 ten laste gelegde. De raadsman is van mening dat de verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt, hetgeen aan de wederrechtelijkheid van de hem verweten gedraging in de weg staat. Ter onderbouwing van dit verweer is het volgende aangevoerd. De verdachte wilde de aangever aanspreken en liep achter hem aan. De aangever draaide zich vervolgens abrupt om en had zijn vuist gebald. De verdachte was bang door de aangever te worden geslagen en had het gevoel zich niet anders te kunnen verdedigen dan als eerste de aangever te slaan.
Beoordeling
Het beroep op noodweer wordt verworpen, omdat de feiten die aan de geschetste noodweersituatie ten grondslag zijn gelegd niet aannemelijk zijn geworden. De verklaring van de verdachte over de feitelijke toedracht wordt niet door de overige bewijsmiddelen ondersteund.
Conclusie
Het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 1 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewijswaardering feiten 3 en 4 onder parketnummer 10/038034-25
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, ook met betrekking tot het dreigen en/of tonen van een mes.
Beoordeling
Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank dat het al dan niet aanwezig zijn van een mes een zodanig belangrijk punt is dat er voor het bewijs in deze zaak meer nodig is dan alleen de verklaring van aangeefster. De verklaring van aangeefster wordt niet ondersteund door de overige verklaringen. Zonder daarmee afbreuk te doen aan de geloofwaardigheid van de aangeefster, is de rechtbank onvoldoende overtuigd dat de verdachte de aangeefster een mes heeft getoond. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het onder feit 3, laatste gedachtestreepje, ten laste gelegde.
Ook ten aanzien van feit 4 is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de aangever een mes heeft getoond. Op dit punt bevindt zich in het dossier alleen de verklaring van de aangever, waaruit blijkt dat hij niet daadwerkelijk een mes heeft gezien bij de verdachte. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel.
Conclusie
Het onder parketnummer 10/038034-25 onder 3 en 4 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het onderdeel dreigen en/of tonen van een mes.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/292716-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien wat betreft de bewezenverklaarde bestanddelen geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10/292716-24
1hij op of omstreeks 11 september 2024, te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,openlijk, te weten op de Lenaert Vechelstraat, in elk geval op of aan de openbareweg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeftgepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1], door meermalen, althans eenmaal (telkens) (met kracht):- die [slachtoffer 1] tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam te trappen en/of te slaan,- met een mes, althans met een scherp, puntig en/of hard voorwerp (een) slaandeen/of stekende beweging(en) te maken tegen het lichaam en/of in de richting vandie [slachtoffer 1] en/of- voornoemd strafbaar feit te filmen;
2hij op of omstreeks 11 september 2024 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,[slachtoffer 1] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door aan die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonenen/of met voornoemd voorwerp stekende beweging(en) te maken;
Parketnummer 10/038034-25
1
hij op of omstreeks 24 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door meermalen tegen het gezicht te slaan/stompen;
2
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, aan de
Lange Kade, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
sleutels en/of draadloze oordopjes en/of een geldbedrag van twintig euro, in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- onverhoeds voor de fiets van die [slachtoffer 3] te springen, terwijl verdachte en/of zijn
mededaders een gezichtsmasker droegen en/of
- die [slachtoffer 3] de woorden toe te voegen dat hij moest meelopen anders zou het
niet goed aflopen voor hem, althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking en/of dat als die [slachtoffer 3] het aan iemand zou vertellen dat verdachte
en/of zijn mededaders hem zouden neersteken en/of
- een telefoon en/of sleutels en/of draadloze oordopjes uit de jaszakken en/of
broekzakken van die [slachtoffer 3] te pakken en/of
- een contant geldbedrag van twintig euro uit het telefoonhoesje van die [slachtoffer 3]
te pakken;
3
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, op/aan de
Wielingen, althans de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fiets en/of een geldbedrag van 400 euro en/of sleutels en/of meerdere pasjes, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- de weg voor die [slachtoffer 4] te blokkeren en/of daarbij de woorden toe te voegen dat zij
moet stoppen en/of
- die [slachtoffer 4] de opdracht te geven haar tas af te geven en/of haar jas leeg te maken
en/of uit te trekken en/of
- (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, dreigend voor te
houden en/of te tonen aan die [slachtoffer 4];
4
hij op of omstreeks 19 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, aan de
Schrijversdijk, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een contant geldbedrag en/of een ring en/of een aansteker en/of een pakje
condooms, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- die [slachtoffer 5] te achtervolgen en/of (vervolgens) bij de arm beet te pakken, terwijl
verdachte en/of zijn mededaders een gezichtsmasker droegen en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te dragen en/of aan die [slachtoffer 5] te
tonen en/of
- die [slachtoffer 5] de woorden toe te voegen dat hij niets moest zeggen en/of zijn telefoon
niet moest pakken en/of opnemen anders zouden zijn hem kanker neersteken,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of dat als die [slachtoffer 5] het
aan iemand zou vertellen dat verdachte en/of zijn mededaders hem zouden
neersteken en/of
- die [slachtoffer 5] te dwingen om mee te lopen en/of zijn telefoon af te staan
- die [slachtoffer 5] de opdracht te geven zijn tas en/of jaszakken open/leeg te maken en/of
- een aansteker en/of een ring en/of een pakje condooms uit de tas van die [slachtoffer 5] te
pakken en/of
- een contant geldbedrag uit de portemonnee van die [slachtoffer 5] te pakken en/of
- die [slachtoffer 5] de woorden toe te voegen dat hij tien minuten moest blijven zitten en/of
dat hij in de gaten wordt gehouden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/292716-24
De eendaadse samenloop van:
1.
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
en
2.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling
Parketnummer 10/038034-25
1.
mishandeling
2.
diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
3.
diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
4.
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd al dan niet in vereniging schuldig gemaakt aan meerdere gewelddadige strafbare feiten.
De verdachte heeft zich op 11 september 2024 in Brielle schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging. De verdachte en zijn vier mededaders zijn naar de woning gegaan waarin het [slachtoffer 1] op dat moment was en hebben het slachtoffer geslagen en geschopt, waarbij de verdachte met een mes slaande bewegingen richting het slachtoffer heeft gemaakt. De verdachte wilde hierbij verhaal halen bij de bewoner van de woning, de zwager van het slachtoffer, die volgens de verdachte zijn moeder lastig had gevallen.
De verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en hem pijn, letsel en angst toegebracht. Daarnaast leidt het in vereniging plegen van openlijk geweld bij omstanders en ook in de samenleving tot gevoelens van angst en onveiligheid.
Op 19 januari 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een straatroof. De verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer achtervolgd, bij zijn arm beetgepakt, hem gedwongen om mee te lopen en bedreigd hem neer te steken als hij zijn telefoon zou opnemen en/of het aan iemand zou vertellen. Het slachtoffer moest zijn tas afstaan en zijn jas leegmaken, waarna hij is beroofd van een aansteker, een ring, een pakje condooms en al het briefgeld uit zijn portemonnee.
De verdachte heeft op 24 januari 2025 [slachtoffer 2] mishandeld door hem uit het niets meerdere vuistslagen te geven in het gezicht.
Tot slot heeft de verdachte op 1 februari 2025 samen met zijn mededaders aan de Langekade in Brielle eerst [slachtoffer 3] beroofd van zijn oordopjes en een geldbedrag van 20 euro en hem bedreigd dat wanneer het slachtoffer zou praten hij neergestoken zou worden. Vervolgens heeft verdachte met zijn mededaders een half uur later aan de Wielingen in Brielle het [slachtoffer 4] beroofd van een geldbedrag van
€ 400,- en twee identiteitskaarten. De verdachte en de medeverdachten hebben het slachtoffer de weg geblokkeerd, zodat zij er niet langs kon met haar fiets. Het slachtoffer moest haar fiets, tas en haar jas afgeven. Vervolgens hebben de medeverdachten de tas en de jas doorzocht en het buit gemaakte geld onder elkaar verdeeld.
De verdachte heeft met bovenstaande feiten inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Het is bekend dat dergelijke feiten bij de slachtoffers angst kunnen veroorzaken die nog lange tijd kan voortduren. Dat de impact van deze (gewelddadige) feiten voor de slachtoffers groot is en nog lang voortduurt, blijkt uit de toelichtingen bij de vorderingen benadeelde partij van de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Bovendien heeft de verdachte met de diefstallen met (bedreiging met) geweld geen respect gehad voor andermans eigendommen. Hij en zijn mededaders kozen welbewust slachtoffers uit die in hun eentje in de avond over straat gingen en dus een makkelijk doelwit waren. Dergelijke strafbare feiten maken tevens inbreuk op de rechtsorde en brengen in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. De verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur eigenbelang en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de slachtoffers.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
11 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 15 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Uit het onderzoek komt het algemeen recidive risico uit op midden en het dynamisch risico profiel ook op midden. De grootste risicofactoren die de kans op herhaling van delictgedrag kunnen vergroten, worden volgens het instrument gezien binnen de domeinen werk/vrije tijd/financiën, relaties, geestelijke gezondheid, houding, agressie en vaardigheden
De verdenkingen dateren van ongeveer een jaar tot anderhalf jaar geleden en de verdachte is na de verdenkingen van 1 februari 2025 niet meer in aanraking gekomen met justitie. Na de schorsing in maart 2025 heeft hij zich op een positieve wijze ingezet om aan zijn toekomst te werken, heeft hij zich aan alle opgelegde voorwaarden gehouden en laten zien dat hij zich inzet op verbetering. Er zijn nog wel signalen van sociale, emotionele en gedragsproblemen.
Vanwege de ernst van de verdenkingen adviseert de Raad de rechtbank om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan de duur van het voorarrest. De verdachte laat sinds zijn schorsing een duidelijke en positieve ontwikkeling zien en hij staat open voor hulp. Zo ervaart de verdachte wel de consequentie van zijn gedrag, maar krijgt hij tegelijkertijd de kans om zijn positieve ontwikkeling voort te zetten. De Raad adviseert hierbij een proeftijd voor de duur van één jaar, gezien de tijd die reeds is verstreken sinds de laatste verdenking, de positieve ontwikkeling en het feit dat de verdachte hierna niet meer in aanraking is geweest met justitie. Daarnaast loopt hij al langere tijd onder een schorsing met bijzondere voorwaarden.
De betrokkenheid van de jeugdreclassering blijft noodzakelijk om de positieve ontwikkeling van de verdachte te ondersteunen, te behouden en te zorgen voor continuïteit.
De Raad adviseert dat aan het voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden worden verbonden, te weten dat de verdachte:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;
- naar School2Care zal gaan volgens het rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van School2Care;
- zich zal inzetten voor het vinden en behouden van onderwijs/dagbesteding na afronding van School2Care en zich zal houden aan alle afspraken en regels die daarbij horen;
- zich zal inzetten voor het vinden en behouden van een structurele vrijetijdsbesteding (bijbaan en/of sport);
- zal meewerken aan hulpverlening/behandeling vanuit Fivoor of een soortgelijke instantie (ook als dat diagnostiek betreft en de adviezen die daaruit voortvloeien),
waarbij aan de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden.
Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna: de jeugdreclassering) heeft een evaluatie Plan van Aanpak over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 september 2025. Dit evaluatieplan houdt zakelijk weergeven en voor zover van belang - het volgende in.
Uit de Ritax komt naar voren dat de risico's op het plegen van een nieuw delict laag zijn. De jeugdreclasseerder is het hiermee eens. De risico's zijn enorm afgenomen doordat de verdachte sinds juni 2025 onderwijs volgt, een positieve vrijetijdsbesteding heeft en er behandeling van Fivoor is ingezet en een coach vanuit School2care. Bij School2Care is er veel aandacht voor zijn functioneren op school, attitude, agressieregulatie en vaardigheden.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder [naam] aanvullend naar voren gebracht dat
sinds de verdachte eind maart 2025 is geschorst hij heeft laten zien gemotiveerd te zijn om te werken aan het verbeteren van zijn schoolgang en dat hij open staat voor hulpverlening. De verdachte is in juni 2025 gestart met School2Care en volgde een intensief programma van 8.00 tot 20:00 uur. Inmiddels is het avondprogramma eraf omdat het goed ging. De betrokken coach vanuit School2care is tevreden over de inzet van de verdachte. Daarnaast is de verdachte in behandeling bij Fivoor. Zij zien dat er meer diagnostiek nodig is om te bezien welke behandeling het beste bij de verdachte past. De jeugdreclasseerder is het eens met het advies van de Raad om een proeftijd op te leggen voor de duur van één jaar met de genoemde voorwaarden, omdat de verdachte gemotiveerd is mee te werken aan de hulpverlening. Hoewel de verdachte een aantal keren de avondklok heeft overtreden, ging het over het algemeen goed met hem. De jeugdreclasseerder was niet op de hoogte van de nieuwe verdenking aan het adres van de verdachte, gepleegd in september 2025.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de Raad. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Vordering [benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/292716-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering niet ontvankelijk te verklaren, nu deze onvoldoende is onderbouwd.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft bepleit de vordering niet ontvankelijk te verklaren, omdat deze onvoldoende is onderbouwd en de benadeelde partij bovendien niet ter zitting is verschenen om de vordering nader toe te lichten.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
Vordering [benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.370,- aan materiële schade, bestaande uit € 550,- aan contant geld, €15,-voor een ring, € 5,- voor een aansteker, € 10,- voor condooms en € 790,- voor een niet gehaald rijexamen en een extra rijles, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij heeft aangegeven ook immateriële schade te hebben geleden, maar heeft daarbij in de vordering geen schadebedrag genoemd.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte bij de politie heeft verklaard dat een bedrag van € 500,- aan contant geld is weggenomen. De vordering ten aanzien van de materiële schade kan daarom tot een bedrag van € 530,- (contant geld, ring, aansteker en condooms worden toegewezen. De schade door een niet gehaald rijexamen en een extra rijlesstaat naar de mening van de officier van justitie in een te ver verwijderd verband met het ten laste gelegde feit.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering in haar geheel af te wijzen dan wel niet ontvankelijk te verklaren, nu de gevorderde bedragen niet met stukken zijn onderbouwd. Voor zover de vordering betrekking heeft op het rijexamen/extra les is de verdediging verder met de officier van justitie van mening dat het causaal verband met het ten laste gelegde feit te ver verwijderd is.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 4 ten laste gelegde feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 400,-, zijnde het bedrag aan contant geld waarvan de (mede-) verdachten hebben verklaard dat dit is weggenomen, te vermeerderen met de waarde van de overige weggenomen goederen (ring € 15,-, aansteker € 5,- en condooms € 10,-). Voor zover de vordering betrekking heeft op kosten in verband met het rijexamen/extra les, is zonder nadere toelichting niet duidelijk wat maakt dat er een rechtstreeks causaal verband bestaat met het ten laste gelegde feit. Nadere bewijslevering zal echter tot onredelijke vertraging van het strafgeding leiden. Daarom zal dit deel van de vordering niet ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partij zal voor het deel van de vordering dat ziet op de immateriële schade niet ontvankelijk worden verklaard, omdat hiervoor onderbouwing ontbreekt.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 19 januari 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 430,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Hij is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. Tevens wordt hoofdelijke oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Vordering [benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 3], ter zake van het van het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 350,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft bepleit primair de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op het gevoerde noodweer verweer. Subsidiair heeft de verdediging verzocht het bedrag te matigen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het gevorderde bedrag aan schadevergoeding is niet gemotiveerd betwist en zal dan ook in zijn geheel worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 januari 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 350,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Vordering [benadeelde partij 4]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 4], ter zake van het van het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 89,99 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het gevorderde bedrag.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 2 ten laste gelegde feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 februari 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 4] een schadevergoeding betalen van € 89,99, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Hij is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Vordering [benadeelde partij 5]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 5], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.400,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de gehele vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, nu deze voldoende is onderbouwd. Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht het bedrag te matigen nu de aangehaalde jurisprudentie niet vergelijkbaar is met de onderhavige zaak.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van de schade is goed onderbouwd en is niet gemotiveerd betwist. De vordering zal dan ook in zijn geheel worden toegewezen.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 februari 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 5] een schadevergoeding betalen van € 1.400,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Hij is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk.
Tevens wordt hoofdelijke oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte in de zaak met parketnummer 10/292716-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en de zaak met parketnummer 10/038034-25 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 128 (honderdachtentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- naar School2Care zal gaan volgens het rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van School2Care;
- zich zal inzetten voor het vinden en behouden van onderwijs/dagbesteding na afronding van School2Care en zich zal houden aan alle afspraken en regels die daarbij horen;
- zich zal inzetten voor het vinden en behouden van een structurele vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;
- zal meewerken aan hulpverlening/behandeling vanuit Fivoor of een soortgelijke instelling, ook als diagnostiek betreft en de adviezen die daaruit voorvloeien;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 430,- (zegge: vierhonderddertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 430,- (hoofdsom, zegge: vierhonderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 350,- (zegge: driehonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 350,- (hoofdsom, zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4], te betalen een bedrag van € 89,99 (zegge: negenentachtig euro en negenennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 89,99 (hoofdsom, zegge: negenentachtig euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 5], te betalen een bedrag van €1.400,- (zegge: veertienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.400,- (hoofdsom, zegge: veertienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en M.J.C. Spoormaker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/292716-24
1
hij op of omstreeks 11 september 2024,
te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,
openlijk, te weten op de Lenaert Vechelstraat, in elk geval op of aan de openbare
weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft
gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1], door meermalen, althans eenmaal
(telkens) (met kracht):
- die [slachtoffer 1] tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam te trappen en/of te slaan,
- met een mes, althans met een scherp, puntig en/of hard voorwerp (een) slaande
en/of stekende beweging(en) te maken tegen het lichaam en/of in de richting van
die [slachtoffer 1] en/of
- voornoemd strafbaar feit te filmen;
2
hij op of omstreeks 11 september 2024 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,
[slachtoffer 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door aan die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen
en/of met voornoemd voorwerp stekende beweging(en) te maken;
Parketnummer 10/038034-25
1
hij op of omstreeks 24 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee,
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door meermalen tegen het gezicht te slaan/stompen;
2
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, aan de
Lange Kade, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
sleutels en/of draadloze oordopjes en/of een geldbedrag van twintig euro, in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- onverhoeds voor de fiets van die [slachtoffer 3] te springen, terwijl verdachte en/of zijn
mededaders een gezichtsmasker droegen en/of
- die [slachtoffer 3] de woorden toe te voegen dat hij moest meelopen anders zou het
niet goed aflopen voor hem, althans woorden van gelijke dreigende aard of
strekking en/of dat als die [slachtoffer 3] het aan iemand zou vertellen dat verdachte
en/of zijn mededaders hem zouden neersteken en/of
- een telefoon en/of sleutels en/of draadloze oordopjes uit de jaszakken en/of
broekzakken van die [slachtoffer 3] te pakken en/of
- een contant geldbedrag van twintig euro uit het telefoonhoesje van die [slachtoffer 3]
te pakken;
3
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, op/aan de
Wielingen, althans de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een fiets en/of een geldbedrag van 400 euro en/of sleutels en/of meerdere pasjes, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- de weg voor die [slachtoffer 4] te blokkeren en/of daarbij de woorden toe te voegen dat zij
moet stoppen en/of
- die [slachtoffer 4] de opdracht te geven haar tas af te geven en/of haar jas leeg te maken
en/of uit te trekken en/of
- ( daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, dreigend voor te
houden en/of te tonen aan die [slachtoffer 4];
4
hij op of omstreeks 19 januari 2025 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, aan de
Schrijversdijk, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een contant geldbedrag en/of een ring en/of een aansteker en/of een pakje
condooms, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5], in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- die [slachtoffer 5] te achtervolgen en/of (vervolgens) bij de arm beet te pakken, terwijl
verdachte en/of zijn mededaders een gezichtsmasker droegen en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te dragen en/of aan die [slachtoffer 5] te
tonen en/of
- die [slachtoffer 5] de woorden toe te voegen dat hij niets moest zeggen en/of zijn telefoon
niet moest pakken en/of opnemen anders zouden zijn hem kanker neersteken,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of dat als die [slachtoffer 5] het
aan iemand zou vertellen dat verdachte en/of zijn mededaders hem zouden
neersteken en/of
- die [slachtoffer 5] te dwingen om mee te lopen en/of zijn telefoon af te staan
- die [slachtoffer 5] de opdracht te geven zijn tas en/of jaszakken open/leeg te maken en/of
- een aansteker en/of een ring en/of een pakje condooms uit de tas van die [slachtoffer 5] te
pakken en/of
- een contant geldbedrag uit de portemonnee van die [slachtoffer 5] te pakken en/of
- die [slachtoffer 5] de woorden toe te voegen dat hij tien minuten moest blijven zitten en/of
dat hij in de gaten wordt gehouden;