ECLI:NL:RBROT:2026:3984

ECLI:NL:RBROT:2026:3984

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 15/270912-24, 09/010746-25, 10/071113-25, 10/074853-25 en 10/136349-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor een reeks aan strafbare feiten, waaronder poging zware mishandeling, medeplegen van poging diefstal, diefstal met geweld, poging overval op een supermarkt, belediging en mishandeling van ambtenaren in functie. Oplegging van een deels voorwaardelijke jeugddetentie, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden. Daarnaast oplegging van een leerstraf en (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen benadeelde partijen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 15/270912-24, 09/010746-25, 10/071113-25, 10/074853-25 en 10/136349-25 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 5 maart 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteland 1] op [geboortedatum 1] 2007,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1], [postcode] in [plaatsnaam],

raadsman mr. C.T. Pittau, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 19 februari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Verhoeven-Ivankovic heeft gevorderd:

- met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf (TACT Regulier) voor de duur van 35 uren, subsidiair 17 dagen vervangende jeugddetentie.

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het in de zaak met parketnummer 15/270912-24 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 09/010746-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezenverklaring 10/074853-25 onder 1

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 1 ten laste gelegde, met uitzondering van het medeplegen. De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken, omdat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde medeplegen omdat er geen nauwe en bewuste samenwerking is geweest. Ook het geweld kan niet worden bewezen omdat het stevig vastpakken van aangever geen geweldshandeling is die de diefstal heeft vergemakkelijkt of bevorderd.

Beoordeling

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat medeplegen niet kan worden bewezen. Er was geen gezamenlijk plan en de verdachte en de medeverdachte hebben ieder afzonderlijk gehandeld, zodat ook geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking in de uitvoering. Het geweld kan wel worden bewezen, omdat de verdachte de aangever stevig heeft vastgepakt en toen zijn tas heeft afgepakt.

Conclusie

De in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 1 ten laste gelegde diefstal met geweld is wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering 10/071113-25

Standpunt verdediging

De verdachte dient te worden vrijgesproken van ten laste gelegde mishandeling, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het de verdachte is geweest die de verbalisant tijdens de schermutseling heeft geraakt. Gelet op de chaotische situatie is het aannemelijk dat de verbalisant tijdens de schermutseling per ongeluk is geraakt, al dan niet door de verdachte. Daarom kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van opzettelijk handelen door de verdachte. Bovendien zat de verdachte op dat moment onrechtmatig vast. Subsidiair heeft de verdediging bepleit de verdachte schuldig te verklaren zonder opleggen van een straf.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het door de raadsman gevoerde verweer wordt weerlegd door de inhoud van de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen. Dat de verdachte niet langer rechtmatig zou vastzitten maakt dit niet anders.

Conclusie

Het in de zaak met parketnummer 10/071113-25 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmotivering 10/136349-25 primair

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 10/136349-25 primair ten laste gelegde, omdat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het DNA dat op de jas is aangetroffen kan niet zonder meer als een daderspoor kan worden aangemerkt. Niet bekend is hoe het DNA op de jas is beland. Gelet op de ontkenning van de verdachte kan niet zonder gerede twijfel worden vastgesteld dat hij een van de daders is geweest. Daarnaast wordt ten onrechte waarde toegedicht aan het gegeven dat de verdachte ‘[naam 2]’ zou zijn. Ook als vast zou komen te staan dat hij dit is, dan heeft hij niet meer gedaan dan bij de deur van de COOP blijven staan. Het is niet duidelijk of hij op de uitkijk stond of anderszins met de beroving te maken heeft.

Beoordeling

Feiten

Op 13 april 2025 is de COOP in Vlaardingen overvallen door een jongeman die winkelpersoneel en aanwezige klanten met een mes bedreigde. Op beelden van de COOP is een tweede jongeman te zien die bij de ingang van de winkel staat en met de overvaller wegrent. De overvaller is vóór de overval op camerabeelden te zien in gezelschap van de tweede jongeman. Beiden hebben zwarte jassen aan.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Een getuige heeft direct na de overval op de COOP twee jongens in donkere kleding zien wegrennen. Hij is hen gevolgd en heeft gezien dat de jongens een portiek in renden en kort daarna weer naar buiten kwamen, waarbij een van de jongens zijn zwarte jas niet meer droeg. Op de jas die in het portiek wordt aangetroffen wordt DNA van de verdachte aangetroffen aan de binnenzijde van het rechtermanchet en aan de binnenzijde van de kraag. Hiervoor is door de verdachte geen verklaring gegeven. De jongeman die bij de ingang van de winkel staat heeft onder zijn zwarte jas een grijskleurig vest aan met zwarte accenten. Deze jongeman draagt een opvallende ring. Als de verdachte na de overval wordt staande gehouden heeft hij een grijs vest met zwarte accenten aan dat lijkt op het vest dat op de camerabeelden te zien is. Bij de doorzoeking van de woning waar de verdachte verbleef wordt een ring gevonden die lijkt op de ring die de jongeman bij de ingang van de winkel draagt.

Een getuige heeft [naam 1] aangewezen als de overvaller met het mes. In de telefoon van [naam 1] is een chatgesprek aangetroffen waarin hij op 14 april 2025 naar een vriend chat over iets van een dag eerder dat in het nieuws is geweest en dat hij met een oude vriend [naam 2] heeft gedaan. Dit lijkt over een strafbaar feit te gaan en kan betrekking hebben op de overval. Uit onderzoek in het politiesysteem is gebleken dat [naam 2] een bijnaam van de verdachte is. De verdachte heeft ter zitting erkend dat hij vroeger bekend stond als ‘[naam 2]’ en dat hij [naam 1] van vroeger kent. Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de jongeman bij de ingang van de COOP is. Omdat hij voor de overval samen met de dader met het mes loopt, gedurende de overval bij de ingang staat, samen met de dader wegloopt en door [naam 1] in de chat wordt genoemd als medepleger, acht de rechtbank het medeplegen bewezen. Klaarblijkelijk was er een gezamenlijk plan en een gezamenlijke uitvoering.

Conclusie

De in de zaak met parketnummer 10/136349-25 onder primair ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld in vereniging is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 1 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/071113-25 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/136349-25 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15/270912-24 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 09/010746-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 15/270912-24

hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Alkmaar

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met) een mes, althans een scherp

voorwerp, in het (boven)been, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 09/010746-25

1.

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering

van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een

snorfiets/scooter (kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan Aldebaran Commodities B.V. en/of [naam 3], in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te

nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking,

- zich bij de snorfiets/scooter heeft begeven en/of

- aan het slot van de snorfiets/scooter heeft gesleuteld en/of (vervolgens) het slot

heeft verwijderd en/of

- een slotentrekker en/of inbrekerswerktuig bij zich heeft gehad,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

opzettelijk (een) ambten(a)ar(en) van de Politie, te weten [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar hun

bediening, in zijn/haar hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door

hem/haar hen de woorden toe te voegen: "Je voelt je wel stoer in dat pakje, hè,

kankerlijers" en/of "Ik ga je moeder neuken", althans woorden van gelijke

beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar,

[slachtoffer 2] en/of een of meer (andere) ambtenaren van Politie, werkzaam in

de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, te weten ter aanhouding van de

verdachte, door zich (meermalen) los te trekken/rukken uit de greep van die

ambtena(a)r(en) en/of zich (meermalen) los te trekken/rukken uit de handboeien

en/of zijn, verdachte's, armen te strekken en/of gestrekt te houden;

Parketnummer 10/071113-25

hij op of omstreeks 6 maart 2025 te Rotterdam,

een ambtenaar, [slachtoffer 4] (assistent beveiliger bij Team Arrestantentaken),

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] tegen het hoofd te slaan;

Parketnummer 10/074853-25

1.

hij op of omstreeks 9 maart 2025 te Schiedam, althans in Nederland,

op de openbare weg, te weten de Parkweg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een tas, parfum en/of airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- die [slachtoffer 5] (stevig) vast te houden,

- voornoemde parfum uit de broekzak van die [slachtoffer 5] te pakken en/of

- één airpod uit het oor van die [slachtoffer 5] te pakken en/of vervolgens aan die [slachtoffer 5]

een handvat van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen in de

broekband van verdachte en/of vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen: "geef heel

snel je kanker airpods anders loopt het niet goed af", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 9 maart 2025 te Schiedam, althans in Nederland,

opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6] (brigadier van politie eenheid

Rotterdam) en/of [slachtoffer 7] (aspirant van politie eenheid Rotteram), gedurende of

ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in

zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar/hun meermalen de woorden toe te voegen: "kankersukkels"

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Parketnummer 10/136349-25

primair

hij op of omstreeks 13 april 2025 te Schiedam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om geld, althans enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, dat/die geheel of

ten dele aan supermarkt Coop (gevestigd aan de [adres 2]), in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze

poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10]

, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden

of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of

andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt

met een masker en/of gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon,

- dreigend voor/in de ingang/uitgang van voornoemde Coop heeft/hebben gestaan

en/of

- een mes aan voornoemde [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft/hebben

getoond en/of op hen/haar/hem heeft/hebben gericht en/of met dat mes

zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die

[slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- achter de toonbank is/zijn gelopen en/of

- met een mes op de kassalade heeft/hebben geslagen en/of

- een plastic tas heeft/hebben overhandigd en/of

- daarbij geroepen "Geld, geld!" en/of "Trek die kassa open of ik steek je kapot"

en/of "Ik steek je neer" en/of – zakelijk weergegeven – dat die [slachtoffer 8] de kassa

moest opendoen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 15/270912-24

poging zware mishandeling

Parketnummer 09/010746-25

1.

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

2.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

3.

wederspannigheid

Parketnummer 10/071113-25

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

Parketnummer 10/074853-25

1.

diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg

2.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

Parketnummer 10/136349-25

poging diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Standpunt verdediging

Ten aanzien van de onder parketnummer 15/270912-24 ten laste gelegde poging zware mishandeling, verzoekt de verdediging de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat sprake is van noodweerexces. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte eerder die dag werd opgejaagd door een groep personen en voor hen heeft moeten vluchten. Op de kermis is hij door het slachtoffer en een andere jongen in een hoek gedreven, waarbij de verdachte met zijn rug tegen de muur stond. Nadat het slachtoffer een trapbeweging in zijn richting maakte, heeft de verdachte een mes gepakt en een steekbeweging gemaakt. De door de verdachte verrichte gedraging dient te worden gezien in het licht van de voortdurende dreiging en de eerdere gebeurtenissen die dag, die bij de verdachte een hevige gemoedsbeweging hebben veroorzaakt. De verdachte mocht zich verdedigen zoals hij dat heeft gedaan. Indien de rechtbank van oordeel is dat het door de verdachte toegepaste geweld disproportioneel was, moet dit geplaatst worden in het licht van de hevige gemoedsbeweging die de verdachte op dat moment had.

Standpunt officier van justitie

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zichzelf mocht verdedigen, zodat de verdachte geen beroep kan doen op noodweerexces.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer(exces) allereerst moet vast komen te staan dat er sprake is geweest van een noodweersituatie: een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte. Hiervan is ook sprake indien er een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo’n aanranding bestaat. Daarbij geldt dat uit objectieve omstandigheden moet kunnen worden afgeleid dat iemand daadwerkelijk op het punt staat om tot de aanval over te gaan. De enkele vrees daarvoor is onvoldoende. Een beroep op noodweer kan niet worden aanvaard wanneer de gedragingen van de verdachte op grond van zijn bedoelingen of op grond van de uiterlijke verschijningsvorm naar de kern bezien als aanvallend moeten worden aangemerkt.

De verdachte is op 23 augustus 2024 naar de kermis gegaan terwijl hij een groot met mes bij zich had om zichzelf te beschermen. Op de kermis kwam de verdachte twee jongens tegen met wie hij een woordenwisseling krijgt. Een van de jongens duwt de verdachte tegen zijn schouder. De verdachte draait weg van de jongens maar draait zich weer naar hen toe met het mes in zijn hand. Als het slachtoffer daarop een schoppende beweging maakt, steekt de verdachte hem.

De rechtbank is van oordeel dat op het moment dat de verdachte het mes pakte geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich diende te verdedigen. De verdachte had uit de situatie kunnen komen door weg te lopen, maar koos hij ervoor om met het mes op het slachtoffer in te steken. Het beroep op noodweerexces wordt daarom verworpen.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

15/270912-24

Allereerst heeft de verdachte zich op 23 augustus 2024 schuldig gemaakt aan poging zware mishandeling door op klaarlichte dag op de kermis het slachtoffer met een mes in zijn bovenbeen te steken. Het slachtoffer heeft hierdoor een steekwond opgelopen van vier centimeter diep. De verdachte heeft door zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast zorgen dit soort misdrijven voor gevoelens van onrust en onveiligheid bij omstanders en in de maatschappij en in het bijzonder bij het slachtoffer.

09/010746-25

Op 10 januari 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging diefstal van een scooter door met een slotentrekker het contactslot van die scooter te verwijderen. Diefstallen veroorzaken overlast en schade. De verdachte heeft niet nagedacht over de gevolgen van zijn handelen voor een ander, maar enkel aan zijn belang.

Vervolgens heeft de verdachte op diezelfde datum twee verbalisanten beledigd bij de aanhouding die hierop volgde. Deze beledigingen hebben plaatsgevonden ten overstaan van meerdere omstanders en de verbalisanten hebben zich hierdoor in hun goede naam aangetast gevoeld. De verdachte heeft bij de aanhouding, die volgde op de belediging, zich met alle macht proberen los te trekken en zich tegen zijn aanhouding verzet. Door zo te handelen heeft verdachte laten zien geen respect te hebben voor het openbaar gezag en voor het publieke belang dat door opsporingsambtenaren wordt gediend.

10/071113-25

Op 6 maart 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een ambtenaar in functie. De verdachte zat in een politiecel en wilde een leentelefoon niet teruggeven. Hij daagde de agenten uit waarna er een schermutseling was. Verdachte heeft met zijn hand een slaande beweging gemaakt waardoor [slachtoffer 4] in zijn gezicht werd geraakt. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze ambtenaar. Het handelen van de verdachte getuigt bovendien van een gebrek aan respect voor personen die belast zijn met openbaar gezag.

10/074853-25

Op 9 maart 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld door het slachtoffer stevig vast te pakken en zijn tas weg te nemen. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen.

Op diezelfde datum heeft de verdachte politieambtenaren beledigd, door hen uit te schelden. Door zijn handelen heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.

10/136349-25

Op 13 april 2025 heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging overval op de COOP supermarkt, waarbij de medeverdachte een caissière en een bezoeker heeft bedreigd met een mes.

Hoewel de rol van de verdachte beperkt is gebleven heeft hij, samen met zijn mededaders, de medewerkers en de bezoekers van de winkel de stuipen op het lijf gejaagd, puur voor hun eigen financieel gewin en zonder enig respect voor de eigendommen en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Bovendien draagt het handelen van verdachte en zijn mededaders bij aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Hierbij heeft verdachte in het geheel niet stilgestaan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapportage en verklaring van de deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 februari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Het algemeen recidive risico komt uit op hoog en het dynamisch risico profiel op midden, wat betekent dat er op dit moment factoren zijn in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die van invloed zijn op het recidiverisico.

Het delict gedrag van de verdachte kan mogelijk verklaard worden door impulsief handelen en gebrek aan vaardigheden om te kunnen inschatten welke situaties tot problemen kunnen leiden en wat de gevolgen van zijn gedrag kunnen zijn. Ook maakt hij veel denkfouten die niet tijdig gecorrigeerd worden, omdat hij zijn keuzes niet bespreekt en hij pas achteraf nadenkt over wat hij doet. Vanuit de eerdere raadsonderzoeken en vanuit het psychologisch onderzoek d.d. 16 februari 2024 is gebleken dat de verdachte gevoelig is voor beïnvloeding en stoer willen doen om erbij te kunnen horen.

Om de kans op herhaling van strafbaar gedrag te verlagen acht de Raad het meest van belang dat de verdachte afstand houdt tot antisociale leeftijdsgenoten en inzicht krijgt in zijn eigen gedrag en handelen en welke invloed dit op zijn (en zijn omgeving) heeft op korte en lange termijn.

De Raad acht, gezien de ernst van de feiten, een deels voorwaardelijke jeugddetentie passend, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest met een maximale proeftijd. Daarnaast adviseert de Raad, om de risicofactoren en de kans op herhaling te doen afnemen, voortzetting van de begeleiding door de jeugdreclassering en de juiste hulpverlening wordt ingezet dan wel voortgezet.

Daarnaast wordt geadviseerd de gedragsinterventie TACT Regulier als leerstraf op te leggen.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering), vertegenwoordigd door [naam 4] heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht: De verdachte houdt zich aan de afspraken. Het risicovol gedrag van de verdachte blijft een zorg. Hij maakt steeds betere keuzes. De verdachte heeft begeleiding van een coach van E25 en een mentor bij Seedz zorg. Ter invulling van zijn vrijetijdsbesteding is het de bedoeling dat hij weer gaat boksen. Dit kan als voorwaarde worden opgelegd in de vorm van PMT / behandeling bij de Waag.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop in de zaak met parketnummer 15/270912-24 en het advies van de Raad. De rechtbank ziet verder in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijk deel van de straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al heeft vastgezeten, zodat hij niet terug hoeft naar de gevangenis.

De rechtbank zal daarnaast een taakstraf in de vorm van een leerstraf (TACT Regulier) opleggen, zodat de verdachte vaardigheden leert die zijn sociale functioneren, het probleemoplossend vermogen en de zelfcontrole verbeteren.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/071113-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 350,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij redelijk en billijk, maar refereert zich voor de hoogte van het toe te kennen bedrag aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt de vordering, in verband met de bepleite vrijspraak, af te wijzen dan wel niet ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 350,- , zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 6 maart 2025.

Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 350,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2], ter zake van het in de zaak met parketnummer 15/270912-24 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 150,- aan materiële schade (bestaande uit schade aan broek € 75,- en trui

€ 75,-) en een bedrag van € 3.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard, omdat een duidelijke onderbouwing hiervan ontbreekt.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd.

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door het in de zaak met parketnummer 15/270912-24 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade toegebracht, bestaande uit een beschadiging van zijn broek door het steken. Deze vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 75,-. Voor zover de vordering betrekking heeft op de kosten van de trui, is zonder toelichting niet duidelijk wat maakt dat er een rechtstreeks verband bestaat met het ten laste gelegde feit. Nadere bewijslevering zal echter tot onredelijke vertraging van het strafgeding leiden. Daarom zal dit deel van de vordering niet ontvankelijk worden verklaard.

Voorts is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De vordering is door de benadeelde partij summier omschreven en niet onderbouwd met bewijsstukken. Daardoor is onder andere niet duidelijk wat de termijn van herstel is en of er nog sprake is van restklachten. Dit maakt dat de schade naar maatstaven van billijkheid zal worden vastgesteld op € 500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de nadere behandeling van het resterende deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 23 augustus 2024.

Omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 575,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 266, 267, 302, 304, 311 en 312, van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15/270912-24 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 09/010746-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/071113-25 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/074853-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/136349-25 primair ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 215 dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich schuldig maakt aan een strafbaar feit en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- meewerkt aan begeleid wonen bij Seedz zorg of een soortgelijke instelling en zich houdt aan de regels en afspraken die daar gelden;

- naar school zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van school;

- zich blijft inspannen voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;

- meewerkt aan (trauma)behandeling / begeleiding / hulpverlening / individuele coaching die door jeugdreclassering nodig wordt geacht, zoals de Waag of andere soortgelijke interventies/organisaties;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 2] 2006 te [geboorteplaats 1] ([geboorteland 2]) en [medeverdachte 2], geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats 2];

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject TACT Regulier;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen;

heft op de bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissingen geschorst;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 350,- (zegge: driehonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen € 350,- (hoofdsom, zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 575,- (zegge: vijfhonderdvijfenzeventig euro), bestaande uit € 75,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 575,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderdvijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en L.W.M. Hendriks, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 15/270912-24

hij op of omstreeks 23 augustus 2024 te Alkmaar

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met) een mes, althans een scherp

voorwerp, in het (boven)been, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 09/010746-25

1

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering

van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een

snorfiets/scooter (kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan Aldebaran Commodities B.V. en/of [naam 3], in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te

nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking,

- zich bij de snorfiets/scooter heeft begeven en/of

- aan het slot van de snorfiets/scooter heeft gesleuteld en/of (vervolgens) het slot

heeft verwijderd en/of

- een slotentrekker en/of inbrekerswerktuig bij zich heeft gehad,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

opzettelijk (een) ambten(a)ar(en) van de Politie, te weten [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3], gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar

bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door

hem/haar de woorden toe te voegen: "Je voelt je wel stoer in dat pakje, hè,

kankerlijers" en/of "Ik ga je moeder neuken", althans woorden van gelijke

beledigende aard en/of strekking;

3

hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas,

zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar,

[slachtoffer 2] en/of een of meer (andere) ambtenaren van Politie, werkzaam in

de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, te weten ter aanhouding van de

verdachte, door zich (meermalen) los te trekken/rukken uit de greep van die

ambtena(a)r(en) en/of zich (meermalen) los te trekken/rukken uit de handboeien

en/of zijn, verdachte's, armen te strekken en/of gestrekt te houden;

Parketnummer 10/071113-25

hij op of omstreeks 6 maart 2025 te Rotterdam,

een ambtenaar, [slachtoffer 4] (assitent beveiliger bij Team Arrestantentaken),

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] tegen het hoofd te slaan;

Parketnummer 10/074853-25

1

hij op of omstreeks 9 maart 2025 te Schiedam, althans in Nederland,

op de openbare weg, te weten de Parkweg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een tas, parfum en/of airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- die [slachtoffer 5] (stevig) vast te houden,

- voornoemde parfum uit de broekzak van die [slachtoffer 5] te pakken en/of

- één airpod uit het oor van die [slachtoffer 5] te pakken en/of vervolgens aan die [slachtoffer 5]

een handvat van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen in de

broekband van verdachte en/of vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen: "geef heel

snel je kanker airpods anders loopt het niet goed af", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking;

2

hij op of omstreeks 9 maart 2025 te Schiedam, althans in Nederland,

opzettelijk een ambtenaar,te weten [slachtoffer 6] (brigadier van politie eenheid

Rotterdam) en/of [slachtoffer 7] (aspirant van politie eenheid Rotteram), gedurende of

ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in

zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar/hun meermalen de woorden toe te voegen: "kankersukkels",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Parketnummer 10/136349-25

hij op of omstreeks 13 april 2025 te Schiedam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om geld, althans enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, dat/die geheel of

ten dele aan supermarkt Coop (gevestigd aan de [adres 2]), in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze

poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10]

, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden

of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of

andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt

met een masker en/of gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon,

- dreigend voor/in de ingang/uitgang van voornoemde Coop heeft/hebben gestaan

en/of

- een mes aan voornoemde [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft/hebben

getoond en/of op hen/haar/hem heeft/hebben gericht en/of met dat mes

zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die

[slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- achter de toonbank is/zijn gelopen en/of

- met een mes op de kassalade heeft/hebben geslagen en/of

- een plastic tas heeft/hebben overhandigd en/of

- daarbij geroepen "Geld, geld!" en/of "Trek die kassa open of ik steek je kapot"

en/of "Ik steek je neer" en/of – zakelijk weergegeven – dat die [slachtoffer 8] de kassa

moest opendoen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2025 te Schiedam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9]

en/of [slachtoffer 10] te dwingen tot de afgifte van geld, althans enig(e) goed(eren) van

zijn/hun gading, dat/die geheel of ten dele aan die supermarkt Coop (gevestigd aan

de [adres 2]) en/of een derde toebehoorde(n)

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt

met een masker en/of gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon,

- dreigend voor/in de ingang/uitgang van voornoemde Coop heeft/hebben gestaan

en/of

- een mes aan voornoemde [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft/hebben

getoond en/of op hen/haar/hem heeft/hebben gericht en/of met dat mes

zwaaiende en/of stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die

[slachtoffer 8] heeft/hebben gemaakt en/of

- achter de toonbank is/zijn gelopen en/of

- met een mes op de kassalade heeft/hebben geslagen en/of

- een plastic tas heeft/hebben overhandigd en/of

- daarbij geroepen "Geld, geld!" en/of "Trek die kassa open of ik steek je kapot"

en/of "Ik steek je neer" en/of – zakelijk weergegeven – dat die [slachtoffer 8] de kassa

moest opendoen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?