ECLI:NL:RBROT:2026:3987

ECLI:NL:RBROT:2026:3987

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 10/269573-25, 10/345546-25 en 05/030831-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt ter zake van diefstal, afpersing in vereniging, diefstal in vereniging, vernieling en diefstal met geweld in vereniging veroordeeld tot een jeugddetentie van 14 dagen met aftrek van voorarrest en een deels voorwaardelijke taakstraf bestaande uit een werkstraf met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden. Gedeeltelijke (hoofdelijke) toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/269573-25, 10/345546-25 en 05/030831-26

Datum uitspraak: 5 maart 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] , [postcode 1] in [plaatsnaam 1] ,

verblijvend op het adres [adres 2] , [postcode 2] in [plaatsnaam 2] ,

raadsman mr. B.P.J. Heinrici, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 19 februari 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/345546-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering 10/269573-25, feit 3 (diefstal met geweld in vereniging)

Standpunt officier van justitie

Diefstal met geweld in vereniging kan wettig en overtuigend worden bewezen. Het oogmerk van het wederechtelijk toe-eigening van de telefoon kan worden afgeleid uit het feit dat de verdachte de medeverdachte heeft opgedragen de telefoon van de grond te pakken.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de in de zaak met parketnummer 10/269573-25, onder 3 ten laste gelegde diefstal met geweld. Daartoe is aangevoerd dat uit het dossier volgt dat sprake is geweest van een vechtpartij. De telefoon van aangeefster is tijdens die vechtpartij op de grond gevallen en door de medeverdachte opgepakt en meegenomen. Om een diefstal met geweld te kunnen bewijzen moet tussen het geweld en de diefstal een functioneel verband bestaan. Dat is hier niet het geval omdat het ging om een gezamenlijke mishandeling en er geen plan bestond de telefoon af te pakken.

Beoordeling

Verdachte heeft naar de medeverdachte geroepen dat zij de telefoon van aangeefster, die op de grond was gevallen, moest meenemen. De medeverdachte heeft vervolgens de telefoon meegenomen. Hierdoor was er een gezamenlijke uitvoering bij de diefstal van de telefoon.

Niet kan worden vastgesteld dat de vechtpartij die aan de diefstal vooraf ging bedoeld was om de telefoon af te kunnen pakken. Van dit onderdeel zal de verdachte worden vrijgesproken.

Conclusie

De diefstal in vereniging van de telefoon is wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering 05/030831-26 (winkeldiefstal)

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelede diefstal in vereniging wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken voor het medeplegen.

Beoordeling

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake moet zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen twee of meer personen. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit.

Op basis van de informatie in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat de medeverdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte bij het plegen van de diefstal. Dat zij vanaf hun binnenkomst in de winkel voortdurend samen zijn geweest en dat de medeverdachte de aanzet gaf voor het wegrennen, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van van diefstal een diefstal in vereniging.

Conclusie

De rechtbank acht de ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. Het ten laste gelegde medeplegen acht de rechtbank niet bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/345546-25 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 05/030831-26 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10/269573-25

1

zij op 14 september 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten in het Zuiderpark, geld en/of twee telefoons, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen om mee de bosjes in te gaan

en/of op de knieën te gaan zitten en/of

- parfum in de ogen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten en/of

- in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te slaan en/of

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

te schoppen;

2

zij op 14 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3

zij op 20 september 2025 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

op de openbare weg, te weten op de Bouwlustweg,

een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal,

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te duwen en/of trekken en/of

- tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan en/of

- aan de haren van die [slachtoffer 3] te trekken en/of

- een knietje tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te geven;

Parketnummer 10/345546-25

zij op 5 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 18,50, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde, door die [slachtoffer 4] dreigend te zeggen: "Als je niet betaalt steken we je huis in de fik, we weten waar je woont, we gooien een bom in je huis", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Parketnummer 05/030831-26

zij op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[naam], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/269573-25

1

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

2

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

3

diefstal door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 10/345546-25

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 05/030831-26

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft op 14 september 2025 samen met een ander twee jonge slachtoffers beroofd van geld en twee telefoons. De slachtoffers moesten met de verdachte meelopen naar bosjes waar ze op hun knieën moesten gaan zitten. Zij zijn geslagen en geschopt en er is parfum in hun ogen gespoten. Ook is de bril van een van hen kapotgemaakt. De verdachte en haar mededader hebben voor de slachtoffers een bijzonder dreigende situatie gecreëerd en inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Dergelijke misdrijven veroorzaken bij slachtoffers daarvan gevoelens van angst en onveiligheid. Naar de ervaring leert, kampen de slachtoffers van dergelijke misdrijven vaak nog geruime tijd met de psychische gevolgen daarvan.

Op 20 september 2025 heeft de verdachte gevochten met een derde slachtoffer. Zij heeft samen met haar medeverdachte de telefoon van dit slachtoffer meegenomen nadat die tijdens het gevecht op de grond was gevallen. Ook voor dit slachtoffer zullen de diefstal en de vechtpartij een nare ervaring zijn geweest.

De verdachte heeft bij deze feiten alleen oog gehad voor haar eigen belang en heeft op geen enkele wijze stil gestaan bij de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer.

Op 5 november 2025 heeft zich bemoeid met een ruzie tussen de medeverdachte en de moeder van een vierde slachtoffer. Zij hebben het slachtoffer telefonisch bedreigd zodat hij geld zou overmaken. Dit alles heeft het slachtoffer zo angstig gemaakt dat hij daadwerkelijk een bedrag betaald heeft. Na die betaling werd het slachtoffer meteen opnieuw gebeld door de verdachte met de mededeling dat hij meer moest betalen. Dit alles heeft niet alleen het slachtoffer maar ook zijn moeder zeer angstig gemaakt. De verdachte heeft zich daarbij niets van de gevolgen voor anderen aangetrokken.

Tot slot heeft de verdachte op 29 januari 2026 uit een winkel oorbellen gestolen. Zij heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van dat winkelbedrijf niet te respecteren. Winkeldiefstal brengt voor de winkelier overlast mee en veroorzaakt schade.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages en verklaringen van de deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 13 februari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Uit het onderzoek komen risicofactoren naar voren op meerdere domeinen waaronder gezin (woonsituatie), vrijetijdsbesteding, relaties, middelengebruik, houding, agressie en vaardigheden. De verdachte heeft al veel meegemaakt. Zij is vanaf jonge leeftijd meermaals en voor langere tijd (vrijwillig) uit huis is geplaatst als gevolg van fysieke en verbale agressie door haar moeder. De verdachte heeft moeite met het accepteren van gezag. Er is sprake van herhaald grensoverschrijdend en gewelddadig gedrag, waarbij de verdachte terecht komt in risicovolle situaties. Uit onderzoek blijkt dat de verdachte moeite heeft met het reguleren van emoties en het omgaan met agressie, wat kan leiden tot impulsief gedrag en conflicten en delictgedrag. Het feit dat de verdachte meermaals niet in staat lijkt te zijn om de juiste keuzes te maken op momenten dat dit van belang is, vergroot de kans op herhaling. Er zijn ook zorgen over het middelengebruik van de verdachte, dat ook een rol heeft gespeeld in de verdenkingen.

De beschermende factoren zijn gelegen in het feit dat de verdachte gestart was bij Urban Skillsz en zij het daar goed deed. Het is verder positief dat de verdachte haar behandeling bij de Waag al is gestart en dat zij zelf wil veranderen. Zij heeft daarbij structuur en begeleiding nodig.

De Raad adviseert een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen en een deels voorwaardelijke taakstraf, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan een door de jeugdreclassering goedgekeurde dagbesteding, zoals Urban Skillsz of een soortgelijke instelling naar school zal gaan, en zich hiervoor zal inzetten en zich houden aan het rooster en de afspraken die gelden;

- mee zal werken aan individuele behandeling vanuit de Waag of soortgelijke instelling;

- zich gedurende een door de Jeugdreclassering te bepalen periode en op door de Jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van een bijbaan en/of sport;

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft een briefrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 februari 2026.

Daarin staat het volgende:

De verdachte woont momenteel bij Optimal Zorg in Nijmegen. Optimal Zorg lijkt betere begeleiding te kunnen bieden passend bij wat de verdachte nodig heeft, alleen is het ver weg van de woonomgeving van verdachte. Daardoor staat haar dagbesteding bij Urban Skillsz stil, terwijl het daar best goed ging en de verdachte haar schoolse vaardigheden weer aan het ophalen was. Daarnaast is het verder weg van de Waag. Er wordt daarom een passende plek in Rotterdam gezocht. Vanuit de Waag is er ook positief bericht over de medewerking aan de behandeling door de verdachte. Toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering verlopen goed. De verdachte is goed bereikbaar, houdt zich aan de afspraken van de begeleider en is ook open in haar denkwijze.

De jeugdreclassering adviseert een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte;

- meewerkt aan de begeleiding en toezicht van de jeugdreclassering;

- meewerkt aan behandeling bij de Waag, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- meewerkt aan de inzet van begeleid wonen;

- meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van school en/of werk of een andere zinvolle activiteit, vast te stellen door de jeugdreclassering.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie die de duur van het voorarrest overstijgt niet passend gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het is niet de bedoeling dat de verdachte nog langer moet vastzitten.

De rechtbank acht daarnaast een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. Om herhaling te voorkomen zal een deel van de werkstraf voorwaardelijk worden opgelegd met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Het voorwaardelijk deel van de straf dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Parketnummer 10/269573-25

[benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/269573-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 250,- aan materiële schade en een bedrag van € 4.750,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- zakgeld € 20,-

- hoodie € 40,-

- tas € 40,-

- mobiele telefoon € 150,-

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aangifte volgt dat een bedrag van € 5,- euro is weggenomen. Dat bedrag kan worden toegewezen, het meerdere dient te worden afgewezen als ook de bedragen voor de hoodie, de tas en de mobiele telefoon, omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. De verdediging heeft verzocht de gevorderde immateriële schadevergoeding te matigen.

Beoordeling

Materiële schade

Aan de benadeelde partij is door het in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade toegebracht.

Omdat uit de aangifte blijkt dat er een bedrag van € 5.- weggenomen is, zal de schadepost zakgeld tot dit bedrag worden toegewezen. Voor wat betreft het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de kosten van de hoodie en de tas, is niet komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit. De behandeling van dit deel van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De kosten voor de mobiele telefoon zullen deels worden toegewezen omdat uit het dossier blijkt dat de telefoon is meegenomen. Het ontbreekt echter aan informatie over de aanschafprijs en de restwaarde van de telefoon. De schade zal door de rechtbank worden geschat op een bedrag van € 100,-. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Ook dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade toegebracht. Door de benadeelde partij is de vordering zeer summier onderbouwd. Dit maakt dat de rechtbank de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal vaststellen op € 1000,-. De vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen, de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Nader onderzoek naar de gegrondheid van het resterende gedeelte van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen en dat zou een onevenredige belasting van het strafproces vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 september 2025.

Kosten tenuitvoerlegging

Omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 1.105,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2] ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 670,- aan materiële schade (bestaande uit kosten bril € 270,- en telefoon € 400,-) vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de telefoon volgt uit het stukken dat het toestel was verzekerd. Uit de polisvoorwaarden blijkt dat het eigen risico bij diefstal € 100,- bedraagt. De vordering zelf bevat hierover geen nadere informatie en biedt onvoldoende

aanknopingspunten om de schadeomvang vast te stellen. Primair wordt daarom verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair wordt verzocht hooguit het eigen risico van €100,- hoofdelijk toe te wijzen met afwijzing van het overige.

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door de in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade toegebracht. Deze schade zal, ondanks de betwisting door de verdachte, gedeeltelijk worden toegewezen. Ten aanzien van de bril overweegt de rechtbank dat de bril ten gevolge van het strafbare feit vernield is. Uit de bij de vordering gevoegde stukken volgt alleen dat na het strafbare feit er een verzekering is afgesloten voor een bril ter hoogte van € 270,-. Hieruit blijkt niet wat de waarde van de bril was. Dit maakt dat de rechtbank de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in ieder geval toewijsbaar acht een bedrag van € 100,-.

Ten aanzien van de mobiele telefoon overweegt de rechtbank als volgt. Uit de bij de vordering gevoegde stukken blijkt dat hiervoor een verzekering is afgesloten. Het eigen risico bedraagt € 100,- bedraagt. De benadeelde partij was niet aanwezig voor het geven van een nadere toelichting, zodat niet duidelijk is of de diefstal van de mobiele telefoon is gemeld bij de verzekering. Dit maakt dat de rechtbank de schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in ieder geval toewijsbaar acht tot het bedrag van het eigen risico, te weten € 100,- .

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 september 2025.

Kosten

Omdat de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van

€ 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

[benadeelde partij 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 3], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 3 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Subsidiair is de vordering op verschillende punten betwist. Volgens de verdediging is het niet duidelijk om welk toestel het gaat nu de aangifte een Samsung Galaxy S4 vermeldt, het schadeformulier een Samsung Galaxy S9. Daarnaast is het gevorderde schadebedrag in het geheel niet onderbouwd. Bij gebreke van een aankoopbewijs of opgave van de dagwaarde is de schadeomvang niet vast te stellen. Nu ook onduidelijk blijft om welk type telefoon het precies gaat, is zelfs een schatting niet mogelijk

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade toegebracht. Omdat de hoogte van de schade niet onderbouwd is met bewijsstukken en door de verdediging is betwist zal de rechtbank de schade schatten op een bedrag van € 50,-. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot dit bedrag. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 september 2025.

Kosten

Omdat de vordering van de benadeelde partij (gedeeltelijk) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Parketnummer 10/345546-25

[benadeelde partij 4]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 4], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/345645-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 18,50 aan materiële schade en een bedrag van € 750,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, hoofdelijk, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het materiële schadebedrag (€18,50) voor toewijzing in aanmerking komt. De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij voor het immateriële deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat dit niet is onderbouwd.

Beoordeling

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade toegebracht. De gevorderde schadevergoeding is door de verdachte niet weersproken, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Daarnaast is aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade toegebracht. De verdachte heeft een jonge jongen gedreigd met brandstichting. In een tijd waarin regelmatig vuurwerkbommen bij woningen worden neergelegd of naar woningen worden gegooid, is de angst die het slachtoffer gevoeld heeft en de invloed die dat op hem heeft gehad zeer goed voorstelbaar. Dit maakt dat de schade naar maatstaven van billijkheid zal worden vastgesteld op € 250,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 5 november 2025.

Kosten

Omdatde vordering van de benadeelde partij (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 4] een schadevergoeding betalen van

€ 268,50, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/269573-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/345546-25 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 05/030831-26 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 14 dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren;

bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 50 (vijftig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarden;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- meewerkt aan begeleid wonen;

- naar school zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van school;

- zich blijft inspannen voor het verkrijgen en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;

- zal meewerken aan dagbesteding, zoals Urban Skillsz of een soortgelijke instelling;

- zal meewerken aan individuele behandeling vanuit de Waag of soortgelijke instelling;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op de bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissingen geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van

1.105,- (zegge: elfhonderd vijf euro), bestaande uit 105,- aan materiële schade en

€ 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met haar mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen 1.105,- (hoofdsom, zegge: elfhonderd vijf euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 200,- (zegge: tweehonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met haar mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 200,- (hoofdsom, zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van € 50,- (zegge: vijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met haar mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 50,- (hoofdsom, zegge: vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4], te betalen een bedrag van 268,50 (zegge: tweehonderdachtenzestig euro en vijftig cent), bestaande uit 18,50 aan materiële schade en 250,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 november 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met haar mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 4] te betalen € 268,50 (hoofdsom, zegge: tweehonderdachtenzestig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door haar mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en L.W.M. Hendriks, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 maart 2025.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/269573-25

1

zij op 14 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare

weg, te weten in het Zuiderpark,

geld en/of twee telefoons, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan N.

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte

en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen om mee de bosjes in te gaan

en/of op de knieën te gaan zitten en/of

- parfum in de ogen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten en/of

- in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te slaan en/of

- ( met geschoeide voet) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

te schoppen;

2

zij op 14 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3

zij op 20 september 2025 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

op de openbare weg, te weten op de Bouwlustweg,

een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal,

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te duwen en/of trekken en/of

- tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan en/of

- aan de haren van die [slachtoffer 3] te trekken en/of

- een knietje tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te geven;

Parketnummer 10/345546-25

zij op 5 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 18,50, in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde

toebehoorde,

door die [slachtoffer 4] dreigend te zeggen: "Als je niet betaalt steken we je huis in de fik,

we weten waar je woont, we gooien een bom in je huis", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

Parketnummer 05/030831-26

zij op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[naam], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?