Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/169109-25
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2010,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] , [postcode] in [plaatsnaam] ,
raadsvrouw mr. B.V. Rafaela, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 17 maart 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. C.C. Brandwijk heeft gevorderd:
- met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten en de periode waarin deze zijn gepleegd, wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De verdachte heeft de feiten bekend, maar stelt dat het laatste misbruik eind 2024 plaats heeft gehad. De officier van justitie acht gelet op de omstandigheden, het verhaal van het slachtoffer aannemelijker en gaat ervan uit dat het misbruik tot halverwege 2025 heeft geduurd, toen het misbruik aan het licht kwam.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de tenlastegelegde periode. De pleegperiode dient te worden beperkt tot en met maart 2024, omdat in het dossier geen aanknopingspunten te vinden zijn om tot een ruimere pleegperiode te komen.
Ten aanzien van feit 2 primair heeft de verdediging primair vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde periode. De verdachte heeft ontkend dat hij na zijn verjaardag (9 maart 2024) nog seksuele handelingen bij zijn zusje heeft verricht. Voldoende steunbewijs voor de periode erna ontbreekt. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de bestanddelen ‘dwang/geweld en/of bedreiging’ in artikel 250 Wetboek van Strafrecht (Sr) onvoldoende uit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Het enkele vasthouden van de arm van het slachtoffer, kan onder de gegeven omstandigheden niet worden gekwalificeerd als geweld, bedreiging of een daarmee vergelijkbare druk.
Beoordeling
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 primair wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.
De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de bekennende verklaring van de verdachte, dat hij het slachtoffer drie maal seksueel heeft misbruikt. Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat de eerste twee keren begin 2024 waren en de laatste keer eind 2024. Ten aanzien van feit 1 zal de rechtbank de tenlastegelegde periode beperken tot 31 maart 2024 en ten aanzien van feit 2 primair tot en met 31 december 2024. Het dossier bevat onvoldoende concrete aanknopingspunten voor een ruimere periode.
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de ten laste gelegde dwang, geweld en of bedreiging niet kan worden bewezen. De verdachte heeft erkend dat hij het slachtoffer bij de schouder, rug en billen heeft vastgepakt. Gelet op de jonge leeftijd van het slachtoffer is dit fysieke handelen van de verdachte te kwalificeren als feitelijke dwang. Haar bewegingsvrijheid werd beperkt en haar werd de mogelijkheid ontnomen zich aan de situatie te onttrekken.
Conclusie
Het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de periode respectievelijk na 31 maart 2024 en na 31 december 2024.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 t/m 30 juni 2024 31 maart 2024 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2015, die toen de
leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] te weten:
- het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] ;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 t/m 1 juni 2025 31 december 2024 te Rotterdam, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of anus van
die [slachtoffer] en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door
dwang, geweld en/of bedreiging, door:
- het (bij de arm en/of rug en/of billen) vastpakken van die [slachtoffer] , als gevolg
waarvan die [slachtoffer] zich niet aan deze situatie kon onttrekken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
1.
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam
2. primair
verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren vergezeld van dwang
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De destijds 13-14 jarige verdachte heeft zijn destijds achtjarige zusje seksueel misbruikt, door zijn penis in de vagina van het slachtoffer te brengen. De rechtbank gaat ervan uit dat dit drie keer heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft zich hierbij enkel laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften en heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn jonge zusje. Ontuchtige handelingen kunnen langdurige psychische en emotionele gevolgen met zich meebrengen voor een slachtoffer. De verdachte heeft hier niet, dan wel te weinig, bij stilgestaan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De kansen op (herhaling van) strafbaar gedrag worden laag ingeschat. Desondanks hebben de feiten meerdere malen thuis plaatsgevonden, terwijl er in principe toezicht en betrokkenheid was en er geen zorgen waren over het functioneren van de verdachte. Binnen het gezin is er vanuit de cultuur verlegenheid en een taboe om over bepaalde gevoelens openlijk te spreken. Dergelijke systemische factoren blijven een belangrijke rol spelen in het verkleinen van de kans op herhaling. Een warme, betrokken opvoedstijl in combinatie met duidelijke grenzen en consequenties is van essentieel belang om veiligheid en voorspelbaarheid te waarborgen. Het blijft van belang dat ouders gevoelens met de verdachte leren bespreken en hem helpen deze te accepteren en te reguleren.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich houdt aan een contactverbod met het slachtoffer;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening, bijvoorbeeld in de vorm van een jongerencoach;
- bij tante zal verblijven, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte krijgt sinds augustus 2025 een intensieve gezinsgerichte behandeling die jongeren met seksueel grensoverschrijdend gedrag helpt om herhaling te voorkomen en de gezinsveiligheid te herstellen. Aan het einde van de behandeling zal de behandelaar een advies uitbrengen over een passend vervolgtraject.
Aangezien het slachtoffer het zusje van de verdachte betreft, moet het lopende traject met grote zorgvuldigheid worden voortgezet. Het contactverbod met het slachtoffer dient mede daardoor nog van kracht te blijven.
De jeugdreclassering adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de voorwaarden dat de verdachte:
- naar school gaat volgens rooster;
- een positieve vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van werk en/of sport;
- meewerkt aan de behandeling MST-PSB van De Viersprong;
- meewerkt aan diagnostiek en hulpverlening indien de jeugdreclassering dat nodig acht;
- zich houdt aan een contactverbod met slachtoffer, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- verblijft bij tante op het adres [adres 2] , zolang de jeugdreclassering dit nodig acht.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
Ter zitting is door de jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [naam], onder meer het volgende naar voren gebracht:
De verdachte heeft het zwaar gehad in detentie, omdat hij niet in de groep paste. Hij zat de gehele periode voornamelijk alleen in zijn cel. Bij de oplegging van een jeugddetentie is een onvoorwaardelijke straf hoger dan het voorarrest niet passend. De verdachte verblijft sinds zijn detentie bij een tante en dit gaat goed. Gezien de strafrechtelijke en culturele aspecten bezien blijft het een complexe situatie. De verdachte heeft tijdens de behandeling aangegeven stemmen te hebben gehoord. Dat wordt door de behandelaar meegenomen.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijke deel van de straf is gelijk aan de duur van het voorarrest. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 244 en 250 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
10. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 100 (honderd) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 67 (zevenenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- naar school gaat volgens rooster;
- zich inzet voor het behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ;
- meewerkt aan de behandeling MST-PSB van De Viersprong;
- meewerkt aan diagnostiek en hulpverlening indien de jeugdreclassering dat nodig acht;
- bij tante verblijft op het adres [adres 2] , zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Jordaan, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.G.J. Peeck en N.M. Ketelaar, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 t/m 30 juni 2024 te Rotterdam,
meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2015, die toen de
leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,
een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] te weten:
- het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of anus van
die [slachtoffer]
2
hij in of omstreeks 1 juli 2024 t/m 1 juni 2025 te Rotterdam, met een kind beneden
de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen, die
bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam
heeft verricht, te weten
- het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of anus van
die [slachtoffer] en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door
dwang, geweld en/of bedreiging, door:
- het (bij de arm en/of rug en/of billen) vastpakken van die [slachtoffer] , als gevolg
waarvan die [slachtoffer] zich niet aan deze situatie kon ontrekken
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 t/m 1 juni 2025 te Rotterdam,
meermalen, althans eenmaal, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te
weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2015, een of meer seksuele handelingen, die
bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam
heeft verricht, te weten:
- het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis, in de vagina en/of anus van
die [slachtoffer]