ECLI:NL:RBROT:2026:4003

ECLI:NL:RBROT:2026:4003

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 83-133653-24 en 84-024802-21 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor betrokkenheid bij fraude met coronasubsidies en het witwassen van geldbedragen. Benadelingsbedrag van in totaal €490.555,99. Oplegging gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaren en daarnaast een taakstraf van 150 uren. Ook wordt aan de verdachte een bestuursverbod voor vijf jaren opgelegd. De vordering van de benadeelde partij RvO wordt afgewezen. De vordering van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend. Toewijzing vordering TUL.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83-133653-24

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 84-024802-21

Datum uitspraak: 19 maart 2026

Datum zitting: 9 mei 2025, 9 december 2025 en 5 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .

Advocaat van de verdachte: mr. B.P.M. Canoy

Officier van justitie: mr. T. Lucas

Benadeelde partijen: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

Advocaat van de benadeelde partij UWV : mr. M.S. Dalfour

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van - samengevat - betrokkenheid bij fraude met coronasubsidies en het witwassen van geldbedragen.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

ZAAKSDOSSIER 3 (p. 97 t/m 106)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 11 september 2024 te Leeuwarden, althans in Nederland, (van)

een geldbedrag van EUR 407.261,- (TVL-gelden) en/of

een geldbedrag van EUR 12.000,- (aangetroffen contanten), althans een of meer voorwerpen

heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;

2

ZAAKSDOSSIER 2 (p. 89 t/m 96)

hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2021 tot en met 24 maart 2022 te Emmen,

althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse en/of vervalste geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

als waren deze echt en onvervalst, door een of meerdere digitale aanvragen en/of aanvraag formulieren Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), te weten

TVL- [formuliernummer 1] d.d. 9 maart 2021 (DOC-017) en/of

TVL- [formuliernummer 2] d.d. 15 juni 2021 (DOC-018) en/of

TVL- [formuliernummer 3] d.d. 1 oktober 2021 (DOC-019) en/of

TVL- [formuliernummer 4] d.d. 7 januari 2022 (DOC-020)en/of

TVL- [formuliernummer 5] d.d. 24 maart 2022 (DOC-021),

met daarop valselijk aangegeven dat de onderneming niet al op 1 januari 2020 en/of 31 december 2019 in moeilijkheden was, te verstrekken aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

3

ZAAKSDOSSIER 1 (p. 76 t/m 88)

[bedrijf X] in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 26 oktober 2022 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel door en/of vanwege de overheid zijn verstrekt, te weten een of meer middelen die met een bepaald doel door of vanwege de overheid waren verstrekt , te weten:

- een bedrag van EUR 50.349 inzake de Vierde tijdelijke noodmaatregel

overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 3.2) en/of

- een bedrag van EUR 50.349 inzake de Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 3.3) en/of

- een bedrag van EUR 24.165 inzake de Zesde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 4),

ten behoeve van het tegemoetkomen van de werkgever in de betaling van de loonkosten, (deels) heeft aangewend en/of heeft/hebben doen aanwenden voor betaling van facturen, terugbetalingen van leningen, het doen van aflossingen, het geven van vergoedingen en het betalen van voorschotten, in elk geval voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt(AMB-003-01), tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedragingen verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 (tot een bedrag van € 392.807,-), feit 2 en feit 3 (tot een bedrag van € 108.548,99). Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

Ten aanzien van alle feiten wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak witwassen (feit 1)

Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die - bij gebrek aan een herleidbare criminele herkomst - het vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat een voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Tijdens de doorzoeking in de auto van de verdachte is een contant geldbedrag van € 12.000,- aangetroffen. Ten aanzien van dit bedrag is de rechtbank van oordeel dat een vermoeden van witwassen gerechtvaardigd is, gelet op de hoeveelheid contant geld bestaande uit verschillende grote coupures (waaronder € 200,-) en de plaats waar dit geld is aangetroffen.

De verdachte heeft ten aanzien van de herkomst van dit bedrag op de zitting verklaard dat hij zijn MacBook heeft verkocht in 2019 of 2020 en hiervoor €1.800,- contant betaald heeft gekregen en dat hij het resterende geldbedrag van € 10.200,- heeft gepind van zijn zakelijke rekening en dat dit bedrag als activa op de balans staat. Dit bedrag is volgens de verdachte niet afkomstig van de coronasubsidies.

Gelet op de verklaring van de verdachte over de herkomst van € 1.800,- vindt de rechtbank het aannemelijk dat dit deel van het geldbedrag een legale herkomst heeft. Ten aanzien van het resterende geldbedrag van € 10.200,-, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het geld. Naar deze verklaring had het Openbaar Ministerie nader onderzoek kunnen en moeten doen. Nu dit niet is gebeurd, kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat dit deel van het aangetroffen geld een criminele herkomst heeft. Het voorgaande betekent dat de verdachte wordt vrijgesproken van het witwassen van het gehele contante geldbedrag van € 12.000,-.

Bewezenverklaring (feiten 1, 2 en 3)

Bewezen is dat:

1

hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 1 november 2022 te Leeuwarden,

een geldbedrag van EUR 382.007,- (TVL-gelden) heeft overgedragen terwijl hij, verdachte, wist dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2

hij in de periode van 9 maart 2021 tot en met 24 maart 2022 te Emmen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door digitale aanvragen Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), te weten

TVL- [formuliernummer 1] d.d. 9 maart 2021 (DOC-017) en

TVL- [formuliernummer 2] d.d. 15 juni 2021 (DOC-018) en

TVL- [formuliernummer 3] d.d. 1 oktober 2021 (DOC-019) en

TVL- [formuliernummer 4] d.d. 7 januari 2022 (DOC-020) en

TVL- [formuliernummer 5] d.d. 24 maart 2022 (DOC-021),

met daarop valselijk aangegeven dat de onderneming niet al op 1 januari 2020 en/of 31 december 2019 in moeilijkheden was, te verstrekken aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

3

ENW Logistics in de periode van 1 januari 2021 tot en met 26 oktober 2021 te Emmen, opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel door en/of vanwege de overheid zijn verstrekt, te weten:

- een bedrag van EUR 40.247,32 inzake de Vierde tijdelijke noodmaatregel

overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en

- een bedrag van EUR 44.136,67 inzake de Vijfde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en

- een bedrag van EUR 24.165 inzake de Zesde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, ten behoeve van het tegemoetkomen van de werkgever in de betaling van de loonkosten, heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor zij waren verstrekt, aan welke verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten zoals bewezen verklaard bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

6. Proces-verbaal van de politie

7. Proces-verbaal van de politie

8. Proces-verbaal van de politie

9. Proces-verbaal van de politie

10. Proces-verbaal van de politie

11. Proces-verbaal van de politie

12. Proces-verbaal van de politie

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

witwassen;

Feit 2

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

Feit 3

het opzettelijk en wederrechtelijk middelen die met een bepaald doel zijn verstrekt, aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn verstrekt, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Tevens moet de verdachte worden veroordeeld tot een beroepsverbod voor de duur van zes jaren inhoudende dat hij: "het beroep van statutair – of feitelijk bestuurder van rechtspersonen in de zin van artikel 51 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) niet mag uitoefenen."

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een bestuursverbod, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De door de verdachte gepleegde strafbare feiten hebben (al dan niet direct) te maken met de financiële overheidssteun die tijdens de coronapandemie aan ondernemers werd geboden in verband met de economische gevolgen van de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van het coronavirus.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door vijf valse aanvraagformulieren TVL in te dienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RvO). De verdachte deed, om aanspraak te kunnen maken op de TVL, het voorkomen alsof zijn onderneming voor de coronacrisis niet al in moeilijkheden verkeerde, terwijl dat in werkelijkheid wel zo was. Op basis van deze aanvragen is de RvO overgegaan tot uitkering van € 407.261,- aan TVL-subsidie aan de verdachte. De verdachte heeft aldus het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de juistheid van dergelijke geschriften – juist in een periode van een wereldwijde pandemie – op ernstige wijze beschaamd. Van het hiervoor genoemde bedrag heeft de verdachte € 382.007,- gebruikt voor overboekingen naar bankrekeningen die aan hem gelieerd waren. De verdachte heeft zich daarmee ook schuldig gemaakt aan het witwassen van dit bedrag aan ten onrechte verkregen TVL-gelden.

Daarnaast heeft de verdachte zich als feitelijke leidinggever van [bedrijf X] . schuldig gemaakt aan subsidiefraude, door een bedrag van € 108.548,99 aan ontvangen NOW-gelden anders te besteden dan waarvoor dit was bestemd. De NOW-subsidie werd verstrekt met als doel ondernemers tegemoet te komen in de betalingen van de loonkosten tijdens de coronacrisis. De verdachte heeft de ten onrechte verkregen subsidiegelden echter gebruikt voor overboekingen naar bankrekeningen die aan hem gelieerd waren.

De verdachte heeft aldus op een geraffineerde wijze misbruik gemaakt van gemeenschapsgeld dat bedoeld was als noodmaatregel voor gedupeerde ondernemers.

Na ontvangst van de bedragen is de verdachte niet tot inkeer gekomen, maar heeft hij de gelden zonder schroom weggesluisd. Al het geld dat de verdachte zo op illegale wijze heeft verkregen is door de verdachte uitgegeven of verdwenen.

De verdachte heeft zich bij het plegen van alle feiten kennelijk slechts laten leiden door geldelijk gewin, zonder zich te bekommeren om de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 12 september 2024 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf. Artikel 63 Sr is van

toepassing, hetgeen de rechtbank in strafmatigende zin meeweegt.

Rapporten van deskundige en de reclassering

In het rapport van psycholoog [persoon A] van 7 oktober 2025 staat onder meer het volgende. Volgens de psycholoog komt een gedragsbeeld naar voren van een verbaal sterke, gemeten overwegend licht verstandelijk beperkte man met onder andere een egocentrische en rigide belevingswereld, weinig sociale voeling en empathie, impulscontroleproblemen, een sterke behoefte aan regie/autonomie en hoge mate aan zelfoverschatting. De psycholoog kan niet vaststellen of deze diagnose de verdachte beïnvloedde tijdens het tenlastegelegde. Het recidiverisico op vermogensdelicten wordt ingeschat als hoog. Doordat de verdachte niet heeft meegewerkt aan het onderzoek heeft de psycholoog geen advies kunnen geven over een strafrechtelijk kader om het recidivegevaar te verminderen.

In het rapport van Reclassering Nederland van 10 februari 2026 staat onder meer het volgende. De reclassering ziet bij de verdachte een niet doorbroken delictpatroon in verwervingscriminaliteit vanaf achttienjarige leeftijd. Volgens de reclassering lijkt de verdachte deze delicten gepleegd te hebben vanuit financiële druk en een chaotische financiële situatie, het willen oplossen van zijn eerdere schulden, de lucratieve kansen die hij zag, zijn fascinatie voor bedrijfsvoering en zijn bedrevenheid. Daarnaast lijkt zijn delictgedrag voort te komen uit emotionele en psychische problemen. Volgens de reclassering is het functioneren van de verdachte zichtbaar beperkt door zijn psychiatrische conditie.

De reclassering schat het risico op recidive en onttrekken aan voorwaarden in als hoog. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. Tegelijkertijd is de reclassering van mening dat zorg en hulpverlening noodzakelijk zijn. Een klinisch traject kan de verdachte mogelijk helpen, hoewel de kans van slagen als zeer laag wordt ingeschat.

Op de zitting van 5 maart 2026 heeft de reclasseringsmedewerker Van Veen verklaard dat de reclassering bij haar advies blijft gelet op de weigerachtige houding van de verdachte. De verdachte is in staat om een taakstraf uit te voeren.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. Zijn detentie valt hem zwaar. Hij heeft inmiddels, in samenspraak met de FIOD, al zijn BV’s opgeheven. Na zijn detentie is de verdachte van plan om in loondienst te gaan werken als vrachtwagenchauffeur. Hij is niet bereid mee te werken aan bijzondere voorwaarden, met uitzondering van schuldhulpverlening en ambulante behandeling.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten, het hoge benadelingsbedrag en het strafblad van de verdachte, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte hiervan heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Volgens de LOVS-oriëntatiepunten past bij een benadelingsbedrag van in totaal € 490.555,99 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien tot vierentwintig maanden. Mede gelet op deze uitgangspunten, ziet de rechtbank geen aanleiding om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest, zoals is verzocht door de verdediging. Zelfs in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een taakstraf, zou dit geen recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank ziet in de ouderdom van de bewezen feiten, alsmede in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die uit de rapporten en tijdens de zitting naar voren zijn gekomen, wel aanleiding om de gevangenisstraf deels voorwaardelijk op te leggen. Daarom wordt aan de verdachte een gevangenisstraf van achttien maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Daarnaast wordt aan de verdachte een taakstraf van 150 uur opgelegd, ook om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen.

Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank verbindt geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf, omdat de verdachte op de zitting heeft verklaard daaraan grotendeels niet mee te willen werken en de reclassering de kans van slagen zeer gering inschat en gelet hierop geen voorwaarden heeft geadviseerd.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

Bestuursverbod

Gezien de recidive in fraudedelicten door vennootschappen waarvan de verdachte bestuurder is geweest, acht de rechtbank het noodzakelijk om voor de toekomst te voorkomen dat de verdachte opnieuw op grote schaal schade kan aanrichten door soortgelijke feiten te plegen. Eerder opgelegde straffen waren kennelijk onvoldoende om de verdachte hiervan te weerhouden. De rechtbank is daarom van oordeel dat een verbod tot het uitoefenen van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 Sr als bijkomende straf is aangewezen om het gevaar in te perken dat de verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van soortgelijke feiten. De rechtbank zal, mede gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf en artikel 31 lid 1 onder 2 Sr, de termijn daarvan vaststellen op vijf jaren.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

Het in beslag genomen contante geldbedrag dient te worden verbeurdverklaard tot een bedrag van € 10.800,- en het overige geldbedrag van € 1.200,- dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 12.000,- aan de verdachte, nu hij wordt vrijgesproken van het witwassen van dit bedrag.

6. Vordering van de benadeelde partijen

Vordering Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO)

De RvO heeft als benadeelde partij voor feiten 1 en 2 € 59.850,26 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vordering Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

Het UWV heeft als benadeelde partij voor feit 3 € 122.363,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij UWV kan niet worden toegewezen omdat deze te laat is ingediend. De vordering van de benadeelde partij RvO sluit niet aan op de tenlastegelegde periode en kan dus ook niet worden toegewezen. De officier van justitie vordert de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van € 382.007,- ten aanzien van de RvO en € 108.548,99 ten aanzien van het UWV.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij UWV moet worden afgewezen omdat deze te laat is ingediend. De vordering van de benadeelde partij RvO sluit niet aan op de tenlastegelegde periode en kan dus ook niet worden toegewezen.

Oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij RvO

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij RvO af omdat er geen relatie bestaat tussen de bewezen verklaarde feiten en hetgeen wordt gevorderd.

Omdat de vordering van de benadeelde partij wordt afgewezen, veroordeelt de rechtbank de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

Vordering benadeelde partij UWV

De rechtbank verklaart de benadeelde partij UWV niet-ontvankelijk in de vordering, omdat deze niet tijdig is ingediend. De benadeelde partij heeft de vordering niet vooraf ingediend middels het daartoe bestemde formulier zoals bedoeld in artikel 51g, lid 1, Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Tijdens de zitting van 5 maart 2026 heeft de benadeelde partij de vordering weliswaar mondeling gedaan, maar dit was nadat de officier van justitie al op de zitting van 9 mei 2025 had gerekwireerd. De benadeelde partij is op die zitting niet verschenen. Nu de benadeelde partij zich op grond van artikel 51g, lid 3, Sv, op de terechtzitting in het strafproces kan voegen tot het requisitoir van de officier van justitie, betekent dit dat de vordering te laat is ingediend. De rechtbank verklaart het UWV daarom niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om een schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op te leggen ten behoeve van de RvO en het UWV.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier maanden door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel op 26 augustus 2021 (parketnummer: 84-024802-21), omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig diende te maken aan strafbare feiten gedurende de proeftijd.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De vordering moet worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de voorwaardelijke gevangenisstraf verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, zoals door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel op 26 augustus 2021 is opgelegd aan de verdachte.

8. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 28, 31, 51, 57, 63, 225, 323a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 10 (tien) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

Bestuursverbod

ontzet de verdachte van het recht van de uitoefening van het beroep van statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 (vijf) jaren;

In beslag genomen voorwerpen

- beveelt de teruggave van het contante geldbedrag van € 12.000,- aan de verdachte;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer: 84-024802-21)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 (vier) maanden, zoals opgelegd in het vonnis van de rechtbank Overijssel van 26 augustus 2021;

Vordering benadeelde Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO)

wijst af de vordering van de benadeelde partij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) (feiten 1 en 2);

veroordeelt de benadeelde partij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil;

Vordering benadeelde partij Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

verklaart de benadeelde partij Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen niet-ontvankelijk in de vordering (feit 3); bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.

10. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. IJspeerd, voorzitter,

en mrs. J.F. Koekebakker en L. Daum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. IJspeerd

Griffier

  • mr. E.H. Karakus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?