[eiseres], uit Rotterdam, eiseres
(gemachtigde: R. Kahveci)
en
de burgemeester van de gemeente Rotterdam, de burgemeester
(gemachtigden: mr. R. Duivenvoorde en mr. Y.S. Man).
Inleiding
1. Deze zaak gaat over een besluit van de burgemeester om aan een horeca-inrichting in de straat van eiseres een vergunning te verlenen voor het plaatsen en gebruiken van een terrasvlonder op drie parkeerplaatsen.
Met het (herstel)besluit van 22 mei 2024 (het primaire besluit) heeft de burgemeester aan [naam café], gevestigd aan de [adres], een vergunning verleend voor het plaatsen en gebruiken van een terrasvlonder op drie parkeerplaatsen aan de zijkant van de horeca-inrichting. Eiseres woont in dezelfde straat en is het niet eens met de verleende vergunning. Daarom heeft zij bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 29 april 2025 (het bestreden besluit), waarin de burgemeester bij het primaire besluit is gebleven, zij het dat zij de motivering heeft gewijzigd.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigden van partijen deelgenomen.
De rechtbank heeft [naam bedrijf], uit Vlaardingen, de vergunninghouder, aangemerkt als belanghebbende en in de gelegenheid gesteld om aan de procedure deel te nemen. De vergunninghouder heeft niet op deze uitnodiging gereageerd.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Dit betekent dat eiseres niet in het gelijk wordt gesteld en dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling door de rechtbank
De totstandkoming van het bestreden besluit
2. Op 5 april 2024 heeft de exploitant van [naam café] een aanvraag ingediend voor een vergunning voor een tijdelijke uitbreiding van zijn horeca-inrichting in de vorm van een terrasvlonder op drie parkeerplaatsen.
Met het besluit van 30 april 2024 heeft de burgemeester eerst toestemming verleend voor het plaatsen en tijdelijk gebruiken van een terrasvlonder op twee parkeerplaatsen aan de zijkant van de horeca-inrichting, voor de periode van 15 mei 2024 tot en met 15 oktober 2024. Dit besluit is later hersteld met het primaire besluit. Daarbij is alsnog toestemming verleend voor het plaatsen en gebruiken van een terrasvlonder op drie parkeerplaatsen in dezelfde periode. Eiseres woont in dezelfde straat en is het niet eens met de verleende vergunning. Zij heeft daarom, als gezegd, bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
Met het bestreden besluit heeft de burgemeester, mede onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van 12 november 2024, het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd, met aanvulling van de motivering. De burgemeester heeft namelijk aanvullend toegelicht dat de terrasvlonder slechts een klein deel van de beschikbare parkeerplaatsen inneemt en dat de vergunning niet leidt tot een onevenredige of blijvende aantasting van het woon- en leefklimaat of de openbare orde. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daarom daartegen beroep ingesteld.
Het toetsingskader
3. In het Uitvoeringsplan horeca december 2022 (het Uitvoeringsplan) beschrijft de gemeente haar ambities, visie en plannen voor de Rotterdamse horeca, evenals de concrete maatregelen voor het horecabeleid. De gemeenteraad heeft daarbij vier uitgangspunten vastgesteld: ruimte voor horeca, ruimte voor de nacht, ruimte voor ondernemerschap en samenwerking aan veiligheid en een goed woon- en leefklimaat. Deze uitgangspunten zijn nader uitgewerkt in beleid, waaronder de Horecanota, stedelijk beleidskader vergunningen, toezicht en handhaving (de Horecanota) (Gemeenteblad 2024, nr. 124501). In de Horecanota staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De Horecanota geeft inzicht in vergunningen, (terras)regels, gemeentelijke dienstverlening, toezicht en handhaving. Deze instrumenten moeten bijdragen aan Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en om te bezoeken. Daarnaast vermeldt de Horecanota dat bij het al dan niet verlenen van een exploitatievergunning de bescherming van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat in de omgeving van een horeca-inrichting in acht wordt genomen.
Ten tijde van de besluitvorming gold het Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024. Dit plan is later geactualiseerd; sinds 18 juli 2024 geldt het Horecagebiedsplan Feijenoord 2024-2027. In het oude horecagebiedsplan stond dat een terrasvlonder alleen mocht worden geplaatst als deze meerwaarde heeft voor de omgeving. De terrasvlonder moest bijdragen aan de levendigheid van de stad en een extra voorziening zijn voor bezoekers. Ook moest het verblijf op de terrasvlonder veilig zijn en mochten andere gebruikers van de openbare ruimte, zoals auto's, fietsers en voetgangers, er geen hinder van ondervinden. In het huidige horecagebiedsplan is het voorgaande niet meer opgenomen.
De beoordeling van de beroepsgronden van eiseres
4. De rechtbank beoordeelt hieronder, aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, of het bestreden besluit in stand kan blijven.
Eiseres stelt dat de motivering van de burgemeester tegenstrijdig is waar het gaat om de parkeerdruk. Volgens haar heeft de burgemeester eerst aangegeven dat parkeerdruk in beginsel geen rol speelt bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een terrasvlonder, terwijl het bestreden besluit juist volledig op de parkeerdruk lijkt te zijn gebaseerd.
De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De burgemeester heeft toegelicht dat onder het horecabeleid dat gold tot en met 22 maart 2024 (de Horecanota Rotterdam 2017-2021) een toets op parkeerdruk onderdeel uitmaakte van de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een terrasvlonder. In het huidige horecabeleid, dat geldt vanaf 23 maart 2024 en van kracht was ten tijde van het verlenen van de vergunning aan [naam café], is ervoor gekozen parkeerdruk niet langer als afzonderlijk criterium mee te wegen. Volgens dit nieuwe beleid beoordeelt de burgemeester bij een vergunningaanvraag voor een terrasvlonder of sprake is van mogelijke aantasting van de openbare orde of van druk op het woon- en leefklimaat. Daarbij worden ook eventuele lopende procedures en vastgestelde (objectieve) overlast door het gebruik van de terrasvlonder betrokken. De burgemeester heeft daarom in het primaire besluit terecht geen afzonderlijke toets op parkeerdruk toegepast, maar beoordeeld of er risico bestaat op aantasting van de openbare orde of op druk op het woon- en leefklimaat. Van lopende procedures was geen sprake en er was ook geen vastgestelde objectieve overlast. Naar aanleiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie heeft de burgemeester in het bestreden besluit alsnog aandacht besteed aan de parkeerdruk, hoewel dat strikt genomen niet verplicht was. Daarmee is de motivering aangevuld, maar het bestreden besluit is niet uitsluitend of doorslaggevend op de parkeerdruk gebaseerd.
Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Eiseres stelt dat het bestreden besluit is gebaseerd op een verouderde parkeertelling en dat sinds die telling veel parkeerplaatsen zijn verdwenen. Daardoor is volgens haar de huidige parkeersituatie wezenlijk anders dan ten tijde van de telling. Ook vindt eiseres dat het gebied dat is gebruikt voor de meting van de parkeerdruk te groot is. Volgens haar had niet de hele parkeersector moeten worden betrokken, maar alleen de directe omgeving van de Bloemfonteinstraat en de omliggende straten. Daarnaast is volgens eiseres ten onrechte geen rekening gehouden met marktdagen. De parkeerdruk is ’s nachts gemeten, wanneer bewoners thuis zijn, terwijl op woensdag en zaterdag – vanwege de markt – structureel sprake is van een hogere parkeerdruk. Volgens eiseres vormen deze marktdagen een belangrijk onderdeel van de parkeersituatie in de wijk en hadden zij in de beoordeling moeten worden betrokken.
De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Zoals hiervoor is overwogen, was de burgemeester niet verplicht de parkeerdruk mee te wegen. Dat zij dit toch heeft gedaan, betekent niet dat zij daaraan doorslaggevende betekenis moest toekennen. Hoewel eiseres terecht heeft opgemerkt dat de gebruikte parkeertelling is gebaseerd op gegevens uit februari/maart 2023, heeft de burgemeester voldoende toegelicht dat het aannemelijk is dat het aantal parkeerplaatsen sindsdien slechts beperkt is afgenomen. Eiseres heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van een substantiële vermindering. Daarnaast beschikken bewoners over een parkeervergunning waarmee zij in de gehele parkeersector mogen parkeren. Dit is zo, omdat de Afrikaanderwijk een drukke stadswijk is met veel woningen, bedrijven en voorzieningen, waaronder horeca-inrichtingen. In dergelijke wijken is de parkeerdruk doorgaans hoog en is het niet altijd mogelijk om dicht bij de eigen woning te parkeren. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat de verleende vergunning aan [naam café] in dit geval tot een wezenlijke verslechtering van die situatie heeft geleid. Verder heeft de burgemeester terecht opgemerkt dat, indien rekening zou moeten worden gehouden met een hogere parkeerdruk op specifieke dagen (zoals marktdagen) of tijdstippen, in veel drukke stadswijken geen terrasvlonders meer zouden kunnen worden toegestaan. Dit zou niet stroken met het beleid, dat juist beoogt ruimte te bieden aan horeca-inrichtingen en terrassen in de stad.
Ook deze beroepsgronden slagen daarom niet.
Eiseres stelt dat de burgemeester niet is ingegaan op haar bezwaar over de verkeersveiligheid. Door het verdwijnen van drie parkeerplaatsen voor de aanleg van een terrasvlonder verslechtert de verkeerssituatie in de Afrikaanderwijk. Op marktdagen loopt het verkeer vast doordat automobilisten blijven wachten op vrijkomende parkeerplekken, met name in de Bloemfonteinstraat. Daarnaast wordt vaak op de stoep geparkeerd, wat het zicht belemmert en gevaarlijke situaties oplevert. Volgens eiseres leidt het wegnemen van parkeerplaatsen op deze locatie tot extra verkeersonveiligheid, waarmee de burgemeester geen rekening heeft gehouden.
De rechtbank heeft begrip voor de zorgen en frustraties van eiseres en haar buurtbewoners. Het kan inderdaad tot gevaarlijke situaties leiden als bestuurders blijven wachten op een vrijkomende parkeerplaats of hun voertuig op de stoep parkeren. Het veroorzaken van een gevaarlijke verkeerssituatie is niet toegestaan. De rechtbank is echter van oordeel dat het weigeren van een vergunningaanvraag voor een terrasvlonder niet het juiste middel is om deze problemen aan te pakken. Wanneer sprake is van verkeersovertredingen of gevaarlijke situaties, is handhaving het aangewezen instrument.
Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Eiseres stelt dat het woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat de conclusie van de burgemeester dat hiervan geen sprake is, onvoldoende is onderbouwd. Volgens haar en haar buurtbewoners is het tegendeel het geval. Door het verdwijnen van parkeerplaatsen moeten bewoners soms lang rondrijden om een parkeerplek te vinden, vooral op marktdagen wanneer het verkeer chaotisch is. Sommige bewoners gebruiken hun auto minder uit vrees geen parkeerplek meer te vinden. Frustratie over boetes, zoekverkeer, getoeter en opstoppingen leidt volgens eiseres tot een structurele verslechtering van het woon- en leefklimaat. Daarnaast voert eiseres aan dat de terrasvlonder van [naam café] regelmatig wekenlang niet wordt gebruikt en dat tafels en stoelen ongebruikt opgestapeld blijven staan. Dat past volgens haar niet bij de kwaliteitscriteria uit de Horecanota, waarin is opgenomen dat aankleding en gebruik moeten bijdragen aan het straatbeeld. Een ongebruikte terrasvlonder leidt tot verloedering. Verder wijst eiseres op strijd met het Uitvoeringsplan en de Horecanota. In een eerder verweerschrift heeft de burgemeester gesteld dat het beperkte gebruik van de terrasvlonder geen rol speelt bij de vergunningverlening. In het Uitvoeringsplan is echter bepaald dat terrasvlonders alleen zijn toegestaan van 15 mei tot en met 15 oktober, om te voorkomen dat zij parkeerplaatsen bezet houden zonder te worden gebruikt. Volgens eiseres is dit in strijd met het beleid waarin duurzaam en seizoensgebonden gebruik van de openbare ruimte centraal staat. Tot slot wijst eiseres erop dat haar bezwaar is ondertekend door 40 huishoudens uit de Bloemfonteinstraat. Volgens eiseres is hier geen aandacht aan besteed en wordt daarmee onvoldoende recht gedaan aan het belang van participatie en inspraak, terwijl blijkt dat sprake is van een breed gedragen probleem en niet slechts van een individueel bezwaar.
De rechtbank stelt voorop dat het woon- en leefklimaat in de wijk onder druk kan staan door de verkeerssituatie en de parkeerdruk. De vraag die voorligt is echter of dit het gevolg is van de verleende vergunning voor de terrasvlonder van [naam café]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de zorgen en frustraties van eiseres en haar buurtbewoners, zowel uit het dossier als tijdens de zitting. Zij is echter van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat deze problemen in overwegende mate worden veroorzaakt door het verdwijnen van drie parkeerplaatsen ten behoeve van de terrasvlonder van [naam café]. De burgemeester heeft toegelicht dat het verlies van drie parkeerplaatsen slechts een beperkte invloed heeft op de parkeerdruk. De structureel hogere parkeerdruk op marktdagen wordt met name veroorzaakt door bezoekers van de markt die in de buurt parkeren. Zoals eerder is overwogen, past het niet binnen het geldende beleid om bij de beoordeling van een vergunningaanvraag doorslaggevend gewicht toe te kennen aan parkeerdruk op slechts enkele dagen per week. Eiseres heeft daarnaast niet met concrete stukken onderbouwd dat het opstapelen van tafels en stoelen leidt tot verloedering of tot aantasting van het straatbeeld. Evenmin is gebleken van klachten of vastgestelde objectieve overlast als gevolg van het (beperkte) gebruik van de terrasvlonder. De rechtbank volgt de burgemeester in haar standpunt dat niet valt in te zien waarom het gestelde beperkte gebruik in strijd zou zijn met de kwaliteitscriteria uit de Horecanota. Tot slot geldt dat de burgemeester een vergunningaanvraag moet beoordelen aan de hand van de geldende wet- en regelgeving en het toepasselijke beleid, en dat dit beleid consequent moet worden toegepast. In bezwaar wordt beoordeeld of de aangevoerde gronden aanleiding geven om een besluit te herzien. Dat het bezwaar mede is ondertekend door 40 buurtbewoners benadrukt de breed gedragen zorgen en frustraties, maar is op zichzelf niet doorslaggevend.
Ook deze beroepsgronden slagen daarom niet.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond, gelet op wat hiervoor is overwogen. Dit betekent dat eiseres niet in het gelijk wordt gesteld en dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. van der Wal, rechter, in aanwezigheid van A. van Duijn, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.